Beschrijving van het begrip “MensenZoon” zoals dat gebruikt wordt in de hoofdstukken van het verhaal.
In hoofdstuk 5 vinden we het eerste aanknopingspunt:
In de loop van dit jaar vond Jezus een passage in het zogenaamde Boek van Enoch die hem beïnvloedde bij de latere aanname van de term ‘MensenZoon’ als een aanduiding voor zijn missie op Aarde. Hij had het idee van de Joodse Messias grondig overwogen en was er vast van overtuigd dat hij die Messias niet zou zijn. Hij verlangde ernaar het volk van zijn vader te helpen, maar hij had nooit verwacht Joodse legers te leiden bij het omverwerpen van de buitenlandse overheersing van Palestina. Hij wist dat hij nooit op de troon van David in Jeruzalem zou zitten. Evenmin geloofde hij dat zijn missie die van een spirituele bevrijder of morele leraar uitsluitend voor het Joodse volk was. In geen enkel opzicht kon zijn levensmissie daarom de vervulling zijn van de intense verlangens en vermeende Messiaanse profetieën uit de Hebreeuwse geschriften; tenminste niet zoals de Joden deze voorspellingen van de profeten begrepen. Evenzo was hij er zeker van dat hij nooit zou verschijnen als de Mensenzoon zoals beschreven door de profeet Daniël.
Maar wanneer de tijd voor hem aanbrak om als wereldleraar op te treden, hoe zou hij zichzelf dan noemen? Wat zou hij pretenderen te zijn met betrekking tot zijn missie? Welke naam zouden de mensen die in zijn lessen gaan geloven hem geven?
Terwijl hij al deze problemen overdacht, vond hij in de bibliotheek van de synagoge in Nazareth, tussen de apocalyptische boeken die hij bestudeerd had, dit manuscript genaamd ‘Het Boek van Enoch‘; en hoewel hij er zeker van was dat het niet door de oude Enoch geschreven was, vond hij het zeer intrigerend, en hij las en herlas het vele malen. Er was één passage die op hem een bijzondere indruk maakte, een passage waarin deze term ‘Mensenzoon’ voorkwam. De schrijver van dit zogenaamde Boek van Enoch vertelde vervolgens over deze Mensenzoon, en beschreef het werk dat hij op aarde zou doen en legde uit dat deze Mensenzoon, voordat hij naar deze aarde kwam om de mensheid redding te brengen, door de hoven van hemelse glorie had gewandeld met zijn Vader, de Vader van allen. En dat hij al deze pracht en glorie de rug had toegekeerd om naar de aarde te komen om redding te verkondigen aan behoeftige stervelingen. Toen Jezus deze passages las (terwijl hij goed begreep dat veel van de oosterse mystiek die met deze leringen was vermengd, onjuist was), reageerde hij in zijn hart en herkende hij met zijn verstand dat van alle Messiaanse voorspellingen in de Hebreeuwse geschriften en van alle theorieën over de Joodse bevrijder, geen enkele zo dicht bij de waarheid was als dit verhaal, verscholen in dit slechts gedeeltelijk erkende Boek van Enoch. Hij besloot toen en daar om als zijn eerste titel ‘de MensenZoon’ aan te nemen. En dit deed hij toen hij vervolgens aan zijn openbare werk begon. Jezus had een onfeilbaar vermogen om de waarheid te herkennen, en hij aarzelde nooit om de waarheid te omarmen, ongeacht uit welke bron die leek voort te komen.
De Mensenzoon bij de profeet Daniël
De uitdrukking “Mensenzoon” is vooral bekend uit Het boek Daniël, met name Daniël 7. In dat hoofdstuk beschrijft Daniël een visionair, symbolisch tafereel waarin wereldrijken worden voorgesteld als beesten, gevolgd door een hemels oordeel.
In deze context verschijnt:
“Iemand als een mensenzoon, komende met de wolken des hemels.”
Deze figuur:
-
verschijnt vanuit de hemel, niet vanuit de aarde;
-
komt met wolken, een klassiek teken van goddelijke macht;
-
ontvangt heerschappij, heerlijkheid en koningschap;
-
oefent eeuwige heerschappij uit over alle volken.
In de Joodse interpretatie uit de eeuwen rond Jezus werd deze “Mensenzoon” vaak opgevat als:
-
een kosmische, bovennatuurlijke figuur;
-
een rechter voor het einde van de tijd;
-
iemand die plotseling en machtig ingrijpt aan het einde van de tijd;
-
een zichtbare vervuller van nationale en religieuze verwachtingen.
Kort gezegd: de Mensenzoon bij Daniël is apocalyptisch, verheven en triomfantelijk.
Waarom Jezus deze interpretatie afwees
Wanneer in Hoofdstuk 5 wordt gezegd dat Jezus er zeker van was dat hij niet zou verschijnen als de Mensenzoon van Daniël, betekent dat het volgende:
Jezus verwierp:
-
het idee van een dramatische, kosmische verschijning;
-
het beeld van een plots ingrijpende hemelse heerser;
-
de verwachting van een politiek of religieus herstel door macht;
-
de rol van eindtijd-rechter die zichtbaar neerdaalt uit de hemel.
Hij zag zijn zending niet als:
-
een apocalyptische ontknoping van de geschiedenis,
-
of een theatrale vervulling van profetische beelden.
Hoe Jezus het begrip “Mensenzoon” zelf gebruikte
Jezus gebruikte de term Mensenzoon op een heel andere manier:
-
niet als titel van macht, maar als aanduiding van menselijkheid;
-
niet als afstandelijke hemelse figuur, maar als nabij, herkenbaar en belichaamd;
-
niet om zichzelf boven anderen te plaatsen, maar om zich met mensen te identificeren.
