Uitleg van het begrip “mind”

We gebruiken in deze tekst het begrip ‘mind’ onvertaald, omdat er geen goed Nederlands woord voor is en we in dagelijkse taal steeds vaker het rijtje ‘body-mind-spirit’ gebruiken, overigens vaak zonder precies te begrijpen wat die elementen van je “totale zelf” precies zijn. Mind is niet alleen je hersenen of je gedachten. Het is eerder een “circuit” of een hulpmiddel of een brug waarmee je kunt denken, kiezen, je iets kunt voorstellen, leren en de werkelijkheid kunt begrijpen.

1. Mind is het ‘besturingssysteem’ voor je persoonlijkheid: Je persoonlijkheid ben jij als totaal systeem. Je hersenen zijn de hardware. Mind is de software waarmee je het daadwerkelijk kunt gebruiken. Zonder mind zou je slechts een lichaam zijn dat reageert op dingen zoals een dier of een robot.

2. Mind is wat je keuzes laat maken: het is waar: beslissingen plaatsvinden, logica plaatsvindt, verbeelding plaatsvindt, het geweten ontwaakt, waar je afweegt “dit is goed” versus “dit is fout”. De mind is als de controlekamer van je leven.

3. Mind is niet fysiek: Mind bestaat niet uit materie. Mind gebruikt je hersenen, maar het zijn niet je hersenen. Je hersenen ‘tunen in’ op het circuit van mind. Het betekent dus ook dat na de dood van de hersenen, de mind gewoon voortbestaat en je dus blijft denken, beslissen, redeneren, verbeelden, afwegen. Daarom blijven ook je (belangrijkste) herinneringen bestaan na de dood van de hersenen. Ze zitten eenvoudigweg niet opgeslagen in het lichaam, maar in de mind. Na de dood krijg je als het ware nieuwe hardware waarin deze software weer kan gaan werken.

4. De mind bevindt zich tussen “spirit” en “lichaam”: mensen zijn een mix van: lichaam (materieel), spirit (potentieel eeuwig) en mind (de brug die de twee verbindt). De mind is de ontmoetingsplaats waar spirituele ideeën en waarden en het fysieke leven met elkaar in wisselwerking staan. Je Mentor-Spirit leeft in je mind en werkt via je mind, niet via je zenuwen of DNA of hersenen.

5. Iedereen krijgt mind uit dezelfde bron: de “Moeder Spirit” van het Universum voorziet alle wezens van mind – mensen, dieren (tot op zekere hoogte), engelen, enz. Zij organiseert als het ware het “circuit van mind” waarop wij kunnen “intunen”. Mensen krijgen een hogere “graad” van mind dan de dieren, en als onze capaciteit tot “intunen” genoeg is, kunnen we morele keuzes maken en een ziel te ontwikkelen (iets wat dieren niet kunnen).

Eenvoudige oneliner: De mind is het niet-fysieke “circuit” waarmee en waarbinnen je denkt, kiest, je voorstelt, begrijpt en je fysieke leven verbindt met hogere waarden, zodat je (onder begeleiding van je Mentor-Spirit) een overlevende ziel kunt ontwikkelen. “Mind is the arena of choice”

Hoofdstuk 11:

In de laatste week van hun verblijf in de bergen hadden Jezus en Ganid een lang gesprek over de functies van de menselijke mind. Na enkele uren discussie stelde de jongen deze vraag: “Maar, Meester, wat bedoelt je met dat de mens een hogere vorm van zelfbewustzijn ervaart dan de hogere dieren?” En -in moderne bewoordingen-, antwoordde Jezus:

“Mijn zoon, ik heb je al veel verteld over het menselijk verstand/mind en de goddelijke Mentor-Spirit die daarin leeft, maar laat me nu benadrukken dat zelfbewustzijn een realiteit is. Wanneer een dier zelfbewust wordt, wordt het een primitieve mens. Zo’n verwezenlijking is het resultaat van coördinatie tussen onpersoonlijke energie en een mind die zich spirit kan voorstellen. En het is dit fenomeen (namelijk: het fenomeen van zelf-bewustheid) dat rechtvaardigt dat aan de menselijke persoonlijkheid een absoluut focus-punt wordt geschonken, namelijk de inwonende Mentor-Spirit van de Vader in de hemel.

