Inleiding
Toen Jezus zijn adolescentiejaren inging, was hij het hoofd en de enige kostwinner van een groot gezin. Binnen een paar jaar na de dood van zijn vader was al hun bezit verdwenen. Naarmate de tijd verstreek, werd hij zich steeds meer bewust van zijn pre-existentie [zijn identiteit en bestaan voordat hij als mens geincarneerd was]. Tegelijkertijd begon hij zich steeds meer te realiseren dat hij op aarde en in een lichaam aanwezig was met het uitdrukkelijke doel zijn Paradijs-Vader aan de mensenkinderen te openbaren. Geen enkele adolescent die ooit op deze wereld of op enige andere wereld heeft geleefd of ooit zal leven, heeft ooit zwaardere problemen gehad of zal ooit zwaardere problemen hebben om op te lossen of ingewikkelder moeilijkheden om te ontwarren. Geen enkele jongeling van onze wereld zal ooit door meer beproevende conflicten of lastigere situaties heen moeten gaan dan Jezus zelf doorstond gedurende die zware jaren van zijn vijftiende tot zijn twintigste2.
Nadat hij zo de daadwerkelijke ervaring had geproefd van het leven van deze adolescente jaren op onze wereld kon hij voortaan voor altijd een begripvolle toevlucht zijn voor alle andere gekwelde en verwarde adolescenten, niet alleen op onze wereld maar op alle werelden in het hele lokale universum. En langzaam maar zeker, en door daadwerkelijke ervaring, verdient deze goddelijke Zoon het recht om soeverein te worden van zijn universum, de onbetwiste en opperste heerser van alle geschapen denkende wezens op alle werelden van het lokale universum, de begripvolle toevlucht van de wezens van alle leeftijden en van alle graden van persoonlijke begaafdheid en ervaring.
Het zestiende jaar (10 n.Chr.)
Dit jaar bereikte hij zijn volledige fysieke groei. Hij was een mannelijke en aantrekkelijke jongeman. Hij werd steeds nuchterder en serieuzer, maar hij was vriendelijk en sympathiek. Zijn blik was vriendelijk maar onderzoekend. Zijn glimlach was altijd innemend en geruststellend. Zijn stem was muzikaal maar gezaghebbend. Zijn begroeting hartelijk maar ongekunsteld. Altijd, zelfs in de meest alledaagse contacten, leek er de invloed van een tweeledige natuur aanwezig te zijn, de menselijke en de goddelijke. Altijd toonde hij deze combinatie van de meelevende vriend en de gezaghebbende leraar. En deze persoonlijkheidstrekken begonnen zich al vroeg te manifesteren, zelfs in deze adolescente jaren.
Deze fysiek sterke en robuuste jongeling verwierf ook de volledige ontwikkeling van zijn menselijk intellect, niet de volledige ervaring van het menselijk denken, maar de volledige capaciteit voor een dergelijke intellectuele ontwikkeling. Hij bezat een gezond en evenwichtig lichaam, een scherpe en analytische mind, een vriendelijke en sympathieke aard, een ietwat wisselvallig maar ondernemend temperament, en dit alles ontwikkelde zich tot een sterke, opvallende en aantrekkelijke persoonlijkheid.
Naarmate de tijd verstreek, werd het voor zijn moeder, broers en zussen steeds moeilijker om hem te begrijpen. Ze struikelden over zijn uitspraken en interpreteerden zijn daden verkeerd. Ze waren allemaal niet in staat het leven van hun oudste broer te begrijpen, omdat hun moeder hun had laten weten dat hij voorbestemd was om de bevrijder van het Joodse volk te worden. Nadat ze van Maria zulke toespelingen als familiegeheimen hadden ontvangen, stel je hun verwarring voor toen Jezus al dergelijke ideeën en bedoelingen openlijk ontkende.
Dit jaar ging Simon naar school en ze waren gedwongen een ander huis te verkopen. Jacobus nam nu de zorg voor het onderwijs van zijn drie zussen op zich, van wie er twee oud genoeg waren om serieus te gaan studeren. Zodra Ruth volwassen was, werd ze door Mirjam en Martha in de armen genomen. Normaal gesproken kregen de meisjes van Joodse gezinnen weinig onderwijs, maar Jezus hield vol (en zijn moeder stemde ermee in) dat meisjes net als jongens naar school moesten gaan, en aangezien de synagogeschool hen niet wilde ontvangen, zat er niets anders op dan speciaal voor hen thuisonderwijs te geven.
Gedurende dit jaar was Jezus sterk gebonden aan de werkbank. Gelukkig had hij genoeg werk. Zijn werk was van zo’n superieure kwaliteit dat hij nooit stilzat, hoe weinig werk er in die regio ook was. Soms had hij zoveel te doen dat Jacobus hem hielp.
Tegen het einde van dit jaar had hij zo goed als besloten dat hij, na zijn gezin te hebben grootgebracht en hen te hebben zien trouwen, in het openbaar zou beginnen met zijn werk als leraar van de waarheid en als openbaarder van de hemelse Vader aan de wereld. Hij wist dat hij niet de verwachte Joodse Messias zou worden en concludeerde dat het vrijwel nutteloos was om deze zaken met zijn moeder te bespreken. Hij besloot haar toe te staan haar eigen ideeën te koesteren, aangezien alles wat hij in het verleden had gezegd weinig of geen indruk op haar had gemaakt. En hij herinnerde zich dat ook zijn vader nooit iets had kunnen zeggen dat haar van gedachten zou kunnen doen veranderen. Vanaf dat jaar sprak hij steeds minder met zijn moeder, of met wie dan ook, over deze problemen. Zijn missie was zo’n eigenaardige dat niemand op aarde hem advies kon geven over de uitvoering ervan.
