Inleiding

Tijdens de reis door het Middellandse-Zeegebied had Jezus de mensen die hij ontmoette en de landen waar hij doorheen trok zorgvuldig bestudeerd, en rond deze tijd nam hij zijn definitieve besluit over de rest van zijn leven op aarde. Hij had het plan dat voorzag dat hij uit Joodse ouders in Palestina geboren zou worden, volledig overwogen en nu definitief goedgekeurd, en daarom keerde hij doelbewust terug naar Galilea om het begin van zijn levenswerk als openbare leraar van de waarheid af te wachten. Hij begon plannen te maken voor een openbare carrière in het land van het volk van zijn vader Jozef, en hij deed dit uit eigen vrije wil.

Jezus had door persoonlijke en menselijke ervaring ontdekt dat Palestina de beste plaats in de hele Romeinse wereld was om de laatste hoofdstukken te schrijven en de laatste scènes van zijn leven op aarde op te voeren. Voor het eerst was hij volledig tevreden met het programma om zijn ware aard openlijk te manifesteren en zijn goddelijke identiteit te onthullen onder de Joden en niet-Joden van zijn geboorteland Palestina. Hij besloot definitief zijn leven op aarde te beëindigen en zijn loopbaan in het sterfelijk bestaan te voltooien in hetzelfde land waar hij als hulpeloze baby de menselijke ervaring was binnengegaan. Zijn loopbaan op onze planeet begon onder de Joden in Palestina, en hij koos ervoor zijn leven in Palestina en onder de Joden te beëindigen.

Het Dertigste Jaar (24 n.Chr.)

Nadat hij in Charax afscheid had genomen van Gonod en Ganid (in december 23 n.Chr.), keerde Jezus via Ur terug naar Babylon, waar hij zich aansloot bij een woestijnkaravaan die op weg was naar Damascus. Vanuit Damascus ging hij naar Nazareth en stopte slechts een paar uur in Capernaum, waar hij even pauzeerde om de familie van Zebedeüs te bezoeken. Daar ontmoette hij zijn broer Jacobus, die eerder bij hem in de botenwinkel van Zebedeüs was komen werken. Na een gesprek met Jacobus en Judas (die toevallig ook in Capernaum was) en nadat hij het kleine huis, dat Johannes Zebedeüs had weten te kopen, aan zijn broer Jacobus had overgedragen, ging Jezus verder naar Nazareth.

Aan het einde van zijn reis door het Middellandse-Zeegebied had Jezus voldoende geld ontvangen om in zijn levensonderhoud te voorzien tot bijna het begin van zijn openbare missie. Maar afgezien van Zebedeüs van Capernaum en de mensen die hij op deze buitengewone reis ontmoette, wist de wereld nooit dat hij deze reis had gemaakt. Zijn familie geloofde altijd dat hij deze tijd in Alexandrië had doorgebracht met studeren. Jezus bevestigde deze overtuigingen nooit, noch ontkende hij openlijk dergelijke misverstanden.

Tijdens zijn verblijf van enkele weken in Nazareth bezocht Jezus zijn familie en vrienden, bracht enige tijd door in de reparatiewerkplaats met zijn broer Jozef, maar besteedde de meeste aandacht aan Maria en Ruth. Ruth was toen bijna vijftien jaar oud, en dit was voor Jezus de eerste gelegenheid om lange gesprekken met haar te voeren sinds ze een jonge vrouw was geworden.

Zowel Simon als Judas wilden al een tijdje trouwen, maar ze vonden het niet prettig om dit zonder de toestemming van Jezus te doen. Daarom hadden ze deze gebeurtenissen uitgesteld, in de hoop op de terugkeer van hun oudste broer. Hoewel ze Jacobus in de meeste zaken als het hoofd van de familie beschouwden, wilden ze, als het op trouwen aankwam, de zegen van Jezus.

