Citaten uit het verhaal over het hemelse koninkrijk
Uit hoofdstuk 13:
Om de boodschap van Johannes te begrijpen, moet rekening worden gehouden met de status van het Joodse volk in de tijd dat hij op het toneel verscheen. Bijna honderd jaar lang verkeerde heel Israël in een lastig parket. Ze wisten niet hoe ze hun voortdurende onderwerping aan heidense overheersers moesten verklaren. Had Mozes niet geleerd dat rechtvaardigheid altijd beloond werd met welvaart en macht? Waren zij niet Gods uitverkoren volk? Waarom was de troon van David verlaten en leeg? In het licht van de leer van Mozes en de voorschriften van de profeten vonden de Joden het moeilijk hun langdurige nationale verwoesting te verklaren.
Ongeveer honderd jaar voor de dagen van Jezus en Johannes ontstond er in Palestina een nieuwe school van religieuze leraren, de ‘apocalyptici’. Deze nieuwe leraren ontwikkelden een geloofssysteem dat het lijden en de vernedering van de Joden verklaarde op grond van het feit dat zij de straf voor de zonden van de natie betaalden. Ze vielen terug op de bekende redenen die werden aangevoerd om de Babylonische en andere gevangenschappen uit vroegere tijden te verklaren. Maar, zo leerden de apocalyptici, Israël moest moed vatten; de dagen van hun ellende waren bijna voorbij; de discipline van Gods uitverkoren volk was bijna ten einde; Gods geduld met de heidense buitenlanders was bijna uitgeput. Het einde van de Romeinse heerschappij was synoniem met het einde der tijden en, in zekere zin, met het einde van de wereld. Deze nieuwe leraren leunden zwaar op de voorspellingen van Daniël en leerden consequent dat de schepping op het punt stond haar laatste fase in te gaan. De koninkrijken van deze wereld zouden het koninkrijk van God worden. Voor de Joodse geest van die tijd was dit de betekenis van de uitdrukking ‘het hemels koninkrijk’, die overal in de leringen van zowel Johannes als Jezus terugkomt. Voor de Joden in Palestina had de uitdrukking ‘hemels koninkrijk’ maar één betekenis: een absoluut rechtvaardige staat waarin God (de Messias) de naties van de aarde zou regeren in volmaakte macht, net zoals Hij in de hemel regeerde: ‘Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.’
In de dagen van Johannes vroegen alle Joden vol verwachting: ‘Hoe snel zal het koninkrijk komen?’ Er heerste een algemeen gevoel dat het einde van de heerschappij van de heidense naties nabij was. Er heerste in het hele Jodendom een levendige hoop en een sterke verwachting dat de vervulling van het eeuwenoude verlangen zou plaatsvinden tijdens het leven van die generatie. Hoewel de Joden sterk verschilden in hun inschatting van de aard van het komende koninkrijk, waren ze gelijk in hun geloof dat de gebeurtenis op handen was, nabij, zelfs voor de deur. Velen die het Oude Testament letterlijk lazen, keken vol verwachting uit naar een nieuwe koning in Palestina, naar een herboren Joodse natie, bevrijd van haar vijanden en geleid door de opvolger van Koning David, de Messias die spoedig erkend zou worden als de rechtmatige en rechtvaardige heerser van de hele wereld. Een andere, hoewel kleinere, groep vrome Joden had een heel andere visie op dit koninkrijk van God. Zij leerden dat het komende koninkrijk niet van deze wereld was, dat de wereld haar zekere einde naderde en dat ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ de vestiging van het koninkrijk van God zouden inluiden; dat dit koninkrijk een eeuwigdurende heerschappij zou zijn, dat de zonde zou worden beëindigd en dat de burgers van het nieuwe koninkrijk onsterfelijk zouden worden in hun genot van deze eindeloze gelukzaligheid.