Hij was een echte, hoewel jeugdige, vader voor het gezin. Hij bracht elk beschikbaar uur door met de kinderen, en ze hielden echt van hem. Zijn moeder vond het jammer dat hij zo hard werkte. Ze vond het jammer dat hij dag in dag uit aan de timmermanswerkbank zwoegde om de kost te verdienen voor het gezin, in plaats van, zoals ze zo graag hadden gepland, in Jeruzalem te zijn om bij de rabbijnen te studeren. Hoewel er veel aan haar zoon was dat Maria niet kon begrijpen, hield ze wel van hem en waardeerde ze ten zeerste de bereidwillige manier waarop hij de verantwoordelijkheid voor het huishouden op zich nam.
Het zeventiende jaar (11 n.Chr.)
Rond deze tijd ontstond er aanzienlijke politieke opwinding, vooral in Jeruzalem en Judea, ten gunste van een opstand tegen de belastingbetaling aan Rome. Er ontstond een sterke nationalistische partij, die al snel de Zeloten zou worden genoemd. De Zeloten waren, in tegenstelling tot de Farizeeën, niet bereid om de komst van de Messias af te wachten. Ze stelden voor de zaken op scherp te zetten door middel van een politieke opstand. Een groep organisatoren uit Jeruzalem arriveerde in Galilea en boekte goede vooruitgang totdat ze Nazareth bereikten. Toen ze Jezus kwamen opzoeken, luisterde hij aandachtig naar hen en stelde hij veel vragen, maar weigerde zich bij de groep aan te sluiten. Hij weigerde zijn redenen voor zijn weigering volledig bekend te maken, en zijn weigering had tot gevolg dat veel van zijn leeftijdsgenoten in Nazareth zich ook niet aansloten. Maria deed haar best om hem ertoe te bewegen zich aan te melden, maar ze kon hem niet van gedachten doen veranderen. Ze ging zelfs zo ver dat ze te kennen gaf dat zijn weigering om zich op haar verzoek bij de nationalistische zaak aan te sluiten insubordinatie was, een schending van zijn belofte die hij bij hun terugkeer uit Jeruzalem had gedaan, namelijk dat hij onderworpen zou zijn aan zijn ouders. Maar als antwoord op deze insinuatie legde hij slechts een vriendelijke hand op haar schouder en zei, haar in het gezicht kijkend: “Moeder, hoe kon je dat nou zeggen?” En Maria trok haar verklaring in.
Een van de ooms van Jezus (Maria’s broer Simon) had zich al bij deze groep aangesloten en is later officier geworden in de Galilese divisie. En gedurende verscheidene jaren was er een zekere vervreemding tussen Jezus en zijn oom. Maar er begonnen problemen te broeien in Nazareth. De houding van Jezus in deze zaken had geleid tot verdeeldheid onder de Joodse jongeren in de stad. Ongeveer de helft had zich aangesloten bij de nationalistische organisatie, en de andere helft begon een tegengroep van gematigdere patriotten te vormen, in de verwachting dat Jezus het leiderschap op zich zou nemen. Ze waren verbaasd toen hij de hem aangeboden eer weigerde en als excuus zijn zware familieverantwoordelijkheden aanvoerde, wat ze wel allemaal accepteerden. Maar de situatie werd nog ingewikkelder toen een rijke Jood, Isaac, een geld-lener aan de niet-Joden, zich meldde en ermee instemde de familie van Jezus te steunen als hij zijn gereedschap zou neerleggen en het leiderschap van deze patriotten uit Nazareth op zich zou nemen. Jezus, toen amper zeventien jaar oud, werd geconfronteerd met een van de meest delicate en moeilijke situaties uit zijn jeugd. Patriottische kwesties, vooral wanneer ze gecompliceerd worden door belastinginning door buitenlandse onderdrukkers, zijn altijd moeilijk voor spirituele leiders om zich mee te identificeren, en dat was in dit geval dubbel zo, aangezien ook de Joodse religie betrokken was bij al deze agitatie tegen Rome.
De positie van Jezus werd nog moeilijker gemaakt doordat zijn moeder en oom, en zelfs zijn jongere broer Jacobus, hem allen aanspoorden zich bij de nationalistische zaak aan te sluiten. Alle betere Joden van Nazareth hadden zich aangemeld, en de jongemannen die zich niet bij de beweging hadden aangesloten, zouden zich allemaal aanmelden zodra Jezus van gedachten veranderde. Hij had maar één wijze raadgever in heel Nazareth, zijn oude leraar, de chazan, die hem adviseerde over zijn antwoord aan het comité van burgers van Nazareth toen ze hem kwamen vragen om te antwoorden op de publieke oproep die was gedaan. In heel het jonge leven van Jezus was dit de allereerste keer dat hij bewust zijn toevlucht had genomen tot een publieke strategie. Tot dan toe had hij altijd vertrouwd op een openhartige verklaring van de waarheid om de situatie te verduidelijken, maar nu kon hij de volledige waarheid niet vertellen. Hij kon niet laten doorschemeren dat hij meer was dan een mens. Hij kon zijn idee van de missie die hem wachtte bij het bereiken van een rijpere volwassenheid niet onthullen. Ondanks deze beperkingen werden zijn religieuze trouw en nationale loyaliteit direct op de proef gesteld. Zijn familie was in verwarring, zijn jeugdige vrienden waren verdeeld en het hele Joodse deel van de stad was in rep en roer. En dan te bedenken dat hij de schuld van dit alles had! En het was totaal niet zijn bedoeling om problemen te veroorzaken, laat staan een verstoring van deze aard.
