Op de binnenplaats van Nicodemus

De zestiende morontia-openbaring van Jezus vond plaats op vrijdag 5 mei, rond negen uur ’s avonds in de binnenplaats van Nicodemus. Op die avond hadden de gelovigen in Jeruzalem hun eerste poging gedaan om sinds de opstanding bijeen te komen. Op dat moment waren hier de elf apostelen, het vrouwenkorps en hun metgezellen, en ongeveer vijftig andere vooraanstaande discipelen van de Meester, waaronder een aantal Grieken, bijeengekomen. Deze groep gelovigen was al meer dan een half uur informeel op bezoek toen de morontia-Meester plotseling in het volle zicht verscheen en hen onmiddellijk begon te onderwijzen. Jezus zei:

“Vrede zij met u. Dit is de meest representatieve groep gelovigen – apostelen en discipelen, zowel mannen als vrouwen – aan wie ik ben verschenen sinds de tijd van mijn verlossing uit het lichaam. Ik roep u nu tot getuige dat ik u van tevoren heb gezegd dat mijn verblijf onder u ten einde moet komen. Ik heb u gezegd dat ik spoedig naar de Vader moet terugkeren. En toen heb ik u duidelijk verteld hoe de hogepriesters en de leiders van de Joden mij zouden overleveren om ter dood gebracht te worden, en dat ik uit het graf zou opstaan. Waarom hebt u zich dan door dit alles zo laten verontrusten toen het gebeurde? En waarom was u zo verbaasd toen ik op de derde dag uit het graf opstond? U hebt mij niet geloofd omdat u mijn woorden hoorde zonder de betekenis ervan te begrijpen.”

“En nu moet u naar mijn woorden luisteren, zodat jullie niet opnieuw de fout maken om mijn leer met het verstand te horen, terwijl jullie in jullie hart de betekenis niet begrijpen. Vanaf het begin van mijn verblijf als een van jullie heb ik jullie geleerd dat het mijn enige doel was om mijn Vader in de hemel aan zijn kinderen op aarde te openbaren. Ik heb de God-openbarende missie geleefd, zodat jullie de God-kennende loopbaan zouden kunnen ervaren. Ik heb God geopenbaard als jullie Vader in de hemel; ik heb jullie geopenbaard als de kinderen van God op aarde. Het is een feit dat God van jullie houdt, zijn kinderen. Door geloof in mijn woord wordt dit feit een eeuwige en levende waarheid in jullie harten. Wanneer jullie, door levend geloof, goddelijk God-bewust worden, worden jullie geboren uit de spirit als kinderen van licht en leven, ja, het eeuwige leven waarmee jullie het universum van universa zullen beklimmen en de ervaring zullen bereiken van het vinden van God de Vader in het Paradijs.”

“Ik spoor jullie krachtig aan om er altijd aan te denken dat je missie onder de mensen is om het evangelie van het koninkrijk te verkondigen – de realiteit van het vaderschap van God en de waarheid van het kind-van-God-zijn van de mens. Verkondig de hele waarheid van het goede nieuws, niet slechts een deel van het reddende evangelie. Je boodschap wordt niet veranderd door mijn opstandingservaring. Kind-van-God-zijn, door geloof, is nog steeds de reddende waarheid van het evangelie van het koninkrijk. Je moet eropuit gaan om de liefde van God en de dienstverlening aan de mens te prediken. Wat de wereld het meest moet weten is: mensen zijn de kinderen van God, en door geloof kunnen ze deze veredelende waarheid daadwerkelijk beseffen en dagelijks ervaren. Mijn missie zou alle mensen moeten helpen te weten dat ze de kinderen van God zijn, maar die kennis zal niet volstaan als ze er niet in slagen om persoonlijk door geloof de reddende waarheid te begrijpen dat ze de levende spirit-kinderen van de eeuwige Vader zijn. Het evangelie van het koninkrijk gaat over de liefde van de Vader en de dienstverlening door Zijn kinderen op aarde.”

