De precieze betekenis van “ziel”
Een “ziel” is niet iets dat je automatisch al hebt bij de geboorte van het lichaam. Het is iets dat zich vormt en dat groeit met de tijd, en gebaseerd op je eigen morele keuzen.
Je kunt de “ziel” zien als een nieuwe opkomende en sterker wordende realiteit die zich ontwikkelt tussen je menselijke mind en de Mentor-Spirit in jou. Je bent namelijk niet uitsluitend een lichaam, maar de echte JIJ bestaat uit allerlei “onderdelen” zoals lichaam, mind, spirit en ziel. Verderop nog iets meer daarover.
1. Waar komt de ziel vandaan?
Er zijn drie invloeden op het ontstaan en de groei van je ziel:
- Je menselijke mind – je denken, je verstand, je geheugen, de keuzes die je daarmee maakt.
- De Mentor-Spirit – een fragment van God dat leeft in je mind (je “spirit”).
- Morele/spirituele keuzes en beslissingen – feitelijke keuzes tijdens je leven op deze planeet in de richting van waarheid, schoonheid, goedheid, vergeving en liefde.
Wanneer je een eerlijke keuze maakt of een beslissing neemt in de richting van deze hogere waarden, dan ontstaat er iets nieuws:
➡️ de ziel, wat wordt omschreven als een nieuwe vorm van “zelf”, een “morontia” vorm.
Je zou kunnen zeggen dat je mind (en je keuzen) de ziel oproepen of verwekken en dat je Mentor-Spirit het bouwt.
2. Wat is de ziel, “technisch” gezien?
De ziel is een morontia element in je totale entiteit als “zelf”, wat betekent:
- De ziel is niet fysiek, het zit niet ergens in je lichaam.
- Het is ook niet puur spiritueel.
- Het is een tussenvorm, het is een soort weef-werk van mind en spirit. Het is een begin, een soort embryo, van je eventuele toekomstige zelf. Het is het volgende voertuig waar je hopelijk mee verder kunt als je je lichaam als voertuig opgeeft.
De ziel is het deel van “jou” dat de dood van het lichaam kan overleven. Je menselijke hersenen kunnen de sprong naar de volgende levensfase (na de dood van het lichaam) niet maken, maar de ziel kan dit wel.
3. Wanneer begint de ziel haar bestaan?
Dat moment is vrij precies aan te geven:
- De ziel begint haar bestaan wanneer jij je eerste echte morele keuze maakt —een keuze waarin je je baseert op vrije wil, op ethisch besef (van normen en waarden) en op spirituele betekenissen (waarheid, goedheid, schoonheid, vergeving, liefde).
- Daarvoor ben je natuurlijk wel een mens met een lichaam en een mind en een Mentor-Spirit, maar nog geen ziel. Dat is waarschijnlijk de betekenis van “zielloos handelen”.
Dus hele jonge kinderen hebben nog geen ziel. Ze handelen vooral vanuit een meer dierlijk niveau van overleven en leren van hun ouder(s) en hun omgeving totdat ze in staat zijn om zelf een eerste echte morele keuze te maken. Soms komt dat al heel vroeg, soms duurt dat lang.
4. Groei van de ziel
De ziel groeit door ervaring en niet door geloof. Je moet er echt in de praktijk “voor werken”, door het maken van de juiste keuzes, door te streven naar waarheid en goedheid en door schoonheid te ervaren en door actief te vergeven en liefde te ervaren en te geven…. Wat belangrijk is hierbij, is:
“De ziel groeit wanneer de mens kiest om de wil van God te doen”
Dat betekent dat je je meer en meer “in lijn” brengt met “de wil van God”, die je (opnieuw) kunt samenvatten onder begrippen zoals waarheid, goedheid, schoonheid, vergeving en liefde:
- Je kiest bijvoorbeeld voor de belangen van anderen, en niet alleen voor je eigen belang.
- Je kiest voor waarheid in plaats van gemak en meelopen.
- Je kiest eerlijkheid, meeleven, doen wat nodig is voor het geheel van de samenleving, integriteit. Alles waarvan je “voelt” dat je “in de ogen van God” zou moeten doen.
- Je kiest voor de lange termijn goedheid, in plaats van korte termijn voordelen (voor jezelf). Op die manier bekeken staat groei van de ziel haaks op de moderne religie van “je leeft maar 1 keer, pakken wat je pakken kan”. De ziel drukt juist uit dat je leven eeuwig is en dat je je richt op meer eeuwige waarden zoals goedheid en vergeving.
Elke goede keuze die je maakt wordt als het waren vastgelegd en ‘onthouden’ in de ziel, en wordt onderdeel van je nieuwe en eeuwige identiteit.
5. Er is nog een verschil tussen ziel en persoonlijkheid
- Persoonlijkheid = uniek, is je gegeven door God, is altijd hetzelfde tijdens je hele eeuwige loopbaan, is hoe anderen je steeds kunnen herkennen, ook al wisselen er elementen zoals lichaam naar ziel naar spirit.
- Ziel = groeit, ontwikkelt zich, is een tussenvorm op weg naar minder materieel en meer spirit, is beinvloedbaar door jouw eigen keuzes.
Je persoonlijkheid als alomvattende “paraplu” voor je hele zelf gebruikt de ziel als “voertuig” voor overleven van de dood van het lichaam en voor de voortzetting van je eeuwige loopbaan.
6. Dus wat gebeurt er bij de dood van het lichaam?
- Je fysieke lichaam, en dus je fysieke hersenen, stoppen ermee.
- Je Mentor-Spirit behoudt de spirituele betekenissen en waarden van het leven dat je op deze planeet hebt geleid.
- Je ziel overleeft en bevat je hele opgebouwde morele identiteit en ervaring. Het is als het ware het resultaat van al je keuzes, het is de stand van zaken van hoe ver je gekomen bent in het “in lijn komen” met de bedoeling van God.
- Die ziel wordt vervolgens weer “opgewekt” op de werelden na deze wereld, de zogenaamde “woningwerelden”. Je gaat dus eigenlijk verder op basis van dezelfde “stand van zaken”; je wordt na de dood niet opeens meer “verlicht” of “wijzer” of “meer spiritueel”.
- Je persoonlijkheid wordt weer samengevoegd met je ziel, en dat geheel kan weer “intunen” op de circuits van mind, zodat je ook “gewoon door-denkt” (ook al heb je geen hersenen meer) en zodat je ook bepaalde herinneringen gewoon weer beschikbaar hebt.
- Je Mentor-Spirit begeleidt dit hele proces en je vindt Deze ook weer terug als “inwonend in je nieuwe vorm van zelf”.
Kort samengevat:
De ziel is een brug van continuiteit tussen het sterfelijke leven met een lichaam en het eeuwige leven in morontia vorm, op weg naar hogere spirit-vormen.
7. De ziel is onderdeel van jou, maar niet alles wat je bent
Het is nuttig om een duidelijk onderscheid te maken tussen “jou” als totale entiteit en de wisselende elementen waaruit je bent opgebouwd. Je bent als het ware een systeem waarin op bepaalde momenten elementen worden toegevoegd of juist verdwijnen, maar het systeem -de totale entiteit die je bent- blijft (eeuwig) bestaan:
| Component | Leven op Aarde | Leven na de dood |
|---|---|---|
| Lichaam | Tijdelijk | Verdwenen |
| Mind | Als circuit beschikbaar via de hersenen | Als circuit beschikbaar via de ziel |
| Mentor-Spirit | Goddelijk en eeuwig, wonend in je mind | Blijft hetzelfde |
| Soul | Groeiend | Overleeft en blijft groeien |
| Personality | Constant | Overleeft en blijft constant |
Je ziel is dat deel van jezelf dat gemaakt is uit jouw werkelijk geleefde en beleefde waarden en keuzes — je ziel is dus niet je herinneringen, niet je geloof of je geloofsopvattingen, niet je emoties, maar de werkelijke betekenis van je leven gebaseerd op de keuzes die je maakt(e). Op die manier bekeken kun je dus uit een vorm van meelopen en niet-zelf-nadenken een leven leiden van uiterlijk geloof, je houdt je precies aan de voorgeschreven rituelen en ceremonies, maar je “leeft er niet naar”, je maakt geen eigen keuzes gebaseerd op echte waarheid, echte goedheid, schoonheid, vergeving of liefde… In zo’n geval zal je ziel zich weinig ontwikkelen en is het voertuig waarmee je straks verder gaat nog primitief.
8. Wat kan de ziel beschadigen of vernietigen?
Een ziel kan stoppen met groeien of zelfs helemaal mislukken wanneer de menselijke wil voortdurend weigert zichzelf in lijn te brengen met:
- waarheid: niet de door jou zelf gekozen waarheid, maar de waarheid die altijd waar is
- goedheid: niet dat wat goed voor jou is, maar dat wat goed is vanuit ‘kosmisch’ perspectief
- schoonheid: niet dat wat jij mooi vindt, maar wat eeuwig mooi is
- spirituele betekenissen
- morele groei: hogere waarden en normen (willen) ontdekken
- samenwerken met de Mentor-Spirit en “in lijn” komen met de Wil van God: “Uw wil geschiede op Aarde, zoals dat ook in de hemel het geval is“
Als je dat systematisch en opzettelijk allemaal weigert, dan is dat een soort van “spirituele dood”. Er moet dan wel sprake zijn van voortdurend en bewust verzet tegen al die hogere waarden en principes. Het is nooit te laat voor wel-gemeend inzicht en verandering of berouw.
