Inleiding

Nadat ze de psalm hadden gezongen aan het einde van het Laatste Avondmaal, dachten de apostelen dat Jezus van plan was onmiddellijk naar het kamp terug te keren, maar hij gaf aan dat ze moesten gaan zitten. De Meester zei:

“Jullie herinneren je nog goed dat ik jullie zonder beurs of portemonnee uitzond en jullie zelfs adviseerde geen extra kleren mee te nemen. En jullie zullen je allemaal herinneren dat het jullie aan niets ontbrak. Maar nu zijn jullie in moeilijke tijden terechtgekomen. Jullie kunnen niet langer rekenen op de welwillendheid van de menigte. Wie voortaan een beurs heeft, moet die meenemen. Wanneer jullie de wereld intrekken om dit evangelie te verkondigen, zorg dan voor jullie levensonderhoud zoals het jullie het beste lijkt. Ik ben gekomen om vrede te brengen, maar die zal voorlopig niet verschijnen.”

“De tijd is nu gekomen dat de MensenZoon verheerlijkt zal worden, en de Vader zal in mij verheerlijkt worden. Mijn vrienden, ik zal nog maar een korte tijd bij jullie zijn. Binnenkort zullen jullie mij zoeken, maar jullie zullen mij niet vinden, want ik ga naar een plaats waar jullie op dit moment niet kunnen komen. Maar wanneer jullie je werk op aarde hebt voltooid, zoals ik het mijne nu heb voltooid, zullen jullie tot mij komen, zoals ik mij nu voorbereid om naar mijn Vader te gaan. Binnenkort zal ik jullie verlaten; je zult mij niet meer op aarde zien, maar jullie zullen mij allen zien in het komende tijdperk, wanneer je opstijgt naar het koninkrijk dat mijn Vader mij gegeven heeft.”

Het Nieuwe Gebod

Na een paar momenten van informeel gesprek stond Jezus op en zei: “Toen ik voor jullie een parabel uitbeeldde waarin werd aangegeven hoe jullie bereid moeten zijn elkaar te dienen, zei ik dat ik jullie een nieuw gebod wilde geven. En dat wil ik nu doen, nu ik op het punt sta jullie te verlaten. Je kent het gebod goed dat voorschrijft dat je elkaar moet liefhebben; dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Maar ik ben zelfs met die oprechte toewijding van mijn kinderen niet geheel tevreden. Ik zou willen dat jullie nog grotere daden van liefde verrichten in het koninkrijk van de gelovige broederschap. En daarom geef ik jullie dit nieuwe gebod: dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad. En hieraan zullen allen weten dat jullie mijn discipelen zijn, als jullie elkaar zo liefhebben.”

“Wanneer ik jullie dit nieuwe gebod geef, leg ik jullie geen nieuwe last op; in plaats daarvan breng ik jullie nieuwe vreugde en maak ik het jullie mogelijk om nieuw genot te ervaren in het kennen van de vreugde van het schenken van jullie hartsliefde aan jullie medemensen. Ik sta op het punt de allerhoogste vreugde te ervaren, ook al verdraag ik uiterlijk verdriet, in het schenken van mijn liefde aan jullie en jullie medemensen.”

“Wanneer ik jullie uitnodig om elkaar lief te hebben, zoals ik jullie heb liefgehad, houd ik jullie de hoogste maatstaf van ware genegenheid voor, want niemand kan grotere liefde hebben dan deze: dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. En jullie zijn mijn vrienden. Jullie zullen mijn vrienden blijven als jullie maar bereid zijn te doen wat ik jullie heb geleerd. Jullie hebben mij Meester genoemd, maar ik noem jullie geen dienaren. Als jullie elkaar maar liefhebben zoals ik jullie liefheb, zullen jullie mijn vrienden zijn, en ik zal altijd met jullie spreken over wat de Vader mij openbaart.”

“Jullie hebben mij niet alleen uitgekozen, maar ik heb ook jullie uitgekozen, en ik heb jullie opgedragen om de wereld in te gaan om de vrucht van liefdevolle dienstbaarheid aan jullie medemensen voort te brengen, zoals ik onder jullie heb geleefd en de Vader aan jullie heb geopenbaard. De Vader en ik zullen beiden met jullie samenwerken, en jullie zullen de goddelijke volheid van vreugde ervaren als jullie maar mijn gebod gehoorzamen om elkaar lief te hebben, zoals ik jullie heb liefgehad.”

“Als jullie de vreugde van de Meester willen delen, moeten jullie zijn liefde delen. En zijn liefde delen betekent dat jullie zijn dienstbaarheid hebben gedeeld. Zo’n ervaring van liefde verlost jullie niet van de moeilijkheden van deze wereld; Het schept geen nieuwe wereld, maar het maakt de oude wereld wel degelijk nieuw.”