“Onder elkaar, hier, delen jullie de kennis dat ik uit de dood ben opgestaan, maar dat is niet vreemd. Ik heb de macht om mijn leven af te leggen en het weer op te nemen; de Vader geeft zulke macht aan zijn Paradijszonen. Jullie zouden veeleer in jullie harten geraakt moeten worden door de wetenschap dat de doden van een tijdperk de eeuwige hemelvaart zijn ingegaan kort nadat ik Jozefs nieuwe graf verliet. Ik leefde mijn leven in het lichaam om te laten zien hoe jullie, door liefdevolle dienstbaarheid, God-openbarend kunnen worden voor jullie medemensen, net zoals ik, door jullie lief te hebben en jullie te dienen, God-openbarend ben geworden voor jullie. Ik heb onder jullie geleefd als de MensenZoon, zodat jullie, en alle andere mensen, zouden weten dat jullie allen inderdaad kinderen van God zijn. Ga daarom nu de hele wereld in om dit evangelie van het hemelse koninkrijk aan alle mensen te prediken. Heb alle mensen lief zoals ik jullie heb liefgehad; dien jullie medemensen zoals ik jullie heb gediend. Gratis hebben jullie ontvangen, geef ook gratis. Blijf slechts hier in Jeruzalem terwijl ik naar de Vader ga, en totdat ik jullie de Spirit van Waarheid zend. Hij zal jullie leiden in de ruimere waarheid, en ik zal met jullie gaan in de hele wereld. Ik ben altijd met jullie, en mijn vrede laat ik jullie.”

Toen de Meester tot hen had gesproken, verdween hij uit hun zicht. Het was bijna dageraad voordat deze gelovigen zich verspreidden; de hele nacht bleven ze bij elkaar, ernstig de aansporingen van de Meester besprekend en alles overpeinzend wat hun was overkomen. Jacobus Zebedeüs en andere apostelen vertelden hun ook over hun ervaringen met de morontia-Meester in Galilea en verhaalden hoe hij drie keer aan hen was verschenen.

De verschijning te Sychar

Rond vier uur ’s middags op sabbath 13 mei verscheen de Meester aan Nalda en ongeveer vijfenzeventig Samaritaanse gelovigen bij de bron van Jacob in Sychar. De gelovigen kwamen gewoonlijk op deze plaats bijeen, vlakbij de plek waar Jezus met Nalda over het water van leven had gesproken. Op deze dag, net toen ze hun besprekingen over de gemelde opstanding hadden beëindigd, verscheen Jezus plotseling voor hen en zei:

“Vrede zij met u. U verheugt zich te weten dat Ik de opstanding en het leven ben, maar dit zal u niets opleveren tenzij u eerst geboren bent uit de eeuwige spirit, waardoor u door geloof de gift van het eeuwige leven ontvangt. Als jullie de geloofskinderen van mijn Vader zijn, zul je nooit sterven; je zult niet verloren gaan. Het evangelie van het koninkrijk heeft jullie geleerd dat alle mensen kinderen van God zijn. En dit goede nieuws over de liefde van de hemelse Vader voor zijn kinderen op aarde moet naar de hele wereld worden gebracht. De tijd is gekomen dat je God niet op Gerizim aanbidt en ook niet in Jeruzalem, maar waar je bent, zoals je bent, in spirit en in waarheid. Het is je geloof dat de redding is van je ziel. Verlossing is de gift van God aan allen die geloven dat zij zijn kinderen zijn. Maar laat je niet misleiden; terwijl verlossing de vrije gift van God is en wordt gegeven aan allen die het in geloof aanvaarden, volgt daarop de ervaring van het dragen van de vruchten van dit spirituele leven zoals dat in het lichaam wordt geleefd. De aanvaarding van de leer van het vaderschap van God impliceert dat je ook vrijwillig de daarmee verbonden waarheid van de broederschap van de mensen aanvaardt. En als de mens je broeder of zuster is, is die mens dat zelfs meer dan je naaste, van wie de Vader verlangt dat je hem liefhebt als jezelf. Je broeder of zuster, die tot je eigen familie behoort, zul je niet alleen liefhebben met een familieliefde, maar je zult hem of haar ook dienen zoals je jezelf zou dienen. En je zult zo je broeder of zuster liefhebben en dienen, omdat jullie, als mijn broeders en zusters, zo door mij bent bemind en gediend. Ga dan de hele wereld in en verkondig dit goede nieuws aan alle schepselen van elk ras, elke stam en elk volk. Mijn spirit zal voor jullie uitgaan en Ik zal altijd met jullie zijn.”