Ideeën zijn niet simpelweg een registratie van sensaties; ideeën zijn sensaties plus de reflectieve interpretaties van het persoonlijke zelf; en het zelf is meer dan de som van iemands waarnemingen. Er begint iets van een benadering van eenheid te ontstaan in een evoluerend zelf. En die eenheid komt voort uit de inwonende aanwezigheid van een deel van Absolute Eenheid waardoor zo’n zelfbewuste, van dierlijke oorsprong afkomstige mind spiritueel geactiveerd.

Geen enkel dier zou een zelfbewustzijn van tijd kunnen bezitten. Dieren bezitten een fysiologische coördinatie van geassocieerde zintuig-herkenning en herinnering daaraan, maar geen enkel dier ervaart een betekenisvolle herkenning van zintuig-waarneming of vertoont een doelbewuste associatie van deze gecombineerde fysieke ervaringen zoals die wel tot uiting komt in de conclusies van intelligente en reflectieve menselijke interpretaties. En dit feit van zelfbewust bestaan, geassocieerd met de realiteit van zijn daaropvolgende spirituele ervaring, maakt de mens tot een potentiële zoon van het universum en voorspelt dat hij uiteindelijk de Allerhoogste Eenheid van het universum kan bereiken.

Het menselijk zelf is evenmin louter de som van de opeenvolgende bewustzijnstoestanden. Zonder het effectieve functioneren van een bewustzijns-sorteerder en -associator zou er niet voldoende eenheid bestaan om te kunnen spreken van een zelfheid. Zo’n niet-verenigde6 mind zou nauwelijks bewuste niveaus van menselijke status kunnen bereiken. Als de associaties van het bewustzijn slechts een toeval waren, zou het verstand / de mind van alle mensen de ongecontroleerde en willekeurige associaties vertonen die je ziet bij bepaalde fasen van mentale waanzin.

Een menselijke mind, uitsluitend opgebouwd uit het bewustzijn van fysieke gewaarwordingen, zou nooit spirituele niveaus kunnen bereiken. Dit soort materiële mind zou een volledig gebrek hebben aan gevoel voor morele waarden, en ook nooit een gevoel kunnen hebben van leiding door spirituele invloeden. Leiding vanuit spirit is essentieel voor het bereiken van een harmonieuze eenheid van persoonlijkheid in de tijd. En dat is onlosmakelijk verbonden met het voortbestaan van die persoonlijkheid in de eeuwigheid.

De menselijke mind begint al vroeg kwaliteiten te manifesteren die bovenmaterieel zijn. Het waarlijk reflecterende menselijke intellect is niet volledig gebonden aan de grenzen van de tijd. Dat individuen zo verschillen in hun levensprestaties duidt niet alleen op de variërende erfelijke gaven en de verschillende invloeden van de omgeving, maar ook op de mate van eenwording met de inwonende Mentor-Spirit van de Vader die door het zelf is bereikt, de mate van identificatie van de een (de mind/het intellect) met de ander (de Mentor-Spirit).

De menselijke mind verdraagt het conflict van dubbele loyaliteit niet goed. Het is een zware belasting voor de ziel om de ervaring te ondergaan van een poging om zowel het goede als het kwade te dienen. De uiterst gelukkige en efficiënt verenigde mind is degene die volledig toegewijd is aan het doen van de wil van de Vader in de hemel. Onopgeloste conflicten vernietigen de eenheid en kunnen eindigen in een verstoring van de mind. Maar het overlevingsvermogen van een ziel wordt niet bevorderd door te proberen tegen elke prijs gemoedsrust te verkrijgen, of door het opgeven van nobele aspiraties of door het compromitteren van spirituele idealen. Vrede wordt uiteindelijk veel beter bereikt door standvastig dat wat waar is te laten overwinnen. En deze overwinning wordt bereikt door het overwinnen van het kwaad met de machtige kracht van het goede.”

Externe Bronnen: