Wie zijn de Farizeeën?
De Farizeeën waren een invloedrijke religieuze stroming binnen het jodendom in de periode vóór en tijdens het leven van Jezus. Zij stonden bekend als leraren en uitleggers van de Joodse wet en benadrukten naast de geschreven Thora ook het belang van een omvangrijke mondelinge traditie die volgens hen terugging op Mozes.
De meeste Farizeeën waren geen priesters maar schriftgeleerden, leraren en vrome leken. Zij hadden vooral invloed in de synagogen en in het religieuze onderwijs van het volk. Hun streven was om het dagelijks leven van Israël volledig in overeenstemming te brengen met de wil van God zoals zij die uit de wet en de traditie afleidden.
Ontstaan en historische achtergrond
De Farizeeën ontstonden waarschijnlijk in de eeuwen vóór Jezus, tijdens de periode waarin het joodse volk onder verschillende buitenlandse machten leefde. In deze tijd ontstonden verschillende religieuze stromingen die ieder hun eigen visie hadden op de juiste interpretatie van de wet van Mozes.
De Farizeeën legden sterk de nadruk op de mondelinge traditie — uitleg en toepassingen van de wet die van generatie op generatie werden doorgegeven. Deze interpretaties moesten volgens hen helpen om de geboden van de Thora in alle aspecten van het dagelijks leven toe te passen.
In tegenstelling tot de priesterlijke elite rond de tempel — vaak geassocieerd met de Sadduceeën — waren de Farizeeën vooral actief onder het gewone volk. Hun invloed lag daarom minder in de tempelcultus en meer in het religieuze onderwijs in de synagogen.
Na de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in 70 n.Chr. verdwenen veel van de bestaande religieuze groepen. De traditie van de Farizeeën vormde echter een belangrijke basis voor het latere rabbijnse jodendom.
Belangrijkste overtuigingen
De Farizeeën stonden bekend om een aantal kenmerkende religieuze overtuigingen en praktijken:
- De geschreven Thora en de mondelinge traditie moeten samen worden gebruikt om Gods wet volledig te begrijpen en toe te passen..
- De wet van God moet in alle aspecten van het dagelijks leven worden toegepast.
- Er bestaat een opstanding van de doden en een leven na de dood.
- Het volk van Israël moet zich door gehoorzaamheid aan de wet voorbereiden op Gods toekomstige ingrijpen in de geschiedenis.
In het dagelijks religieuze leven legden zij bijzondere nadruk op praktische naleving van religieuze voorschriften, zoals:
- het nauwkeurig afdragen van tienden;
- rituele reinheidspraktijken;
- het zorgvuldig onderhouden van religieuze tradities.
Jezus en de Farizeeën
In het verhaal komen de Farizeeën regelmatig naar voren als gesprekspartners en soms ook als tegenstanders van Jezus. Hun religieuze invloed onder het volk maakte hen gevoelig voor nieuwe leraren die een andere interpretatie van de wet verkondigden.
Jezus bekritiseerde vooral wat hij zag als een te sterke nadruk op uiterlijke religieuze regels en tradities. Hij wees erop dat ware toewijding aan God niet alleen bestaat uit naleving van voorschriften, maar ook uit innerlijke gerechtigheid, barmhartigheid en oprechtheid.
Zijn kritiek richtte zich daarom niet zozeer op de Farizeeën als personen, maar op religieuze praktijken die volgens hem het oorspronkelijke doel van de wet verduisterden.
Tegelijkertijd laat het verhaal zien dat niet alle Farizeeën vijandig tegenover Jezus stonden. Sommigen luisterden naar zijn onderwijs en stonden open voor zijn boodschap.
De Farizeeën en het Sanhedrin
Het Sanhedrin was het hoogste religieuze en juridische orgaan van het joodse volk in Jeruzalem. Binnen dit bestuur waren verschillende stromingen vertegenwoordigd, waaronder Farizeeën en Sadduceeën.
Hoewel deze groepen vaak met elkaar van mening verschilden, konden zij in bepaalde situaties samenwerken wanneer zij meenden dat hun religieuze orde of gezag werd bedreigd.
De verschillen tussen de redenen die speelden om Jezus uit de weg te ruimen, lezen we duidelijk in hoofdstuk 51:
De Sadduceeën, die nu het Sanhedrin controleerden en domineerden, wilden Jezus om de volgende redenen uit de weg ruimen:
- Ze vreesden dat de toenemende populariteit waarmee de menigte hem beschouwde, het bestaan van de Joodse natie in gevaar dreigde te brengen door mogelijke betrokkenheid van de Romeinse autoriteiten.
- Zijn ijver voor tempelhervorming raakte hun inkomsten rechtstreeks; de reiniging van de tempel had gevolgen voor hun portemonnee.
- Ze voelden zich verantwoordelijk voor het behoud van de sociale orde en vreesden de gevolgen van de verdere verspreiding van de vreemde en nieuwe leer van Jezus over de broederschap van de mensen.
De Farizeeën hadden verschillende motieven om Jezus ter dood te willen zien. Ze vreesden hem omdat:
- Hij zich in een felle oppositie bevond tegen hun traditionele greep op het volk. De Farizeeën waren ultraconservatief en ze waren bitter verontwaardigd over deze zogenaamd radicale aanvallen op hun gevestigde prestige als religieuze leraren.
- Ze waren van mening dat Jezus een wetsovertreder was; dat hij volkomen minachting had getoond voor de sabbath en talloze andere wettelijke en ceremoniële vereisten.
- Ze beschuldigden hem van godslastering omdat hij God als zijn Vader aanduidde.
- En nu waren ze woedend op hem vanwege zijn laatste bittere veroordeling die hij vandaag in de tempel had uitgesproken als slot van zijn afscheidsrede.
Tijdens de gebeurtenissen die uiteindelijk leidden tot de arrestatie van Jezus en zijn veroordeling speelden leden van het Sanhedrin een belangrijke rol in de besluitvorming rond zijn zaak.
Bekende Farizeeën in het verhaal
Enkele Farizeeën en/of vooraanstaande Joodse religieuze leiders worden in het verhaal met name genoemd:
- Nicodemus– een Farizeeër die openstond voor het onderwijs van Jezus.
- Jozef van Arimathea – een gerespecteerd lid van het Sanhedrin dat sympathie had voor Jezus en na zijn dood zorgde voor zijn begrafenis.
- Simon – een Farizeeër die Jezus in zijn huis ontving tijdens een maaltijd.
- Nathanaël – een Farizeeër uit Ragaba bij wie Jezus en de apostelen eens te gast waren.
- Abraham van Jeruzalem – een Farizeeër die volgens het verhaal een volgeling van Jezus werd.
Deze voorbeelden laten zien dat de houding van Farizeeën tegenover Jezus niet volledig uniform was en dat sommige leden van deze groep door zijn boodschap overtuigd werden.