Deze Samaritanen waren zeer verbaasd over deze verschijning van de Meester, en ze haastten zich naar de nabijgelegen steden en dorpen, waar ze het nieuws verspreidden dat ze Jezus hadden gezien en dat Hij met hen had gesproken. En dit was de zeventiende morontia-verschijning van de Meester.

De Phenicische verschijning

De achttiende morontia-verschijning van de Meester vond plaats in Tyrus, op dinsdag 16 mei, iets voor negen uur ’s avonds. Opnieuw verscheen hij aan het einde van een bijeenkomst van gelovigen, toen ze op het punt stonden uiteen te gaan, en zei:

“Vrede zij met u. U verheugt zich te weten dat de MensenZoon uit de dood is opgestaan, omdat u daardoor weet dat u en uw broeders ook de sterfelijke dood zullen overleven. Maar zo’n overleving is afhankelijk van het feit dat u eerder geboren bent uit de spirit van waarheid-zoeken en God-vinden. Het brood van leven en het water daarvan worden alleen gegeven aan hen die hongeren naar waarheid en dorsten naar rechtschapenheid – naar God. Het feit dat de doden opstaan, is niet het evangelie van het koninkrijk. Deze grote waarheden en deze universum-feiten zijn allemaal gerelateerd aan dit evangelie, omdat ze deel uitmaken van het resultaat van het geloven in het goede nieuws. En omdat ze worden omarmd in de daaropvolgende ervaring van hen die, door geloof, in daad en in waarheid, de eeuwige kinderen van de eeuwige God worden. Mijn Vader heeft mij in de wereld gezonden om deze redding van het kind-van-God-zijn aan alle mensen te verkondigen. En zo zend ik jullie naar het buitenland om deze redding van het kind-van-God-zijn te prediken. Redding is de vrije gift van God, maar zij die uit de spirit geboren zijn, zullen onmiddellijk de vruchten van de spirit beginnen te vertonen in liefdevolle dienstbaarheid aan hun medemensen. En de vruchten van de goddelijke spirit die voortkomen uit het leven van uit de spirit geboren en God-kennende stervelingen zijn: liefdevolle dienstbaarheid, onzelfzuchtige toewijding, moedige loyaliteit, oprechte rechtvaardigheid, verlichte eerlijkheid, onsterfelijke hoop, vast vertrouwen, barmhartige bediening, onfeilbare goedheid, vergevende tolerantie en blijvende vrede. Als belijdende gelovigen deze vruchten van de goddelijke spirit niet in hun leven dragen, zijn ze dood; de Spirit van Waarheid is niet in hen; ze zijn nutteloze takken aan de levende wijnstok en ze zullen spoedig worden weggenomen. Mijn Vader verlangt van de kinderen van het geloof dat ze veel spirituele vrucht dragen. Als je daarom niet vruchtbaar bent, zal Hij je wortels omspitten en je onvruchtbare takken wegsnijden. Je moet steeds meer de vruchten van de spirit voortbrengen naarmate je hemelwaarts vordert in het koninkrijk van God. Je mag het koninkrijk binnengaan als een kind, maar de Vader verlangt dat je door genade opgroeit tot de volle status van spirituele volwassenheid. En wanneer je eropuit gaat om alle volken het goede nieuws van dit evangelie te verkondigen, zal Ik voor je uit gaan en mijn Spirit van Waarheid zal in jullie harten wonen. Mijn vrede laat Ik jullie na.”

