Inleidig
Deze dinsdagmiddag, toen Jezus en de apostelen de tempel verlieten op weg naar het kamp van Gethsemane, vestigde Mattheus de aandacht op de tempelbouw en zei: “Meester, kijk eens wat voor gebouwen dit zijn. Zie de massieve stenen en de prachtige versieringen; zouden deze gebouwen misschien verwoest worden?” Terwijl ze verder liepen naar de Olijfberg, zei Jezus: “Ziet u deze stenen en deze massieve tempel; voorwaar, voorwaar, ik zeg u: in de dagen die spoedig komen, zal er geen steen op de andere gelaten worden. Ze zullen allemaal afgebroken worden.” Deze opmerkingen, die de verwoesting van de heilige tempel beschreven, wekten de nieuwsgierigheid van de apostelen terwijl ze achter de Meester aan liepen. Ze konden zich geen gebeurtenis voorstellen, behalve het einde van de wereld, die de verwoesting van de tempel zou veroorzaken.
Om de menigte te ontwijken die via het Kidron dal naar Gethsemane trok, waren Jezus en zijn metgezellen van plan een stukje de westelijke helling van de Olijfberg op te klimmen en vervolgens een pad te volgen naar hun privékamp bij Gethsemane, dat zich op korte afstand boven de openbare kampeerplaats bevond. Toen ze de weg naar Bethanië verlieten, zagen ze de tempel, verheerlijkt door de stralen van de ondergaande zon. En terwijl ze op de berg vertoefden, zagen ze de lichten van de stad verschijnen en aanschouwden ze de schoonheid van de verlichte tempel. En daar, onder het zachte licht van de volle maan, gingen Jezus en de twaalf zitten. De Meester sprak met hen, en al snel stelde Nathanaël deze vraag: “Zeg ons, Meester, hoe zullen we weten wanneer deze gebeurtenissen op het punt staan te gebeuren?”
De verwoesting van Jeruzalem
In antwoord op Nathanaëls vraag zei Jezus: “Ja, ik zal jullie vertellen over de tijden waarop dit volk de beker van hun ongerechtigheid zal hebben gevuld; wanneer de gerechtigheid snel zal neerdalen over deze stad van onze vaderen. Ik sta op het punt jullie te verlaten. Ik ga naar de Vader. Nadat ik jullie heb verlaten, pas op dat niemand jullie misleidt, want velen zullen als bevrijders komen en velen op een dwaalspoor brengen. Wanneer jullie horen van oorlogen en geruchten van oorlogen, wees dan niet verontrust, want hoewel al deze dingen zullen gebeuren, is het einde van Jeruzalem nog niet nabij. Jullie moeten je niet laten verontrusten door hongersnoden of aardbevingen. En jullie moeten je ook geen zorgen maken wanneer jullie worden overgeleverd aan de burgerlijke autoriteiten en vervolgd worden omwille van het evangelie. Jullie zullen uit de synagoge worden geworpen en in de gevangenis worden gezet omwille van mij, en sommigen van jullie zullen gedood worden. Wanneer jullie voor gouverneurs en heersers worden gebracht, zal dat dienen als getuigenis van je geloof en om je standvastigheid in het evangelie van het koninkrijk te tonen. En wanneer je voor rechters staat, wees dan niet van tevoren bezorgd over wat je moet zeggen, want de Spirit zal je in datzelfde uur leren wat je je tegenstanders moet antwoorden. In deze dagen van zware arbeid zullen zelfs je eigen verwanten, onder leiding van hen die de MensenZoon hebben verworpen, je overleveren aan de gevangenis en de dood. Een tijdlang zul je door alle mensen gehaat worden omwille van mij, maar zelfs in deze vervolgingen zal ik je niet verlaten; mijn spirit zal je niet verlaten. Wees geduldig! Twijfel er niet aan dat dit evangelie van het koninkrijk over alle vijanden zal zegevieren en uiteindelijk aan alle volken zal worden verkondigd.
