In hoofdstuk 9 vinden we de volgende passage:
Op een dag na de avondmaaltijd wandelden Jezus en de jonge Filistijn langs de zee. Gadiah, die niet wist dat deze ‘schrijver uit Damascus’ zo goed thuis was in de Hebreeuwse tradities, wees Jezus de aanlegsteiger van waaruit Jonah zich naar verluidt had ingescheept voor zijn noodlottige reis naar Tarsis. En toen hij zijn toespraak had beëindigd, stelde hij Jezus deze vraag: “Maar denk je dat de grote vis Jonah werkelijk heeft opgeslokt?” Jezus merkte dat het leven van deze jongeman enorm beïnvloed was door deze traditie, en dat de overdenking ervan hem de dwaasheid had ingeprent om te proberen zijn plicht te ontlopen. Jezus zei daarom niets dat plotseling de fundamenten van Gadiah’s huidige motivatie voor een praktisch leven zou vernietigen. Bij het beantwoorden van deze vraag zei Jezus: “Mijn vriend, wij zijn allemaal Jonah’s met een leven dat wij moeten leiden in overeenstemming met de wil van God. En wanneer wij proberen te ontsnappen aan de huidige levensplicht door weg te rennen naar verleidingen, plaatsen wij onszelf daarmee in de directe controle van die invloeden die niet worden aangestuurd door de krachten van de waarheid en de krachten van de gerechtigheid. De vlucht voor plicht is het opofferen van de waarheid. De ontsnapping aan de service van licht en leven kan alleen maar resulteren in die benauwende conflicten met de lastige walvissen van egoïsme die uiteindelijk leiden tot duisternis en dood. Behalve wanneer zulke God-verlatende Jonah’s in hun hart omkeren, zelfs in de diepste wanhoop, om God en zijn goedheid te zoeken. En wanneer zulke ontmoedigde zielen oprecht God zoeken – met honger naar waarheid en met dorst naar gerechtigheid – is er niets dat hen verder gevangen kan houden. In welke diepe diepten ze ook gevallen zijn, wanneer ze het licht met heel hun hart zoeken, zal de Spirit van de Heer God in de hemel hen uit hun gevangenschap bevrijden. De slechte omstandigheden van het leven zullen hen uitspuwen op het droge land van nieuwe kansen voor hernieuwde dienstbaarheid en een wijzer leven.”
Als achtergrond kan het volgende worden vermeld en opgemerkt:
De oorsprong en betekenis van het verhaal van Jonah en de vis
Het verhaal van Jonah en de grote vis is afkomstig uit het Boek Jona, Engelse versie: Book of Jonah, een van de korte profetische geschriften van de Hebreeuwse Bijbel. Ondanks zijn beperkte omvang behoort dit verhaal tot de meest bekende bijbelse vertellingen, vooral door het krachtige beeld van een mens die door een enorme zeebewoner wordt opgeslokt en na drie dagen weer levend tevoorschijn komt.
Door de eeuwen heen heeft dit motief een sterke verbeeldingskracht gehad. Het idee van iemand die levend wordt ingeslikt en zich in het binnenste van een dier bevindt, keert terug in volksverhalen, literatuur en moderne fabels. Juist vanwege deze verbeeldingskracht is het verhaal ook regelmatig gebruikt in discussies over de vraag of bijbelse teksten letterlijk of symbolisch gelezen moeten worden. In culturele en juridische debatten over de letterlijke uitleg van de Bijbel werd het Jonah-verhaal vaak aangehaald als voorbeeld van een vertelling die moeilijk letterlijk te verdedigen is. Het is jammer dat beide kanten van dat debat, namelijk “ja je moet het letterlijk nemen” en “zie je wel, dat de bijbel niet op waarheid berust” voorbij gaan aan de derde mogelijkheid dat het verhaal symbolisch bedoeld is zelfs een diepe betekenis heeft.
Samenvatting en kernmotieven
Het boek vertelt hoe Jonah, een profeet uit Israël, in het Nederlands Jona(s), door God wordt geroepen om de stad Ninevé te waarschuwen. Jonah weigert deze opdracht en vlucht in tegenovergestelde richting, naar Tarsis. Tijdens deze vlucht komt hij terecht in een zware storm. Nadat hij erkent dat zijn vlucht de oorzaak is van het onheil, wordt hij overboord geworpen en opgeslokt door een grote vis. Pas na een periode van innerlijke crisis en gebed wordt hij weer op het droge land gebracht, waarna hij alsnog zijn opdracht vervult.
De kern van het verhaal ligt niet in de vraag of opgegeten worden door een vis, en dan overleven in zijn buik, biologisch mogelijk is, maar in wat deze fase vertegenwoordigt. De “buik van de vis” staat symbool voor een toestand van stilstand, opsluiting en confrontatie. Jonah kan nergens meer heen. De vlucht voor verantwoordelijkheid, vanuit bijvoorbeeld een houding van gemakzucht, leidt niet tot vrijheid, maar tot een diepere verstrikking in “de onderbuik van het leven”.