Houd in gedachten: Jezus eist loyaliteit, niet opoffering. Het besef van opoffering impliceert de afwezigheid van die oprechte genegenheid die zo’n liefdevolle dienst tot een opperste vreugde zou hebben gemaakt. Het idee van plicht betekent dat je dienstbaar bent en daardoor de machtige sensatie mist van het dienen als vriend en voor een vriend. De impuls van vriendschap overstijgt alle overtuigingen van plicht, en de dienst van een vriend voor een vriend kan nooit een opoffering worden genoemd. De Meester heeft de apostelen geleerd dat zij de kinderen van God zijn. Hij heeft hen broeders genoemd, en nu, voordat hij vertrekt, noemt hij hen zijn vrienden.

De wijnstok en de ranken

Toen stond Jezus weer op en vervolgde zijn onderricht aan zijn apostelen:

“Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. En de Vader verlangt van mij alleen dat jullie veel vrucht dragen. De wijnstok wordt alleen gesnoeid om de vruchtbaarheid van zijn ranken te vergroten. Elke rank die uit mij voortkomt en geen vrucht draagt, zal de Vader wegnemen. Elke rank die vrucht draagt, zal de Vader reinigen, zodat hij meer vrucht kan dragen. Jullie zijn al rein door het woord dat ik heb gesproken, maar jullie moeten rein blijven. Jullie moeten in mij blijven en ik in jullie; de rank zal sterven als hij van de wijnstok wordt gescheiden. Zoals de rank geen vrucht kan dragen als hij niet in de wijnstok blijft, zo kunnen jullie ook geen vruchten van liefdevolle dienstbaarheid voortbrengen als jullie niet in mij blijven. Onthoud: ik ben de ware wijnstok en jullie zijn de levende ranken. Wie in mij leeft en ik in hem, zal veel vrucht van de Spirit dragen en de opperste vreugde ervaren van het voortbrengen van deze spirituele oogst. Als u deze levende spirituele verbinding met mij onderhoudt, zult u overvloedig vrucht dragen. Als u in mij blijft en mijn woorden in u leven, zult u vrij met mij kunnen communiceren, en dan kan mijn levende spirit u zo doordringen dat u kunt vragen wat mijn spirit wil en dit alles kunt doen met de zekerheid dat de Vader ons gebed zal verhoren. Hierin wordt de Vader verheerlijkt: dat de wijnstok vele levende ranken heeft, en dat elke rank veel vrucht draagt. En wanneer de wereld deze vruchtdragende ranken ziet – mijn vrienden die elkaar liefhebben, zoals ik hen heb liefgehad – zullen alle mensen weten dat u werkelijk mijn discipelen bent.”

“Zoals de Vader mij heeft liefgehad, zo heb ik jullie liefgehad. Leef in mijn liefde, zoals ik leef in de liefde van de Vader. Als jullie doen zoals ik je geleerd heb, zult je in mijn liefde blijven, zoals ik het woord van de Vader heb bewaard en voor altijd in zijn liefde blijf.”

De Joden hadden lang geleerd dat de Messias “een tak zou zijn die voortkomt uit de wijnstok” van Davids voorouders, en ter nagedachtenis aan deze oude leer versierde een groot symbool van de druif en de daaraan bevestigde wijnstok de ingang van de tempel van Herodes. De apostelen herinnerden zich deze dingen allemaal terwijl de Meester die nacht in de bovenzaal tot hen sprak.

Maar er ging later groot verdriet gepaard met de verkeerde interpretatie van de gevolgtrekkingen van de Meester over gebed. Er zouden weinig problemen zijn geweest met deze leringen als zijn exacte woorden waren onthouden en vervolgens waarheidsgetrouw waren vastgelegd. Maar toen de vastlegging werd gemaakt, beschouwden gelovigen uiteindelijk het gebed in de naam van Jezus als een soort opperste magie, denkend dat ze van de Vader alles zouden ontvangen wat ze vroegen. Eeuwenlang hebben oprechte zielen hun geloof op dit struikelblok laten stranden. Hoe lang zal het duren voordat de wereld van gelovigen begrijpt dat gebed geen proces is om je zin te krijgen, maar eerder een programma om Gods weg te volgen, een ervaring van leren hoe je de wil van de Vader kunt herkennen en uitvoeren? Het is volkomen waar dat, wanneer je wil werkelijk in lijn is met de Zijne, je alles kunt vragen wat door die wilsvereniging wordt bedacht, en het zal je gegeven worden. En zo’n wilsvereniging wordt tot stand gebracht door en via Jezus, net zoals het leven van de wijnstok in en door de levende ranken stroomt.