En toen verdween de Meester uit hun zicht. De volgende dag gingen er van deze groep mensen uit die dit verhaal uit Tyrus naar Sidon en zelfs naar Antiochië en Damascus brachten. Jezus was bij deze gelovigen geweest toen hij in het lichaam was, en ze herkenden hem snel toen hij hen begon te onderwijzen. Hoewel zijn vrienden zijn morontia-gedaante niet meteen herkenden wanneer hij zichtbaar werd gemaakt, hadden ze nooit moeite om zijn persoonlijkheid te identificeren wanneer hij tot hen sprak.

Laatste verschijning in Jeruzalem

Vroeg op donderdagochtend, 18 mei, verscheen Jezus voor het laatst op aarde als een morontia-persoonlijkheid. Toen de elf apostelen op het punt stonden aan te schuiven voor het ontbijt in de bovenzaal van het huis van Maria Marcus, verscheen Jezus aan hen en zei:

“Vrede zij met u. Ik heb jullie gevraagd hier in Jeruzalem te blijven totdat Ik opstijg naar de Vader, totdat Ik jullie de Spirit van Waarheid zend, die spoedig zal worden uitgestort over alle lichamen en die jullie kracht uit de hemel zal schenken.”

Simon Zelotes onderbrak Jezus en vroeg: “Meester, zult u dan het koninkrijk herstellen en zullen wij de glorie van God op aarde zien verschijnen?”

Toen Jezus naar Simons vraag had geluisterd, antwoordde Hij: “Simon, je houdt nog steeds vast aan je oude ideeën over de Joodse Messias en het materiële koninkrijk. Maar je zult spirituele kracht ontvangen nadat de Spirit van Waarheid op je is neergedaald, en je zult binnenkort de hele wereld ingaan om dit evangelie van het koninkrijk te prediken. Zoals de Vader mij in de wereld heeft gezonden, zo zend ik jullie. En ik wil dat jullie elkaar liefhebben en vertrouwen. Judas is niet meer bij jullie, omdat zijn liefde is verkoeld en omdat hij weigerde jullie, zijn loyale broeders, te vertrouwen. Heb je niet in de Schrift gelezen waar geschreven staat: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is. Niemand leeft voor zichzelf’? En ook waar staat: ‘Wie vrienden wil hebben, moet zich vriendelijk betonen’? En heb Ik jullie niet zelfs uitgezonden om twee aan twee te onderwijzen, zodat jullie niet eenzaam zouden worden en in de ellende en het wangedrag van eenzaamheid zouden vervallen? Je weet ook heel goed dat ik mezelf, toen ik nog in het lichaam was, niet toestond om lange tijd alleen te zijn. Vanaf het begin van onze omgang had ik altijd twee of drie van jullie voortdurend aan mijn zijde of anders heel dichtbij, zelfs toen ik met de Vader sprak. Vertrouw daarom en geef open vertrouwen aan elkaar. En dit is des te noodzakelijker omdat ik jullie vandaag alleen in de wereld zal achterlaten. Het uur is gekomen; ik sta op het punt naar de Vader te gaan.”

Nadat Hij gesproken had, wenkte Hij hen om met Hem mee te komen, en Hij leidde hen naar de Olijfberg, waar Hij afscheid van hen nam ter voorbereiding op Zijn vertrek van de aarde. Dit was een plechtige reis naar de Olijfberg. Geen van hen sprak een woord vanaf het moment dat ze de bovenzaal verlieten totdat Jezus bij hen bleef staan op de Olijfberg.