De bedoeling van het Jonah-verhaal
Het verhaal van Jonah lijkt bedoeld als morele en existentiële spiegel. Het beschrijft een mens die probeert te ontsnappen aan zijn plicht door te kiezen voor een aantrekkelijker, eenvoudiger of veiliger alternatief. Of misschien is het geen ontsnappen aan “plicht” die hier speelt, maar ook of vooral het proberen te ontsnappen aan de “natuurlijke orde”, aan de “wil of het plan van God”. Juist de keuze om niet de route van God te volgen brengt Jona in een situatie van innerlijke nood. De vis staat hier voor de gevolgen van het proberen de natuurlijke route en het Goddelijk plan te ontlopen: met als gevolg een benauwende toestand van duisternis, opsluiting en totale onzekerheid, waarin men wordt teruggeworpen op de essentie van het eigen leven.
Belangrijk is dat het verhaal ruimte laat voor omkeer. Bevrijding volgt niet door strijd, door geweld, door worsteling of door een poging tot ontsnapping, maar door erkenning, innerlijke verandering en hernieuwde toewijding aan wat ons als “opdracht” is gegeven en door die als juist te ervaren. Het is uiteindelijk de “vis” zelf die ons dan uitspuugt en op vaste grond brengt, niet wij die eraan ontsnappen.
De vraag van Gadiah en de reactie van Jezus
In hoofdstuk 9 van het verhaal komt dit oude motief terug in een gesprek tussen Jezus en de jonge Filistijn Gadiah. Gadiah richt zich op de historische vraag of Jonah werkelijk door een grote vis werd opgeslokt. Jezus ziet echter dat deze vraag minder gaat over nieuwsgierigheid en meer over hoe Gadiah zijn leven begrijpt en vormgeeft.
Daarom vermijdt Jezus een letterlijk antwoord. Hij ziet heel helder dat het verhaal niet letterlijk bedoeld is maar symbolisch en verplaatst de aandacht van feitelijkheid naar betekenis. Zijn kernstelling is dat alle mensen in zekere zin Jonah zijn: we zijn aan het dwalen geraakt en in gebieden van niet-realiteit terecht gekomen, op basis van het “tiny mad idea” dat we lichamen zijn, dat God niet bestaat, dat “you only live once, so you need to get for yourself what you can”. Ego neemt het over. Het oorspronkelijke plan van God voor ons raakt volledig op de achtergrond. We dromen ervan te ontsnappen aan onze perfecte door God gegeven bestemming, op zoek naar iets aantrekkelijkers, iets dat minder inspanning vraagt, meer directe en onmiddellijke beloning belooft en minder verantwoording vereist. We verkiezen afscheiding van God boven het volgen van Zijn Plan voor ons. We vertrouwen ego meer dan de waarheid.
Jezus en de herinterpretatie van Jonah
Jezus gebruikt het Jonah-verhaal als beeld voor dit universeel menselijk patroon. Vluchten voor God en jezelf zien als ego, leidt volgens hem tot innerlijke conflicten, die hij beschrijft als ontmoetingen met de “walvissen van egoïsme”. Deze conflicten kunnen mensen als het ware opslokken, waardoor zij vastlopen in zelfgerichtheid, wanhoop en morele duisternis.
Toch blijft ook hier altijd bevrijding mogelijk. In de diepste innerlijke crisis, wanneer alle ontsnappingsroutes zijn afgesloten, ontstaat ruimte voor een oprechte zoektocht naar waarheid en gerechtigheid. Wie deze zoektocht aangaat, kan niet blijvend gevangen blijven. Zoals Jonah uiteindelijk wordt uitgespuwd op het droge land, zo kan ook de mens opnieuw beginnen aan een wijzer leven en aan hernieuwde dienstbaarheid. Zoals uitgedrukt in de parabel van de verloren zoon, blijven de “armen van God” altijd wagenwijd openstaan voor iedereen die weer opnieuw kiest voor de realiteit, voor waarheid, goedheid, schoonheid, vergeving (ook van jezelf) en liefde.
Conclusie
In deze context wordt het verhaal van Jonah geen test van geloof in wonderen, maar een krachtige metafoor voor menselijke groei. Jezus laat zien dat oude religieuze verhalen hun blijvende waarde ontlenen aan hun vermogen om innerlijke processen te verwoorden. De vraag of de vis letterlijk heeft bestaan, maakt plaats voor een diepe vraag: of de mens bereid is de “Wil van God” te aanvaarden en zijn leven af te stemmen op waarheid, gerechtigheid en dienstbaarheid.