Jezus hield even stil terwijl hij naar de stad keek. De Meester besefte dat de verwerping van het spirituele concept van de Messias, de vastberadenheid om zich hardnekkig en blind vast te klampen aan de materiële missie van de verwachte verlosser, de Joden spoedig in direct conflict zou brengen met de machtige Romeinse legers, en dat een dergelijke strijd alleen maar kon resulteren in de definitieve en volledige ondergang van de Joodse natie. Toen zijn volk zijn spirituele gift verwierp en weigerde het licht van de hemel te ontvangen zoals het zo genadig op hen scheen, bezegelden zij daarmee hun ondergang als een onafhankelijk volk met een bijzondere spirituele missie op aarde. Zelfs de Joodse leiders erkenden later dat het dit seculiere [wereldse, en niet spirituele] idee van de Messias was dat rechtstreeks leidde tot de onrust die uiteindelijk hun vernietiging teweegbracht.
Aangezien Jeruzalem de bakermat van de vroege evangeliebeweging zou worden, wilde Jezus niet dat haar leraren en predikers zouden omkomen in de verschrikkelijke ondergang van het Joodse volk in verband met de verwoesting van Jeruzalem. Daarom gaf hij deze instructies aan zijn volgelingen. Jezus was erg bezorgd dat sommige van zijn discipelen bij de op handen zijnde opstanden betrokken zouden raken en bij de val van Jeruzalem om het leven zouden komen.
Toen vroeg Andreas: ‘Maar Meester, als de Heilige Stad en de tempel verwoest moeten worden, en als U niet hier bent om ons aanwijzingen te geven, wanneer moeten we Jeruzalem dan verlaten?’
Jezus zei: “Je mag in de stad blijven nadat ik ben vertrokken, zelfs tijdens deze tijden van zware arbeid en bittere vervolging, maar wanneer je uiteindelijk ziet dat Jeruzalem door de Romeinse legers wordt omsingeld na de opstand van de valse profeten, dan zul je weten dat haar verwoesting nabij is; dan moet je vluchten naar de bergen. Laat niemand die in de stad of in de omgeving is, blijven om iets te redden, en laat ook degenen die buiten zijn het niet wagen om er binnen te gaan. Er zal grote verdrukking zijn, want dit zullen de dagen van de niet-Joodse wraak zijn. En nadat jullie de stad hebben verlaten, zal dit ongehoorzame volk door het scherp van het zwaard vallen en gevangen worden genomen onder alle volken; en zo zal Jeruzalem door de niet-Joden worden vertrapt. Intussen waarschuw ik jullie: laat je niet misleiden. Als iemand naar jullie toe komt en zegt: ‘Zie, hier is de Verlosser’ of ‘Zie, daar is Hij’, geloof het dan niet, want er zullen veel valse leraars opstaan en velen zullen op een dwaalspoor worden gebracht; maar jullie moeten je niet laten misleiden, want ik heb jullie dit alles van tevoren verteld.”
De apostelen zaten geruime tijd zwijgend in het maanlicht, terwijl deze verbazingwekkende voorspellingen van de Meester in hun verbijsterde mind doordrongen. En het was in overeenstemming met deze waarschuwing dat vrijwel de hele groep gelovigen en discipelen uit Jeruzalem vluchtte bij de eerste verschijning van de Romeinse troepen, en een veilige schuilplaats vond in Pella in het noorden.
Zelfs na deze expliciete waarschuwing interpreteerden veel van de volgelingen van Jezus deze voorspellingen als verwijzend naar de veranderingen die zich ongetwijfeld in Jeruzalem zouden voordoen wanneer de wederkomst van de Messias zou resulteren in de vestiging van het ‘Nieuwe Jeruzalem’ en in de uitbreiding van de stad tot de hoofdstad van de wereld. Deze Joden waren in hun gedachten vastbesloten de verwoesting van de tempel te verbinden met het “einde van de wereld”. Ze geloofden dat dit ‘Nieuwe Jeruzalem’ heel Palestina zou vullen; dat het einde van de wereld gevolgd zou worden door de onmiddellijke verschijning van de “nieuwe hemelen en de nieuwe aarde”. Het was dan ook niet vreemd dat Petrus zei: “Meester, wij weten dat alle dingen voorbij zullen gaan wanneer de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde verschijnen, maar hoe zullen wij weten wanneer U terugkeert om dit alles teweeg te brengen?”
