Inleiding

Jezus begon zijn openbare werk op het hoogtepunt van de publieke belangstelling voor de prediking van Johannes en in een tijd waarin het Joodse volk van Palestina reikhalzend uitkeek naar de verschijning van de Messias. Er was een groot contrast tussen Johannes en Jezus. Johannes was een enthousiaste en ijverige werker, maar Jezus was een kalme en gelukkige arbeider. Slechts een paar keer in zijn hele leven had hij haast. Jezus was een geruststellende troost voor de wereld en enigszins een voorbeeld. Johannes was nauwelijks een troost of een voorbeeld. Hij predikte het hemelse koninkrijk, maar trad nauwelijks binnen in het geluk daarvan. Hoewel Jezus over Johannes sprak als de grootste van de profeten van de oude orde, zei hij ook dat de minste van hen die het grote licht van de nieuwe weg zagen en daardoor het hemelse koninkrijk binnengingen, inderdaad groter was dan Johannes.

Toen Johannes het komende koninkrijk predikte, was de kern van zijn boodschap: Bekeer u! Vlucht voor de komende toorn. Toen Jezus begon te prediken, bleef de aansporing tot bekering over, maar zo’n boodschap werd altijd gevolgd door het evangelie [ eu = goed, en ággelos= boodschapper, dus ‘de goede boodschap(per)’ ]: het goede nieuws van de vreugde en vrijheid van het nieuwe (hemelse) koninkrijk.

Begrippen over de verwachte Messias

De Joden hadden veel ideeën over de verwachte verlosser, en elk van deze verschillende scholen van Messiaanse leer kon verwijzen naar uitspraken in de Hebreeuwse geschriften als bewijs voor hun beweringen. In het algemeen beschouwden de Joden hun nationale geschiedenis als beginnend met Abraham en culminerend in de Messias en (daarna) het nieuwe tijdperk van het koninkrijk van God. Vroeger hadden ze deze verlosser gezien als ‘de dienaar van de Heer,’ toen als ‘de Mensenzoon’, terwijl sommigen later zelfs zo ver gingen om de Messias te omschrijven als de ‘Zoon van God’. Maar of hij nu het ‘zaad van Abraham’ of ‘de zoon van David‘ werd genoemd, iedereen was het erover eens dat hij de Messias zou zijn, de ‘gezalfde‘. Zo evolueerde het concept van ‘dienaar van de Heer’ naar ‘zoon van David’, ‘MensenZoon’ en ‘Zoon van God’.

In de tijd van Johannes en Jezus hadden de meer geleerde Joden een idee ontwikkeld van de komende Messias als de volmaakte en representatieve Israëliet, die in zichzelf als de ’dienaar van de Heer’ het drievoudige ambt van profeet, priester en koning combineerde.

De Joden geloofden vurig dat, zoals Mozes hun vaderen door wonderbaarlijke wonderen uit de Egyptische slavernij had bevrijd, zo ook de komende Messias het Joodse volk van de Romeinse overheersing zou verlossen door nog grotere wonderen van macht en raciale triomf. De rabbijnen hadden bijna vijfhonderd passages uit de Schrift verzameld die, ondanks hun schijnbare tegenstrijdigheden, volgens hen profetisch waren voor de komende Messias. En te midden van al deze details over tijd, techniek en functie verloren ze bijna volledig de persoonlijkheid van de beloofde Messias uit het oog. Zij zochten naar een herstel van de Joodse nationale glorie – de tijdelijke verheffing van Israël – in plaats van naar de redding van de wereld. Het wordt daarom duidelijk dat Jezus van Nazareth nooit aan dit materialistische Messiaanse concept van de Joodse mind kon voldoen. Veel van hun vermeende Messiaanse voorspellingen zouden, als zij deze profetische uitspraken maar in een ander licht hadden gezien, hun mind heel natuurlijk hebben voorbereid op de erkenning van Jezus als de beëindiger van een tijdperk en de inaugurator van een nieuwe en betere verstrekking van genade en redding voor alle volken.

De Joden waren opgevoed met het geloof in de leer van de shekhinah. Maar dit vermeende symbool van de Goddelijke Tegenwoordigheid was niet te zien in de tempel. Zij geloofden dat de komst van de Messias de herstelling ervan zou bewerkstelligen. Zij koesterden verwarrende ideeën over raciale zonde en de veronderstelde slechte aard van de mens. Sommigen onderwezen dat Adams zonde het menselijk ras had vervloekt, en dat de Messias deze vloek zou wegnemen en de mens in goddelijke gunst zou herstellen. Anderen leerden dat God, bij de schepping van de mens, zowel goede als kwade naturen in zijn wezen had gelegd; dat toen Hij de uitwerking van deze regeling zag, Hij zeer teleurgesteld was, en dat Hij er berouw van had dat Hij de mens aldus had geschapen. En degenen die dit leerden, geloofden dat de Messias zou komen om de mens van deze inherente kwade natuur te verlossen.

De meerderheid van de Joden geloofde dat ze nog steeds onder Romeins bestuur verkommerden vanwege hun nationale zonden en vanwege de halfslachtigheid van de niet-Joodse proselieten (niet-Joods, maar bekeerd tot het Jodendom). De Joodse natie had zich niet van harte bekeerd en daarom stelde de Messias zijn komst uit. Er werd veel over bekering gesproken. Vandaar de krachtige en onmiddellijke oproep van de prediking van Johannes: “Bekeer u en laat u dopen, want het hemels koninkrijk is nabij.” En het hemels koninkrijk kon voor elke vrome Jood maar één ding betekenen: de komst van de Messias.

Er was één kenmerk van de missie van Michaël dat volkomen vreemd was aan de Joodse opvatting van de Messias, en dat was de vereniging van de twee naturen, de menselijke en de goddelijke. De Joden hadden de Messias op verschillende manieren opgevat als een volmaakte mens, een bovenmenselijke en zelfs een goddelijke, maar ze hebben nooit het concept van de vereniging van het menselijke en het goddelijke overwogen. En dit was het grote struikelblok voor de vroege discipelen van Jezus. Zij begrepen het menselijke concept van de Messias als de zoon van David, zoals gepresenteerd door de vroege profeten. Zij begrepen de ‘MensenZoon’, het bovenmenselijke idee van Daniël en enkele latere profeten; en zelfs als de Zoon van God, zoals beschreven door de auteur van het Boek van Henoch en door enkele van zijn tijdgenoten. Maar ze hadden nooit ook maar een moment stilgestaan bij het ware concept van de vereniging in één aardse persoonlijkheid van de twee naturen, de menselijke en de goddelijke. De incarnatie van de Schepper in de vorm van het schepsel was niet eerder geopenbaard. Deze werd pas geopenbaard in Jezus. De wereld wist niets van dergelijke dingen totdat de Schepper-Zoon een lichaam kreeg en onder de stervelingen van de Aarde woonde.

De doop van Jezus

Jezus werd gedoopt op het hoogtepunt van de prediking van Johannes, toen Palestina in vuur en vlam stond door de verwachting van zijn boodschap – het koninkrijk van God is nabij – toen het hele Jodendom bezig was met serieus en plechtig zelfonderzoek. Het Joodse gevoel van raciale solidariteit was zeer diep. De Joden geloofden niet alleen dat de zonden van de vader zijn kinderen zouden kunnen treffen, maar ze geloofden ook vast dat de zonde van één individu de natie zou kunnen vervloeken. Daarom gold niet voor iedereen die zich aan de doop door Johannes onderwierp dat die persoon zichzelf ook schuldig voelde aan de specifieke zonden die Johannes aan de kaak stelde. Veel vrome zielen lieten zich door Johannes dopen als bijdrage aan het grotere goed voor Israël. Zij vreesden dat een zonde van onwetendheid van hun kant de komst van de Messias zou vertragen. Zij voelden zich behorend tot een schuldig en door zonde vervloekt volk, en zij boden zich aan voor de doop om zo de vruchten van hun berouw als geheel volk te kunnen tonen. Het is daarom duidelijk dat Jezus de doop van Johannes geenszins ontving als een ritueel van berouw of ter vergeving van zonden. Door de doop van Johannes te aanvaarden, volgde Jezus slechts het voorbeeld van vele vrome Israëlieten.