Zo trouwden Simon en Judas begin maart van dit jaar, 24 n.Chr., tijdens een dubbele bruiloft. Alle oudere kinderen waren nu getrouwd. Alleen Ruth, de jongste, bleef thuis bij Maria.

Jezus bezocht de individuele leden van zijn familie heel normaal en natuurlijk, maar wanneer ze allemaal samen waren, had hij zo weinig te zeggen dat ze er onderling opmerkingen over maakten. Vooral Maria was van streek door dit ongewoon eigenaardige gedrag van haar eerstgeboren zoon.

Rond de tijd dat Jezus zich voorbereidde om Nazareth te verlaten, werd de leider van een grote karavaan die door de stad trok ernstig ziek, en Jezus, die goed in allerlei talen was, bood zich aan om zijn plaats in te nemen. Omdat deze reis zijn afwezigheid van een jaar noodzakelijk maakte, en aangezien al zijn broers getrouwd waren en zijn moeder thuis bij Ruth woonde, riep Jezus een familiegesprek bijeen waarin hij voorstelde dat zijn moeder en Ruth naar Capernaum zouden gaan om in het huis te wonen dat hij zo kort geleden aan Jacobus had gegeven. Een paar dagen nadat Jezus met de karavaan was vertrokken, verhuisden Maria en Ruth naar Capernaum, waar ze de rest van Maria’s leven woonden in het huis dat Jezus had voorzien. Jozef en zijn gezin verhuisden naar het oude huis in Nazareth.

Dit was een van de meest ongewone jaren in de innerlijke ervaring van de MensenZoon. Er werd grote vooruitgang geboekt in het bewerkstelligen van een werkende harmonie tussen zijn menselijke mind en de inwonende Mentor-Spirit. De Mentor-Spirit was actief bezig geweest met het reorganiseren van het denken en het oefenen van de mind van Jezus voor de grote gebeurtenissen die zich in de niet zo verre toekomst zouden afspelen. De persoonlijkheid van Jezus bereidde zich voor op zijn grote verandering in houding ten opzichte van de wereld. Dit waren de tussenliggende tijden, de overgangsfase van dit wezen dat zijn leven begon als God die als mens verscheen, en dat zich nu voorbereidde om zijn aardse loopbaan te voltooien als mens die als God verscheen.

De karavaanreis naar de Kaspische Zee

Het was 1 april 24 n.Chr. toen Jezus Nazareth verliet voor de karavaanreis naar het gebied van de Kaspische Zee. De karavaan waar Jezus zich als leider bij aansloot, trok van Jeruzalem via Damascus en het Urmia-meer door Assyrië, Media en Parthia naar het zuidoostelijke Kaspische Zeegebied. Het duurde een heel jaar voordat hij van deze reis terugkeerde.

Voor Jezus was deze karavaanreis wederom een avontuur van ontdekkingstochten en persoonlijke dienstverlening. Hij had een interessante ervaring met zijn karavaanfamilie: passagiers, bewakers en kameeldrijvers. Tientallen mannen, vrouwen en kinderen die langs de route van de karavaan woonden, leefden een rijker leven dankzij hun contact met Jezus, voor hen de buitengewone leider van een alledaagse karavaan. Niet iedereen die de gelegenheid had om van zijn persoonlijke diensten te genieten, profiteerde ervan, maar de overgrote meerderheid van degenen die hem ontmoetten en met hem spraken, werd er de rest van hun leven beter van.

Van al zijn wereldreizen bracht deze reis naar de Kaspische Zee Jezus het dichtst bij het Oosten en stelde hem in staat een beter begrip te krijgen van de volkeren in het Verre Oosten. Hij maakte intiem en persoonlijk contact met bijna elk van de overlevende rassen van onze wereld (behalve het rode ras). Hij genoot in gelijke mate van zijn persoonlijke diensten aan elk van deze verschillende rassen en gemengde volkeren, en allen waren ontvankelijk voor de levende waarheid die hij hun bracht. Zowel de Europeanen uit het Verre Westen als de Aziaten uit het Verre Oosten schonken aandacht aan zijn woorden van hoop en eeuwig leven en werden in gelijke mate beïnvloed door het leven van liefdevolle dienstbaarheid en spirituele bijstand dat hij zo genadig onder hen leidde.