Toen Jezus dit hoorde, dacht hij enige tijd na en zei toen: “Je dwaalt voortdurend, omdat je altijd probeert de nieuwe leer aan de oude te koppelen; je bent vastbesloten om al mijn leringen verkeerd te begrijpen; je staat erop het evangelie te interpreteren in overeenstemming met je gevestigde geloofsovertuigingen. Niettemin zal ik proberen je te verlichten.”
De wederkomst van de Meester
Bij verschillende gelegenheden had Jezus uitspraken gedaan die zijn toehoorders ertoe brachten te concluderen dat, hoewel hij van plan was deze wereld spoedig te verlaten, hij zeer zeker zou terugkeren om het werk van het hemelse koninkrijk te voltooien. Naarmate de overtuiging bij zijn volgelingen groeide dat hij hen zou verlaten, en nadat hij deze wereld had verlaten, was het voor alle gelovigen vanzelfsprekend om zich vast te klampen aan deze beloften van wederkomst. De leer van de wederkomst van Christus werd zo al vroeg opgenomen in de leringen van de christenen, en bijna elke volgende generatie discipelen heeft deze waarheid vroom geloofd en vol vertrouwen uitgezien naar zijn toekomstige komst.
Als zij afstand moesten doen van hun Meester en Leraar, hoeveel te meer grepen deze eerste discipelen en de apostelen dan niet naar deze belofte van wederkomst, en ze verloren geen tijd om de voorspelde verwoesting van Jeruzalem te associëren met deze beloofde wederkomst. En ze bleven zijn woorden zo interpreteren, ondanks het feit dat de Meester gedurende deze avond van onderricht op de Olijfberg bijzondere moeite deed om juist zo’n vergissing te voorkomen.
In een verder antwoord op de vraag van Petrus zei Jezus: “Waarom kijken jullie er nog steeds naar uit dat de MensenZoon op de troon van David zal zitten en verwachten jullie dat de materiële dromen van de Joden vervuld zullen worden? Heb ik jullie al die jaren niet verteld dat mijn koninkrijk niet van deze wereld is? De dingen waar jullie nu op neerkijken, komen tot een einde, maar dit zal een nieuw begin zijn, van waaruit het evangelie van het koninkrijk naar de hele wereld zal gaan en deze redding zich naar alle volkeren zal verspreiden. En wanneer het koninkrijk tot volwassenheid zal zijn gekomen, wees er dan van verzekerd dat de Vader in de hemel niet zal nalaten jullie te bezoeken met een uitgebreidere openbaring van waarheid en een verhevener demonstratie van rechtvaardigheid, zoals Hij reeds eerst aan deze wereld hem heeft geschonken die de vorst van duisternis werd, en vervolgens Adam, die werd gevolgd door Melchizedek, en nu in deze dagen de MensenZoon. En zo zal mijn Vader zijn genade blijven openbaren en zijn liefde tonen, zelfs aan deze duistere en boze wereld. Zo zal ook ik, nadat mijn Vader mij met alle macht en gezag heeft bekleed, jullie lotgevallen blijven volgen en jullie leiden in de zaken van het koninkrijk door de aanwezigheid van mijn Spirit van Waarheid, die binnenkort over alle sterfelijke lichamen zal worden uitgestort. Hoewel ik dus in spirit bij jullie aanwezig zal zijn, beloof ik ook dat ik ooit zal terugkeren naar deze wereld, waar ik dit leven in een sterfelijk lichaam heb geleefd en de ervaring heb opgedaan van het tegelijkertijd openbaren van God aan de mens en het leiden van de mens tot God. Zeer binnenkort moet ik jullie verlaten en het werk op me nemen dat de Vader aan mijn handen heeft toevertrouwd, maar wees moedig, want ik zal ooit terugkeren. In de tussentijd zal mijn Spirit van de Waarheid van een universum jullie troosten en leiden.”
“Jullie zien mij nu in zwakheid en in een sterfelijk lichaam, maar wanneer ik terugkeer, zal het met kracht en in de spirit zijn. Het oog van het lichaam ziet de MensenZoon als lichaam, maar alleen het oog van de spirit zal de MensenZoon aanschouwen als verheerlijkt door de Vader en verschijnend op aarde in zijn eigen naam.”