Toen Jezus van Nazareth afdaalde in de Jordaan om gedoopt te worden, was hij een sterveling van deze wereld die het hoogtepunt van de menselijke evolutionaire groei had bereikt in alle zaken die verband hielden met de overwinning van mind en met zelfidentificatie met spirit. Hij stond die dag in de Jordaan als een volmaakte sterveling van de evolutionaire werelden van tijd en ruimte. Volmaakte synchronie en volledige communicatie waren tot stand gekomen tussen de sterfelijke mind van Jezus en de inwonende Mentor-Spirit, de goddelijke gave van zijn Vader in het Paradijs. En precies zo’n Mentor-Spirit woont in alle normale wezens die op Aarde leven sinds de hemelvaart van Michael/Jezus (terug) tot hoofd van zijn universum (behalve dat de Mentor-Spirit van Jezus eerder op deze speciale missie was voorbereid door op dezelfde wijze in te wonen in een andere bovenmenselijke persoon, ook geïncarneerd in een sterfelijk lichaam, Machiventa Melchizedek).

Normaal gesproken, wanneer een sterveling van een dergelijke wereld zulke hoge niveaus van persoonlijkheidsperfectie bereikt, vinden er die voorbereidende verschijnselen van spirituele verheffing plaats die eindigen in de uiteindelijke fusie van de gerijpte ziel van de sterveling met de met hem verbonden goddelijke Mentor-Spirit. En zo’n verandering leek blijkbaar te gaan plaatsvinden in de persoonlijkheidservaring van Jezus van Nazareth op diezelfde dag dat hij met zijn twee broers de Jordaan inging om door Johannes gedoopt te worden. Deze ceremonie was de laatste handeling van zijn puur menselijke leven op Aarde, en vele bovenmenselijke waarnemers verwachtten getuige te zijn van de fusie van de Mentor-Spirit met zijn inwonende mind, maar het leek een teleurstelling te worden. Maar er gebeurde iets nieuws en zelfs nog groters. Terwijl Johannes zijn handen op Jezus legde om hem te dopen, nam de inwonende Mentor-Spirit definitief afscheid van de vervolmaakte menselijke ziel van Joshua ben Joseph. En binnen enkele ogenblikken keerde deze goddelijke entiteit terug als een Gepersonaliseerde Mentor-Spirit en als leider van zijn soortgenoten in het hele plaatselijke universum Nebadon. Zo zag Jezus zijn eigen voormalige goddelijke Mentor-Spirit in gepersonaliseerde (met eigen persoonlijkheid en dus niet gefuseerd met de persoonlijkheid van degenen bij wie hij inwoonde, zoals normaal gebeurt) vorm naar hem neerdalen. En hij hoorde deze Mentor-Spirit, van Paradijselijke oorsprong, nu spreken: “Dit is mijn geliefde Zoon, over wie ik zeer tevreden ben.” En Johannes en de twee broers van Jezus, hoorden ook deze woorden. De discipelen van Johannes, die aan de waterkant stonden, hoorden deze woorden niet, noch zagen zij de verschijning van de Gepersonaliseerde Mentor-Spirit. Alleen de ogen van Jezus aanschouwden de Gepersonaliseerde Mentor-Spirit.

Toen de teruggekeerde en nu verheven Gepersonaliseerde Mentor-Spirit dit had gesproken, heerste er stilte. En terwijl de vier van hen in het water bleven, bad Jezus, terwijl hij opkeek naar de nabije Mentor-Spirit: “Mijn Vader, die regeert in de hemel, geheiligd worde uw naam. Uw koninkrijk kome! Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.” Nadat hij had gebeden, ‘werden de hemelen geopend’. En de MensenZoon zag als visioen, gepresenteerd door de nu Gepersonaliseerde Mentor-Spirit, zichzelf als een Zoon van God zoals hij dat ook was voordat hij naar de aarde kwam in een sterfelijk lichaam, en zoals hij dat zou zijn wanneer die incarnatie van sterfelijk leven voltooid zou zijn. Dit hemelse visioen werd alleen door Jezus gezien.

Het was de stem van de Gepersonaliseerde Mentor-Spirit die Johannes en Jezus hoorden, sprekend namens de Universele Vader, want de Mentor-Spirit is van, en als, de Paradijs-Vader. Gedurende de rest van het aardse leven van Jezus was deze Gepersonaliseerde Mentor-Spirit met hem verbonden in al zijn werk; Jezus was in voortdurende gemeenschap en communicatie met deze verheven Mentor-Spirit.

Toen Jezus gedoopt werd, bekeerde hij zich dus niet van misdaden; hij deed geen belijdenis van zonden. Zijn doop was de toewijding aan het volbrengen van de wil van de hemelse Vader. Bij zijn doop hoorde hij de onmiskenbare roep van zijn Vader, de laatste oproep om aan de slag te gaan met zijn Vaders zaken, en hij trok zich veertig dagen terug in afzondering om over deze vele problemen na te denken. Door zich aldus voor een tijdje terug te trekken uit het actieve persoonlijkheidscontact met zijn aardse metgezellen, volgde Jezus, zoals hij was en op Aarde, precies dezelfde procedure die op de werelden na deze wereld geldt wanneer een opklimmende sterveling fuseert met zijn Mentor-Spirit, met de innerlijke aanwezigheid van de Universele Vader.

Deze dag van de doop beëindigde het zuiver menselijke leven van Jezus. De goddelijke Zoon heeft zijn Vader gevonden, de Universele Vader heeft zijn geïncarneerde Zoon gevonden, en zij spreken met elkaar.

Jezus was bijna eenendertig en een half jaar oud toen hij gedoopt werd. Hoewel Lucas zegt dat Jezus gedoopt werd in het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, wat 29 n.Chr. zou zijn aangezien Augustus in 14 n.Chr. stierf, moet eraan herinnerd worden dat Tiberius twee en een half jaar mede-keizer was met Augustus vóór de dood van Augustus, nadat er in oktober 11 n.Chr. munten ter ere van hem waren geslagen. Het vijftiende jaar van zijn daadwerkelijke regering was daarom precies dit jaar van 26 n.Chr., dat van de doop van Jezus. En dit was ook het jaar dat Pontius Pilatus zijn regering als gouverneur van Judea begon.

De Veertig Dagen

Jezus had de grote beproeving doorstaan van zijn sterfelijke missie vóór zijn doop, toen hij zes weken lang nat was geweest van de dauw van de berg Hermon. Daar op de berg Hermon, als een sterveling zonder hulp, was hij de Planetaire Vorst van Aarde geworden. En deze Vorst van Aarde, die spoedig tot opperste Soeverein van het hele lokale universum Nebadon zou worden uitgeroepen, trok zich nu veertig dagen terug om de plannen te formuleren en de techniek te bepalen voor het verkondigen van het nieuwe hemelse koninkrijk in de harten van de mensen.