Er moest iets gedaan worden. Hij moest zijn standpunt uiteenzetten, en dit deed hij moedig en diplomatiek, tot tevredenheid van velen, maar niet van allen. Hij hield vast aan de voorwaarden van zijn oorspronkelijke pleidooi en stelde dat zijn eerste plicht bij zijn gezin lag, dat een weduwe-moeder en acht broers en zussen meer nodig hadden dan alleen geld om de fysieke levensbehoeften te kopen, dat ze recht hadden op de zorg en leiding van een vader, en dat hij zich niet met een gerust geweten kon onttrekken aan de verplichting die een wreed ongeluk hem had opgelegd. Hij complimenteerde zijn moeder en oudste broer omdat ze bereid waren hem te bevrijden van die verplichting, maar herhaalde dat loyaliteit aan een overleden vader hem verbood het gezin te verlaten, ongeacht hoeveel geld er beschikbaar was voor hun materiële ondersteuning. Daarbij deed hij zijn onvergetelijke uitspraak dat ‘geld niet kan liefhebben’. In de loop van deze toespraak maakte Jezus verschillende bedekte verwijzingen naar zijn ‘levensmissie’, maar legde uit dat die missie en al het andere in zijn leven, voorlopig was opgegeven zodat hij zijn verplichtingen jegens zijn gezin getrouw kon nakomen. Iedereen in Nazareth wist heel goed dat hij een goede vader voor zijn gezin was, en dit was een zaak die elke nobele Jood zo na aan het hart lag dat het pleidooi van Jezus een waarderende reactie vond in de harten van veel van zijn toehoorders. En sommigen van hen die er niet zo over dachten, werden ontwapend door een toespraak van Jacobus, die, hoewel niet op het programma, op dat moment ook werd gegeven. Diezelfde dag had de chazan de toespraak van Jacobus gerepeteerd, maar dat was hun geheim.
Jacobus verklaarde dat hij er zeker van was dat Jezus zijn volk zou helpen bevrijden als hij (Jacobus) maar oud genoeg was om de verantwoordelijkheid voor het gezin op zich te nemen. En dat, als ze er maar mee instemden dat Jezus bij ons bleef, om onze vader en leraar te zijn, jullie dan niet slechts één leider uit Jozefs familie zouden hebben, maar dat jullie spoedig vijf loyale nationalisten zouden hebben, want zijn er niet vijf van ons jongens die opgroeien en voortkomen uit de leiding van onze broer-vader om onze natie te dienen? En zo bracht de jongen een zeer gespannen en bedreigende situatie tot een tamelijk gelukkig einde.
De crisis was voorlopig voorbij, maar dit incident in Nazareth werd nooit vergeten. De onrust hield aan. Jezus zou nooit meer door iedereen gunstig bekeken worden; de verdeeldheid in gevoelens werd nooit meer volledig overwonnen. En dit, verergerd door andere en latere gebeurtenissen, was een van de belangrijkste redenen waarom hij later naar Capernaum verhuisde. Vanaf dat moment bleef er in Nazareth een verdeeldheid in gevoelens bestaan ten aanzien van de MensenZoon.
Jacobus studeerde dit jaar af en begon thuis fulltime te werken in de timmerwerkplaats. Hij was een behendig werker met gereedschap geworden en nam nu het maken van jukken en ploegen over, terwijl Jezus zich meer ging toeleggen op de afwerking van huizen en vakkundig timmerwerk.
Dit jaar boekte Jezus grote vooruitgang in de organisatie van zijn mind. Geleidelijk aan had hij zijn goddelijke en menselijke natuur samengebracht, en hij bereikte deze hele organisatie van zijn intellect door de kracht van zijn eigen beslissingen en met alleen de hulp van de in hem wonende Mentor-Spirit, precies zo’n Spirit, een Fragment van de Universele Vader, als alle normale stervelingen -ook jij!- op alle werelden na het leven van Jezus in hun mind hebben. Tot nu toe was er niets bovennatuurlijks gebeurd in het leven van deze jongeman, behalve het bezoek van een boodschapper, gestuurd door zijn ‘oudere broer’ Immanuel, die hem -zoals hierboven beschreven- eens ’s nachts in Jeruzalem verschenen was.
Het achttiende jaar (12 n.Chr.)