“Maar de tijden van de wederkomst van de MensenZoon zijn alleen bekend in de raadsvergaderingen van het Paradijs; zelfs de engelen in de hemel weten niet wanneer dit zal gebeuren. Jullie moeten echter begrijpen dat, wanneer dit evangelie van het koninkrijk aan de hele wereld verkondigd zal zijn tot redding van alle volken, en wanneer de volheid van het tijdperk is aangebroken, de Vader jullie een nieuwe beschikbaarstelling van een missie zal zenden, of anders zal de MensenZoon terugkeren om het tijdperk te oordelen.”
“En nu, wat betreft de zware tijden voor Jeruzalem, waarover ik tot jullie gesproken heb, zelfs deze generatie zal niet voorbijgaan totdat mijn woorden vervuld zijn. Maar wat betreft de tijden van de wederkomst van de MensenZoon, mag niemand in de hemel of op aarde zich inbeelden te spreken. Maar je moet wijs zijn met betrekking tot het rijpen van een tijdperk; je moet waakzaam zijn om de tekenen van de tijden te onderscheiden. Je weet dat wanneer de vijgenboom zijn tere takken laat zien en zijn bladeren uitspruit dat de zomer nabij is. Evenzo, wanneer de wereld de lange winter van materiële gerichtheid heeft doorgemaakt en je de komst van de spirituele lente van een nieuwe fase waarneemt, moet je weten dat de zomer van een nieuw bezoek nadert.”
“Maar wat is de betekenis van deze leer met betrekking tot de komst van de Zonen van God? Besef je niet dat, wanneer ieder van jullie geroepen wordt om zijn levensstrijd af te leggen en door de poort van de dood te gaan, je je in de onmiddellijke nabijheid van het oordeel bevindt en dat je oog in oog staat met de feiten van een nieuwe missie van dienstbaarheid in het eeuwige plan van de oneindige Vader? Wat de hele wereld als een letterlijk feit moet ondergaan aan het einde van een tijdperk, moet jij, als individu, zeer zeker als een persoonlijke ervaring onder ogen zien wanneer je het einde van je natuurlijke leven bereikt en daardoor overgaat naar de voorwaarden en eisen die inherent zijn aan de volgende openbaring van de eeuwige voortgang van het koninkrijk van de Vader.”
Van alle toespraken die de Meester tot zijn apostelen hield, raakte geen enkele ooit zo verward in hun gedachten als deze, gegeven op deze dinsdagavond op de Olijfberg, over het tweeledige onderwerp van de verwoesting van Jeruzalem en zijn eigen wederkomst. Er was daarom weinig overeenstemming tussen de daaropvolgende schriftelijke verslagen, gebaseerd op de herinneringen aan wat de Meester bij deze buitengewone gelegenheid zei. Dientengevolge, toen de verslagen leeg bleven over veel van wat er die dinsdagavond werd gezegd, ontstonden er vele tradities. En al vroeg in de tweede eeuw werd een Joodse apocalyptiek over de Messias, geschreven door een zekere Selta, die verbonden was aan het hof van keizer Caligula, letterlijk overgenomen in het Evangelie van Mattheus en vervolgens (gedeeltelijk) toegevoegd aan de verslagen van Marcus en Lucas. Het was in deze geschriften van Selta dat de gelijkenis van de tien maagden verscheen. Geen enkel deel van het evangelieverslag heeft ooit zo’n verwarrende misinterpretatie ondergaan als het onderwijs van vanavond. Maar de apostel Johannes raakte nooit zo in de war.
Toen deze dertien mannen hun reis naar het kamp hervatten, waren ze sprakeloos en stonden ze onder grote emotionele spanning. Judas had eindelijk zijn besluit bevestigd om zijn metgezellen in de steek te laten. Het was al laat toen David Zebedeüs, Johannes Marcus en een aantal van de leidende discipelen Jezus en de twaalf verwelkomden in het nieuwe kamp, maar de apostelen wilden niet slapen; ze wilden meer weten over de verwoesting van Jeruzalem, het vertrek van de Meester en het einde van de wereld.