Na zijn doop begon hij aan de veertig dagen waarin hij zich aanpaste aan de veranderde verhoudingen in de wereld en het universum, veroorzaakt door de personalisatie van zijn Mentor-Spirit. Tijdens deze afzondering in de heuvels van Perea bepaalde hij het te volgen beleid en de methoden die hij zou gebruiken in de nieuwe en veranderde fase van het aardse leven die hij op het punt stond te beginnen.

Jezus trok zich niet terug om te vasten en zijn ziel te kwellen. Hij was geen asceet en kwam juist om voorgoed al dergelijke ideeën over de toenadering tot God te vernietigen. Zijn redenen om deze afzondering te zoeken waren volkomen anders dan die welke Mozes en Elijah, en zelfs Johannes de Doper, hadden gedreven. Jezus was zich toen volledig bewust van zijn relatie tot het universum dat hij had geschapen en ook tot het totale universum van lokale universa, onder toezicht van de Paradijs-Vader, zijn Vader in de hemel. Hij herinnerde zich nu volledig de opdracht in verband met zijn missie en de instructies die hij van zijn oudere broer, Immanuel, had gekregen voordat hij aan zijn incarnatie op Aarde begon. Hij begreep nu helder en volledig al deze wijdverbreide relaties, en hij verlangde ernaar om een tijdje weg te zijn voor een periode van stille meditatie, zodat hij de plannen kon uitdenken en beslissingen kon nemen over de procedures voor de uitvoering van zijn openbare werk ten behoeve van deze wereld en voor alle andere werelden in zijn lokale universum.

Terwijl hij door de heuvels zwierf, op zoek naar een geschikte schuilplaats, ontmoette Jezus zijn plaatsvervanger als leider van het lokale universum, Gabriël, de stralende Morgenster van Nebadon. Gabriël herstelde nu de persoonlijke communicatie met de Schepper-Zoon van het lokale universum. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst rechtstreeks sinds Michael afscheid nam van zijn metgezellen op de hoofdwereld van het lokale universum ter voorbereiding op zijn missie op Aarde. Gabriël, op aanwijzing van Immanuel en op gezag van nog hogere autoriteiten, legde Jezus nu informatie voor die erop duidde dat zijn missie op Aarde praktisch voltooid was wat betreft het verwerven van de vervolmaakte soevereiniteit over zijn lokale universum. Terwijl hij op de berg vertoefde en met Gabriël sprak, was onderdeel van de informatie die hij kreeg: “U bent nu of op enig later tijdstip, op de manier die u zelf kiest, vrij om uw incarnatie-missie te beëindigen, op te stijgen naar de rechterhand van uw Vader, uw soevereiniteit te ontvangen en uw welverdiende onvoorwaardelijke heerschappij over heel Nebadon op u te nemen. Technisch gezien is uw werk op Aarde en in het lichaam van een sterfelijk schepsel voltooid. Uw koers van nu af aan is een kwestie van uw eigen keuze.

Jezus voerde een lang gesprek met Gabriël over het welzijn van het lokale universum en, na groeten aan Immanuel te hebben gezonden, verzekerde hij hem dat hij bij het werk dat hij op Aarde zou gaan ondernemen, steeds de raadgevingen in gedachten zou houden die hij tevoren had ontvangen in verband met zijn missie.

Gedurende al deze veertig dagen van afzondering waren Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, bezig met het zoeken naar Jezus. Vaak waren ze niet ver van zijn verblijfplaats, maar ze vonden hem nooit.

Plannen voor openbare werken

Dag in dag uit, hoog in de heuvels, formuleerde Jezus de plannen voor de rest van zijn missie op Aarde. Hij besloot eerst om niet gelijktijdig met Johannes (de Doper) te onderwijzen. Hij was van plan zich relatief teruggetrokken te houden totdat het werk van Johannes zijn doel had bereikt, of totdat Johannes plotseling door gevangenschap werd gestopt. Jezus wist heel goed dat de onbevreesde en tactloze prediking van Johannes spoedig de angst en vijandschap van de burgerlijke heersers zou opwekken. Gezien die precaire situatie van Johannes begon Jezus definitief zijn programma voor openbare werken te plannen ten behoeve van zijn volk en de wereld, ten behoeve van elke bewoonde wereld in zijn uitgestrekte lokale universum. Michaels missie als sterveling was OP Aarde, maar VOOR alle werelden van Nebadon.

Het eerste wat Jezus deed, na het algemene plan te hebben overwogen om zijn programma af te stemmen op hoe het Johannes zou vergaan, was de instructies van Immanuel in gedachten te overdenken. Zorgvuldig dacht hij na over het advies dat hij had gekregen over zijn werkmethoden, en dat hij geen blijvende schrifttekens op de planeet mocht achterlaten. Nooit meer schreef Jezus op iets anders dan zand. Bij zijn volgende bezoek aan Nazareth, tot groot verdriet van zijn broer Jozef, vernietigde Jezus al zijn schrifttekens die bewaard waren gebleven op de planken van de timmerwerkplaats en die aan de muren van het oude huis hingen.

En Jezus dacht goed na over Immanuels advies met betrekking tot zijn economische, sociale en politieke houding ten opzichte van de wereld zoals hij die zou aantreffen.

Jezus vastte niet tijdens deze veertig dagen durende isolatie. De langste periode dat hij zonder voedsel doorbracht, waren zijn eerste twee dagen in de heuvels, toen hij zo in beslag werd genomen door zijn gedachten dat hij helemaal vergat te eten. Maar op de derde dag ging hij op zoek naar voedsel. Ook werd hij gedurende deze tijd niet verleid door boze ‘geesten’ of rebellerende persoonlijkheden op deze wereld of van enige andere wereld.

Deze veertig dagen vormden de gelegenheid voor de laatste ontmoeting tussen de menselijke en de goddelijke mind, of liever gezegd het eerste werkelijke functioneren van deze twee minds zoals ze nu één waren geworden. De resultaten van deze gewichtige periode van meditatie toonden onomstotelijk aan dat de goddelijke mind het menselijk intellect triomfantelijk en spiritueel heeft gedomineerd. De mind van de mens is vanaf dat moment de mind van God geworden, en hoewel het zelf van de mind van de mens altijd aanwezig is, zegt deze gespiritualiseerde menselijke mind altijd: “Niet mijn wil, maar de uwe geschiede.”

De gebeurtenissen van deze bewogen tijd waren niet een soort fantastische visioenen van een uitgehongerde en verzwakte geest, en ook niet de verwarde en kinderachtige symboliek die later werd opgetekend als de ‘verleidingen‘ van Jezus in de woestijn. Dit was veeleer een periode om na te denken over de hele bewogen en gevarieerde loopbaan van de missie op Aarde en om zorgvuldig die plannen te maken voor verder dienstbetoon die deze wereld het beste zouden dienen en tegelijkertijd iets zouden bijdragen aan de verbetering van alle andere werelden waar verzet heerste tegen de normale, goddelijke, stand van zaken en plannen. Jezus dacht na over de hele periode van het menselijk leven op Aarde, vanaf de vroegste dagen, via de nalatigheid van Adam, tot aan het dienstbetoon van de profeten die daarna kwamen.

Gabriël had Jezus eraan herinnerd dat er twee manieren waren waarop hij zich aan de wereld kon manifesteren, mocht hij ervoor kiezen om nog enige tijd op Aarde te blijven. En het werd Jezus duidelijk gemaakt dat zijn keuze in deze zaak niets te maken zou hebben met zijn universum-soevereiniteit. Deze twee manieren van dienstverlening aan de wereld waren:

  1. Zijn eigen weg – de weg die het meest aangenaam en voordelig zou lijken vanuit het standpunt van de onmiddellijke behoeften van deze wereld en de huidige opbouw van zijn eigen universum.
  2. De weg van de Vader – waarin Jezus een voorbeeld zou zijn en een ver vooruitziend ideaal van het leven van schepselen zou tonen [en dus niet zozeer meteen gericht op allerlei praktische en onmiddellijke behoeften en problemen].