Wanneer er deze levende verbinding tussen goddelijkheid en mensheid bestaat, en de mensheid gedachteloos en onwetend zou bidden om zelfzuchtig gemak en ijdele prestaties, zou er maar één goddelijk antwoord kunnen zijn: meer en meer vruchten van de spirit dragen aan de takken van de levende ranken. Wanneer de rank van de wijnstok leeft, kan er maar één antwoord zijn op al zijn gebeden: meer druiven dragen. In feite bestaat de rank alleen voor, en kan niets anders doen dan, vrucht dragen, druiven voortbrengen. En zo bestaat de ware gelovige alleen om de vruchten van de spirit te dragen: om de mens lief te hebben zoals hijzelf door God is liefgehad -dat wij elkaar zullen liefhebben, zoals Jezus ons heeft liefgehad.

En wanneer de corrigerende hand van de discipline van de Vader op de wijnstok wordt gelegd, gebeurt dat in liefde, opdat de ranken veel vrucht dragen. En een verstandige landman snijdt alleen de dode en vruchteloze ranken weg.

Jezus had er grote moeite mee om zelfs zijn apostelen te laten inzien dat gebed een functie is van uit de spirit geboren gelovigen in het door de spirit gedomineerde koninkrijk.

Vijandschap van de wereld

De elf waren nauwelijks gestopt met hun besprekingen over de wijnstok en de ranken, toen de Meester, die aangaf dat hij graag verder met hen wilde spreken en wist dat zijn tijd kort was, zei:

“Wanneer ik jullie heb verlaten, wees dan niet ontmoedigd door de vijandschap van de wereld. Wees niet terneergeslagen, zelfs niet wanneer kleinmoedige gelovigen zich tegen jullie keren en de handen ineenslaan met de vijanden van het koninkrijk. Als de wereld jullie haat, bedenk dan dat ze mij al haatte voordat ze jullie haatte. Als jullie van deze wereld waren, zou de wereld haar eigen volk liefhebben, maar omdat jullie dat niet zijn, weigert de wereld jullie lief te hebben. Jullie zijn IN deze wereld, maar jullie leven mag niet werelds zijn. Ik heb jullie uit de wereld gekozen om de spirit van een andere wereld te vertegenwoordigen, zelfs voor deze wereld waaruit jullie zijn gekozen. Maar onthoud altijd de woorden die ik tot jullie heb gesproken: De dienaar is niet groter dan zijn meester. Als ze mij durven te vervolgen, zullen ze ook jullie vervolgen. Als mijn woorden de ongelovigen aanstoot geven, zullen ook jullie woorden de goddelozen aanstoot geven. En dit alles zullen zij je aandoen omdat zij niet in mij geloven, noch in Hem Die mij gezonden heeft; zo zul je veel lijden omwille van mijn evangelie. Maar wanneer jullie deze verdrukkingen doorstaan, moet je je herinneren dat daarvóór ik ook al geleden heb omwille van dit evangelie van het hemelse koninkrijk.”

“Velen van hen die jullie zullen aanvallen, zijn onbekend met het licht van de hemel, maar dit geldt niet voor sommigen die ons nu vervolgen. Als wij hun de waarheid niet hadden geleerd, zouden zij veel vreemde dingen kunnen doen zonder veroordeeld te worden, maar nu zij het licht hebben gekend en het hebben verworpen, hebben zij geen excuus voor hun houding. Wie mij haat, haat Mijn Vader. Het kan niet anders; het licht dat jou zou redden als het werd aanvaard, kan jou alleen veroordelen als het willens en wetens wordt verworpen. En wat heb ik deze mensen aangedaan dat zij mij met zo’n vreselijke haat haten? Niets, behalve dat ik hun verbondendheid op aarde en verlossing in de hemel heb aangeboden. Maar hebt u in de Schrift niet het gezegde gelezen: ‘En zij haatten mij zonder reden’?”

“Maar Ik zal jullie niet alleen laten in de wereld. Zeer spoedig, nadat ik heengegaan ben, zal ik jullie een spirit-helper sturen. Je zult iemand bij je hebben die mijn plaats onder jullie zal innemen, iemand die jou de weg van de waarheid zal blijven leren, die jou zelfs zal troosten.”

“Laat je hart niet verontrust zijn. Je gelooft in God; blijf ook in mij geloven. Ook al moet ik je verlaten, ik zal niet ver van je zijn. Ik heb je al verteld dat er in het universum van mijn Vader veel verblijfplaatsen zijn. Als dit niet waar was, zou ik je er niet herhaaldelijk over verteld hebben. Ik ga terugkeren naar deze werelden van licht, stations in de hemel van de Vader waarheen jij ooit zult opstijgen. Vanuit deze plaatsen kwam ik naar deze wereld, en het uur is nu nabij dat ik moet terugkeren naar het werk van mijn Vader in de hemelse sferen.”