Latere bespreking in het kamp
Toen ze zich rond het kampvuur verzamelden, een twintigtal van hen, vroeg Thomas: “Aangezien u terug moet keren om het werk van het koninkrijk af te maken, wat moet dan onze houding zijn terwijl u weg bent om de zaken van de Vader te doen?” Terwijl Jezus hen bij het vuurlicht bekeek, antwoordde hij:
“En zelfs jij, Thomas, begrijpt niet wat ik heb gezegd. Heb ik je al die tijd niet geleerd dat je verbinding met het koninkrijk spiritueel en individueel is, volledig een kwestie van persoonlijke ervaring in de spirit door het geloof – het besef dat je een zoon van God bent? Wat zal ik nog meer zeggen? De ondergang van naties, de ineenstorting van rijken, de vernietiging van de ongelovige Joden, het einde van een tijdperk, zelfs het einde van de wereld, wat hebben deze dingen te maken met iemand die dit evangelie gelooft en die zijn leven heeft ondergebracht in de zekerheid van het eeuwige koninkrijk? Jullie die God kennen en het evangelie geloven, hebben de verzekering van het eeuwige leven al ontvangen. Aangezien jullie leven is geleefd in de spirit en voor de Vader, kan niets jullie nog ernstig zorgen laten maken. Koninkrijksbouwers, de erkende burgers van de hemelse werelden, mogen niet verontrust worden door tijdelijke omwentelingen of verstoord worden door aardse catastrofes. Wat maakt het jullie, die in dit evangelie van het koninkrijk gelooft, uit of naties omvallen, een tijdperk eindigt of alle zichtbare dingen instorten, aangezien je weet dat je leven de gift van de Zoon is en dat het eeuwig veilig is in de Vader? Nadat je het tijdelijke leven door geloof hebt geleefd en de vruchten van de Spirit hebt voortgebracht in de vorm van de rechtschapenheid van liefdevolle dienstbaarheid aan je medemensen, kun je vol vertrouwen uitzien naar de volgende stap in de eeuwige loopbaan met hetzelfde overlevingsgeloof dat je door je eerste en aardse avontuur in kind-schap met God heeft gedragen.”
“Elke generatie gelovigen moet zijn werk voortzetten, met het oog op de mogelijke wederkomst van de MensenZoon, precies zoals elke individuele gelovige zijn levenswerk voortzet met het oog op de onvermijdelijke en steeds naderende natuurlijke dood. Wanneer je je eenmaal door geloof als kind van God hebt gevestigd, doet niets er meer toe wat betreft de zekerheid van overleving. Maar vergis je niet! Dit overlevingsgeloof is een levend geloof, en het manifesteert steeds meer de vruchten van die goddelijke Mentor-Spirit die het [geloof] voor het eerst in het menselijk hart inspireerde. Dat je eenmaal het kind-schap in het hemelse koninkrijk hebt aanvaard, zal je niet redden in het geval van een bewuste en aanhoudende verwerping van die waarheden die te maken hebben met de progressieve spirituele vruchtdracht van de sterfelijke kinderen van God. Jullie die met mij zijn geweest op aarde in de dienst van de Vader, kunt zelfs nu het koninkrijk verlaten als je merkt dat je de weg van de dienst van de Vader aan de mensheid niet liefhebt.”