Allen waren het erover eens dat een drastische zuiverende discipline noodzakelijkerwijs vooraf zou gaan aan de vestiging van het nieuwe koninkrijk op aarde. De letterlijken leerden dat er een wereldwijde oorlog zou uitbreken die alle ongelovigen zou vernietigen, terwijl de gelovigen zouden voortgaan naar een universele en eeuwige overwinning. De spiritisten leerden dat het koninkrijk zou worden ingeleid door het grote oordeel van God, dat de onrechtvaardigen zou verbannen naar hun welverdiende oordeel van straf en uiteindelijke vernietiging, en tegelijkertijd de gelovige heiligen van het uitverkoren volk zou verheffen tot hoge zetels van eer en gezag met de MensenZoon, die in Gods naam over de verloste volken zou regeren. En deze laatste groep geloofde zelfs dat vele vrome heidenen tot de gemeenschap van het nieuwe koninkrijk zouden kunnen worden toegelaten.
en:
Dat was de religieuze achtergrond van de Joodse wereld toen Johannes erop uitging en verkondigde: “Bekeert u, want het hemelse koninkrijk is nabij!”
Verderop in Hoofdstuk 13:
Johannes had nog steeds verwarde ideeën over het komende koninkrijk en zijn koning. Hoe langer hij predikte, hoe meer hij in de war raakte, maar deze intellectuele onzekerheid over de aard van het komende koninkrijk verminderde nooit zijn overtuiging van de zekerheid van de onmiddellijke verschijning van het koninkrijk. In gedachten, in mind, was Johannes misschien in de war, maar in spirit nooit. Hij twijfelde niet aan het komende koninkrijk, maar hij was er helemaal niet zeker van of Jezus wel of niet de heerser van dat koninkrijk zou zijn. Zolang Johannes vasthield aan het idee van het herstel van de troon van David, leken de leringen van zijn ouders dat Jezus, geboren in de Stad van David, de langverwachte verlosser zou zijn, consistent. Maar op die momenten dat hij meer neigde naar de leer van een spiritueel koninkrijk en het einde van het wereldlijk tijdperk op aarde, twijfelde hij hevig over de rol die Jezus in zulke gebeurtenissen zou spelen. Soms stelde hij alles ter discussie, maar niet lang. Hij wenste werkelijk dat hij het allemaal met zijn neef kon bespreken, maar dat was in strijd met hun uitdrukkelijke afspraak.
en:
Deze veertig dagen waren een moeilijke periode voor Johannes en zijn discipelen. Wat zou de relatie van Johannes tot Jezus zijn? Honderd vragen kwamen ter discussie. Politiek en zelfzuchtige bevoordeling begonnen hun intrede te doen. Er ontstonden intense discussies over de verschillende ideeën en concepten van de Messias. Zou hij een militair leider en een Davidische koning worden? Zou hij de Romeinse legers verslaan zoals Jozua de Kanaänieten had verslagen? Of zou hij komen om een spiritueel koninkrijk te stichten? Johannes besloot, met de minderheid, dat Jezus gekomen was om het hemelse koninkrijk te stichten, hoewel hij zelf niet helemaal duidelijk wist wat deze missie van het vestigen van het hemelse koninkrijk precies inhield.