In de loop van dit jaar werd al het familiebezit, behalve het huis en de tuin, verkocht. Het laatste stuk bezit in Capernaum (behalve een aandeel in een ander stuk), dat al met hypotheek was bezwaard, werd verkocht. De opbrengst werd gebruikt voor belastingen, om wat nieuw gereedschap voor Jacobus te kopen en om een aanbetaling te doen op de oude bevoorradingswinkel van de familie en de reparatiewerkplaats bij het karavaan-park. Jezus stelde nu voor om die winkel en werkplaats weer terug aan te kopen, omdat Jacobus oud genoeg was om in de thuis-werkplaats te werken en Maria te helpen in het huishouden. Nu de financiële druk voorlopig was afgenomen, besloot Jezus Jacobus mee te nemen naar het Pascha. Ze gingen een dag eerder naar Jeruzalem om alleen te zijn, via Samaria. Ze liepen en Jezus vertelde Jacobus over de historische plaatsen onderweg, zoals zijn vader hem vijf jaar eerder op een soortgelijke reis had verteld.
Tijdens hun tocht door Samaria zagen ze veel vreemde dingen. Tijdens deze reis bespraken ze veel van hun problemen, persoonlijk, familie en nationaal. Jacobus was een zeer religieuze jongen, en hoewel hij het niet helemaal eens was met zijn moeder over het weinige dat hij wist van de plannen met betrekking tot Jezus, zijn levenswerk, keek hij wel uit naar de tijd dat hij de verantwoordelijkheid voor het gezin op zich zou kunnen nemen, zodat Jezus zijn missie kon beginnen. Hij was zeer dankbaar dat Jezus hem meenam naar het Pascha, en ze spraken uitgebreider dan ooit tevoren over de toekomst.
Jezus dacht veel na tijdens hun reis door Samaria, vooral in Bethel en toen ze dronken uit de bron van Jacob. Hij en zijn broer bespraken de tradities van Abraham, Isaak en Jacob. Hij deed veel om Jacobus voor te bereiden op wat hij in Jeruzalem zou meemaken, en probeerde zo de schok die hij zelf had ervaren bij zijn eerste bezoek aan de tempel te verzachten. Maar Jacobus was niet zo gevoelig voor sommige van deze beelden. Hij gaf commentaar op de oppervlakkige en harteloze manier waarop sommige priesters hun taken uitvoerden, maar over het algemeen genoot hij enorm van zijn verblijf in Jeruzalem.
Jezus nam Jacobus mee naar Bethanië voor het paasmaal. Simon was bij zijn vaderen begraven en Jezus leidde dit huishouden als hoofd van de paasfamilie, nadat hij het paaslam uit de tempel had meegebracht. Na het paasmaal ging Maria (de zus van Lazarus) met Jacobus zitten praten, terwijl Martha, Lazarus en Jezus tot diep in de nacht met elkaar spraken. De volgende dag woonden ze de tempeldiensten bij en werd Jacobus opgenomen in de Gemeenschap van Israël. Die ochtend, terwijl ze op de top van de Olijfberg bleven staan om de tempel te bekijken, en Jacobus riep vol verwondering, keek Jezus in stilte naar Jeruzalem. Jacobus kon het gedrag van zijn broer niet begrijpen. Die avond keerden ze weer terug naar Bethanië en zouden de volgende dag naar huis vertrekken, maar Jacobus stond erop dat ze teruggingen naar de tempel. Hij legde uit dat hij de leraren wilde horen. En hoewel dit waar was, wilde hij in het geheim Jezus horen deelnemen aan de discussies, zoals hij zijn moeder had horen vertellen. Daarom gingen ze naar de tempel en luisterden naar de discussies, maar Jezus stelde geen vragen. Het leek allemaal zo kinderachtig en onbeduidend voor dit ontwakende verstand van mens en God – hij kon alleen maar medelijden met hen hebben. Jacobus was teleurgesteld dat Jezus niets zei. Op zijn vragen antwoordde Jezus alleen: ‘Mijn uur is nog niet gekomen.’
De volgende dag reisden ze via Jericho en de Jordaanvallei naar huis, en Jezus vertelde onderweg veel, inclusief zijn eerdere reis over deze weg toen hij dertien jaar oud was. Bij zijn terugkeer in Nazareth begon Jezus te werken in de oude reparatiewerkplaats van de familie en was hij zeer verheugd dat hij elke dag zoveel mensen uit alle delen van het land en de omliggende gebieden kon ontmoeten. Jezus hield echt van mensen, van de gewone mensen. Elke maand betaalde hij zijn geld voor de terugkoop van de winkel en bleef hij, met de hulp van Jacobus, voor het gezin zorgen.
Meerdere keren per jaar, wanneer er geen bezoekers aanwezig waren om dit te doen, bleef Jezus de sabbath-geschriften in de synagoge voorlezen en gaf hij vaak commentaar op de les. Maar meestal selecteerde hij de passages zo dat commentaar overbodig was. Hij was vaardig in het zo ordenen van de volgorde van het lezen van de verschillende passages dat de ene de andere zou verhelderen. Hij verzuimde nooit, als het weer het toeliet, om zijn broers en zussen op sabbath middagen mee te nemen voor een wandeling in de natuur.
Rond deze tijd richtte de chazan een club voor jongemannen op voor filosofische discussies, die bijeenkwam bij verschillende leden thuis en vaak bij hemzelf, en Jezus werd een prominent lid van deze groep. Op deze manier kon hij een deel van het lokale aanzien herwinnen dat hij had verloren ten tijde van de recente nationalistische controverses.
Zijn sociale leven, hoewel beperkt, werd niet geheel verwaarloosd. Hij had veel warme vrienden en fervente bewonderaars onder zowel de jonge mannen als de jonge vrouwen van Nazareth.