9. De ziel als “jouw echte zelf in wording”
Je ziel is dus:
- Je groeiende, ontwikkelende onsterfelijke identiteit
- een onderdeel van je toekomstige nieuwe systeem van “zelf”
- het punt waarmee je steeds nauwer in contact kunt komen met je Mentor-Spirit / God
- je “authentieke zelf”, namelijk gestript van ego en egoistische keuzes
- een verslag en optekening van je hoogste keuzes, niet van je fouten
Zie het ook als:
Je ware zelf, dat meer en meer werkelijk wordt elke keer wanneer je leeft en handelt vanuit je idealen, als die idealen “in lijn” zijn met het Goddelijke.
10. In Hoofdstuk 10 zegt Jezus:
Geloof zorgt ervoor dat er bovenmenselijke activiteiten vrijkomen van de goddelijke vonk, de onsterfelijke kiem, de Mentor-Spirit die in het materiële verstand van de mens leeft en die het potentieel is voor eeuwige overleving. Planten en dieren overleven in de tijd door de techniek van het doorgeven van identieke deeltjes van zichzelf van de ene generatie aan de andere. Maar de menselijke ziel (persoonlijkheid) van de mens overleeft de sterfelijke dood door zijn identiteit te associëren met deze inwonende vonk van goddelijkheid, die onsterfelijk is en die functioneert om de menselijke persoonlijkheid te bestendigen op een voortdurend en hoger niveau van progressief universumbestaan. De verborgen oorsprong van de menselijke ziel is een onsterfelijke spirit. De tweede generatie van de ziel [namelijk de ziel zoals die voortleeft na de dood van het lichaam] is de eerste in een reeks persoonlijkheidsmanifestaties van spirituele en progressieve bestaansvormen, die pas eindigen wanneer deze goddelijke entiteit [als je één geworden bent met je Mentor-Spirit, dan ben je feitelijk Goddelijk] de bron van haar bestaan bereikt, de persoonlijke bron van alle bestaan, God, de Universele Vader.
11. In Hoofdstuk 11 zegt Jezus:
Het christendom kreeg zijn start in Ephesus grotendeels dankzij de inspanningen van Paulus, die hier meer dan twee jaar woonde, tenten bouwde voor de kost en elke avond lezingen hield over religie en filosofie in de grote audiëntiezaal van de school van Tyrannus. Er was een vooruitstrevende denker verbonden aan deze plaatselijke filosofische school, en Jezus had verschillende nuttige gesprekken met hem. Tijdens deze gesprekken had Jezus herhaaldelijk het woord “ziel” gebruikt. Deze geleerde Griek vroeg hem uiteindelijk wat hij bedoelde met ‘ziel’ en Jezus antwoordde:
“De ziel is het zelfreflecterende, waarheidsonderscheidende en spirit-waarnemende deel van de mens, dat de mens voor altijd verheft boven het niveau van de dierenwereld. Zelfbewustzijn is op zichzelf niet de ziel. Moreel zelfbewustzijn is ware menselijke zelfrealisatie en vormt de basis van de menselijke ziel. En de ziel is dat deel van de mens dat de potentiële overlevingswaarde van de menselijke ervaring vertegenwoordigt. Morele keuze en spirituele verworvenheid, het vermogen om God te kennen en de drang om zoals Hij te zijn, zijn de kenmerken van de ziel. De ziel van de mens kan niet bestaan los van moreel denken en spirituele activiteit. Een stagnerende ziel is een stervende ziel. Maar de ziel van de mens moet onderscheiden worden van de goddelijke Mentor-Spirit die in het verstand/mind woont. De goddelijke Mentor-Spirit arriveert gelijktijdig met de eerste morele activiteit van het menselijk verstand (al in de kinderjaren, gewoonlijk), en dat is de aanleiding tot de geboorte van de ziel.
Het redden of verliezen van een ziel heeft te maken met de vraag of het morele bewustzijn al dan niet de overlevingsstatus bereikt door eeuwige verbondenheid met de bijbehorende onsterfelijke spirit. Verlossing is de spiritualisering van de zelfrealisatie van het morele bewustzijn, dat daardoor overlevingswaarde verkrijgt. Alle vormen van zielsconflict bestaan uit het gebrek aan harmonie tussen het morele, of spirituele, zelfbewustzijn en het puur intellectuele zelfbewustzijn.
De menselijke ziel, wanneer gerijpt, veredeld en gespiritualiseerd, nadert de hemelse status doordat ze bijna een entiteit is die ‘bemiddelt’ tussen het materiële en het spirituele, het materiële zelf en de goddelijke spirit. De evoluerende ziel van een mens is moeilijk te beschrijven en nog moeilijker aan te tonen omdat ze niet te ontdekken is met behulp van materieel onderzoek of spirituele bewijzen. De materiële wetenschap kan het bestaan van een ziel niet aantonen, en ook lukt zo’n test niet via zuivere spirit niveaus. Ondanks het falen van zowel de materiële wetenschap als spirituele normen om het bestaan van de menselijke ziel te ontdekken, weet elke moreel bewuste sterveling van het bestaan van zijn ziel als een werkelijke en actuele persoonlijke ervaring.”