In hoofdstuk 16 vinden we:
Jezus had een stille zendingscampagne van vijf maanden gepland – persoonlijk werk. Hij vertelde de apostelen niet hoe lang dit zou duren; ze werkten van week tot week. En vroeg op deze eerste dag van de week, net toen hij dit aan zijn twaalf apostelen wilde aankondigen, kwamen Simon Petrus, Jakobus Zebedeüs en Judas Iscariot om privé met hem te praten. Petrus nam Jezus apart en durfde te zeggen: “Meester, wij komen op verzoek van onze metgezellen om te vragen of de tijd nog niet rijp is om het koninkrijk binnen te gaan. En zult u het koninkrijk in Capernaum verkondigen, of moeten we verder naar Jeruzalem? En wanneer zullen wij, ieder van ons, de posities leren kennen die wij samen met u zullen bekleden bij de vestiging van het koninkrijk?” En Petrus zou nog meer vragen hebben gesteld, maar Jezus hief een vermanende hand op en hield hem tegen. En terwijl hij de andere apostelen die erbij stonden wenkte om zich bij hen te voegen, zei Jezus: “Mijn kinderen, hoe lang moet ik jullie nog verdragen! Heb ik jullie niet duidelijk gemaakt dat mijn koninkrijk niet van deze wereld is? Ik heb jullie al vaak gezegd dat ik niet gekomen ben om op de troon van David te zitten, en hoe komt het dan dat jullie je nu afvragen welke plaats ieder van jullie zal bekleden in het koninkrijk van de Vader? Kunnen jullie niet inzien dat ik je heb geroepen als ambassadeurs van een spiritueel koninkrijk? Begrijp je niet dat je mij spoedig, heel spoedig, zult vertegenwoordigen in de wereld en in de verkondiging van het koninkrijk, net zoals ik nu mijn Vader in de hemel vertegenwoordig? Kan het zijn dat ik jullie heb uitgekozen en geïnstrueerd als boodschappers van het koninkrijk, en dat jullie de aard en betekenis van dit komende koninkrijk van goddelijke grootheid in de harten van de mensen niet begrijpen? Mijn vrienden, luister nogmaals naar mij. Verban uit je gedachten het idee dat mijn koninkrijk een heerschappij van macht of een heerschappij van glorie is. Inderdaad, alle macht in de hemel en op aarde zal spoedig in mijn handen worden gelegd, maar het is niet de wil van de Vader dat we deze goddelijke gave gebruiken om onszelf in dit tijdperk te verheerlijken. In een ander tijdperk zult je inderdaad met mij in macht en glorie zitten, maar het betaamt ons nu om ons te onderwerpen aan de wil van de Vader en in nederige gehoorzaamheid voort te gaan om zijn gebod op aarde uit te voeren.”
In hoofdstuk 18:
In hoofdstuk 18 worden de apostelen gewijd als openbare predikers van het hemelse koninkrijk en bij die gelegenheid zegt Jezus tegen hen:
Vóór de formele wijdingsdienst sprak Jezus tot de twaalf, die rondom hem zaten: “Mijn broeders, dit uur van het koninkrijk is gekomen. Ik heb jullie hier met mij apart genomen om jullie aan de Vader voor te stellen als ambassadeurs van het koninkrijk. Sommigen van jullie hebben mij over dit koninkrijk horen spreken in de synagoge toen jullie voor het eerst geroepen werden. Ieder van jullie heeft meer geleerd over het koninkrijk van de Vader sinds jullie met mij werken in de steden rond het Meer van Galilea. Maar nu heb ik jullie nog iets meer te vertellen over dit koninkrijk.”
“Het nieuwe koninkrijk dat mijn Vader op het punt staat te vestigen in de harten van Zijn aardse kinderen, zal een eeuwige heerschappij zijn. Er zal geen einde zijn aan deze heerschappij van mijn Vader in de harten van hen die Zijn goddelijke wil willen doen. Ik verklaar jullie dat mijn Vader niet de God van Jood of niet-Jood is. Velen zullen uit het oosten en het westen komen om met ons in het koninkrijk van de Vader te zitten, terwijl velen van de kinderen van Abraham zullen weigeren deze nieuwe broederschap van de heerschappij van de spirit van de Vader in de harten van de mensenkinderen binnen te treden.”
“De macht van dit koninkrijk zal niet bestaan uit de kracht van legers en ook niet uit de macht van rijkdom, maar veeleer uit de glorie van de goddelijke spirit die zal komen om de mind/het verstand te onderwijzen en de harten te regeren van de wedergeboren burgers van dit hemelse koninkrijk, de zonen van God. Dit is de broederschap van liefde waarin rechtvaardigheid heerst, en waarvan de strijdkreet zal zijn: ‘Vrede op aarde en welbehagen voor alle mensen’. [letterlijk “and good will to all men”, in de zin van goede wensen, geluk (misschien)] Dit koninkrijk, dat jullie zo spoedig zullen gaan verkondigen, is het verlangen van de goede mensen van alle tijden, de hoop van de hele aarde en de vervulling van de wijze beloften van alle profeten.”
