Inleiding

Jezus was van plan deze donderdag, zijn laatste vrije dag op aarde als een goddelijke Zoon geïncarneerd in een sterfelijk lichaam, door te brengen met zijn apostelen en een paar loyale en toegewijde discipelen. Kort na het ontbijt op deze prachtige ochtend leidde de Meester hen naar een afgelegen plek op korte afstand boven hun kamp en leerde hen daar vele nieuwe waarheden. Hoewel Jezus in de vroege avonduren van de dag andere toespraken tot de apostelen hield, was deze toespraak van donderdagochtend zijn afscheidsrede tot de gezamenlijke kampgroep van apostelen en uitverkoren discipelen, zowel Joden als niet-Joden. De twaalf waren allen aanwezig, behalve Judas. Petrus en verschillende apostelen maakten opmerkingen over zijn afwezigheid, en sommigen van hen dachten dat Jezus hem naar de stad had gestuurd, waarschijnlijk om de details van hun aanstaande viering van het Pascha te regelen. Judas keerde pas halverwege de middag terug naar het kamp, kort voordat Jezus de twaalf naar Jeruzalem leidde om deel te nemen aan het Laatste Avondmaal.

Verhandeling over kind-schap en burgerschap

Jezus sprak bijna twee uur lang met ongeveer vijftig van zijn vertrouwde volgelingen en beantwoordde een twintigtal vragen over de relatie van het hemelse koninkrijk tot de koninkrijken van deze wereld, en over de relatie van kind-schap met God tot burgerschap in aardse regeringen. Deze verhandeling, samen met zijn antwoorden op vragen, kan als volgt worden samengevat en in moderne taal worden herschreven:

Omdat de koninkrijken van deze wereld materieel zijn, kunnen ze het vaak nodig vinden om fysiek geweld te gebruiken bij de uitvoering van hun wetten en voor het handhaven van de orde. In het hemelse koninkrijk zullen ware gelovigen geen toevlucht nemen tot het gebruik van fysiek geweld. Het hemelse koninkrijk, dat een spirituele broederschap is van de uit de spirit geboren kinderen van God, kan alleen worden verkondigd door de kracht van de spirit. Dit onderscheid in procedure verwijst naar de relaties tussen het koninkrijk van gelovigen en de koninkrijken van de wereldlijke overheid en doet geen afbreuk aan het recht van sociale groepen gelovigen om de orde in hun gelederen te handhaven en discipline op te leggen aan onhandelbare en onwaardige leden.

Er is niets onverenigbaars tussen kind-schap in het spirituele koninkrijk en burgerschap in de wereldlijke of burgerlijke overheid. Het is de plicht van de gelovige om aan Caesar te geven wat van Caesar is, en aan God wat van God is. Er kan geen verschil van mening bestaan tussen deze twee vereisten, waarvan de ene materieel en de andere spiritueel is, tenzij het zich zou ontwikkelen dat een Caesar zich de voorrechten van God aanmatigt en eist dat hem spirituele hulde en opperste aanbidding wordt betoond. In zo’n geval zul je alleen God aanbidden, terwijl je probeert dergelijke misleide aardse heersers te verlichten en hen op die manier ook tot de erkenning van de Vader in de hemel te leiden. Je zult geen spirituele aanbidding betonen aan aardse heersers. Ook mag je de fysieke krachten van aardse regeringen, waarvan de heersers ooit gelovigen kunnen worden, niet gebruiken om de missie van het spirituele koninkrijk te bevorderen.

Kind-schap in het koninkrijk, vanuit het standpunt van de voortschrijdende beschaving, zou je moeten helpen de ideale burgers van de koninkrijken van deze wereld te worden, aangezien broederschap en dienstbaarheid de hoekstenen zijn van het evangelie van het koninkrijk. De liefdesroep van het spirituele koninkrijk zou de effectieve vernietiger moeten blijken te zijn van de haatdrift van de ongelovige en oorlogszuchtige burgers van de aardse koninkrijken. Maar deze materieel ingestelde kinderen in de duisternis zullen nooit van jouw spirituele licht van de waarheid weten, tenzij je hen zeer nabij komt met die onzelfzuchtige maatschappelijke dienstbaarheid die het natuurlijke gevolg is van het dragen van de vruchten van de spirit in de levenservaring van elke individuele gelovige.