Oorzaken van de ondergang van Judas

In het eerste deel van de afscheidsboodschap van de Meester aan zijn apostelen zinspeelde hij op het verlies van Judas en hield hij hun het tragische lot van hun verraderlijke mede-apostel voor als een plechtige waarschuwing tegen de gevaren van sociale en broederlijke isolatie. Het kan voor gelovigen, in deze en toekomstige tijden, nuttig zijn om de oorzaken van de ondergang van Judas kort te bespreken in het licht van de opmerkingen van de Meester en met het oog op de verzamelde verlichting in de daaropvolgende eeuwen.

Terugkijkend op deze tragedie, stellen we vast dat Judas de fout in ging, voornamelijk omdat hij een zeer uitgesproken geïsoleerde persoonlijkheid was, een persoonlijkheid die zich afsloot van en ver verwijderd was van gewone sociale contacten. Hij weigerde hardnekkig om zijn mede-apostelen in vertrouwen te nemen, of zich vrijelijk met zijn mede-apostelen te verbroederen. Maar zijn geïsoleerde persoonlijkheidstype zou Judas op zichzelf niet zoveel kwaad hebben gedaan, ware het niet dat hij ook niet in liefde en spirituele genade was gegroeid. En alsof hij een slechte zaak nog erger wilde maken, koesterde hij voortdurend wrok en creëerde hij psychologische vijanden zoals wraak en de algemene drang om iemand “terug te pakken” voor al zijn teleurstellingen.

Deze ongelukkige combinatie van individuele eigenaardigheden en mentale neigingen spande samen om een goedbedoelende man te vernietigen die er niet in slaagde deze kwalen te bedwingen met liefde, geloof en vertrouwen. Dat Judas niet de verkeerde kant op had hoeven gaan, wordt duidelijk bewezen door de gevallen van Thomas en Nathanaël, die beiden vervloekt waren met hetzelfde soort achterdocht en de overontwikkeling van de individualistische tendens. Zelfs Andreas en Mattheus hadden veel neigingen in deze richting; maar al deze mannen gingen Jezus en hun mede-apostelen steeds meer liefhebben, en niet minder, naarmate de tijd verstreek. Ze groeiden in genade en in kennis van de waarheid. Ze kregen steeds meer vertrouwen in hun broeders en ontwikkelden langzaam het vermogen om zich in hun medemensen te verdiepen. Judas weigerde hardnekkig zijn broeders in vertrouwen te nemen. Wanneer hij, door de opeenstapeling van zijn emotionele conflicten, gedwongen werd verlichting te zoeken in zelfexpressie, zocht hij steevast het advies en ontving hij de onverstandige troost van zijn onspirituele familieleden of toevallige kennissen die onverschillig of zelfs vijandig stonden tegenover het welzijn en de vooruitgang van de spirituele realiteiten van het hemelse koninkrijk, waarvan hij een van de twaalf gewijde ambassadeurs op aarde was.

Judas leed een nederlaag in zijn aardse strijd vanwege de volgende factoren van persoonlijke neigingen en karakterzwakte:

  1. Hij was een geïsoleerd type mens. Hij was zeer individualistisch en koos ervoor om uit te groeien tot een overtuigd ‘opgesloten’ en onsociaal persoon.
  2. Als kind was het leven hem te gemakkelijk gemaakt. Hij had een bittere hekel aan tegenwerking. Hij verwachtte altijd te winnen; hij was een zeer slechte verliezer.
  3. Hij ontwikkelde nooit een filosofische techniek om met teleurstellingen om te gaan. In plaats van teleurstellingen te accepteren als een regelmatig en alledaags kenmerk van het menselijk bestaan, nam hij onfeilbaar zijn toevlucht tot de praktijk om iemand in het bijzonder, of zijn collega’s als groep, de schuld te geven van al zijn persoonlijke moeilijkheden en teleurstellingen.
  4. Hij koesterde wrok; hij koesterde altijd de gedachte aan wraak.
  5. Hij hield er niet van de feiten openlijk onder ogen te zien; hij was oneerlijk in zijn houding ten opzichte van levenssituaties.
  6. Hij besprak zijn persoonlijke problemen niet graag met zijn naaste collega’s; hij weigerde zijn moeilijkheden te bespreken met zijn echte vrienden en degenen die echt van hem hielden. In al de jaren van hun verbondenheid ging hij nooit met een puur persoonlijk probleem naar de Meester.
  7. Hij leerde nooit dat de werkelijke beloning voor een nobel leven uiteindelijk spirituele prijzen zijn, die niet altijd worden uitgedeeld tijdens dit ene korte leven in het lichaam.