“Als ik aldus voor jullie uitga naar het hemelse koninkrijk van de Vader, zal ik jullie zeker laten halen, zodat je met mij kunt zijn in de plaatsen die voor de sterfelijke zonen van God zijn voorbereid voordat deze wereld bestond. Ook al moet ik jullie verlaten, ik zal in spirit bij jullie zijn, en uiteindelijk zul je persoonlijk bij mij zijn wanneer je naar mij bent opgestegen in mijn universum, net zoals ik op het punt sta op te stijgen naar mijn Vader in zijn grotere universum. En wat ik je heb verteld is waar en eeuwigdurend, ook al begrijp je het misschien niet volledig. Ik ga naar de Vader, en hoewel je mij nu niet kunt volgen, zul je mij zeker volgen in de komende eeuwen.”

Toen Jezus ging zitten, stond Thomas op en zei: “Meester, wij weten niet waar u heen gaat; dus kennen wij de weg natuurlijk ook niet. Maar wij zullen u vannacht volgen, als u ons de weg wijst.”

Toen Jezus Thomas hoorde, antwoordde hij: “Thomas, Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij. Allen die de Vader vinden, vinden eerst mij. Als je mij kent, ken je de weg naar de Vader. En je kent mij, want je hebt met mij geleefd en nu zie je mij.

Maar deze leer was te diep voor veel apostelen, vooral voor Filippus, die, na een paar woorden met Nathanaël gesproken te hebben, opstond en zei: “Meester, laat ons de Vader zien, en alles wat u gezegd hebt, zal duidelijk worden.”

En toen Filippus gesproken had, zei Jezus: “Filippus, ben ik al zo lang bij je en ken je me nu nog niet? Opnieuw verklaar ik: wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe kun je dan zeggen: toon ons de Vader? Geloof je niet dat ik in de Vader ben en de Vader in mij? Heb ik je niet geleerd dat de woorden die ik spreek, niet mijn woorden zijn, maar de woorden van de Vader? Ik spreek namens de Vader en niet namens mijzelf. Ik ben in deze wereld om de wil van de Vader te doen, en die heb ik gedaan. Mijn Vader verblijft in mij en werkt door mij. Geloof me wanneer ik zeg dat de Vader in mij is en dat ik in de Vader ben, of geloof me anders omwille van het leven dat ik geleefd heb – omwille van het werk.”

Terwijl de Meester zich afzonderde om zich met water te verfrissen, raakten de elf in een levendige discussie over deze leringen verwikkeld, en Petrus was net begonnen aan een uitgebreide toespraak toen Jezus terugkeerde en hen wenkte te gaan zitten.

De Beloofde Helper

Jezus vervolgde zijn onderricht en zei: “Wanneer ik naar de Vader ben gegaan, en nadat Hij het werk dat ik voor jullie op aarde heb gedaan volledig heeft aanvaard, en nadat ik de uiteindelijke heerschappij over mijn eigen domein heb ontvangen, zal ik tegen mijn Vader zeggen: nu ik mijn kinderen alleen op aarde heb gelaten, is het overeenkomstig mijn belofte om hen een andere leraar te sturen. En wanneer de Vader het goedkeurt, zal ik de Spirit van Waarheid uitstorten over alle lichamen. De Mentor-Spirit van mijn Vader is al in jullie harten, en wanneer deze dag komt, zullen jullie mij ook bij jullie hebben, zoals jullie nu de Vader bij jullie hebben. Deze nieuwe gift is de Spirit van levende Waarheid. De ongelovigen zullen aanvankelijk niet luisteren naar de leringen van deze Spirit, maar de zonen van het licht zullen hem allen met blijdschap en met een heel hart ontvangen. En jullie zullen deze Spirit kennen wanneer hij komt, zoals jullie mij hebben gekend, en jullie zullen deze git in jullie harten ontvangen, en Hij zal bij jullie blijven. Zo nemen jullie waar dat ik jullie niet zonder hulp en leiding zal achterlaten. Ik zal jullie niet verlaten. Vandaag kan ik alleen persoonlijk bij jullie zijn. In de komende tijden zal ik bij jullie zijn en bij alle andere mensen die mijn aanwezigheid verlangen, waar jullie je ook bevinden, en bij ieder van jullie tegelijk. Begrijpen jullie niet dat het beter voor mij is om weg te gaan; dat ik jullie in het sterfelijke lichaam achterlaat, zodat ik des te beter en des te vollediger bij jullie kan zijn in de spirit?