Zo werd Jezus duidelijk gemaakt dat er twee manieren waren waarop hij de rest van zijn aardse leven kon ordenen. Elk van deze manieren had iets in zijn voordeel te zeggen, bekeken in het licht van de onmiddellijke situatie. De MensenZoon zag duidelijk dat zijn keuze tussen deze twee gedragswijzen niets te maken zou hebben met zijn aanvaarding van de universumsoevereiniteit; dat was een zaak die al was geregeld en verzegeld in de archieven van het universum der universa en slechts wachtte op zijn verzoek in persoon. Maar Jezus kreeg te horen dat het zijn Paradijsbroeder, Immanuel, grote voldoening zou schenken als hij, Jezus, het passend zou achten zijn aardse loopbaan van incarnatie te voltooien zoals hij die zo nobel was begonnen, altijd onderworpen aan de wil van de Vader. Op de derde dag van deze isolatie beloofde Jezus zichzelf dat hij naar de wereld zou terugkeren om zijn aardse loopbaan te voltooien, en dat hij in een situatie waarin twee manieren een rol speelden, altijd de wil van de Vader zou kiezen. En hij leefde de rest van zijn aardse leven altijd trouw aan dat besluit. Zelfs tot het bittere einde onderwierp hij zijn soevereine wil steevast aan die van zijn hemelse Vader.

De veertig dagen in de bergwoestijn waren geen periode van grote verleiding, maar eerder de periode van de grote beslissingen van de Meester. Tijdens deze dagen van eenzame gemeenschap met zichzelf en de onmiddellijke aanwezigheid van zijn Vader – de Gepersonaliseerde Mentor-Spirit (hij had geen persoonlijke serafijnse beschermer meer) – kwam hij één voor één tot de grote beslissingen die zijn beleid en gedrag voor de rest van zijn aardse loopbaan zouden bepalen. Later werd aan deze periode van isolatie de traditie van een grote verleiding verbonden door verwarring met de fragmentarische verhalen over de (eerdere) worstelingen van Jezus op de berg Hermon, en ook omdat het de gewoonte was dat alle grote profeten en menselijke leiders hun openbare loopbaan begonnen met het ondergaan van deze veronderstelde perioden van vasten en gebed. Het was altijd de gewoonte van Jezus geweest om zich, wanneer hij voor nieuwe of belangrijke beslissingen stond, terug te trekken voor de communicatie met zijn eigen Mentor-Spirit, zodat hij de wil van God kon leren kennen.

Bij al deze plannen voor de rest van zijn aardse leven werd Jezus in zijn menselijk hart steeds verscheurd door twee tegengestelde gedragslijnen:

  1. Hij koesterde een sterk verlangen om zijn volk – en de hele wereld – te winnen voor het geloof in hem en het aanvaarden van zijn nieuwe spirituele koninkrijk. En hij kende hun ideeën over de komende Messias goed.
  2. Maar tegelijk was er het diepe verlangen om te leven en te werken zoals hij wist dat zijn Vader het zou goedkeuren, om zijn werk te doen ten behoeve van andere werelden in nood, en om, bij de vestiging van het hemelse koninkrijk, de Vader te blijven openbaren en zijn goddelijke karakter van liefde te tonen.

Gedurende deze bewogen dagen woonde Jezus in een oude rotsgrot, een schuilplaats in de helling van de heuvels nabij een dorp dat ooit Beit Adis heette. Hij dronk uit de kleine bron die ontsprong aan de helling van de heuvel nabij deze rots-grot.

Voor de precieze lokatie van de grot, zie dit artikel:
https://urantiapedia.org/en/article/Jan_Herca/The_cave_of_the_forty_days
en
https://planetabenitez.com/la-cueva-de-la-llave/

De eerste grote beslissing

Op de derde dag na het begin van deze bespreking met zichzelf en zijn Gepersonaliseerde Mentor-Spirit, kreeg Jezus het visioen van de verzamelde hemelse heerscharen [is een soort ‘leger’ van hemelse persoonlijkheden] van Nebadon, die door hun bevelhebbers waren uitgezonden om de wil van hun geliefde Soeverein uit te voeren. Deze machtige heerscharen omvatten twaalf legioenen serafijnen en evenredige aantallen van elke orde van intelligentie in het universum. En de eerste grote beslissing tijdens de isolatie van Jezus had te maken met de vraag of hij al dan niet gebruik zou maken van deze machtige persoonlijkheden in verband met het daaropvolgende programma van zijn openbare werk op Aarde.

Jezus besloot dat hij geen enkele persoonlijkheid van deze enorme groep zou gebruiken, tenzij het duidelijk zou worden dat dit de wil van zijn vader was. Ondanks deze algemene beslissing bleef deze enorme menigte bij hem gedurende de rest van zijn aardse leven, altijd bereid om de geringste uiting van de wil van hun Vorst te gehoorzamen. Hoewel Jezus deze begeleidende persoonlijkheden niet voortdurend met zijn menselijke ogen aanschouwde, zag zijn met hem verbonden Gepersonaliseerde Mentor-Spirit hen voortdurend en kon deze met hen allen communiceren.

Voordat hij van de veertig-daagse terugtrekking in de heuvels afdaalde, droeg Jezus het directe bevel over deze begeleidende menigte universumpersoonlijkheden over aan zijn recent Gepersonaliseerde Mentor-Spirit, en gedurende meer dan vier jaar van Aarde-tijd functioneerden deze geselecteerde persoonlijkheden uit elke divisie van universum-intelligenties gehoorzaam en respectvol onder de wijze leiding van deze verheven en ervaren Gepersonaliseerde Mentor-Spirit. Door het bevel over deze machtige groep op zich te nemen, verzekerde de Mentor-Spirit, die ooit een onderdeel en essentie van de Paradijs-Vader was, aan Jezus dat deze bovenmenselijke instanties in geen geval betrokken zouden zijn bij zijn aardse loopbaan, tenzij het mocht blijken dat de Vader een dergelijke interventie wilde. Aldus ontnam Jezus zich door één groot besluit vrijwillig alle bovenmenselijke medewerking in alle zaken die betrekking hadden op de rest van zijn sterfelijke loopbaan, tenzij de Vader onafhankelijk zou verkiezen deel te nemen aan een bepaalde handeling of episode in de aardse werken van de Zoon.