Als sterfelijke en stoffelijke mensen zijn jullie inderdaad burgers van de aardse koninkrijken, en jullie zouden goede burgers moeten zijn, des te beter omdat jullie wedergeboren spirituele kinderen van het hemelse koninkrijk zijn geworden. Als door geloof verlichte en door de spirit bevrijde kinderen van het hemelse koninkrijk staan jullie voor een dubbele verantwoordelijkheid: plicht jegens de mens en plicht jegens God, terwijl jullie vrijwillig een derde en heilige plicht op je nemen: dienstbaarheid aan de broederschap van Godkennende gelovigen.

Jullie mogen jullie wereldlijke heersers niet aanbidden, en jullie mogen geen wereldlijke macht aanwenden ter bevordering van het spirituele koninkrijk; maar jullie dienen rechtvaardige en liefdevolle dienstbaarheid aan zowel gelovigen als ongelovigen te tonen. In het evangelie van het koninkrijk woont de machtige Spirit van Waarheid, en weldra zal ik deze Spirit uitstorten over alle lichamen. De vruchten van de spirit, uw oprechte en liefdevolle dienstbaarheid, vormen de machtige maatschappelijke hefboom om de rassen van de duisternis te verheffen. Deze Spirit van Waarheid zal jullie steunpunt worden waarop jullie kracht vermenigvuldigd wordt. [vergelijk het principe van een hefboom]

Toon wijsheid en scherpzinnigheid in je omgang met ongelovige burgerlijke heersers. Toon jezelf door discretie bedreven in het gladstrijken van kleine meningsverschillen en het rechtzetten van onbeduidende misverstanden. Streef er op alle mogelijke manieren naar – in alles behalve uw spirituele trouw aan de heersers van het universum – in vrede te leven met alle mensen. [die spirituele trouw is dus NIET vatbaar voor compromissen, de rest wel] Wees altijd zo wijs als slangen, maar zo onschuldig als duiven.

Je zou de beste burgers van de wereldlijke overheid moeten worden doordat je verlichte kinderen van het koninkrijk wordt. Zo zouden de heersers van aardse regeringen de beste heersers in burgerlijke zaken moeten worden doordat je in dit evangelie van het hemelse koninkrijk gelooft. De houding van onzelfzuchtige dienstbaarheid aan de mens en intelligente aanbidding van God zou alle gelovigen in het koninkrijk tot betere wereldburgers moeten maken, terwijl de houding van eerlijk burgerschap en oprechte toewijding aan iemands wereldlijke plicht ertoe zou moeten bijdragen dat zo’n burger gemakkelijker bereikbaar wordt voor de spirituele roeping tot kind-schap in het hemelse koninkrijk.

Zolang de heersers van aardse regeringen de autoriteit van religieuze dictators proberen uit te oefenen, kunnen jullie die in dit evangelie geloven alleen maar problemen, vervolging en zelfs de dood verwachten. Maar juist het licht dat jullie de wereld in dragen, en zelfs de manier waarop jullie zullen lijden en sterven voor dit evangelie van het koninkrijk, zullen uiteindelijk de hele wereld verlichten en resulteren in de geleidelijke scheiding van politiek en religie. De aanhoudende prediking van dit evangelie van het koninkrijk zal op een dag alle volken een nieuwe en ongelooflijke bevrijding, intellectuele vrijheid en godsdienstvrijheid brengen.

Onder de spoedig komende vervolgingen door hen die dit evangelie van vreugde en vrijheid haten, zullen jullie gedijen en zal het koninkrijk bloeien. Maar je zult in groot gevaar verkeren in de tijd daarna, wanneer de meeste mensen goed zullen spreken over gelovigen in het koninkrijk en velen in hoge posities het evangelie van het hemelse koninkrijk in naam aanvaarden. Leer trouw te zijn aan het koninkrijk, zelfs in tijden van vrede en voorspoed. Daag de engelen die toezicht houden niet uit om u op moeilijke wegen te leiden als een vorm van liefdevolle discipline die bedoeld is om jullie gemakzuchtige zielen te redden.

Bedenk dat je de opdracht hebt gekregen om dit evangelie van het koninkrijk te prediken – het allerhoogste verlangen om de wil van de Vader te doen, gekoppeld aan de allerhoogste vreugde van het geloof en de realisatie van kind-van-God-zijn – en je mag niet toestaan dat iets je van jouw toewijding aan deze ene plicht afleidt. Laat de hele mensheid profiteren van de overvloed van je liefdevolle spirituele toewijding, je verlichtende intellectuele verbondenheid en verheffende maatschappelijke dienstverlening; maar geen van deze humanitaire inspanningen, en ook niet allemaal tegelijk, mag de plaats innemen van de verkondiging van het evangelie. Deze machtige diensten zijn de maatschappelijke bijproducten van de nog machtiger en verhevener diensten en transformaties die in het hart van de gelovige in het koninkrijk worden bewerkstelligd door de levende Spirit van Waarheid en door het persoonlijke besef dat het geloof van een uit de spirit geboren mens de zekerheid schenkt van levende verbondenheid [fellowship] met de eeuwige God.