“Maar voor jullie, mijn kinderen, en voor alle anderen die jullie in dit koninkrijk willen volgen, staat een zware test klaar. Alleen geloof zal jullie door de poorten van het koninkrijk leiden, maar jullie moeten de vruchten van de spirit van mijn Vader voortbrengen als jullie willen BLIJVEN OPKLIMMEN EN GROEIEN in het progressieve leven van de goddelijke gemeenschap. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie, niet iedereen die zegt: ‘Heer, Heer,’ zal het hemelse koninkrijk binnengaan; maar eerder hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.”
“Jullie boodschap aan de wereld zal zijn: Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, en door dit te vinden, zullen alle andere dingen die essentieel zijn voor eeuwig overleven worden veiliggesteld. En nu wil ik jullie duidelijk maken dat dit koninkrijk van mijn Vader niet zal komen met een uiterlijk vertoon van macht of met ongepast vertoon. U mag niet van hier gaan met de verkondiging van het koninkrijk, zeggende: ‘Het is hier’ of ‘Het is daar’, want dit koninkrijk dat u predikt, is God in u.”
“Iedereen die groot wil worden in het koninkrijk van mijn Vader, zal een dienaar van allen worden. En wie onder u de eerste wil zijn, laat hij de dienaar van zijn broeders worden. Maar wanneer u eenmaal werkelijk als burgers in het hemelse koninkrijk bent ontvangen, bent u niet langer dienaren, maar zonen; zonen van de levende God. En zo zal dit koninkrijk in de wereld voortgaan totdat het elke barrière zal doorbreken en alle mensen ertoe zal brengen mijn Vader te kennen en te geloven in de reddende waarheid die ik ben komen verkondigen. Het koninkrijk is nu al nabij, en sommigen van jullie zullen niet sterven voordat jullie het koninkrijk van God met grote kracht hebben zien komen.”
“En dit wat jullie ogen nu aanschouwen, dit kleine begin van twaalf gewone mensen, zal zich vermenigvuldigen en groeien totdat uiteindelijk de hele aarde vervuld zal zijn van de lofprijzing van mijn Vader. En het zal niet zozeer zijn door de woorden die u spreekt, maar door het leven dat u leidt, dat mensen zullen weten dat u bij mij bent geweest en de realiteiten van het koninkrijk hebt geleerd. En hoewel ik geen zware lasten op uw mind wil leggen, sta ik op het punt uw ziel de plechtige verantwoordelijkheid op te leggen om mij in de wereld te vertegenwoordigen wanneer ik u binnenkort zal verlaten, zoals ik nu mijn Vader vertegenwoordig in dit leven dat ik in dit sterfelijke lichaam leid.”
En toen hij uitgesproken was, stond hij op.
Iets verderop in hoofdstuk 18
“Bij het verkrijgen van toegang tot het hemelse koninkrijk is het het motief dat telt. Mijn Vader kijkt in de harten van mensen en oordeelt op basis van hun innerlijke verlangens en hun oprechte bedoelingen.”
“Op de grote dag van het oordeel van het koninkrijk zullen velen tot mij zeggen: ‘Zijn we niet een profeet in uw naam geweest en in uw naam vele wonderwerken gedaan?’ Maar ik zal gedwongen zijn hun te zeggen: ‘Ik heb u nooit gekend; ga weg van mij, jullie die valse leraren zijn.’ Maar een ieder die deze opdracht hoort en oprecht zijn opdracht uitvoert om mij voor de mensen te vertegenwoordigen, zoals ik mijn Vader voor jullie heb vertegenwoordigd, zal een rijke toegang vinden tot mijn dienstverlening en tot het koninkrijk van de hemelse Vader.”
(….)
Het recht om het koninkrijk binnen te gaan, is afhankelijk van geloof, van persoonlijke overtuiging. De prijs om in de voortschrijdende opklimming in het koninkrijk te blijven, is de parel van grote waarde, waarvoor een mens alles verkoopt wat hij bezit.
(….)