In september kwamen Elisabeth en Johannes (de Doper) op bezoek bij de familie in Nazareth. Johannes, die zijn vader had verloren, was van plan terug te keren naar de heuvels van Judea om zich bezig te houden met landbouw en schapenhouderij, tenzij Jezus hem adviseerde in Nazareth te blijven om timmerman of een ander beroep te gaan uitoefenen. Ze wisten niet dat de familie in Nazareth praktisch geen geld had. Hoe meer Maria en Elisabeth over hun zonen spraken, hoe meer ze ervan overtuigd raakten dat het goed zou zijn voor de twee jonge mannen om samen te werken en elkaar vaker te zien. Jezus en Johannes hadden veel gesprekken samen. En ze bespraken enkele zeer intieme en persoonlijke zaken. Toen ze dit bezoek hadden beëindigd, besloten ze elkaar niet meer te zien totdat ze elkaar weer zouden ontmoeten in hun openbare missie, nadat ’de hemelse Vader hen tot hun werk zou roepen’. Johannes was enorm onder de indruk van wat hij in Nazareth zag. Zodat hij naar huis terugkeerde en zou werken voor het onderhoud van zijn moeder. Hij raakte ervan overtuigd dat hij deel zou uitmaken van de levensmissie van Jezus, maar hij zag ook dat Jezus zich nog vele jaren zou bezighouden met de opvoeding van zijn gezin; daarom was hij veel tevredener om terug te keren naar zijn huis en zich te wijden aan de zorg voor hun kleine boerderij en te voorzien in de behoeften van zijn moeder. En Johannes en Jezus hebben elkaar nooit meer gezien tot die dag aan de Jordaan, toen de MensenZoon zich aanbood om gedoopt te worden.
Op zaterdagmiddag 3 december van dit jaar werd dit gezin uit Nazareth voor de tweede keer getroffen door de dood. De kleine Amos, hun broertje, stierf na een week ziek te zijn geweest met hoge koorts. Nadat ze deze periode van verdriet had doorgemaakt met haar eerstgeboren zoon als enige steun, erkende Maria eindelijk en in de volste zin van het woord Jezus als het ware hoofd van het gezin. En hij was werkelijk een waardig gezinshoofd.
Vier jaar lang was hun levensstandaard gestaag gedaald. Jaar na jaar voelden ze de druk van toenemende armoede. Tegen het einde van dit jaar stonden ze voor een van de moeilijkste ervaringen van al hun zware strijd. Jacobus verdiende nog maar weinig, en de kosten van een begrafenis bovenop alles was bijna de nekslag. Maar Jezus zei alleen tegen zijn bezorgde en rouwende moeder: ‘Moeder Maria, verdriet zal ons niet helpen; we doen allemaal ons best, en moeder’s glimlach zou ons misschien zelfs kunnen inspireren om het beter te doen. Dag na dag worden we voor deze taken gesterkt door onze hoop op betere tijden in de toekomst.’ Zijn standvastige en praktische optimisme was werkelijk aanstekelijk. Alle kinderen leefden in een sfeer van verwachting van betere tijden en betere dingen. En deze hoopvolle moed droeg enorm bij aan de ontwikkeling van sterke en nobele karakters, ondanks de deprimerende armoede.
Jezus bezat het vermogen om al zijn spirituele, ziels- en lichaamskrachten effectief te mobiliseren voor de taak die direct voor hem lag. Hij kon zijn diepdenkende intellect concentreren op het ene probleem dat hij wilde oplossen. En dit, in combinatie met zijn onvermoeibare geduld, stelde hem in staat de beproevingen van een moeilijk sterfelijk bestaan sereen te doorstaan – te leven alsof hij ‘Hem zag die onzichtbaar is.‘
Het negentiende jaar (13 n.Chr.)
Tegen die tijd konden Jezus en Maria het veel beter met elkaar vinden. Zij beschouwde hem minder als een zoon. Hij was voor haar meer een vader voor haar kinderen geworden. Elke dag wemelde het van praktische en directe moeilijkheden. Minder vaak spraken ze over zijn levenswerk, want naarmate de tijd verstreek, waren al hun gedachten gezamenlijk gericht op het onderhoud en de opvoeding van hun gezin met vier jongens en drie meisjes.
Aan het begin van dit jaar had Jezus zijn moeder volledig overtuigd van zijn methoden voor het opvoeden van kinderen – de positieve aansporing om goed te doen in plaats van de oudere Joodse methode om kwaad te verbieden. Thuis en gedurende zijn hele loopbaan als openbaar leraar gebruikte Jezus steevast de positieve vorm van vermaning. Altijd en overal zei hij: “Je moet dit doen, je moet dat doen.” Nooit gebruikte hij de negatieve manier van onderwijzen die voortkwam uit de oude taboes. Hij onthield zich ervan het kwaad te benadrukken door het te verbieden, terwijl hij juist het goede verheerlijkte door de uitvoering ervan te bevelen. De gebedstijd in dit huishouden was de gelegenheid om alles te bespreken wat met het welzijn van het gezin te maken had.