Als gevolg van zijn aanhoudende isolement van persoonlijkheid vermenigvuldigde zijn verdriet, namen zijn zorgen toe, namen zijn angsten toe en werd zijn wanhoop bijna ondraaglijk.

Hoewel deze egocentrische en ultra-individualistische apostel veel psychische, emotionele en spirituele problemen had, waren zijn grootste moeilijkheden:

  • In persoonlijkheid was hij geïsoleerd.
  • In mind was hij achterdochtig en wraakzuchtig.
  • In temperament was hij nors en wraakzuchtig.
  • Emotioneel was hij liefdeloos en onvergeeflijk.
  • Sociaal gezien had hij geen open vertrouwen naar anderen en was hij bijna volledig in zichzelf opgesloten.
  • Spiritueel werd hij arrogant en egoïstisch ambitieus.
  • In het leven negeerde hij degenen die van hem hielden,
  • en in zijn dood was hij zonder vrienden.

Dit zijn dus de mentale factoren en invloeden van het kwaad die, samengenomen, verklaren waarom een goedbedoelende en overigens eens oprechte gelovige in Jezus, zelfs na enkele jaren van intieme omgang met de transformerende persoonlijkheid van Jezus, zijn medemensen in de steek liet, een heilige zaak verwierp, zijn heilige roeping verzaakte en zijn goddelijke Meester verraadde.

De Hemelvaart van de Meester

Het was bijna half acht op deze donderdagochtend, 18 mei, toen Jezus met zijn elf zwijgende en enigszins verbijsterde apostelen op de westelijke helling van de Olijfberg aankwam. Vanaf deze locatie, ongeveer twee derde de berg op, konden ze uitkijken over Jeruzalem en Gethsemane. Jezus maakte zich nu gereed om zijn laatste afscheid van de apostelen te nemen voordat hij vertrok van de aarde. Terwijl hij daar voor hen stond, knielden ze, zonder dat ze daartoe opdracht kregen, in een kring om hem heen, en de Meester zei:

Ik heb jullie gevraagd in Jeruzalem te blijven totdat jullie begiftigd zijn met kracht uit den hoge. Ik sta nu op het punt afscheid van jullie te nemen; ik sta op het punt op te stijgen naar mijn Vader, en spoedig, heel spoedig, zullen we de Spirit van Waarheid naar deze wereld van mijn verblijf sturen; en wanneer Hij gekomen is, zullen jullie beginnen met de nieuwe verkondiging van het evangelie van het koninkrijk, eerst in Jeruzalem en dan tot in de verste uithoeken van de wereld. Heb de mensen lief met de liefde waarmee ik jullie heb liefgehad en dien jullie medemensen zoals ik jullie heb gediend. Zet zielen door de spirituele vruchten van je leven aan tot geloof in de waarheid dat de mens een kind van God is en dat alle mensen broeders en zusters zijn. Denk aan alles wat ik je heb geleerd en aan het leven dat ik onder jullie heb geleefd. Mijn liefde overschaduwt u, mijn spirit zal bij u wonen en mijn vrede zal op u rusten. Vaarwel.

Toen de morontia-Meester aldus had gesproken, verdween hij uit hun zicht. Deze zogenaamde hemelvaart van Jezus verschilde in geen enkel opzicht van zijn andere verdwijningen uit het sterfelijke zicht gedurende de veertig dagen van zijn morontia-loopbaan op aarde.

De Meester werd bevrijd uit de morontia-staat en teruggebracht tot de status van Paradijs-zoonschap en allerhoogste soevereiniteit in het hele lokale universum.