“Over een paar uur zal de wereld mij niet meer zien; maar jullie zullen mij in jullie harten blijven kennen, zelfs totdat ik jullie deze nieuwe leraar zend, de Spirit van Waarheid. Zoals ik persoonlijk bij jullie heb geleefd, zo zal ik in jullie leven. Ik zal één zijn met jullie persoonlijke ervaring in het rijk van spirit. En wanneer dit is gebeurd, zullen jullie zeker weten dat ik in de Vader ben, en dat, terwijl jullie leven met de Vader in mij verborgen is, ik ook in jullie ben. Ik heb de Vader liefgehad en Zijn woord gehouden; jullie hebben mij liefgehad en je zult mijn woord bewaren. Zoals mijn Vader mij van zijn spirit heeft gegeven, zo zal ik aan jullie van mijn spirit geven. En deze Spirit van Waarheid die ik je zal schenken, zal je leiden en troosten en je uiteindelijk in alle waarheid leiden.”

“Ik vertel jullie deze dingen terwijl ik nog bij je ben, zodat je beter voorbereid zult zijn om de beproevingen te doorstaan die ons nu al treffen. En wanneer deze nieuwe dag aanbreekt, zullen zowel de Zoon als de Vader in je wonen. En deze gaven van de hemel zullen altijd met elkaar samenwerken, zoals de Vader en ik op aarde en voor jullie ogen hebben gewerkt als één persoon, de MensenZoon. En deze Spirit-vriend zal je alles in herinnering brengen wat ik je heb geleerd.”

Terwijl de Meester even pauzeerde, durfde Judas Alpheus een van de weinige vragen te stellen die hij of zijn broer ooit in het openbaar aan Jezus stelden. Judas Alpheus zei: “Meester, u hebt altijd als een vriend onder ons geleefd; hoe zullen wij u kennen als u zich niet langer aan ons openbaart behalve door deze Spirit? Als de wereld u niet ziet, hoe zullen wij dan zeker van u zijn? Hoe zult u zich aan ons tonen?”

Jezus keek op hen allen neer, glimlachte, en zei: “Mijn kleine kinderen, ik ga weg, terug naar mijn Vader. Binnenkort zullen jullie mij niet meer zien zoals jullie mij hier zien, als vlees en bloed. Binnenkort zal ik jullie mijn spirit sturen, net als ik, behalve dan dit stoffelijke lichaam. Deze nieuwe leraar is de Spirit van Waarheid die met ieder van jullie zal leven, in jullie harten, en zo zullen alle kinderen van het licht één worden en tot elkaar aangetrokken worden. En op deze manier zullen mijn Vader en ik in de ziel van ieder van jullie kunnen leven en ook in de harten van alle andere mensen die van ons houden en die liefde werkelijkheid maken in hun ervaringen door elkaar lief te hebben, net zoals ik nu van jullie houd.”

Judas Alpheus begreep niet helemaal wat de Meester zei, maar hij begreep de belofte van de nieuwe leraar, en aan de uitdrukking op het gezicht van Andreas zag hij dat zijn vraag bevredigend was beantwoord.

De Spirit van Waarheid

De nieuwe helper die Jezus beloofde te zenden in de harten van gelovigen, beloofde uit te storten over alle lichamen, is de Spirit van Waarheid. Deze goddelijke gift is niet de letter of wet van de waarheid, en ook dient ze niet te functioneren als de vorm of uitdrukking van de waarheid. De nieuwe leraar is de overtuiging van de waarheid, het bewustzijn en de zekerheid van ware betekenissen op werkelijke spirituele niveaus. En deze nieuwe leraar is de spirit van levende en groeiende waarheid, zich uitbreidende, ontvouwende en zich aanpassende waarheid.

Goddelijke waarheid is een door de spirit waargenomen en levende werkelijkheid. Waarheid bestaat alleen op de hoge spirituele niveaus van de realisatie van goddelijkheid en het bewustzijn van verbondenheid met God. Je kunt de waarheid kennen en je kunt de waarheid leven; je kunt de groei van waarheid in de ziel ervaren en genieten van de vrijheid van haar verlichting in de spirit, maar je kunt waarheid niet gevangen houden in formules, codes, geloofsbelijdenissen of intellectuele patronen van menselijk gedrag. Wanneer je de menselijke formulering van goddelijke waarheid op je neemt, sterft ze snel. De redding van die al gestorven en gevangen waarheid kan, zelfs in het beste geval, slechts resulteren in de realisatie van een bijzondere vorm van geïntellectualiseerde, verheerlijkte wijsheid. Statische waarheid is dode waarheid, en alleen dode waarheid kan als theorie worden aangehouden. Levende waarheid is dynamisch en kan slechts een ervaringsgericht bestaan in de menselijke spirit genieten.

Intelligentie groeit uit een materieel bestaan dat verlicht wordt door de aanwezigheid van de kosmische mind. Wijsheid omvat het bewustzijn van kennis die verheven is tot nieuwe betekenisniveaus en geactiveerd wordt door de aanwezigheid van de universele gave van de mind-spirit van wijsheid. Waarheid is een spirituele realiteitswaarde die alleen ervaren wordt door met spirit begiftigde wezens die functioneren op boven-materiële niveaus van universumbewustzijn, en die, na het besef van de waarheid, de spirit van activering ervan in hun ziel laten leven en heersen.