Parabel van de vijf Talenten
“Luister naar mij, als individuen en als een generatie gelovigen, terwijl ik een parabel vertel: Er was eens een vooraanstaand man die, voordat hij aan een lange reis naar een ander land begon, al zijn vertrouwde dienaren bij zich riep en al zijn bezittingen aan hen overdroeg. Aan de een gaf hij vijf talenten, aan een ander twee, en aan nog een ander één. En zo ging het door de hele groep geëerde rentmeesters heen; aan ieder vertrouwde hij zijn goederen toe naar gelang hun verschillende bekwaamheden; en toen ging hij op reis. Toen hun heer was vertrokken, gingen zijn dienaren aan het werk om winst te maken uit de rijkdom die hun was toevertrouwd. Onmiddellijk begon degene die vijf talenten had ontvangen met hen te handelen en had al snel een winst van nog eens vijf talenten gemaakt. Op dezelfde manier had degene die twee talenten had ontvangen er al snel twee bij verdiend. En zo maakten al deze dienaren winst voor hun meester, behalve degene die slechts één talent had ontvangen. Hij ging alleen weg en groef een gat in de aarde waar hij de schat van zijn heer verborg. geld. Op dat moment kwam de heer van die dienaren onverwachts terug en riep zijn rentmeesters bijeen voor een afrekening. En toen ze allemaal voor hun heer waren geroepen, kwam hij die de vijf talenten had ontvangen naar voren met het geld dat hem was toevertrouwd en bracht vijf extra talenten, zeggende: ‘Heer, u hebt mij vijf talenten gegeven om te investeren, en ik ben blij om vijf andere talenten als mijn winst te presenteren.’ En toen zei zijn heer tot hem: ‘Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, u bent trouw geweest over een klein bedrag; ik zal u nu aanstellen als rentmeester over veel; ga onmiddellijk in de vreugde van uw heer.’ En toen kwam hij die de twee talenten had ontvangen naar voren en zei: ‘Heer, u hebt mij twee talenten in handen gegeven; zie, ik heb deze andere twee talenten verdiend.’ En zijn heer zei toen tot hem: ‘Goed gedaan, goede en trouwe rentmeester; ook u bent trouw geweest over een klein bedrag, en ik zal u nu aanstellen over veel; ga onmiddellijk in de vreugde van uw heer.’ En toen kwam hij die het ene talent had ontvangen, tot de afrekening. Deze dienaar kwam naar voren en zei: ‘Heer, ik kende u en besefte dat u een slim man was, omdat u winst verwachtte waar u niet zelf voor had gewerkt; daarom was ik bang om ook maar iets te riskeren van wat mij was toevertrouwd. Ik heb uw talent veilig in de grond verstopt; hier is het; u hebt nu wat u toebehoort.’ Maar zijn heer antwoordde: ‘U bent een luie en trage rentmeester. Met uw eigen woorden geeft u toe dat u wist dat ik van u een afrekening met een redelijke winst zou eisen, zoals uw ijverige mededienaren vandaag hebben gedaan. Als u dit wist, had u daarom op zijn minst mijn geld aan de bankiers moeten geven, zodat ik bij mijn terugkeer het mijne met rente had kunnen terugkrijgen.’ En toen zei deze heer tegen de opperrentmeester: ‘Neem dit ene talent af van deze onnutte dienaar en geef het aan hem die de tien talenten heeft.’ ”
“Aan ieder die heeft, zal meer gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar van hem die niet heeft, zal zelfs wat hij heeft, afgenomen worden. Jullie kunnen niet stilstaan in de aangelegenheden van het eeuwige koninkrijk. Mijn Vader verlangt van al zijn kinderen dat ze groeien in genade en in de kennis van de waarheid. Jullie die deze waarheden kennen, moeten de vruchten van de spirit laten toenemen en een groeiende toewijding aan de onzelfzuchtige dienstverlening aan jullie mededienaren aan de dag leggen. En bedenk dat, voor zover jullie een van de minste van mijn broeders dienen, jullie deze dienst aan mij hebben verricht.”
“En zo moeten jullie het werk van de Vader doen, nu en van nu af aan, zelfs voor altijd. Ga door totdat ik kom. Doe in getrouwheid wat jullie is toevertrouwd, en daardoor zullen jullie gereed zijn voor de afrekenende roep van de dood. En nadat u aldus geleefd hebt voor de glorie van de Vader en de voldoening van de Zoon, zult u met vreugde en buitengewoon groot genoegen de eeuwige dienst van het eeuwige koninkrijk binnengaan.”