Johannes vroeg Jezus: “Meester, wat is het hemelse koninkrijk?” En Jezus antwoordde: “Het hemelse koninkrijk bestaat uit deze drie essentiële zaken: ten eerste, de erkenning van het feit van de soevereiniteit van God; ten tweede, het geloof in de waarheid dat je een kind van God bent; en ten derde, het geloof in de effectiviteit van het allerhoogste menselijke verlangen om de wil van God te doen – om zoals God te zijn. En dit is het goede nieuws van het evangelie: dat door geloof iedere sterveling al deze essentiële zaken van verlossing mag verkrijgen.”
Uit hoofdstuk 19:
De avond voordat ze Pella verlieten, gaf Jezus de apostelen verdere instructies met betrekking tot het nieuwe koninkrijk. De Meester zei: “Jullie hebben geleerd uit te zien naar de komst van het koninkrijk van God, en nu kom ik aankondigen dat dit langverwachte koninkrijk nabij is, ja, dat het al hier is en in ons midden. In elk koninkrijk moet een koning op zijn troon zitten en de wetten van het rijk uitvaardigen. En zo hebben jullie een concept ontwikkeld van het hemelse koninkrijk als een verheerlijkte heerschappij van het Joodse volk over alle volken van de aarde, met de Messias zittend op Davids troon en vanuit die plaats van wonderbaarlijke macht de wetten van de hele wereld verkondigend. Maar, mijn kinderen, jullie zien niet met het oog van het geloof, en jullie horen niet met het begrip van de spirit. Ik verklaar dat het hemelse koninkrijk de realisatie en erkenning is van Gods heerschappij in de harten van de mensen. Het is waar, er is een Koning in dit koninkrijk, en die Koning is mijn Vader en jullie Vader. Wij zijn inderdaad zijn loyale onderdanen, maar ver boven dat feit uitstijgend is de transformerende waarheid dat wij zijn kinderen zijn. In mijn leven moet deze waarheid zich aan allen openbaren. Onze Vader zit ook op een troon, maar niet een die met handen gemaakt is. De troon van het Oneindige is de eeuwige woonplaats van de Vader in de hemel der hemelen. Hij vult alle dingen en verkondigt Zijn wetten aan universum na universum. En de Vader heerst ook in de harten van zijn kinderen op aarde door de Mentor-Spirit die hij heeft gezonden om in de zielen van sterfelijke mensen te leven.”
“Wanneer jullie de onderdanen van dit koninkrijk zijn, wordt jullie inderdaad de wet van de Heerser van het Universum aangeleerd. Maar wanneer je, vanwege het evangelie van het koninkrijk dat ik ben komen verkondigen, jezelf in geloof ontdekt als kinderen, beschouw je jezelf voortaan niet meer als wets-onderworpen schepselen van een almachtige koning, maar als bevoorrechte kinderen van een liefhebbende en goddelijke Vader. Voorwaar, voorwaar, ik zeg jullie, wanneer de wil van de Vader jouw wet is, ben je nauwelijks in het koninkrijk. Maar wanneer de wil van de Vader werkelijk jouw wil wordt, dan ben je in werkelijkheid in het koninkrijk, omdat het koninkrijk daardoor een gevestigde ervaring in jou is geworden. Wanneer Gods wil jouw wet is, ben je edele slaven-onderdanen; maar wanneer je gelooft in dit nieuwe evangelie van kind-van-God-zijn wordt de wil van mijn Vader jouw wil en word je verheven tot de hoge positie van de vrije kinderen van God, bevrijde kinderen van het koninkrijk.”