Het ware kind van universum-inzicht zoekt in elke wijze uitspraak naar de levende Spirit van Waarheid. Het God-kennende individu verheft wijsheid voortdurend tot de niveaus van levende waarheid van goddelijke verwezenlijking. De spiritueel niet-progressieve ziel sleept de levende waarheid voortdurend naar de dode niveaus van wijsheid en naar het domein van louter verheven kennis.

De gouden regel [dat is het gebod dat Jezus als laatste gaf, namelijk: je medemens liefhebben zoals Jezus ons allen liefhad], ontdaan van het boven-menselijke inzicht van de Spirit van Waarheid, wordt niets meer dan een regel voor hoog ethisch gedrag. De gouden regel, letterlijk geïnterpreteerd, kan een instrument worden van grote ergernis voor iemands medemens. Zonder een spiritueel inzicht in de gouden regel van wijsheid zou je kunnen redeneren dat, aangezien je wenst dat alle mensen de volledige en openhartige waarheid van hun gedachten met je delen, je daarom ook volledig en openhartig al je gedachten met je medemensen zou moeten delen. Een dergelijke onspirituele interpretatie van de gouden regel kan leiden tot onnoemelijk veel verdriet en niet-gelukkig-zijn.

Sommige mensen onderscheiden en interpreteren de gouden regel als een puur intellectuele bevestiging van menselijke broederschap.

Anderen ervaren deze uiting van menselijke relaties als een emotionele bevrediging van de tedere gevoelens van de menselijke persoonlijkheid.

Een andere sterveling herkent deze zelfde gouden regel als de maatstaf voor alle sociale relaties, de standaard van sociaal gedrag.

Weer anderen beschouwen het als de positieve opdracht van een grote morele leraar die in deze uitspraak het hoogste concept van morele verplichting met betrekking tot alle broederlijke relaties belichaamde. In het leven van zulke morele wezens wordt de gouden regel het wijze centrum en de omtrek van al hun filosofie.

In het koninkrijk van de gelovige broederschap van God-kennende waarheidslievende mensen, neemt deze gouden regel levende kwaliteiten aan van spirituele realisatie op die hogere niveaus van interpretatie die de sterfelijke kinderen van God ertoe brengen dit gebod van de Meester te beschouwen als een vereiste dat jij je zo tot je medemensen verhoudt dat de medemens het hoogst mogelijke goed zal ontvangen als gevolg van jouw contact -als gelovige- met hen. Dit is de essentie van ware religie: dat je je naaste liefhebt als jezelf.

Maar de hoogste realisatie en de meest ware interpretatie van de gouden regel bestaat in het bewustzijn van de spirit van de waarheid van de blijvende en levende realiteit van zo’n goddelijke verklaring. [dat je je in de spirit bewust bent van het feit dat die goddelijke verklaring (de gouden regel) blijvende en levende realiteit is] De ware kosmische betekenis van deze regel van universele relaties wordt alleen onthuld in zijn spirituele realisatie, namelijk in de interpretatie van deze gedragswet door de Spirit van de Zoon aan de Mentor-Spirit van de Vader die in de ziel van de sterfelijke mens woont.  En wanneer zulke door de spirit geleide stervelingen de ware betekenis van deze gouden regel beseffen, raken ze overvol van de zekerheid van burgerschap in een vriendelijk universum, en hun idealen van spirituele werkelijkheid worden pas bevredigd wanneer ze hun medemens liefhebben zoals Jezus ons allen liefhad, en dat is dan de werkelijkheid van de realisatie van de liefde van God. [uiteindelijk wordt de gouden regel dan: heb elkaar lief, heb ook Jezus lief, zoals God ons lief heeft! Maar wat GODS LIEFDE precies is en omvat, kunnen wij alleen weten in en via zijn Zoon, die de weg en de waarheid voor ons is].

Deze zelfde filosofie van de levende flexibiliteit en kosmische aanpasbaarheid van goddelijke waarheid aan de individuele behoeften en capaciteiten van ieder kind van God, moet worden begrepen voordat je kunt hopen de leer en praktijk van de Meester van het niet-verzetten tegen het kwaad [non-resistance] adequaat te begrijpen. De leer van de Meester is in wezen een spirituele uitspraak. Zelfs de materiële implicaties van zijn filosofie kunnen niet op een nuttige manier los van hun spirituele correlaties worden beschouwd. De spirit van de opdracht van de Meester is tweeledig en bestaat uit:

  • het je niet-verzetten tegen elke zelfzuchtige / egoistische [= niet-liefdevolle] reactie op het universum;
  • gekoppeld aan het (tegelijk) krachtig en progressief bereiken van rechtvaardige niveaus van ware spirituele waarden: goddelijke schoonheid, oneindige goedheid en eeuwige waarheid –om God te kennen en steeds meer op Hem te lijken.