De karavaanreis was in alle opzichten succesvol. Dit was een zeer interessante episode in het menselijke leven van Jezus, want hij functioneerde gedurende dit jaar in een leidinggevende functie, verantwoordelijk voor het aan hem toevertrouwde materiaal en voor de veilige begeleiding van de reizigers die de karavaangroep vormden. En hij vervulde zijn vele plichten zeer getrouw, efficiënt en wijs. Bij de terugreis van de Kaspische Zee gaf Jezus de leiding van de karavaan bij het Urmia-meer op, waar hij zelf nog iets meer dan twee weken bleef. Hij keerde als passagier met een latere karavaan terug naar Damascus, waar de eigenaren van de kamelen hem smeekten in hun dienst te blijven. Hij sloeg dit aanbod af en reisde verder met de karavaan naar Capernaum, waar hij op 1 april 25 n.Chr. aankwam. Hij beschouwde Nazareth niet langer als zijn thuis. Capernaum was de woonplaats geworden van Jezus, Jacobus, Maria en Ruth. Maar Jezus woonde nooit meer bij zijn familie. Toen hij in Capernaum was, vestigde hij zich bij de Zebedeeërs.

De Urmia-lezingen

Op weg naar de Kaspische Zee stopte Jezus enkele dagen om uit te rusten en te herstellen in de oude Perzische stad Urmia aan de westelijke oever van het Urmia-meer. Op het grootste eiland van een groep eilanden, gelegen op korte afstand van de kust bij Urmia, stond een groot gebouw – een amfitheater voor lezingen – gewijd aan de ‘spirit van religie’. Dit bouwwerk was in feite een tempel van de filosofie van de religies. Deze religieuze tempel was gebouwd door een rijke koopman uit Urmia en zijn drie zonen. Deze man heette Cymboyton en hij telde onder zijn voorouders vele verschillende volkeren. De lezingen en discussies in deze school van religie begonnen elke ochtend in de week om tien uur. De middagsessies begonnen om drie uur en de avonddebatten begonnen om acht uur. Cymboyton of een van zijn drie zonen leidde altijd deze sessies van onderricht, discussie en debat. De stichter van deze unieke school van religies leefde en stierf zonder ooit zijn persoonlijke religieuze overtuigingen te onthullen.

Bij verschillende gelegenheden nam Jezus deel aan deze discussies, en voordat hij Urmia verliet, sprak Cymboyton met Jezus af om twee weken bij hen te verblijven op zijn terugreis en vierentwintig lezingen te geven over ‘De Broederschap van Mensen’ en twaalf avondsessies te leiden met vragen, discussies en debatten over zijn lezingen, in het bijzonder en over de broederschap van mensen in het algemeen.

In overeenstemming met deze afspraak stopte Jezus op de terugreis en gaf deze lezingen. Dit was de meest systematische en formele leer van de Meester op Aarde. Nooit eerder of later zei hij zoveel over één onderwerp als in deze lezingen en discussies over de broederschap van mensen. In werkelijkheid gingen deze lezingen over het ‘Koninkrijk van God’ en de ‘Koninkrijken van de Mensen’.

Meer dan dertig religies en religieuze culten waren vertegenwoordigd in de faculteit van deze tempel van religieuze filosofie. Deze leraren werden gekozen, ondersteund en volledig geaccrediteerd door hun respectieve religieuze groeperingen. Op dat moment waren er ongeveer vijfenzeventig leraren in de faculteit, en zij woonden in hutten die elk ongeveer twaalf personen huisvestten. Elke nieuwe maan werd de samenstelling van deze groepen door loting gewisseld. Intolerantie, een twistzieke geest, of enige andere neiging om de goede gang van zaken in de gemeenschap te verstoren, leidde steevast tot een snel en onmiddellijk ontslag van de overtredende leraar. Hij werd dan zonder pardon ontslagen, en zijn plaatsvervanger werd onmiddellijk in zijn plaats geïnstalleerd.