Jezus begon zijn broers en zussen al op zo’n jonge leeftijd wijze discipline op te leggen dat er weinig of geen straf nodig was om hun prompte en oprechte gehoorzaamheid te verzekeren. De enige uitzondering was Judas, voor wie Jezus het bij diverse gelegenheden nodig achtte straffen op te leggen voor zijn overtredingen van de gezinsregels. Bij drie gelegenheden, toen het verstandig werd geacht Judas te straffen voor zelfbekennende en opzettelijke overtredingen van de gezinsgedragsregels, werd zijn straf vastgesteld door het unanieme besluit van de oudere kinderen en werd deze door Judas zelf goedgekeurd voordat deze werd opgelegd.
Hoewel Jezus zeer methodisch en systematisch was in alles wat hij deed, was er in al zijn bestuurlijke beslissingen ook een verfrissende elasticiteit van interpretatie en een individualiteit van aanpassing die alle kinderen sterk onder de indruk bracht van de geest van rechtvaardigheid die hun vader-broer dreef. Hij disciplineerde zijn broers en zussen nooit willekeurig, en zulke uniforme eerlijkheid en persoonlijke aandacht maakten Jezus zeer geliefd bij zijn hele familie.
Jacobus en Simon groeiden op in een poging om het plan van Jezus te volgen om hun oorlogszuchtige en soms woedende speelkameraadjes te sussen door overreding en geweldloosheid, en ze waren redelijk succesvol. Maar Jozef en Judas, hoewel ze thuis met dergelijke leringen instemden, waren wel snel om zich te verdedigen wanneer ze door hun kameraden werden aangevallen. Judas in het bijzonder was schuldig aan het schenden van de bedoelingen van deze leringen. Maar geweldloosheid was geen regel van het gezin. Er was geen straf verbonden aan het overtreden van persoonlijke leringen.
Over het algemeen raadpleegden alle kinderen, vooral de meisjes, Jezus over hun kindertijd-problemen. Ze namen contact met hem op, net zoals ze dat zouden doen in het geval van een liefdevolle vader.
Jacobus groeide op tot een evenwichtige en gelijkmatige jongeman, maar hij was niet zo spiritueel ingesteld als Jezus. Hij was een veel betere leerling dan Jozef, die, hoewel een trouwe werker, nog minder spiritueel ingesteld was. Jozef was een ploeteraar en haalde het intellectuele niveau van de andere kinderen niet. Simon was een goedbedoelende jongen, maar te veel een dromer. Hij raakte maar langzaam gesetteld in het leven en was de oorzaak van aanzienlijke bezorgdheid bij Jezus en Maria. Maar hij was altijd een goede en goedbedoelende jongen. Judas was een vurige. Hij had de hoogste idealen, maar hij was instabiel van temperament. Hij had alles en meer van de vastberadenheid en agressiviteit van zijn moeder, maar hij miste veel van haar gevoel voor verhoudingen en discretie.
Mirjam was een evenwichtige en nuchtere dochter met een grote waardering voor nobele en spirituele zaken. Martha was traag van begrip en handeling, maar een zeer betrouwbaar en efficiënt kind. Baby Ruth was de zonneschijn van het huis. Hoewel ze onnadenkend sprak, was ze zeer oprecht van hart. Ze aanbad haar grote broer en vader bijna. Maar ze verwenden haar niet. Ze was een mooi kind, maar niet zo aantrekkelijk als Mirjam, die de schoonheid van de familie was, zo niet van de stad.
Naarmate de tijd verstreek, deed Jezus veel om de familieleer en -gebruiken met betrekking tot de sabbathviering en vele andere aspecten van de religie te versoepelen en te wijzigen, en Maria stemde van harte in met al deze veranderingen. Op dat moment was Jezus het onbetwiste hoofd van het gezin geworden.
Dit jaar ging Judas naar school, en het was voor Jezus noodzakelijk zijn harp te verkopen om deze kosten te dekken. Zo verdween het laatste van zijn recreatieve genoegens. Hij hield er erg van om harp te spelen wanneer hij mentaal en lichamelijk vermoeid was, maar hij troostte zichzelf met de gedachte dat de harp in ieder geval veilig was voor inbeslagname door de belastinginner.
Rebecca, de dochter van Ezra
Hoewel Jezus arm was, werd zijn sociale status in Nazareth er geenszins door aangetast. Hij was een van de meest vooraanstaande jongemannen van de stad en stond bij de meeste jonge vrouwen zeer hoog aangeschreven. Aangezien Jezus zo’n prachtig voorbeeld was van een robuuste en intellectuele mannelijkheid, en gezien zijn reputatie als spiritueel leider, was het niet vreemd dat Rebecca, de oudste dochter van Ezra, een rijke koopman en handelaar uit Nazareth, ontdekte dat ze langzaam verliefd werd op deze zoon van Jozef. Ze vertrouwde haar liefde eerst toe aan Mirjam, de zus van Jezus, en Mirjam besprak dit alles op haar beurt met haar moeder. Maria raakte intens opgewonden. Zou ze haar zoon verliezen, die nu het onmisbare hoofd van het gezin was geworden? Zouden de problemen nooit ophouden? Wat zou er nu kunnen gebeuren? En toen stond ze even stil om na te denken over het effect dat een huwelijk zou hebben op de toekomstige carrière van Jezus. Niet vaak, maar in ieder geval soms, herinnerde ze zich dat Jezus een ‘kind van de belofte’ was. Nadat zij en Mirjam deze kwestie hadden besproken, besloten ze een poging te doen om het te stoppen, voordat Jezus ervan zou weten. Ze gingen rechtstreeks naar Rebecca, legden haar het hele verhaal uit en vertelden haar eerlijk over hun geloof dat Jezus een zoon van de bestemming was; dat hij een groot religieus leider zou worden, misschien wel de Messias.