Liefde, onzelfzuchtigheid, moet een constante en levende, her-aanpassende interpretatie van relaties ondergaan in overeenstemming met de leiding van de Spirit van Waarheid. Liefde moet daarbij de steeds veranderende en zich uitbreidende concepten bevatten van het hoogste kosmische goed van het individu dat geliefd wordt. En vervolgens neemt liefde dezelfde houding aan ten opzichte van alle andere individuen die mogelijk beïnvloed zouden kunnen worden door de groeiende en levende relatie van de liefde van een door de spirit geleide sterveling voor andere burgers van het universum. En deze hele levende aanpassing van liefde moet tot stand komen in het licht van zowel de omgeving van het huidige kwaad als het eeuwige doel van de vervolmaking van de goddelijke bestemming. [met andere woorden: die hele toepassing van Liefde, die hele “constante en levende interpretatie”, vindt plaats tussen de twee “polen” van “het huidige kwaad” en ons meer eeurwige doel dat we volmaakt willen worden zoals God volmaakt is.]

En dus moeten we duidelijk erkennen dat noch de gouden regel, noch de leer van geweldloosheid ooit juist begrepen kunnen worden als dogma’s of voorschriften. Ze kunnen alleen begrepen worden door ze te leven, door hun betekenis te realiseren in de levende interpretatie van de Spirit van Waarheid, die het liefdevolle contact van de ene mens met de andere leidt.

En dit alles geeft duidelijk het verschil aan tussen de oude en de nieuwe religie. De oude religie leerde zelfopoffering; de nieuwe religie leert slechts jezelf-vergeten, versterkte zelfrealisatie in verbondenheid met maatschappelijke dienstverlening en begrip van het universum.

De oude religie werd gemotiveerd door angst-bewustzijn; het nieuwe evangelie van het koninkrijk wordt gedomineerd door waarheids-overtuiging, de spirit van eeuwige en universele waarheid. En je kunt nog zo “vroom” zijn, of trouw aan een geloofsbelijdenis maar daarmee kun je nooit compenseren voor een afwezigheid in je levenservaring als gelovige in het koninkrijk van die spontane, genereuze en oprechte vriendelijkheid die de uit de spirit geboren kinderen van de levende God kenmerkt. Noch traditie, noch een ceremonieel systeem van formele eredienst kan het gebrek aan oprecht mededogen met de medemens goedmaken.

De noodzaak om te vertrekken

Nadat Petrus, Jacobus, Johannes en Mattheus de Meester talloze vragen hadden gesteld, vervolgde hij zijn afscheidsrede met de woorden:

“En ik vertel jullie dit alles voordat ik jullie verlaat, zodat jullie zo voorbereid zijn op wat jullie te wachten staat dat jullie niet in een ernstige dwaling zullen vervallen. De autoriteiten zullen er niet tevreden mee zijn om jullie alleen maar uit de synagogen te zetten. Ik waarschuw jullie, het uur komt dichterbij dat zij die jullie doden, zullen denken dat ze God een dienst bewijzen. En dit alles zullen ze jullie en degenen die jullie het hemelse koninkrijk binnenleiden, aandoen, omdat ze de Vader niet kennen. Ze hebben geweigerd de Vader te kennen door te weigeren mij te ontvangen. En ze weigeren mij te ontvangen wanneer ze jullie afwijzen, als jullie je tenminste houden aan mijn nieuwe gebod, dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad. Ik vertel jullie dit van tevoren, zodat jullie, wanneer jullie uur komt, zoals het mijne nu is, gesterkt zullen zijn, in de wetenschap dat alles mij bekend was en dat mijn spirit met je zal zijn in al je lijden omwille van mij en het evangelie. Daarom heb ik vanaf het begin zo openhartig tot jullie gesproken. Ik heb je zelfs gewaarschuwd dat iemands vijanden zijn eigen huisgenoten kunnen zijn. Hoewel dit evangelie van het koninkrijk nooit nalaat grote vrede te brengen aan de ziel van de individuele gelovige, zal het geen vrede op aarde brengen totdat de mens bereid is mijn leer van harte te geloven en de praktijk van het doen van de wil van de Vader te vestigen als het belangrijkste doel van het leven in dit sterfelijke lichaam.