In hoofdstuk 19:
Die avond sprak Jezus met de apostelen over het nieuwe leven in het koninkrijk. Hij zei gedeeltelijk: “Wanneer je het koninkrijk binnengaat, word je herboren. Je kunt de diepe dingen van de spirit niet onderwijzen aan hen die alleen als een lichaam, als materie, geboren zijn. Zie eerst dat mensen uit de spirit geboren zijn voordat je probeert hen te onderwijzen in de gevorderde wegen van de spirit. Onderneem geen pogingen om mensen de schoonheid van de tempel te laten zien voordat je ze eerst in de tempel hebt gebracht. Stel mensen voor aan God en als de kinderen van God voordat je spreekt over het vaderschap van God en het kind-schap van mensen. Strijd niet met mensen; wees altijd geduldig. Het is niet jullie koninkrijk; jullie zijn slechts ambassadeurs. Ga er gewoon op uit en verkondig: ‘Dit is het hemelse koninkrijk. God is jullie Vader en jullie zijn Zijn kinderen, en dit goede nieuws, als jullie het van harte geloven, is jullie eeuwige redding.‘ “
In hoofdstuk 45:
Jezus had er altijd moeite mee om de apostelen uit te leggen dat, hoewel zij de oprichting van het koninkrijk van God verkondigden, de Vader in de hemel geen koning was. In de tijd dat Jezus op aarde leefde en in een sterfelijk lichaam onderwees, kenden de mensen op aarde vooral koningen en keizers in de regeringen van de volken, en de Joden hadden de komst van het ‘koninkrijk Gods’ al lang overwogen. Om deze en andere redenen achtte de Meester het het beste om de spirituele broederschap van de mens aan te duiden als het ‘hemelse koninkrijk’ en het spirituele hoofd van deze broederschap als ‘de Vader in de hemel’. Jezus noemde zijn Vader nooit een koning. In zijn intieme gesprekken met de apostelen noemde hij zichzelf altijd de MensenZoon en hun oudere broer. Hij beschreef al zijn volgelingen als dienaren van de mensheid en boodschappers van het evangelie van het koninkrijk.
en
Jezus noemde de Vader nooit een koning, en hij betreurde het ten zeerste dat de Joodse hoop op een hersteld koninkrijk en de verkondiging door Johannes de Doper van een ‘komend koninkrijk’ het voor hem noodzakelijk maakten om zijn voorgestelde spirituele broederschap het ‘hemelse koninkrijk’ te noemen. Met één uitzondering – de verklaring dat “God spirit is” – verwees Jezus nooit naar de Godheid op een andere manier dan in termen die zijn eigen persoonlijke relatie met de Eerste Bron en Centrum van het Paradijs beschreven.
Heel hoofdstuk 46 gaat over de uitleg en uitspraken van Jezus over Het Hemelse Koninkrijk
Op verschillende momenten en onder verschillende omstandigheden lijkt het erop dat Jezus in zijn openbare leringen talloze concepten van het “koninkrijk” heeft gepresenteerd, maar aan zijn apostelen onderwees hij altijd dat het koninkrijk de persoonlijke ervaring van de mens omvatte in relatie tot zijn medemensen op aarde en tot de Vader in de hemel. Wat het koninkrijk betreft, was zijn laatste woord altijd: “Het koninkrijk is in u.”
De grote inspanning die in deze preek besloten lag, was de poging om het concept van het hemelse koninkrijk te vertalen naar het ideaal van het idee om de wil van God te doen. De Meester had zijn volgelingen al lang leren bidden:
“Uw koninkrijk kome; Uw wil geschiede”;
en op dit moment probeerde hij hen er ernstig toe te bewegen het gebruik van de term koninkrijk van God te laten varen ten gunste van het meer praktische equivalent, de wil van God. Maar hij slaagde daar niet in.
Iets verderop in dit hoofdstuk 46:
Jezus probeerde het koninkrijk door veel termen te vervangen, maar altijd zonder succes. Hij gebruikte onder andere: de familie van God, de wil van de Vader, de vrienden van God, de gemeenschap van gelovigen, de broederschap van de mensen, de kudde van de Vader, de kinderen van God, de gemeenschap van getrouwen, de dienst van de Vader en de bevrijde kinderen van God.
In hoofdstuk 61 staat Jezus voor Pilatus en zegt hij:
“Bent u dan toch een koning?” zei Pilatus. En Jezus antwoordde: “Ja, ik ben zo’n koning, en mijn koninkrijk is het gezin van de geloofskinderen van mijn Vader die in de hemel is. Hiertoe ben ik in deze wereld geboren, namelijk om mijn Vader aan alle mensen te laten zien en te getuigen van de waarheid van God. En zelfs nu verklaar ik u dat iedereen die de waarheid liefheeft, mijn stem hoort.”