Het was ongeveer kwart voor acht die ochtend toen de morontia-Jezus uit het zicht van zijn elf apostelen verdween om te beginnen aan de opstijging naar de rechterhand van zijn Vader, om daar de formele bevestiging te ontvangen van zijn voltooide soevereiniteit over het lokale universum Nebadon.

Petrus roept een bijeenkomst bijeen

Op aanwijzing van Petrus gingen Johannes Marcus en anderen eropuit om de belangrijkste discipelen bijeen te roepen in het huis van Maria Marcus. Om half elf waren honderdtwintig van de belangrijkste discipelen van Jezus die in Jeruzalem woonden bijeengekomen om het verslag van de afscheidsboodschap van de Meester te horen en over zijn hemelvaart te horen. Onder hen bevond zich Maria, de moeder van Jezus. Zij was met Johannes Zebedeüs naar Jeruzalem teruggekeerd toen de apostelen terugkwamen van hun recente verblijf in Galilea. Kort na Pinksteren keerde ze terug naar het huis van Salome in Bethsaida. Jacobus, de broer van Jezus, was ook aanwezig bij deze bijeenkomst, de eerste bijeenkomst van de discipelen van de Meester die werd bijeengeroepen na het einde van zijn planetaire loopbaan.

Simon Petrus nam het op zich om namens zijn mede-apostelen te spreken en deed een indrukwekkend verslag van de laatste bijeenkomst van de elf met hun Meester en bracht op ontroerende wijze het laatste afscheid van de Meester en zijn verdwijning na de hemelvaart in beeld. Het was een bijeenkomst zoals die nog nooit eerder op deze wereld had plaatsgevonden. Dit deel van de bijeenkomst duurde nog geen uur. Petrus legde vervolgens uit dat ze hadden besloten een opvolger voor Judas Iscariot te kiezen, en dat er een pauze zou worden ingelast zodat de apostelen konden kiezen tussen de twee mannen die voor deze functie waren voorgedragen, Matthias en Justus.

De elf apostelen gingen vervolgens naar beneden, waar ze overeenkwamen het lot te werpen om te bepalen wie van deze mannen apostel zou worden om de plaats van Judas in te nemen. Het lot viel op Matthias en hij werd uitgeroepen tot de nieuwe apostel. Hij werd naar behoren in zijn ambt geïnstalleerd en vervolgens tot penningmeester benoemd. Maar Matthias had weinig invloed op de daaropvolgende activiteiten van de apostelen.

Kort na Pinksteren keerde de tweeling Alpheus terug naar hun huizen in Galilea. Simon Zelotes had zich enige tijd teruggetrokken voordat hij het evangelie ging verkondigen. Thomas maakte zich korte tijd zorgen en hervatte toen zijn onderwijs. Nathanaël verschilde steeds meer van mening met Petrus over het prediken over Jezus in plaats van het verkondigen van het eerdere evangelie van het koninkrijk. Deze onenigheid werd halverwege de volgende maand zo acuut dat Nathanaël zich terugtrok en naar Philadelphia ging om Abner en Lazarus te bezoeken; en na daar meer dan een jaar te hebben verbleven, trok hij verder naar de landen voorbij Mesopotamië om het evangelie te verkondigen zoals hij het begreep.

Hierdoor bleven slechts zes van de oorspronkelijke twaalf apostelen over om acteurs te worden op het toneel van de vroege verkondiging van het evangelie in Jeruzalem: Petrus, Andreas, Jacobus, Johannes, Filippus en Mattheus.

Rond het middaguur keerden de apostelen terug naar hun broeders in de bovenzaal en kondigden aan dat Matthias was gekozen als de nieuwe apostel. Vervolgens riep Petrus alle gelovigen op om deel te nemen aan gebed, en ze baden dat zij voorbereid zouden zijn om de gift van de Spirit van Waarheid te ontvangen die de Meester beloofd had te zenden.

Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 193 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org