Deze leraren van de verschillende religies deden hun uiterste best om te laten zien hoezeer hun religies overeenkwamen met betrekking tot de fundamentele zaken van dit leven en het volgende. Er was maar één leerstelling die moest worden aanvaard om een plaats in dit instituut te verwerven: elke leraar moest een religie vertegenwoordigen die God erkende – een of andere vorm van opperste Godheid. Er waren vijf onafhankelijke leraren in het instituut die geen enkele georganiseerde religie vertegenwoordigden, en het was als zo’n onafhankelijke leraar dat Jezus voor hen verscheen.

Een indruk van de lezingen die Jezus hier gaf, over goddelijke soevereiniteit en over politieke soevereiniteit en de ontwikkeling richting één wereld-regering, de oorspronkelijke secties 4, 5 en 6 van dit paper, zijn hier weggelaten maar terug te vinden op www.urantia.org

Na de dood van Cymboyton ondervonden zijn zonen grote moeilijkheden bij het handhaven van een vreedzame faculteit. De gevolgen van de leringen van Jezus zouden veel groter zijn geweest als de latere christelijke leraren die zich bij de faculteit van Urmia aansloten, meer wijsheid aan de dag hadden gelegd en meer tolerantie hadden betracht. Cymboytons oudste zoon had Abner in Philadelphia om hulp gevraagd, maar Abners keuze van leraren was hoogst ongelukkig, omdat ze onbuigzaam en onwrikbaar bleken te zijn. Deze leraren probeerden hun religie dominant te maken boven de andere geloofsovertuigingen. Ze vermoedden nooit dat de vaak genoemde lezingen van de karavaanleider door Jezus zelf waren gegeven.

Toen de verwarring binnen de faculteit toenam, trokken de drie broers hun financiële steun in en na vijf jaar sloot de school. Later werd de school heropend als een Mithraïsche tempel en uiteindelijk brandde die af in verband met een van hun orgiastische vieringen.

Het eenendertigste jaar (25 n.Chr.)

Toen Jezus terugkeerde van de reis naar de Kaspische Zee, wist hij dat zijn wereldreizen bijna voorbij waren. Hij maakte nog maar één reis buiten Palestina, en dat was naar Syrië. Na een kort bezoek aan Capernaum ging hij naar Nazareth, waar hij een paar dagen bleef. Half april vertrok hij vanuit Nazareth naar Tyrus. Van daaruit reisde hij verder naar het noorden en bleef een paar dagen in Sidon, maar zijn bestemming was Antiochië. Dit is het jaar van de eenzame omzwervingen van Jezus door Palestina en Syrië. Gedurende dit reisjaar was hij in verschillende delen van het land onder verschillende namen bekend: de timmerman van Nazareth, de scheepsbouwer van Capernaum, de schriftgeleerde van Damascus en de leraar van Alexandrië.

In Antiochië woonde de MensenZoon meer dan twee maanden, werkend, observerend, studerend, bezoekend, dienend, en ondertussen lerend hoe de mens leeft, hoe hij denkt, voelt en reageert op de omgeving van het menselijk bestaan. Drie weken van deze periode werkte hij als tentenmaker. Hij bleef langer in Antiochië dan op enige andere plaats die hij tijdens deze reis bezocht. Tien jaar later, toen de apostel Paulus in Antiochië predikte en zijn volgelingen hoorde spreken over de leringen van de ‘Damascus-schriftgeleerde’, wist hij er weinig van dat zijn leerlingen de stem van de Meester zelf hadden gehoord en naar zijn leringen hadden geluisterd.