In zijn eigen gebruik kreeg “Mensenzoon” de betekenis van:
-
iemand die leeft onder mensen;
-
iemand die dient, lijdt en begrijpt;
-
iemand die het koninkrijk laat zien door leven en handelen, niet door kosmische tekenen.
Daarmee ontmythologiseerde Jezus als het ware een geladen profetisch begrip en gaf het een existentiële en morele inhoud.
Het fundamentele verschil samengevat
| Daniël | Jezus |
|---|---|
| Komt met de wolken | Leeft onder mensen |
| Hemelse macht | Menselijke nabijheid |
| Eindtijd-oordeel | Dagelijkse omvorming |
| Triomf en heerschappij | Dienst en voorbeeld |
| Externe ingreep | Innerlijke verandering |
MensenZoon met een hoofdletter Z
Later in het verhaal wordt steeds duidelijker dat Jezus een dubbele oorsprong en dubbele identiteit had. Hij was natuurlijk een zoon van mensen, Jozef en Maria, hij was als zodanig ook mens en onder de mensen. Maar tegelijk was hij een incarnatie van Michael die Goddelijk is, ook in de zin van “nooit geboren” maar juist eeuwig en een rechtstreekse Zoon van God en Schepper van ons Lokale Universum. Om die dubbele identiteit tot uitdrukking te brengen wordt “MensenZoon” met de hoofdletter Z erin geschreven. In de Engelse brontekst wordt meestal “Son of Man” gebruikt, op een soortgelijke wijze de dubbele identiteit uitdrukkend.
Context van het Boek van Enoch
Het “Boek van Enoch” waar hier naar wordt verwezen, ook wel Boek van Henoch en meestal 1 Henoch genoemd, is een Joods apocalyptisch geschrift uit de eeuwen vóór Jezus. Het was geen onderdeel van de Hebreeuwse Bijbel, maar wél wijdverbreid gelezen in Jezus’ tijd, vooral in apocalyptische kringen.
De passages die Jezus blijkbaar zo intrigeerden komen vooral uit 1 Henoch 37–71, ook wel de Gelijkenissen van Henoch genoemd. Daar verschijnt voor het eerst expliciet een figuur met de titel “Zoon des Mensen / Mensenzoon” als zelfstandige, bijna persoonlijke gestalte.
De kernpassage uit het Boek van Enoch (vrij letterlijk)
Engels (gebruikelijke academische vertaling, licht gemoderniseerd)
*“And at that hour that Son of Man was named
in the presence of the Lord of Spirits,
and his name before the Head of Days.Even before the sun and the constellations were created,
before the stars of heaven were made,
his name was named before the Lord of Spirits.He shall be a staff for the righteous and the holy,
that they may lean on him and not fall;
and he shall be the light of the nations,
and he shall be the hope of those who are troubled of heart.”*
— 1 Henoch 48:2–4
Nederlandse weergave (zo dicht mogelijk bij de tekst)
*“En in dat uur werd die Mensenzoon genoemd
in de tegenwoordigheid van de Heer van Spirits,
en zijn naam vóór de Oude der Dagen.Nog vóórdat zon en sterrenbeelden waren geschapen,
vóórdat de sterren van de hemel werden gemaakt,
was zijn naam genoemd vóór de Heer van Spirits.Hij zal een steun zijn voor de rechtvaardigen en de heiligen,
zodat zij op hem kunnen steunen en niet zullen vallen;
hij zal een licht zijn voor de volken
en een hoop voor hen die in hun hart beproefd zijn.”*
Waarom juist deze passage zo intrigerend was
Deze tekst combineert dingen die ongewoon zijn:
-
de Mensenzoon is vooraf bestaand (voor de schepping genoemd);
-
hij is niet zomaar een mens, maar ook niet simpelweg God;
-
hij is geen krijgsfiguur, maar:
-
een steun
-
een licht
-
een hoop
-
-
zijn rol is existentieel en moreel, niet militair of politiek.
Dit wijkt af van:
-
Daniëls kosmische rechter,
-
én van populaire messiaanse verwachtingen.
Je kunt goed begrijpen waarom Jezus op jonge leeftijd deze passage herlas. Ze bood een geleidelijke zichzelf ontdekkende jongeman een taal voor een roeping die:
-
universeel was (“licht voor de volken”),
-
dienend was,
-
en diep verbonden met menselijke nood.
Dit fragment laat mooi zien dat:
-
de term MensenZoon al vóór Jezus een geladen, maar open betekenis had;
-
Jezus niet zomaar een titel adopteerde, maar worstelde met bestaande beelden;
-
sommige apocalyptische teksten al een niet-triomfantelijke Mensenzoon kenden.
Hoofdstuk 7
Joshua ben Joseph wist heel goed dat hij een mens was, een sterfelijk mens, geboren uit een vrouw. Dit blijkt uit de keuze van zijn eerste titel, de MensenZoon. Hij nam werkelijk deel aan het leven als mens van vlees en bloed, en zelfs nu, terwijl hij in soeverein gezag heerst over de bestemming en toekomst van een universum, draagt hij onder zijn talrijke welverdiende titels nog steeds die van MensenZoon. Het is letterlijk waar dat het scheppende Woord – de Schepper-Zoon – van de Universele Vader een lichaam werd en als mens van dit gebied op Aarde woonde. Hij arbeidde, werd vermoeid, rustte en sliep. Hij hongerde en bevredigde dat verlangen met voedsel; hij dorstte en leste zijn dorst met water. Hij ervoer het volledige scala aan menselijke gevoelens en emoties; hij werd in alle dingen op de proef gesteld, net als jij, en hij leed en stierf.