Rebecca luisterde aandachtig; ze was opgetogen over het verhaal en meer dan ooit vastbesloten om haar lot te verbinden aan deze man van haar keuze en om zijn leiderschapscarrière te delen. Ze betoogde (tegen zichzelf) dat zo’n man des te meer behoefte zou hebben aan een trouwe en efficiënte echtgenote. Ze interpreteerde Maria’s pogingen om haar van haar plan af te brengen als een natuurlijke reactie op de angst om het hoofd en de enige steun van haar gezin te verliezen. Maar wetende dat haar vader haar aantrekkingskracht tot de zoon van de timmerman goedkeurde, rekende ze er terecht op dat hij het gezin graag van voldoende inkomsten zou voorzien om het verlies van inkomsten, door het wegvallen van Jezus, volledig te compenseren. Toen haar vader met een dergelijk plan instemde, had Rebecca verdere gesprekken met Maria en Mirjam, en toen ze er niet in slaagde hun steun te winnen, durfde ze rechtstreeks naar Jezus te gaan. Dit deed ze met de medewerking van haar vader, die Jezus uitnodigde bij hen thuis voor de viering van Rebecca’s zeventiende verjaardag.
Jezus luisterde aandachtig en met medeleven naar het verhaal van deze dingen, eerst door de vader, daarna door Rebecca zelf. Hij antwoordde vriendelijk dat geen enkel bedrag zijn verplichting kon vervangen om persoonlijk het gezin van zijn vader op te voeden, om de heiligste van alle menselijke plichten te vervullen: loyaliteit aan iemands eigen vlees en bloed. Rebecca’s vader was diep geraakt door de woorden van Jezus met al zijn familiedevotie en trok zich terug uit de bijeenkomst. Zijn enige opmerking tegen Maria, zijn vrouw, was: “We kunnen hem niet als zoon hebben; hij is te edel voor ons.”
Toen begon dat bewogen gesprek met Rebecca. Tot nu toe in zijn leven had Jezus weinig onderscheid gemaakt in zijn omgang met jongens en meisjes, met jonge mannen en jonge vrouwen. Zijn gedachten waren veel te veel bezig geweest met de dringende problemen van praktische aardse zaken en de intrigerende overpeinzingen over zijn uiteindelijke carrière ‘met de zaken van zijn Vader’ om ooit serieus na te denken over de voltooiing van persoonlijke liefde in een menselijk huwelijk. Maar nu stond hij oog in oog met een ander probleem waar ieder gemiddeld mens mee geconfronteerd wordt en over moet beslissen. Hij werd inderdaad ‘op alle punten op de proef gesteld, net als jij.’
Na aandachtig te hebben geluisterd, bedankte hij Rebecca oprecht voor haar uitgesproken bewondering en voegde eraan toe: ‘het zal me al mijn dagen opvrolijken en troosten.’ Hij legde uit dat het hem niet vrijstond om relaties aan te gaan met andere vrouwen dan die van eenvoudige broederlijke achting en zuivere vriendschap. Hij maakte duidelijk dat zijn eerste en allergrootste plicht de opvoeding van het gezin van zijn vader was, dat hij geen huwelijk kon overwegen totdat dat was volbracht. En vervolgens voegde hij eraan toe: “Als ik een zoon van de bestemming ben, mag ik geen levenslange verplichtingen op me nemen totdat mijn bestemming zich zal openbaren.”
Rebecca was diepbedroefd. Ze weigerde zich te laten troosten en drong er bij haar vader op aan Nazareth te verlaten totdat hij er uiteindelijk mee instemde om naar Sepphoris te verhuizen. Jaren later had Rebecca, aan de vele mannen die haar ten huwelijk vroegen, maar één antwoord. Ze leefde slechts voor één doel: wachten op het uur waarop deze, voor haar de grootste man die ooit geleefd heeft, zijn carrière als leraar van de levende waarheid zou beginnen. En zij volgde hem toegewijd gedurende de bewogen jaren van zijn openbare werk, en was aanwezig (onopgemerkt door Jezus) op de dag dat hij triomfantelijk Jeruzalem binnenreed. En zij stond ’tussen de andere vrouwen’. aan de zijde van Maria op die noodlottige en tragische middag toen de MensenZoon aan het kruis hing, voor haar, evenals voor talloze werelden in den hoge, ‘de allermooiste en de grootste onder tienduizend.’
Zijn twintigste jaar (14 n.Chr.)
Het verhaal van Rebecca’s liefde voor Jezus werd gefluisterd in heel Nazareth en later in Capernaum, zodat, hoewel in de jaren die volgden vele vrouwen van Jezus hielden zoals mannen van hem hielden, hij niet weer een afwijzing hoefde uit te spreken van het persoonlijke aanbod van toewijding door een andere goede vrouw. Vanaf dat moment nam de menselijke genegenheid voor Jezus meer het karakter aan van eerbiedige en aanbiddende achting. Zowel mannen als vrouwen hielden met toewijding van hem en om wie hij was, zonder enige zelfvoldoening of verlangen naar bezitterige genegenheid. Maar nog jarenlang, telkens wanneer het verhaal van de menselijke persoonlijkheid van Jezus werd verteld, werd de devotie van Rebecca verteld.