Je mag niet proberen de waarheid te verkondigen, en ook niet rechtschapenheid te vestigen door de macht van burgerlijke overheden of door het invoeren van wereldlijke wetten. Je mag altijd proberen de mind van mensen te overtuigen, maar je mag het nooit wagen hen te dwingen. Je mag de grote wet van menselijke rechtvaardigheid niet vergeten die ik jullie in positieve vorm heb geleerd: Wat je ook wilt dat mensen jou aandoen, doe dat ook hun.

Wanneer een gelovige in het koninkrijk wordt opgeroepen om de burgerlijke overheid te dienen, laat hem dan een dergelijke dienst verrichten in de tijd als een burger van zo’n overheid. Zo’n gelovige behoort dan in zijn burgerlijke dienstverlening alle gewone kenmerken van burgerschap te tonen, maar dan versterkt door de spirituele verlichting van de veredelende verbinding van het denkvermogen van de sterfelijke mens met de inwonende Mentor-Spirit van de eeuwige God. Als een ongelovige zich al kan kwalificeren als een superieure dienaar van de samenleving, moet jij [als gelovige] je ernstig afvragen of de wortels van waarheid in je hart niet zijn gestorven door een gebrek aan het levende water van gecombineerde spirituele gemeenschap en maatschappelijke dienstbaarheid. Het besef van kind-schap met God moet de volledige levens-dienst bezielen van iedere man, vrouw en kind die zo’n machtige stimulans heeft verworven voor alle inherente vermogens van een menselijke persoonlijkheid.

[ Jezus geeft hier geen neutrale uitleg, maar een morele aansporing. De kern is eigenlijk: als jouw spirituele bewustzijn je niet tot een betere dienaar in de wereld maakt, dan functioneert dat spirituele bewustzijn niet werkelijk in je leven. Dat is een vrij directe, confronterende gedachte, maar verpakt in lange, plechtige zinsbouw.]

Je mag geen passieve mysticus of kleurloze asceet zijn. Jullie mogen geen dromers en zwevers worden, die er gemakzuchtig op vertrouwen dat een fictieve ‘Voorzienigheid’ zelfs in de eerste levensbehoeften zal voorzien. Jullie moeten inderdaad zachtmoedig zijn in jullie omgang met dwalende stervelingen, geduldig in jullie omgang met onwetenden en verdraagzaam onder provocatie. Maar jullie moeten ook dapper zijn in de verdediging van de gerechtigheid, machtig in de verkondiging van de waarheid en strijdlustig in de prediking van dit evangelie van het koninkrijk, tot aan de uiteinden van de aarde.

Dit evangelie van het koninkrijk is een levende waarheid. Ik heb jullie gezegd dat het is als het zuurdesem in het deeg, als het mosterdzaadje; en nu verklaar ik dat het is als het zaad van het levende wezen, dat zich van generatie op generatie, terwijl het hetzelfde levende zaad blijft, onfeilbaar ontvouwt in nieuwe manifestaties en aanvaardbaar groeit in kanalen van nieuwe aanpassing aan de specifieke behoeften en omstandigheden van elke opeenvolgende generatie. De openbaring die ik jullie heb gedaan is een LEVENDE OPENBARING en ik verlang dat het passende vruchten zal voortbrengen in elk individu en in elke generatie, in overeenstemming met de wetten van spirituele groei, toename en adaptieve ontwikkeling. Van generatie op generatie moet dit evangelie toenemende vitaliteit tonen en een grotere diepte van spirituele kracht vertonen. Het mag niet slechts een heilige herinnering worden, een loutere traditie over mij en de tijd waarin we nu leven.