Vanuit Antiochië reisde Jezus zuidwaarts langs de kust naar Caesarea, waar hij enkele weken bleef en vervolgens langs de kust verder naar Joppe trok. Vanuit Joppe reisde hij landinwaarts naar Jamnia, Asdod en Gaza. Vanuit Gaza nam hij de binnenlandse route naar Berseba, waar hij een week bleef.

Jezus begon toen aan zijn laatste reis, als privépersoon, door het hart van Palestina, van Berseba in het zuiden naar Dan in het noorden. Op deze reis noordwaarts stopte hij in Hebron, Bethlehem (waar hij zijn geboorteplaats zag), Jeruzalem (Bethanië bezocht hij niet), Beërot, Lebona, Sichar, Sichem, Samaria, Geba, En-Gannim, Endor en Madon; door Magdala en Capernaum trok hij verder noordwaarts; en ten oosten van de wateren van Merom ging hij via Karatha naar Dan, of Caesarea-Filippi.

De hele route van deze reizen vind je (met kaartje en Google Maps lokaties)
op de website van de Urantia Foundation: “in His steps”, kaartje 15 en kaartje 16 

De bij hem inwonende Mentor-Spirit bracht Jezus er nu toe de woonplaatsen van de mensen te verlaten en zich te begeven naar de berg Hermon, om zijn werk van het beheersen van zijn menselijke mind te voltooien en zich volledig toe te wijden aan de rest van zijn levenswerk op aarde.

Dit was een van die buitengewone tijdperken in het aardse leven van de Meester op Aarde. Een andere, zeer vergelijkbare ervaring was de ervaring die hij doormaakte toen hij alleen was in de heuvels nabij Pella, vlak na zijn doop. Deze periode van afzondering op de berg Hermon markeerde het einde van zijn puur menselijke loopbaan, dat wil zeggen, de technische beëindiging van de missie als sterveling, terwijl de latere afzondering het begin markeerde van de meer goddelijke fase van de totale missie. En Jezus leefde zes weken alleen met God op de hellingen van de berg Hermon.

Het verblijf op de berg Hermon

Nadat Jezus enige tijd in de buurt van Caesarea-Filippi had doorgebracht, maakte hij zijn voorraden gereed en nam een lastdier en een jongen genaamd Tiglat mee. Hij vervolgde zijn reis over de weg naar Damascus naar een dorp dat vroeger bekendstond als Beit Jenn, aan de voet van de berg Hermon. Hier vestigde hij rond half augustus 25 n.Chr. zijn hoofdkwartier en liet zijn voorraden achter bij Tiglat, waarna hij de eenzame hellingen van de berg beklom. Tiglat vergezelde Jezus die eerste dag de berg op naar een aangewezen punt ongeveer 1800 meter boven zeeniveau, waar ze een stenen bak bouwden waarin Tiglat twee keer per week voedsel moest deponeren.

De eerste dag, nadat hij Tiglat had verlaten, was Jezus slechts een klein stukje de berg opgeklommen toen hij even pauzeerde om te bidden. Hij vroeg zijn Vader onder andere om de beschermende serafijn terug te sturen zodat die bij Tiglat zou zijn. Hij verzocht of hij alleen naar zijn laatste strijd met de realiteiten van het sterfelijke bestaan mocht gaan. En zijn verzoek werd ingewilligd. Hij ging de grote beproeving in met alleen zijn inwonende Mentor-Spirit om hem te leiden en te ondersteunen.

Jezus at sober terwijl hij op de berg was. Hij onthield zich slechts een dag of twee per keer van alle voedsel.

Jezus bracht de laatste drie weken van augustus en de eerste drie weken van september door op de berg Hermon. Gedurende deze weken voltooide hij de sterfelijke taak om de cirkels van verstandelijk begrip en persoonlijkheids-controle te bereiken. Gedurende deze periode van gemeenschap met zijn hemelse Vader voltooide de inwonende Mentor-Spirit ook de toegewezen diensten. Het sterfelijke doel van dit aardse schepsel werd daar bereikt. Alleen de laatste fase van afstemming tussen mind en Mentor-Spirit moest nog worden voltooid.