Waarheid is levend; de Spirit van Waarheid leidt de kinderen van het licht voortdurend naar nieuwe rijken van spirituele realiteit en goddelijke dienst. Je krijgt de waarheid niet om deze te kristalliseren tot vaste, veilige en geëerde vormen. Je openbaring van waarheid moet zo versterkt worden door je persoonlijke ervaring dat nieuwe schoonheid en daadwerkelijke spirituele winst onthuld zullen worden aan allen die jouw spirituele vruchten aanschouwen en daardoor ertoe gebracht worden de Vader in de hemel te verheerlijken. Alleen die trouwe dienaren die aldus GROEIEN in de kennis van de waarheid, en die daardoor het vermogen ontwikkelen tot goddelijke waardering van spirituele realiteiten, kunnen ooit hopen “volledig binnen te gaan in de vreugde van hun Heer.” Wat een treurig gezicht voor opeenvolgende generaties van de belijdende volgelingen van Jezus om, met betrekking tot hun rentmeesterschap van de goddelijke waarheid, te zeggen: “Hier, Meester, is de waarheid die u ons honderd of duizend jaar geleden hebt toevertrouwd. Wij hebben niets verloren; wij hebben trouw alles bewaard wat u ons gaf; wij hebben geen verandering toegestaan in datgene wat u ons leerde; hier is de waarheid die u ons gaf.” Maar zo’n pleidooi met betrekking tot spirituele luiheid zal de onvruchtbare rentmeester van de waarheid niet rechtvaardigen in de aanwezigheid van de Meester. In overeenstemming met de waarheid die aan jou is toevertrouwd, zal de Meester van de waarheid een afrekening eisen.
In het hiernamaals zal je gevraagd worden rekenschap af te leggen van je gaven en rentmeesterschappen van deze wereld. Of er nu weinig of veel aangeboren talenten [grappig hoe dit zowel talent als karaktereigenschap kan betekenen, als de naam van die oude munt] zijn, er moet een rechtvaardige en barmhartige afrekening plaatsvinden. Als gaven alleen worden gebruikt voor zelfzuchtige doeleinden en er geen aandacht wordt besteed aan de hogere plicht om een grotere opbrengst van de vruchten van de spirit te verkrijgen, zoals die vruchten zich manifesteren in de steeds toenemende dienstbaarheid aan mensen en in de aanbidding van God, moeten zulke zelfzuchtige rentmeesters de gevolgen van hun weloverwogen keuze aanvaarden.
En hoezeer leek deze ontrouwe dienaar met het ene talent op alle zelfzuchtige stervelingen, in die zin dat hij zijn luiheid rechtstreeks aan zijn heer toeschreef. Hoe geneigd is de mens, wanneer hij geconfronteerd wordt met de mislukkingen die hij zelf heeft veroorzaakt, die schuld bij anderen te leggen, vaak bij degenen die het het minst verdienen!
Jezus zei die nacht, toen ze gingen rusten: “Gratis hebben jullie ontvangen; daarom moeten jullie gratis geven van de waarheid van de hemel, en door het geven zal deze waarheid zich vermenigvuldigen en het toenemende licht van de reddende genade laten zien, terwijl jullie haar dienen.”
De terugkeer van Michaël
Van alle leringen van de Meester is geen enkele zo verkeerd begrepen als zijn belofte om ooit persoonlijk terug te keren naar deze wereld. Het is niet vreemd dat Michaël geïnteresseerd zou zijn om ooit terug te keren naar de planeet waar hij zijn missie beleefde, als sterveling van deze wereld. Het is niet meer dan natuurlijk te geloven dat Jezus van Nazareth, nu soeverein heerser over een enorm (lokaal) universum, geïnteresseerd zou zijn om terug te keren, niet slechts één keer, maar zelfs vele malen, naar de wereld waar hij zo’n uniek leven leidde en uiteindelijk de onbeperkte universummacht en -autoriteit van de Vader voor zichzelf won. De aarde zal eeuwig een [van de zeven] geboortewereld[en] van Michaël zijn bij het verwerven van de universumsoevereiniteit.
Jezus heeft bij talloze gelegenheden en tegenover vele personen zijn voornemen uitgesproken om naar deze wereld terug te keren. Toen zijn volgelingen zich realiseerden dat hun Meester niet als een tijdelijke bevrijder zou functioneren, en toen ze luisterden naar zijn voorspellingen over de omverwerping van Jeruzalem en de ondergang van de Joodse natie, begonnen ze zijn beloofde wederkomst vanzelfsprekend te associëren met deze catastrofale gebeurtenissen. Maar toen de Romeinse legers de muren van Jeruzalem neerhaalden, de tempel verwoestten en de Joden verdreven, en de Meester zich nog steeds niet in macht en glorie openbaarde, begonnen zijn volgelingen een geloof te formuleren dat uiteindelijk de wederkomst van Christus associeerde met het einde der tijden, ja zelfs met het einde der wereld.