En vergeet niet: wij hebben geen directe aanval gedaan op de personen of het gezag van hen die op de stoel van Mozes zitten; wij hebben hun slechts het nieuwe licht aangeboden, dat zij zo krachtig hebben verworpen. Wij hebben hen slechts aangevallen door hun spirituele ontrouw aan de waarheden die zij beweren te onderwijzen en te beschermen, aan de kaak te stellen. Wij zijn alleen met deze gevestigde leiders en erkende heersers in botsing gekomen toen zij zich rechtstreeks tegen de prediking van het evangelie van het koninkrijk aan de mensenkinderen keerden. En zelfs nu zijn wij het niet die hen aanvallen, maar zij die onze ondergang zoeken. Vergeet niet dat je de opdracht hebt om alleen het goede nieuws te prediken. Je mag de oude wegen niet aanvallen. Je moet vakkundig het zuurdesem van de nieuwe waarheid te midden van de oude overtuigingen brengen. Laat de Spirit van Waarheid zijn eigen werk doen. Laat controverse alleen ontstaan wanneer zij die de waarheid verachten, die aan jou opdringen. Maar wanneer de opzettelijke ongelovige u aanvalt, aarzel dan niet om de waarheid die jou heeft gered en geheiligd, krachtig te verdedigen.

Denk er in alle wisselvalligheden van het leven aan elkaar lief te hebben. Twist niet met mensen, zelfs niet met ongelovigen. Wees barmhartig, zelfs jegens hen die jou beledigen. Toon jullie aan iedereen als loyale burgers, oprechte ambachtslieden, prijzenswaardige buren, toegewijde verwanten, begripvolle ouders en oprechte gelovigen in de broederschap van het koninkrijk van de Vader. En mijn spirit zal op u zijn, nu en tot aan het einde van de wereld.

Toen Jezus zijn onderricht had beëindigd, was het bijna één uur, en ze gingen onmiddellijk terug naar het kamp, waar David en zijn metgezellen de lunch voor hen klaarmaakten.

Na het middagmaal

Niet veel toehoorders van de Meester konden zelfs maar een deel van zijn toespraak in de voormiddag begrijpen. Van allen die hem hoorden, begrepen de Grieken het het meest. Zelfs de elf apostelen waren verbijsterd door zijn toespelingen op toekomstige politieke koninkrijken en op opeenvolgende generaties van gelovigen in het koninkrijk. De meest toegewijde volgelingen van Jezus konden het naderende einde van zijn aardse missie niet rijmen met deze verwijzingen naar een uitgebreide toekomst van evangelieactiviteiten. Sommige van deze Joodse gelovigen begonnen te beseffen dat de grootste tragedie op aarde op het punt stond te gebeuren, maar ze konden zo’n dreigende ramp niet rijmen met de opgewekt onverschillige persoonlijke houding van de Meester of zijn toespraak in de voormiddag, waarin hij herhaaldelijk zinspeelde op de toekomstige gebeurtenissen van het hemelse koninkrijk, die zich uitstrekten over enorme tijdsperioden en betrekkingen omvatten met vele opeenvolgende tijdelijke koninkrijken op aarde.

Tegen de middag van die dag hadden alle apostelen en discipelen vernomen van de overhaaste vlucht van Lazarus uit Bethanië. Ze begonnen de grimmige vastberadenheid van de Joodse leiders te voelen om Jezus en zijn leer uit te roeien.

David Zebedeüs was, door het werk van zijn geheime agenten in Jeruzalem, volledig op de hoogte van de voortgang van het plan om Jezus te arresteren en te doden. Hij wist alles over de rol van Judas in dit complot, maar hij vertelde deze kennis nooit aan de andere apostelen of aan een van de discipelen. Kort na de lunch nam hij Jezus terzijde en, vrijmoedig geworden, vroeg hem of hij wist… -maar hij kwam niet verder met zijn vraag. De Meester, die zijn hand opstak, hield hem tegen en zei: “Ja, David, ik weet er alles van, en ik weet dat jij het weet, maar zorg ervoor dat je het aan niemand vertelt. Twijfel er alleen niet aan dat de wil van God uiteindelijk zal zegevieren.”

Dit gesprek met David werd onderbroken door de komst van een boodschapper uit Philadelphia die bericht bracht dat Abner had gehoord van het complot om Jezus te doden en hem vroeg of hij naar Jeruzalem moest vertrekken. Deze boodschapper haastte zich naar Philadelphia met dit bericht voor Abner: “Ga door met je werk. Als ik van je wegga uit dit lichaam, is het alleen om in de spirit terug te keren. Ik zal je niet verlaten. Ik zal met je zijn tot het einde.”