Na meer dan vijf weken van ononderbroken communicatie en verbondenheid met zijn Paradijsvader, raakte Jezus absoluut overtuigd van zijn aard en van de zekerheid van zijn triomf over de materiële niveaus van manifestatie van een persoonlijkheid in tijd en ruimte. Hij geloofde volledig in de superioriteit van zijn goddelijke natuur boven zijn menselijke natuur en aarzelde niet deze te bevestigen.


Op een nazomermiddag, te midden van de bomen en in de stilte van de natuur, verkreeg Michaël van Nebadon de onbetwiste soevereiniteit over zijn lokale universum. Op die dag voltooide Hij de taak die Schepper-Zonen was opgelegd om het geïncarneerde leven in de gelijkenis van een sterfelijk lichaam ten volle te leven op de evolutionaire werelden van tijd en ruimte. De aankondiging van deze gewichtige prestatie in het universum werd pas gedaan op de dag van Zijn doop, maanden later, maar het vond allemaal werkelijk plaats die dag op de berg.


Aan het einde van dit verblijf op de berg, toen Jezus afdaalde, ontmoette hij Tiglat die met voedsel naar de ontmoetingsplaats kwam. Hij keerde hem om in de andere richting en zei alleen: “De rustperiode is voorbij; ik moet terugkeren naar de zaken van mijn Vader.” Hij was een zwijgzame en zeer veranderde man toen ze terugreisden naar Dan (= Caesarea-Filippi), waar hij afscheid nam van de jongen en hem de ezel gaf. Vervolgens ging hij zuidwaarts langs dezelfde weg als hij gekomen was, naar Capernaum.

De tijd van wachten

Het liep tegen het einde van de zomer, rond de tijd van de Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest. Jezus had een familiebijeenkomst in Capernaum tijdens de sabbath en vertrok de volgende dag met Johannes, de zoon van Zebedeüs, naar Jeruzalem. Hij ging de route ten oosten van het meer, langs Gerasa en verder de Jordaanvallei in. Terwijl hij onderweg een paar mensen met zijn metgezel bezocht, merkte Johannes een grote verandering in Jezus op.

Jezus en Johannes overnachtten in Bethanië bij Lazarus en zijn zussen en gingen de volgende ochtend vroeg naar Jeruzalem. Ze brachten bijna drie weken in en rond de stad door, althans Johannes. Vele dagen ging Johannes alleen naar Jeruzalem, terwijl Jezus over de nabijgelegen heuvels wandelde en vele perioden van spirituele communicatie en verbondenheid met zijn Vader in de hemel doorbracht.

Beiden waren aanwezig bij de plechtige diensten van de Grote Verzoendag. Johannes was zeer onder de indruk van de ceremoniën van juist deze dag in het Joodse religieuze ritueel, maar Jezus bleef een bedachtzame en stille toeschouwer. Voor de MensenZoon was deze hele voorstelling zielig en pathetisch. Hij beschouwde het allemaal als een verkeerde voorstelling van het karakter en de eigenschappen van zijn Vader in de hemel. Hij beschouwde de handelingen van deze dag als een rare vervorming van de feiten van goddelijke gerechtigheid en de waarheden van oneindige barmhartigheid. Hij brandde van verlangen om de ware waarheid over het liefdevolle karakter en de barmhartige handelwijze van zijn Vader in het universum te verkondigen, maar zijn trouwe Mentor-Spirit waarschuwde hem dat zijn uur nog niet gekomen was. Maar die avond, in Bethanië, liet Jezus talloze opmerkingen vallen die Johannes zeer verontrustten. En Johannes begreep nooit volledig de werkelijke betekenis van wat Jezus die avond in hun bijzijn zei.