“Nu ik jullie verlaat, aangezien het uur is gekomen dat ik op het punt sta naar de Vader te gaan, verbaast het mij dat niemand van jullie mij heeft gevraagd: ‘Waarom verlaat u ons?’ Niettemin weet ik dat je zulke vragen in je hart stelt. Ik zal openhartig tot jullie spreken, als vrienden onder elkaar. Het is werkelijk nuttig voor jullie dat ik wegga. Als ik niet wegga, kan de nieuwe leraar niet in jullie harten komen. Ik moet van dit sterfelijke lichaam worden ontdaan en hersteld in mijn plaats in de hemel voordat ik deze Spirit-Leraar kan sturen om in jullie ziel te wonen en jullie spirit naar de waarheid te leiden. En wanneer mijn Spirit van Waarheid in jullie komt wonen, zal hij het verschil tussen zonde en gerechtigheid verhelderen en jullie in staat stellen er wijs over te oordelen.”

“Ik heb jullie nog veel te zeggen, maar jullie kunnen het nu niet langer volhouden. Maar wanneer hij, de Spirit van Waarheid, komt, zal hij jullie uiteindelijk in alle waarheid leiden terwijl jullie door de vele verblijfplaatsen in het universum van mijn Vader reizen.”

“Deze Spirit zal niet uit zichzelf spreken, maar hij zal jullie verkondigen wat de Vader aan de Zoon heeft geopenbaard, en hij zal jullie zelfs de toekomstige dingen verkondigen; hij zal mij verheerlijken, zoals ik mijn Vader heb verheerlijkt. Deze Spirit komt van mij voort, en hij zal mijn waarheid aan jullie openbaren. Alles wat de Vader in dit domein heeft, is nu van mij; daarom zei ik dat deze nieuwe leraar zal nemen uit wat van mij is en het aan jullie zal openbaren.”

“Nog even en ik zal jullie voor een korte tijd verlaten. Daarna, wanneer jullie mij weerzien, zal ik al op weg zijn naar de Vader, zodat jullie mij zelfs dan niet lang zullen zien.”

Terwijl hij even pauzeerde, begonnen de apostelen met elkaar te praten: “Wat zegt hij ons? ‘Nog even en ik zal jullie verlaten’, en ‘Wanneer jullie mij weerzien, zal het niet lang duren, want ik zal op weg zijn naar de Vader.’ Wat kan hij bedoelen met dit ‘nog even’ en ‘niet lang’? We kunnen niet begrijpen wat hij ons zegt.”

En omdat Jezus wist dat ze deze vragen stelden, zei hij: “Vragen jullie je onder elkaar af wat ik bedoelde toen ik zei dat ik binnenkort niet meer bij je zou zijn, en dat ik, wanneer je mij weer zou zien, op weg zou zijn naar de Vader? Ik heb jullie duidelijk gezegd dat de MensenZoon moet sterven, maar dat hij zal opstaan. Kun je dan de betekenis van mijn woorden niet begrijpen? Eerst zul je bedroefd zijn, maar later zul je je verheugen met velen die deze dingen zullen begrijpen nadat ze zijn gebeurd. Een vrouw is inderdaad bedroefd in het uur van haar barensnood, maar wanneer ze eenmaal van haar kind is bevallen, vergeet ze onmiddellijk haar angst, in de vreugde van de wetenschap dat er een mens ter wereld is gekomen. En zo zullen jullie ook treuren om mijn heengaan, maar ik zal jullie spoedig weerzien, en dan zal je verdriet in vreugde veranderen, en er zal tot jullie een nieuwe openbaring komen van de redding van God die niemand jullie ooit kan ontnemen. En al de werelden zullen gezegend worden in dezelfde openbaring van leven die de omverwerping van de dood bewerkstelligt. Tot nu toe hebben jullie al je verzoeken in de naam van mijn Vader gedaan. Nadat je mij weer zult zien, kun je ook in mijn naam vragen, en ik zal je horen.”

“Hier beneden heb ik jullie in spreuken onderwezen en in parabels tot u gesproken. Ik deed dit omdat jullie nog maar kinderen in de spirit waren. Maar de tijd komt dat ik duidelijk tot jullie zal spreken over de Vader en Zijn koninkrijk. En ik zal dit doen omdat de Vader Zelf jullie liefheeft en wenst dat hij vollediger aan jullie wordt geopenbaard. De sterfelijke mens kan de spirituele Vader niet zien. Daarom ben ik in de wereld gekomen om de Vader aan uw schepselogen te tonen. Maar wanneer jullie volmaakt zijn geworden in spirituele groei, zul je de Vader Zelf zien.”

Toen de elf hem hadden horen spreken, zeiden ze tot elkaar: “Zie, hij spreekt duidelijk tot ons. De Meester is zeker van God gekomen. Maar waarom zegt hij dat hij naar de Vader moet terugkeren? En Jezus zag dat ze hem nog niet begrepen. Deze elf mannen konden niet loskomen van hun lang gekoesterde ideeën over het Joodse concept van de Messias. Hoe meer zij geloofden in Jezus als de Messias, des te meer last zij hadden van deze diep gewortelde ideeën over de glorieuze materiële triomf van het koninkrijk op aarde.

Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 180 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org