Bij het aanvaarden van dit bevel van de legerscharen van het universum die Christus Michaël bijstonden, wees de Gepersonaliseerde Mentor-Spirit Jezus er heel duidelijk op dat zo’n verzameling universum-schepselen beperkt kon worden in hun ruimte-activiteiten door het gedelegeerde gezag van hun Schepper, maar dat zulke beperkingen niet van kracht waren in verband met hun functie in tijd. En deze beperking was afhankelijk van het feit dat Mentor-Spirits niet-tijdelijke wezens zijn wanneer ze eenmaal gepersonaliseerd zijn. En zo werd Jezus gewaarschuwd dat de controle van de Mentor-Spirit over de levende intelligenties die onder zijn bevel stonden volledig en volmaakt zou zijn wat betreft alle zaken die ruimte betreffen, maar dat er geen dergelijke volmaakte beperkingen konden worden opgelegd met betrekking tot tijd.
De Mentor-Spirit zei: “Ik zal, zoals je hebt opgedragen, de inzet van deze begeleidende schare universum-intelligenties bij je aardse loopbaan beperken. Maar die beperking geldt niet in die gevallen waarin de Paradijs-Vader mij opdraagt dergelijke instanties vrij te geven, zodat Zijn Goddelijke wil kan worden volbracht; en ook niet in die gevallen waarin jij met je eigen goddelijk-menselijke wil een keuze maakt of handeling verricht die alleen afwijkingen van de natuurlijke aardse orde met zich meebrengt wat tijd betreft. In al dergelijke gevallen ben ik namelijk machteloos, en jouw schepselen, hier verenigd in volmaaktheid en eenheid van macht, zijn eveneens hulpeloos. Want als jij eenmaal dergelijke verlangens koestert, zullen deze mandaten van je keuze onmiddellijk worden uitgevoerd. Je wens in al deze zaken zal dan de verkorting van de tijd betekenen, en het aldus geprojecteerde is bestaand. Onder mijn bevel vormt dit de grootst mogelijke beperking die aan jouw potentiële soevereiniteit kan worden opgelegd. In mijn zelfbewustzijn bestaat de tijd niet, en daarom kan ik jouw schepselen in niets beperken dat daarmee verband houdt.”

Zo werd Jezus op de hoogte gebracht van de uitwerking van zijn besluit om als mens onder de mensen te blijven leven. Hij had door één enkele beslissing al zijn begeleidende universumscharen van diverse intelligenties uitgesloten van deelname aan zijn daaropvolgende openbare optreden, behalve in zaken die alleen tijd betroffen. Het wordt daarom duidelijk dat alle mogelijke bovennatuurlijke of zogenaamd bovenmenselijke begeleidende elementen van het optreden van Jezus volledig betrekking hadden op de eliminatie van tijd, tenzij de Vader in de hemel specifiek anders beschikte. Geen wonder, dienst van barmhartigheid, of enige andere mogelijke gebeurtenis die plaatsvond in verband met de resterende aardse werkzaamheden van Jezus, kon mogelijkerwijs de natuurlijke wetten te boven gaan die zijn vastgesteld en normaal van kracht zijn in de aangelegenheden van de mens terwijl hij op Aarde leeft, behalve in deze uitdrukkelijk genoemde kwestie van tijd. Natuurlijk konden er geen grenzen worden gesteld aan de manifestaties van de wil van de Vader. De eliminatie van tijd in verband met het uitgesproken verlangen van Jezus -deze potentiële Heerser van een universum- kon alleen worden vermeden door de directe en expliciete handeling van de wil van deze God-mens, waardoor tijd, gerelateerd aan de handeling of gebeurtenis in kwestie, niet verkort of geëlimineerd mocht worden. Om de verschijning van schijnbare tijdwonderen te voorkomen, was het noodzakelijk dat Jezus zich voortdurend bewust bleef van de tijd. Elk verlies van tijdsbewustzijn van zijn kant, in verband met het koesteren van een bepaald verlangen, stond gelijk aan de uitvoering van het ding dat in de mind van deze Schepperzoon was bedacht, en wel zonder tussenkomst van de tijd.

Door de toezichthoudende controle van zijn geassocieerde en Gepersonaliseerde Mentor-Spirit was het voor Michael mogelijk zijn persoonlijke aardse activiteiten met betrekking tot de ruimte volmaakt te beperken, maar het was voor de MensenZoon niet mogelijk zijn nieuwe aardse status als potentiële Soeverein van Nebadon aldus te beperken met betrekking tot tijd. En dit was de feitelijke status van Jezus van Nazareth toen hij erop uitging om zijn openbare optreden op Aarde te beginnen.

De tweede beslissing

Jezus richtte zijn gedachten vervolgens op zichzelf. Wat zou hij, nu als volledig zelfbewuste schepper van alle dingen en wezens die in dit lokale universum bestaan, doen met deze schepper-krachten en -mogelijkheden in al die levenssituaties waarmee hij onmiddellijk geconfronteerd zou worden wanneer hij terugkeerde naar Galilea om zijn werk onder de mensen te hervatten? Sterker nog, precies al daar waar hij zich in deze eenzame heuvels bevond, had dit probleem zich al krachtig voorgedaan met betrekking tot het verkrijgen van voedsel. Tegen de derde dag van zijn eenzame meditaties kreeg het menselijk lichaam honger. Moest hij op zoek gaan naar voedsel zoals ieder gewoon mens zou doen, of moest hij slechts zijn normale scheppende vermogens aanwenden en geschikt lichaamsvoedsel produceren dat meteen bij de hand zou zijn? En deze grote beslissing van de Meester is aan u voorgesteld als een verleiding – als een uitdaging door vermeende vijanden dat hij zou bevelen dat deze stenen in broden zouden veranderen…

Jezus koos aldus een ander en consistent beleid voor de rest van zijn aardse werk. Wat zijn persoonlijke behoeften betrof, en in het algemeen zelfs in zijn relaties met andere persoonlijkheden, koos hij er nu bewust voor om het pad van het normale aardse bestaan te volgen; hij besloot definitief tegen een beleid dat zijn eigen gevestigde natuurwetten zou overstijgen, schenden of geweld zou aandoen. Maar hij kon zichzelf niet beloven, zoals hij al gewaarschuwd was door zijn Gepersonaliseerde Mentor-Spirit, dat deze natuurwetten in bepaalde denkbare omstandigheden niet aanzienlijk in de tijd versneld zouden kunnen worden. In principe besloot Jezus dat zijn levenswerk georganiseerd en uitgevoerd moest worden in overeenstemming met de natuurwet en in harmonie met de bestaande sociale organisatie. De Meester koos daarmee een levensprogramma dat gelijk stond aan het afzien van wonderen. Opnieuw besliste hij ten gunste van de wil van de Vader; opnieuw gaf hij alles over aan zijn Paradijsvader.

De menselijke natuur van Jezus dicteerde dat zijn eerste plicht zelfbehoud was. Dat is de normale houding van de natuurlijke mens op de werelden van tijd en ruimte, en daarom een legitieme reactie van een sterveling op Aarde. Maar Jezus bekommerde zich niet alleen om deze wereld en haar schepselen. Hij leefde een leven dat (ook) bedoeld was om de vele schepselen van een uitgestrekt universum te onderwijzen en te inspireren.

Vóór zijn verlichting door zijn doop had hij geleefd in volmaakte onderwerping aan de wil en leiding van zijn hemelse Vader. Hij besloot nadrukkelijk om in precies deze impliciete sterfelijke afhankelijkheid van de wil van de Vader te blijven voortgaan. En zo nam hij zich voor om de onnatuurlijke weg te volgen – hij besloot geen zelfbehoud na te streven. Hij koos ervoor de politiek van het weigeren zichzelf te verdedigen voort te zetten. Hij formuleerde zijn conclusies in de woorden van de Schrift die zijn menselijke intellect vertrouwd waren: “De mens zal niet leven van brood alleen, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.” Door tot deze conclusie te komen met betrekking tot de begeerte van de fysieke natuur zoals uitgedrukt in honger naar voedsel, deed de MensenZoon op dezelfde manier een uitspraak over alle andere lichamelijke driften en de natuurlijke impulsen van de menselijke natuur.

Zijn bovenmenselijke kracht zou hij mogelijk voor anderen kunnen gebruiken, maar nooit voor zichzelf. En hij volgde deze politiek consequent tot het einde, toen er spottend over hem werd gezegd: ‘Hij heeft anderen gered; zichzelf kan hij niet redden’ – omdat hij dat niet wilde.