Jezus was van plan de hele week van het Loofhuttenfeest bij Johannes te blijven. Dit was de jaarlijkse feestdag van heel Palestina; het was de Joodse vakantietijd. Hoewel Jezus niet deelnam aan de vrolijkheid van de gelegenheid, was het duidelijk dat hij er plezier in had en voldoening ervoer toen hij de luchthartige en vreugdevolle overgave van jong en oud aanschouwde.

Midden in de feestweek en voordat de festiviteiten voorbij waren, nam Jezus afscheid van Johannes en zei dat hij zich wilde terugtrekken in de heuvels waar hij beter met zijn Vader in het Paradijs kon communiceren. Johannes wilde met hem meegaan, maar Jezus stond erop dat hij de festiviteiten zou blijven vieren en zei: “Het wordt niet van je verwacht dat je de last van de MensenZoon draagt; alleen de wachter moet waken terwijl de stad in vrede slaapt.” Jezus keerde niet terug naar Jeruzalem. Na bijna een week alleen te zijn geweest in de heuvels bij Bethanië, vertrok hij naar Capernaum. Op weg naar huis bracht hij een dag en een nacht alleen door op de hellingen van Gilboa, vlakbij de plek waar koning Saul zich van het leven had beroofd. En toen hij in Capernaum aankwam, leek hij opgewekter dan toen hij Johannes in Jeruzalem had achtergelaten.

De volgende morgen ging Jezus naar de kist met zijn persoonlijke bezittingen, die in de werkplaats van Zebedeüs was achtergebleven, deed zijn schort om en meldde zich voor het werk, zeggende: “Het betaamt mij om bezig te blijven terwijl ik wacht tot mijn uur komt.” En hij werkte verscheidene maanden, tot januari van het volgende jaar, in de scheepswerf, aan de zijde van zijn broer Jacobus. Na deze periode van samenwerking met Jezus, ongeacht welke twijfels er opkwamen die het begrip van Jacobus van het levenswerk van de MensenZoon vertroebelden, gaf hij nooit meer echt en volledig zijn geloof in de missie van Jezus op.

Gedurende deze laatste periode van het werk van Jezus in de scheepswerf, bracht hij het grootste deel van zijn tijd door met de binnen-afwerking van enkele van de grotere vaartuigen. Hij besteedde veel zorg aan al zijn handwerk en leek de voldoening van menselijke prestatie te ervaren wanneer hij een prijzenswaardig werkstuk had voltooid. Hoewel hij weinig tijd verspilde aan kleinigheden, was hij een nauwgezette werker als het ging om de essentiële zaken van een bepaalde onderneming.

Naarmate de tijd verstreek, kwamen er geruchten in Capernaum over een zekere Johannes die predikte terwijl hij mensen met berouw (van hun ‘zonden’) in de Jordaan doopte, en Johannes predikte: “Het hemels koninkrijk is nabij; bekeer u en laat u dopen.” Jezus luisterde naar deze berichten terwijl Johannes de Doper langzaam werkend noordwaarts ging door de Jordaanvallei vanaf de doorwaadbare plaats van de rivier die het dichtst bij Jeruzalem lag. Maar Jezus werkte door, boten bouwend, totdat Johannes zo ver noordwaarts langs de rivier gekomen was, tot aan een punt nabij Pella, in januari van het volgende jaar, 26 n.Chr., toen hij zijn gereedschap neerlegde en verklaarde: “Mijn uur is gekomen” en zich spoedig aanbood aan Johannes voor de doop.

Maar er had zich een grote verandering over Jezus voltrokken. Weinigen van de mensen die genoten hadden van zijn bezoeken en dienstverlening terwijl hij door het land trok, herkenden later in de openbare leraar nog dezelfde persoon die ze in vroegere jaren als privépersoon hadden gekend en liefgehad. En het was niet zonder reden dat mensen die hij vroeger had geholpen, hem niet meer herkenden in zijn latere rol van openbare en gezaghebbende leraar. Deze transformatie van mind en spirit was al vele jaren aan de gang en werd voltooid tijdens het bewogen verblijf op de berg Hermon.

Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 134 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org