Rond die tijd kwam Filippus naar de Meester en vroeg: “Meester, aangezien de tijd van het Pascha nadert, waar wilt u dat wij het klaarmaken om het te eten?” En toen Jezus de vraag van Filippus hoorde, antwoordde hij: “Ga Petrus en Johannes halen, en ik zal jullie aanwijzingen geven over het avondmaal dat we vanavond samen zullen eten. Wat het Pascha betreft, daarover zul je moeten nadenken nadat we dit eerst gedaan hebben.”

Toen Judas de Meester met Filippus over deze zaken hoorde spreken, kwam hij dichterbij om hun gesprek te kunnen afluisteren. Maar David Zebedeüs, die erbij stond, kwam naar voren en raakte met Judas in gesprek, terwijl Filippus, Petrus en Johannes opzij gingen om met de Meester te praten.

Jezus zei tegen de drie: “Ga onmiddellijk Jeruzalem binnen, en als jullie de poort binnengaan, zul je een man ontmoeten die een waterkruik draagt. Hij zal met jullie spreken, en dan moet je hem volgen. Wanneer hij jullie naar een bepaald huis leidt, ga dan achter hem aan en vraag aan de heer van dat huis: ‘Waar is het gastenvertrek waar de Meester met zijn apostelen het avondmaal zal gebruiken?’ En nadat je dit hebt gevraagd, zal deze heer des huizes aan jullie een grote bovenzaal laten zien, helemaal ingericht en gereed voor ons.”

Toen de apostelen de stad bereikten, ontmoetten ze de man met de waterkruik bij de poort en volgden hem naar het huis van Johannes Marcus, waar de vader van de jongen hen ontmoette en hun de bovenzaal liet zien ter voorbereiding op de avondmaaltijd.

En dit alles gebeurde als resultaat van een afspraak die de Meester en Johannes Marcus hadden gemaakt in de middag van de vorige dag, toen ze alleen in de heuvels waren. Jezus wilde er zeker van zijn dat hij deze laatste maaltijd ongestoord met zijn apostelen zou kunnen nuttigen, en in de overtuiging dat als Judas van tevoren wist waar ze elkaar zouden ontmoeten, hij met zijn vijanden zou kunnen afspreken om hem gevangen te nemen, maakte hij deze geheime afspraak met Johannes Marcus. Zo hoorde Judas pas later van hun ontmoetingsplaats, toen hij daar samen met Jezus en de andere apostelen aankwam.

David Zebedeüs had veel zaken met Judas te regelen, zodat hij gemakkelijk verhinderd werd Petrus, Johannes en Filippus te volgen, zoals hij zo graag wilde. Toen Judas David een bepaald bedrag gaf voor proviand, zei David tegen hem: “Judas, zou het onder de gegeven omstandigheden niet goed zijn om mij wat geld te geven vóórdat ik werkelijk iets nodig heb?” En nadat Judas even had nagedacht, antwoordde hij: “Ja, David, ik denk dat het verstandig zou zijn. Gezien de onrustige omstandigheden in Jeruzalem denk ik dat het het beste voor me is om al het geld aan jou over te dragen. Ze smeden een complot tegen de Meester, en mocht mij iets overkomen, dan zou je niet gehinderd worden.”

En zo ontving David alle apostolische contanten en de ontvangstbewijzen voor al het geld dat in bewaring was gegeven. Pas de avond van de volgende dag vernamen de apostelen van deze transactie.

Het was ongeveer half vijf toen de drie apostelen terugkeerden en Jezus vertelden dat alles klaar was voor het avondmaal. De Meester maakte zich onmiddellijk gereed om zijn twaalf apostelen over het pad naar de weg naar Bethanië en verder naar Jeruzalem te leiden. En dit was de laatste reis die hij ooit met alle twaalf maakte.

Op weg naar het Avondmaal

In een poging de menigte te ontwijken die door het Kidron dal heen en weer trok tussen het Gethsemane-park en Jeruzalem, liepen Jezus en de twaalf over de westelijke rand van de Olijfberg om de weg te vinden die van Bethanië naar de stad leidde. Toen ze de plaats naderden waar Jezus de vorige avond had vertoefd om te spreken over de verwoesting van Jeruzalem, bleven ze onbewust even staan en keken in stilte naar de stad. Omdat ze wat vroeg waren en Jezus pas na zonsondergang door de stad wilde trekken, zei hij tegen zijn metgezellen:

“Ga zitten en rust uit terwijl ik met jullie spreek over wat er binnenkort moet gebeuren. Al deze jaren heb ik als broeders met jullie geleefd en ik heb jullie de waarheid over het hemelse koninkrijk geleerd en de geheimen ervan aan jullie geopenbaard. En mijn Vader heeft inderdaad vele wonderbaarlijke werken gedaan in verband met mijn missie op aarde. Jullie zijn getuigen geweest van dit alles en hebben deelgenomen aan de ervaring van het samen met God werken. En jullie zullen van mij getuigen dat ik jullie al enige tijd heb gewaarschuwd dat ik spoedig moet terugkeren naar het werk dat de Vader mij heeft opgedragen. Ik heb jullie duidelijk gezegd dat ik jullie in de wereld moet achterlaten om het werk van het koninkrijk voort te zetten. Het was voor dit doel dat ik jullie heb geselecteerd, in de heuvels van Capernaum. De ervaring die jullie met mij hebben gehad, moeten jullie nu met anderen gaan delen. Zoals de Vader mij naar deze wereld heeft gezonden, zo sta ik op het punt jullie te sturen om mij te vertegenwoordigen en het werk af te maken dat ik ben begonnen.”

“Jullie kijken met verdriet neer op die stad daar, want jullie hebben mijn woorden gehoord die over het einde van Jeruzalem spreken. Ik heb jullie gewaarschuwd dat jullie niet in haar verwoesting moeten omkomen en zo de verkondiging van het evangelie van het koninkrijk zouden vertragen. Evenzo waarschuw ik jullie ervoor op te passen dat jullie je niet onnodig aan gevaar blootstellen wanneer ze komen om de MensenZoon te halen. Ik moet gaan, maar jullie moeten blijven om van dit evangelie te getuigen wanneer ik ben heengegaan, net zoals ik Lazarus heb opgedragen te vluchten voor de woede van de mens, zodat hij zou leven om de glorie van God bekend te maken. Als het de wil van de Vader is dat ik vertrek, kan niets wat jullie doen het goddelijke plan dwarsbomen. Pas op voor jezelf, opdat ze jullie niet ook doden. Laten jullie zielen dapper zijn in de verdediging van het evangelie door spirituele kracht, maar laat jullie niet misleiden tot een dwaze poging om de MensenZoon te verdedigen. Ik heb geen verdediging door de hand van de mens nodig; de legers van de hemel zijn nu al nabij; maar ik ben vastbesloten om de wil van mijn Vader in de hemel te doen, en daarom moeten we ons onderwerpen aan datgene wat ons zo spoedig zal overkomen.”

“Wanneer u deze stad verwoest ziet, vergeet dan niet dat u al bent ingegaan in het eeuwige leven van eindeloze dienst in het steeds verder voortschrijdende hemelse koninkrijk, ja, de hemel der hemelen. U moet weten dat er in het universum van mijn Vader en in het mijne vele verblijfplaatsen zijn, en dat de kinderen van het licht de openbaring wacht van steden waarvan God de bouwer is en werelden waarvan de levenswijze rechtschapenheid en vreugde in de waarheid is. Ik heb het hemelse koninkrijk hier op aarde tot u gebracht, maar ik verklaar dat allen die het door geloof binnengaan en erin blijven door de levende dienst aan de waarheid, zeker zullen opstijgen naar de werelden in den hoge en met mij zullen zitten in het spirituele koninkrijk van onze Vader. Maar eerst moeten jullie je ‘riemen vastmaken’ en het werk voltooien dat jullie met mij zijn begonnen. Jullie moeten eerst door veel verdrukking heengaan en veel verdriet doorstaan – en deze beproevingen zijn nu al aan de gang – en wanneer jullie je werk op aarde hebben voltooid, zullen jullie tot mijn vreugde komen, zoals ik het werk van mijn Vader op aarde heb voltooid en op het punt sta terug te keren in Zijn armen.”

Toen de Meester had gesproken, stond hij op, en ze volgden hem allen de Olijfberg af en de stad in. Geen van de apostelen, op drie na, wist waar ze heen gingen terwijl ze zich een weg baanden door de smalle straten in de naderende duisternis. De menigte verdrong hen, maar niemand herkende hen of wist dat de Zoon van God voorbijkwam op weg naar de laatste sterfelijke ontmoeting met zijn uitverkoren ambassadeurs van het koninkrijk. En de apostelen wisten ook niet dat een van hen al een samenzwering had beraamd om de Meester te verraden en aan zijn vijanden over te leveren.

Johannes Marcus had hen gevolgd, helemaal tot in de stad. Toen ze door de poort waren gegaan, haastte hij zich door een andere straat, zodat hij op hen stond te wachten toen ze aankwamen bij het huis van zijn vader.

Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 178 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org