De Joden verwachtten een Messias die nog grotere wonderen zou doen dan Mozes, van wie bekend was dat hij water uit de rots had laten komen in een woestijn en dat hij hun voorouders met manna had gevoed in de wildernis. Jezus wist wat voor soort Messias zijn landgenoten verwachtten, en hij had alle machten en rechten om aan hun meest optimistische verwachtingen te voldoen. Maar hij besloot af te zien van zo’n magnifiek programma van macht en glorie. Jezus beschouwde zo’n reeks verwachte wonderwerken als een teruggrijpen naar de oude dagen van onwetende magie en de verdorven praktijken van de barbaarse medicijnmannen. Mogelijk zou hij, voor de redding van zijn schepselen, de natuurwetten kunnen versnellen, maar zijn eigen wetten overstijgen, hetzij ten eigen bate, hetzij om zijn medemensen te imponeren, dat zou hij niet doen. En de beslissing van de Meester was definitief.

Jezus treurde om zijn volk. Hij begreep volledig hoe ze waren geleid naar de verwachting van de komende Messias, de tijd waarin ‘de aarde haar vruchten tienduizendvoudig zal opbrengen, en aan één wijnstok duizend ranken zullen zijn, en elke rank duizend trossen zal voortbrengen, en elke tros duizend druiven zal voortbrengen, en elke druif een gallon wijn zal opleveren.’ [Deze tekst lijkt terug te gaan op 2 Baruch:29] De Joden geloofden dat de Messias een tijdperk van wonderbaarlijke overvloed zou inluiden. De Hebreeën waren lang opgevoed met tradities en legenden van wonderen.

Hij was geen Messias die kwam om brood en wijn te vermenigvuldigen. Hij kwam niet alleen om in materiële behoeften te voorzien. Hij kwam om zijn Vader in de hemel te openbaren aan zijn kinderen op aarde, terwijl Hij ernaar streefde zijn aardse kinderen ertoe te brengen zich bij Hem aan te sluiten in een oprechte poging om zo te leven dat zij de wil van de Vader in de hemel deden.

Met deze beslissing schetste Jezus van Nazareth aan een toekijkend universum de dwaasheid en zonde van het verkwanselen van goddelijke talenten en door God gegeven vermogens, alleen maar voor persoonlijke verheerlijking of voor puur zelfzuchtig gewin en verheerlijking.Deze grote beslissing van Jezus schetst op dramatische wijze de waarheid dat zelfzuchtige bevrediging en zintuiglijke bevrediging, op zichzelf en alleen, niet in staat zijn om geluk te schenken aan evoluerende mensen. Er zijn hogere waarden in het sterfelijke bestaan – intellectuele beheersing en spirituele prestatie – die de noodzakelijke bevrediging van de puur fysieke verlangens en driften van de mens ver te boven gaan. De natuurlijke begiftiging van de mens met talent en bekwaamheid zou voornamelijk gewijd moeten zijn aan de ontwikkeling en veredeling van zijn hogere vermogens van mind en spirit.

Jezus openbaarde aldus aan de schepselen van zijn universum de techniek van de nieuwe en betere weg, de hogere morele waarden van het leven en de diepere spirituele bevredigingen van het evolutionaire menselijke bestaan op de werelden in tijd en ruimte.

De derde beslissing

Nadat hij zijn beslissingen had genomen over zaken als voedsel en fysieke verzorging voor de behoeften van zijn materiële lichaam, en de zorg voor de gezondheid van hemzelf en zijn metgezellen, bleven er nog andere problemen over om op te lossen. Wat zou zijn houding zijn wanneer hij met persoonlijk gevaar werd geconfronteerd? Hij besloot normaal te waken over zijn menselijke veiligheid en redelijke voorzorgsmaatregelen te nemen om het vroegtijdige einde van zijn loopbaan in een sterfelijk lichaam te voorkomen. Maar hij besloot ook zich te onthouden van elke bovenmenselijke interventie wanneer de crisis van zijn sterfelijke leven zou komen. Terwijl hij deze beslissing formuleerde, zat Jezus in de schaduw van een boom op een overhangende rotsrichel met een steile helling vlak voor zich. Hij besefte ten volle dat hij zichzelf van de rand kon werpen en de ruimte in kon werpen, en dat hem niets kon overkomen dat hem kwaad zou doen. Maar dan zou hij wel zijn eerste grote besluit moeten herroepen om de tussenkomst van zijn hemelse intelligenties niet in te roepen bij de uitvoering van zijn levenswerk op Aarde. En hij zou zijn tweede besluit moeten intrekken betreffende zijn houding ten aanzien van zelfbehoud.

Jezus wist dat zijn landgenoten een Messias verwachtten die boven de natuurwet zou staan. Hij had geleerd dat de Schrift zegt: “U zal geen kwaad overkomen, en geen plaag zal uw woning naderen. Want Hij zal Zijn engelen opdracht geven u te bewaken op al uw wegen. Zij zullen u op hun handen dragen, zodat u uw voet niet aan een steen stoot.” Zou dit soort aanmatiging, deze minachting voor de wetten van de zwaartekracht van zijn Vader, gerechtvaardigd zijn om zichzelf te beschermen tegen mogelijk onheil of, misschien, om het vertrouwen te winnen van zijn verkeerd onderwezen en verwarde volk? Maar zo’n handelwijze, hoe bevredigend ook voor de Joden die op zoek waren naar tekenen [van een Messias], zou geen openbaring van zijn Vader zijn, maar een twijfelachtige omzeiling van de gevestigde wetten van het universum van universa.

Dit alles begrijpend, en wetend dat de Meester weigerde te handelen in strijd met zijn vastgestelde natuurwetten voor zover het zijn persoonlijke gedrag betrof, weet je dus nu met zekerheid dat hij nooit op het water heeft gelopen, en nooit iets anders heeft gedaan dat een schending was van zijn eigen materiële orde van bestuur van de wereld. Uiteraard altijd in gedachten houdend dat er tot nu toe geen manier was gevonden waarop hij volledig bevrijd kon worden van het gebrek aan controle over het element tijd in verband met die zaken die onder de jurisdictie van de Gepersonaliseerde Mentor-Spirit waren geplaatst.

Gedurende zijn hele aardse leven was Jezus consequent trouw aan deze beslissing. Ongeacht of de Farizeeën hem om een teken beschimpten, of de wachters op Golgotha hem uitdaagden om van het kruis af te komen, hij hield standvastig vast aan de beslissing genomen in dit uur op de heuvel.

De vierde beslissing

Het volgende grote probleem waarmee deze Godmens worstelde en dat hij spoedig besliste in overeenstemming met de wil van de Vader in de hemel, betrof de vraag of zijn bovenmenselijke krachten al dan niet gebruikt moesten worden om de aandacht te trekken en de aanhang van zijn medemensen te winnen. Moest hij zijn universele krachten op een of andere manier inzetten voor de bevrediging van het Joodse verlangen naar het spectaculaire en wonderbaarlijke? Hij besloot dat hij dat niet moest doen. Hij koos een beleid dat al dergelijke praktijken uitsloot als methode om zijn missie onder de aandacht van de mensen te brengen. En hij hield zich consequent aan deze belangrijke beslissing. Zelfs wanneer hij de manifestatie van talloze tijd-verkortende diensten van barmhartigheid toestond, vermaande hij de ontvangers van zijn dienst van genezing bijna altijd om niemand te vertellen over de voordelen die ze hadden ontvangen. En hij weigerde altijd de spottende uitdaging van zijn vijanden om ‘ons’ een teken te tonen als bewijs en demonstratie van zijn goddelijkheid.