Jezus beloofde twee dingen te doen nadat hij naar de Vader was opgestegen en alle macht in de hemel en op aarde in zijn handen was gelegd. Ten eerste beloofde hij een andere leraar, de Spirit van Waarheid, naar de wereld te zenden en in zijn plaats te stellen; en dit deed hij op de dag van Pinksteren. Ten tweede beloofde hij zijn volgelingen zeer zeker dat hij ooit persoonlijk naar deze wereld zou terugkeren. Maar hij zei niet hoe, waar of wanneer hij deze planeet van zijn ervaring in een sterfelijk lichaam opnieuw zou bezoeken. Bij één gelegenheid gaf hij te kennen dat, terwijl het oog van het lichaam hem had aanschouwd toen hij hier in het lichaam leefde, hij bij zijn terugkeer (ten minste tijdens een van zijn mogelijke bezoeken) alleen zou worden onderscheiden door het oog van spiritueel geloof.
Velen van ons zijn geneigd te geloven dat Jezus in de komende eeuwen vele malen naar de aarde zal terugkeren. We hebben geen specifieke belofte van hem om deze meervoudige bezoeken te brengen, maar het lijkt zeer waarschijnlijk dat hij die onder zijn universumtitels die van Planetair Vorst van de Aarde draagt, vele malen een bezoek zal brengen aan de wereld die hij veroverd heeft; en die verovering heeft hem zo’n unieke titel opgeleverd.
Wij geloven zeer zeker dat Michael opnieuw persoonlijk naar de aarde zal komen, maar we hebben geen flauw idee wanneer of op welke manier hij dat zou willen doen. Zal zijn wederkomst op aarde plaatsvinden in verband met het laatste oordeel van dit huidige tijdperk, met of zonder de daarmee gepaard gaande verschijning van een andere Leraar-Zoon? Zal hij komen in verband met het einde van een volgend Aards tijdperk? Zal hij onaangekondigd en als een geïsoleerde gebeurtenis komen? We weten het niet. Slechts één ding weten we zeker: wanneer hij terugkeert, zal de hele wereld er waarschijnlijk van op de hoogte zijn, want hij moet komen als de opperste heerser van een universum en niet als het onbekende kind van Bethlehem. Maar als elk oog hem zal aanschouwen, en als alleen spirituele ogen zijn aanwezigheid zullen waarnemen, dan moet zijn komst lang worden uitgesteld. [namelijk tot het moment dat elk oog tegelijk ook een spiritueel oog zal zijn geworden]
Je doet er daarom goed aan de persoonlijke terugkeer van de Meester naar de aarde los te koppelen van alle vaststaande gebeurtenissen of vastgestelde tijdperken. We zijn slechts van één ding zeker: hij heeft beloofd terug te komen. We hebben geen idee wanneer hij deze belofte zal nakomen of in welk verband. Voor zover wij weten, kan hij elke dag op aarde verschijnen, en hij komt mogelijk pas nadat eeuwenlang zijn verstreken en zijn Zonen van het Paradijskorps naar behoren hebben beslist.
De wederkomst van Michaël op aarde is een gebeurtenis van enorme sentimentele waarde voor mensen; maar verder is ze niet van meer praktisch belang voor mensen dan de alledaagse gebeurtenis van de natuurlijke dood, die de sterfelijke mens zo plotseling in de onmiddellijke greep brengt van die opeenvolging van universumgebeurtenissen die rechtstreeks leidt tot de aanwezigheid van deze zelfde Jezus, de soevereine heerser van ons lokale universum.
De kinderen van het licht zijn allen voorbestemd om Hem te zien, en het is niet van ernstig belang of wij naar Hem toe gaan of dat Hij toevallig eerst naar ons toe komt. Wees daarom altijd bereid Hem op aarde te verwelkomen, zoals Hij klaarstaat om jou in de hemel te verwelkomen. Wij zien vol vertrouwen uit naar Zijn glorieuze verschijning, zelfs naar herhaalde wederkomsten, maar we blijven volkomen onwetend over hoe, wanneer en in welk verband Hij zal verschijnen.
Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 176 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org