Jezus voorzag zeer wijs dat het verrichten van wonderen en het uitvoeren van wonderen slechts uiterlijke trouw zou oproepen door de materiële mind te imponeren; zulke verrichtingen zouden God niet openbaren noch de mens redden. Hij weigerde een loutere wonderdoener te worden. Hij besloot zich met slechts één taak bezig te houden: de vestiging van het hemels koninkrijk.

Gedurende al deze gewichtige dialoog van de communicatie van Jezus met zichzelf, was er het menselijke element van vragen en bijna-twijfel aanwezig, want Jezus was zowel mens als God. Het was duidelijk dat hij nooit door de Joden als de Messias zou worden aanvaard als hij geen wonderen zou verrichten. Bovendien, als hij ermee zou instemmen om ook maar één onnatuurlijke handeling te verrichten, zou de menselijke mind met zekerheid weten dat hij ondergeschikt was aan een waarlijk goddelijke spirit. Zou het in overeenstemming zijn met de wil van de Vader dat de goddelijke spirit deze concessie zou doen aan de twijfelende aard van menselijke mind/verstand? Jezus besloot van niet, en noemde de aanwezigheid van de Gepersonaliseerde Mentor-Spirit als voldoende bewijs van goddelijkheid in partnerschap met de mensheid.

Jezus had veel gereisd; hij herinnerde zich Rome, Alexandrië en Damascus. Hij kende de methoden van de wereld – hoe mensen hun doelen bereikten in politiek en handel door compromissen en diplomatie. Zou hij deze kennis gebruiken ter bevordering van zijn missie op aarde? Nee! Hij besloot eveneens tegen elk compromis met de wijsheid van de wereld en de invloed van rijkdom bij de vestiging van het koninkrijk. Hij koos er opnieuw voor om uitsluitend te vertrouwen op de wil van de Vader.

Jezus was zich volledig bewust van de kortere wegen die door een van zijn machten mogelijk zouden zijn. Hij kende vele manieren waarop de aandacht van de natie, en de hele wereld, onmiddellijk op hem gericht kon worden. Binnenkort zou het Pascha in Jeruzalem gevierd worden; de stad zou vol bezoekers zijn. Hij zou de top van de tempel kunnen beklimmen en voor de verbijsterde menigte de lucht in kunnen lopen; dat zou het soort Messias zijn waarnaar ze op zoek waren. Maar hij zou hen vervolgens teleurstellen, omdat hij niet gekomen was om Davids troon te herstellen. En hij kende de zinloosheid van de methode om te proberen sneller te zijn dan de natuurlijke, langzame en zekere weg van het volbrengen van het goddelijke doel. Opnieuw boog de MensenZoon gehoorzaam voor de weg van de Vader, de wil van de Vader.

Jezus koos ervoor om het hemelse koninkrijk in de harten van de mensheid te vestigen door natuurlijke, gewone, moeilijke en beproevende methoden, precies zulke procedures die zijn aardse kinderen later moesten volgen in hun werk om dat hemelse koninkrijk uit te breiden en te vergroten. Want de MensenZoon wist maar al te goed dat het door veel verdrukking zou zijn dat vele kinderen van alle leeftijden het koninkrijk zouden binnengaan. Jezus onderging nu de grote beproeving van de beschaafde mens, namelijk het hebben van macht en het standvastig weigeren die te gebruiken voor puur egoïstische of persoonlijke doeleinden.

Bij je beschouwing van het leven en de ervaring van de MensenZoon moet je altijd in gedachten houden dat de Zoon van God geïncarneerd was in het denken van een mens uit de eerste eeuw, niet in het denken van een sterveling uit de (een-en-)twintigste eeuw of een andere eeuw. Hiermee willen we de gedachte overbrengen dat de menselijke gaven van Jezus door natuurlijke verwerving tot stand kwamen. Hij was het product van de erfelijke en omgevingsfactoren van zijn tijd, plus de invloed van zijn opleiding en scholing. Zijn menselijkheid was oprecht, natuurlijk, volledig afgeleid van de voorgeschiedenis van, en gevoed door, de feitelijke intellectuele status en sociale en economische omstandigheden van die tijd en generatie. Hoewel er in de ervaring van deze God-mens altijd de mogelijkheid bestond dat het goddelijke verstand het menselijk intellect zou overstijgen, functioneerde zijn menselijke verstand toch zoals een waarlijk sterfelijk verstand onder de omstandigheden van de menselijke omgeving van die tijd zou functioneren.

Jezus toonde aan alle werelden van zijn uitgestrekte universum de dwaasheid van het creëren van kunstmatige situaties met als doel willekeurige autoriteit te tonen of uitzonderlijke macht te koesteren om morele waarden te versterken of spirituele vooruitgang te versnellen. Jezus besloot dat hij zijn missie op aarde niet zou uitlenen aan een herhaling van de teleurstelling van de heerschappij van de Makkabeeën. Hij weigerde zijn goddelijke eigenschappen te gebruiken om onverdiende populariteit te krijgen of politiek prestige te verwerven. Hij zou de omzetting van goddelijke en scheppende energie in nationale macht of internationaal prestige niet goedkeuren. Jezus van Nazareth weigerde een compromis te sluiten met het kwaad, laat staan zich in te laten met zonde. De Meester stelde triomfantelijk de loyaliteit aan de wil van zijn Vader boven alle andere aardse en tijdelijke overwegingen.

De vijfde beslissing

Nadat hij de beleidsvragen had beantwoord die betrekking hadden op zijn individuele relatie tot de natuurwet en spirituele kracht, richtte hij zijn aandacht op de keuze van de methoden die gebruikt zouden worden bij de verkondiging en vestiging van het koninkrijk van God. Johannes was al met dit werk begonnen; hoe kon hij de boodschap voortzetten? Hoe moest hij de missie van Johannes overnemen? Hoe moest hij zijn volgelingen organiseren voor effectieve inspanning en intelligente samenwerking? Jezus nam nu het definitieve besluit dat hem zou verbieden zichzelf verder te beschouwen als de Joodse Messias, althans zoals de Messias in die tijd algemeen werd opgevat.

De Joden hadden een verlosser voor ogen die met wonderbaarlijke kracht zou komen om Israëls vijanden neer te slaan en de Joden tot wereldheersers te maken, vrij van gebrek en onderdrukking. Jezus wist dat deze hoop nooit werkelijkheid zou worden. Hij wist dat het hemels koninkrijk te maken had met het omverwerpen van het kwaad in de harten van de mensen, en dat het puur een kwestie van spirituele zorg was. Hij overwoog de wenselijkheid om het spirituele koninkrijk in te wijden met een schitterend en oogverblindend machtsvertoon – en zo’n handelwijze zou toelaatbaar zijn geweest en volledig binnen de jurisdictie van Michaël – maar hij besloot volledig tegen een dergelijk plan. Hij wilde geen revolutionaire technieken. Hij had de wereld in potentie gewonnen door onderwerping aan de wil van de Vader, en hij stelde zich voor zijn werk te voltooien zoals hij het was begonnen, en als de MensenZoon.

Je kunt je nauwelijks voorstellen wat er op Aarde gebeurd zou zijn als deze God-mens, nu in potentieel bezit van alle macht in de hemel en op aarde, ooit had besloten de banier van soevereiniteit te ontvouwen en zijn wonderdoende bataljons in strijdende gelederen te verzamelen! Maar hij wilde geen compromis sluiten. Hij wilde geen kwaad dienen, zodat de aanbidding van God daaruit zou kunnen voortvloeien. Hij wilde zich houden aan de wil van de Vader. Hij zou aan een toeziend universum verkondigen: ‘U zult de Heer, uw God, aanbidden en Hem alleen zult u dienen.’

Naarmate de dagen verstreken, zag Jezus met steeds toenemende helderheid wat voor soort openbaarder van waarheid hij zou worden. Hij besefte dat Gods weg niet de gemakkelijke weg zou zijn. Hij begon te beseffen dat de beker van het restant van zijn menselijke ervaring mogelijk bitter zou kunnen zijn, maar hij besloot hem te drinken.

Zelfs zijn menselijke mind neemt afscheid van de troon van David. Stap voor stap volgt deze menselijke mind het pad van het goddelijke. De menselijke mind stelt in gedachten nog steeds vragen, maar aanvaardt onfeilbaar de goddelijke antwoorden als definitieve beslissingen in dit gecombineerde leven als mens in de wereld, en tegelijk als onvoorwaardelijk onderworpen aan het doen van de eeuwige en goddelijke wil van de Vader.

Rome was meesteres van de westerse wereld. De MensenZoon, nu geïsoleerd en bezig deze gewichtige beslissingen te nemen, met de hemelse legers tot zijn beschikking, vertegenwoordigde de laatste kans van de Joden om wereldheerschappij te verwerven. Maar deze op Aarde geboren Jood, die zo’n enorme wijsheid en macht bezat, weigerde zijn universele gaven te gebruiken voor zijn eigen verheerlijking, en ook niet voor de troonsbestijging van zijn volk. Hij zag als het ware ‘de koninkrijken van deze wereld’ en bezat de macht om ze in bezit te nemen. De goddelijk Allerhoogsten hadden al deze machten aan hem overgedragen, maar hij wilde ze niet. De koninkrijken van de aarde waren onbelangrijke dingen om de Schepper en Heerser van een lokaal universum te interesseren. Hij had slechts één doel: de verdere openbaring van God aan de mens, de vestiging van het koninkrijk, de heerschappij van de hemelse Vader in de harten van de mensheid.

Het idee van strijd, onenigheid en slachting was weerzinwekkend voor Jezus; hij moest er niets van weten. Hij zou op aarde verschijnen als de Vredevorst om een God van liefde te openbaren. Vóór zijn doop had hij opnieuw het aanbod van de Zeloten om hen te leiden in een opstand tegen de Romeinse onderdrukkers afgewezen. En nu nam hij zijn definitieve beslissing met betrekking tot de Schriften die zijn moeder hem had geleerd, zoals: “De Heer heeft tot mij gezegd: Jij bent mijn Zoon; heden heb Ik je verwekt. Vraag Mij, en Ik zal je de heidenen als je erfdeel geven en de uiteinden van de aarde tot je bezit. Je zult ze verbrijzelen met een ijzeren staf; je zult ze in stukken slaan als een pottenbakkersvat.”

Jezus van Nazareth kwam tot de conclusie dat dergelijke uitspraken niet op Hem betrekking hadden. Eindelijk, en definitief, maakte de menselijke mind van de MensenZoon schoon schip met al deze Messiaanse moeilijkheden en tegenstrijdigheden – Hebreeuwse geschriften, ouderlijke opvoeding, chazan-leer, Joodse verwachtingen en menselijke ambitieuze verlangens. Eens en voor altijd besloot hij zijn koers te bepalen. Hij zou terugkeren naar Galilea en in stilte beginnen met de verkondiging van het koninkrijk en erop vertrouwen dat zijn Vader (de Gepersonaliseerde Mentor-Spirit) de details van de procedure dag in dag uit zou uitwerken.

Door deze beslissingen gaf Jezus een waardig voorbeeld voor iedere persoon op elke wereld in een enorm universum, toen hij weigerde materiële tests toe te passen om spirituele problemen aan te tonen, toen hij weigerde om arrogant de natuurwetten te trotseren. En hij gaf een inspirerend voorbeeld van universele loyaliteit en morele hoogheid toen hij weigerde wereldlijke macht te grijpen als voorspel tot spirituele glorie.Als de MensenZoon al twijfels had over zijn missie en de aard ervan toen hij na zijn doop de bergen introk, had hij er geen enkele meer toen hij na de veertig dagen van afzondering en beslissingen terugkeerde naar zijn medemensen.

Jezus heeft een programma geformuleerd voor de vestiging van het koninkrijk van de Vader. Hij zal niet voorzien in de fysieke bevrediging van het volk. Hij zal geen brood uitdelen aan de menigten zoals hij dat onlangs nog in Rome had zien gebeuren. Hij zal niet de aandacht op zich vestigen door wonderen te verrichten, ook al verwachten de Joden precies dat soort verlosser. Evenmin zal hij proberen de aanvaarding van een spirituele boodschap te winnen door een vertoon van politieke autoriteit of wereldlijke macht.

Door deze methoden te verwerpen om het komende koninkrijk in de ogen van de verwachtingsvolle Joden te versterken, zorgde Jezus er ook voor dat deze Joden al zijn aanspraken op gezag en goddelijkheid definitief zouden verwerpen. Dit alles wetende, probeerde Jezus lange tijd te voorkomen dat zijn vroege volgelingen naar hem zouden verwijzen als de Messias.

Gedurende zijn openbare optreden werd hij geconfronteerd met de noodzaak om met drie voortdurend terugkerende situaties om te gaan: de roep om gevoed te worden, het aandringen op wonderen, en als laatste het verzoek dat hij aan zijn volgelingen zou toestaan hem tot koning te maken. Maar Jezus week nooit af van de beslissingen die hij nam tijdens deze dagen van afzondering in de heuvels van Perea.

De zesde beslissing

Op de laatste dag van deze gedenkwaardige afzondering, voordat hij de berg afdaalde om zich bij Johannes en zijn discipelen te voegen, nam de MensenZoon zijn definitieve beslissing. En deze beslissing deelde hij mee aan de Gepersonaliseerde Mentor-Spirit met de volgende woorden:

“En in alle andere zaken, net zoals in deze nu vastgelegde beslissingen, beloof ik je dat ik onderworpen zal zijn aan de wil van mijn Vader.”

En nadat hij dit had gezegd, daalde hij de berg af. En zijn gezicht straalde van de glorie van spirituele overwinning en morele prestatie.

Samenvatting van de zes grote beslissingen

Onderwerp van de beslissing Conclusie
Eerste beslissing: supermenselijke hulp en hemelse “tussenkomst” Hij besluit geen gebruik te maken van de aanwezige universum-personaliteiten om zijn publieke werk te ondersteunen, behalve wanneer de Vader dit uitdrukkelijk wil. (136:5)
Tweede beslissing: levenswijze, natuurlijke wet en wonderen Hij kiest voor een normale menselijke levensweg, in harmonie met natuurlijke wet en sociale orde; geen programma van wonderen en tekenen als methode. (136:6)
Derde beslissing: persoonlijke veiligheid en zelfverdediging Hij neemt redelijke voorzorgsmaatregelen, maar weigert elke bovenmenselijke bescherming of ingreep wanneer zijn leven daadwerkelijk in gevaar komt. (136:7)
Vierde beslissing: het winnen van volgelingen via het spectaculaire Hij weigert aandacht en aanhang te verkrijgen door wonderen, sensatie of indrukwekkende demonstraties; hij kiest voor de opbouw van het koninkrijk via natuurlijke, moeilijke en menselijke wegen. (136:8)
Vijfde beslissing: methode voor het vestigen van het koninkrijk Hij verwerpt het messias-idee van politieke macht, nationale bevrijding en wereldlijke heerschappij; het koninkrijk is spiritueel en hoort bij verandering in het hart. (136:9)
Zesde beslissing: totale onderwerping aan de wil van de Vader Als samenvattende slotkeuze belooft hij in alle overige zaken consequent onderworpen te blijven aan de wil van de Vader. (136:10)

Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 136 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org