Mirjam, die volledig op de hoogte was van de affaire van Rebecca en wist hoe haar broer zelfs de liefde van een mooi meisje had opgegeven (zich niet realiserend welke rol zijn toekomstige loopbaan of bestemming daarbij speelde), begon Jezus te idealiseren en hem lief te hebben met een ontroerende en diepe genegenheid als voor een vader én voor een broer.
Hoewel ze het zich nauwelijks konden veroorloven, had Jezus een vreemd verlangen om naar Jeruzalem te gaan voor het Pascha. Zijn moeder, die wist van zijn recente ervaring met Rebecca, drong er wijselijk bij hem op aan de reis te maken. Hij was zich er niet echt van bewust, maar wat hij het liefst wilde, was een gelegenheid om met Lazarus te praten en Martha en Maria te bezoeken. Naast zijn eigen familie hield hij het meest van deze drie.
Tijdens deze reis naar Jeruzalem reisde hij via Megiddo, Antipatris en Lydda, deels langs dezelfde route die hij had afgelegd toen hij uit Egypte naar Nazareth werd teruggebracht. Hij bracht vier dagen door op weg naar het Pascha en dacht veel na over de gebeurtenissen die zich in en rond Megiddo, het internationale slagveld van Palestina, hadden afgespeeld.
Jezus trok verder, door Jeruzalem, en bleef alleen even stilstaan om de tempel en de samenstromende menigte bezoekers te bekijken. Hij had een vreemde en toenemende afkeer van deze door Herodes gebouwde tempel met zijn politiek aangestelde priesterschap. Hij wilde vooral Lazarus, Martha en Maria zien. Lazarus was even oud als Jezus en nu hoofd van het huis. Ten tijde van dit bezoek was de moeder van Lazarus al begraven. Martha was iets meer dan een jaar ouder dan Jezus, terwijl Maria twee jaar jonger was. En Jezus was het idool van alle drie.
Tijdens dit bezoek vond een van die periodieke uitbarstingen van rebellie tegen de traditie plaats – een uiting van wrok over die ceremoniële gebruiken die Jezus als een verkeerde voorstelling van zijn Vader in de hemel beschouwde. Niet wetende dat Jezus zou komen, had Lazarus afgesproken om het Pascha te vieren met vrienden in een naburig dorp aan de weg naar Jericho. Jezus stelde nu voor dat ze het feest zouden vieren waar ze waren, in het huis van Lazarus. “Maar,” zei Lazarus, “we hebben geen paaslam.” En toen begon Jezus aan een lange en overtuigende uiteenzetting, die erop neerkwam dat de Vader in de hemel zich niet werkelijk bekommerde om zulke kinderlijke en zinloze rituelen. Na plechtig en vurig gebeden te hebben stonden ze op, en Jezus zei: “Laat degenen van mijn volk met kinderlijk en verduisterd verstand hun God maar dienen zoals Mozes het heeft opgedragen; het is beter dat ze dat doen. Maar laten wij, die het licht des levens hebben gezien, onze Vader niet langer benaderen met de duisternis van de dood. Laten we vrij zijn in de kennis van de waarheid van de eeuwige liefde van onze Vader.”
Die avond, tegen de schemering, zaten deze vier aan tafel en namen deel aan het eerste Pesachfeest dat ooit door vrome Joden werd gevierd zonder het paaslam. Het ongezuurde brood en de wijn waren klaargemaakt voor dit Pesach, en deze symbolen, die Jezus ‘het brood van leven’ en ‘het water van leven’ noemde, serveerde hij aan zijn metgezellen, en zij aten in plechtige overeenstemming met de zojuist gegeven leringen. Het was zijn gewoonte om deel te nemen aan dit sacramentele ritueel elke keer wanneer hij opnieuw Bethanië bezocht. Toen hij thuiskwam, vertelde hij dit alles aan zijn moeder. Ze was aanvankelijk geschokt, maar begon geleidelijk zijn standpunt te begrijpen. Niettemin was ze zeer opgelucht toen Jezus haar verzekerde dat hij niet van plan was dit nieuwe idee van het Pascha in hun gezin te introduceren. Thuis met de kinderen bleef hij jaar na jaar het Pascha eten ‘volgens de wet van Mozes.’
Het was gedurende dit jaar dat Maria een lang gesprek met Jezus had over het huwelijk. Ze vroeg hem openhartig of hij zou trouwen als hij vrij was van zijn familie-verantwoordelijkheden. Jezus legde haar uit dat zijn directe plichten nu geen ruimte lieten voor een huwelijk, en dat hij er dus weinig over had nagedacht. Hij legde uit dat hij twijfelde of hij ooit een huwelijk zou aangaan. Hij zei dat al dergelijke dingen moesten wachten op ‘mijn uur,’ de tijd waarop ‘het werk van mijn Vader moet beginnen.’ Omdat hij al in zijn gedachten had besloten dat hij geen vader van aardse kinderen zou worden, dacht hij nauwelijks na over het onderwerp van het menselijke huwelijk.
Dit jaar begon hij opnieuw met de taak om zijn sterfelijke en goddelijke natuur verder te verweven tot een eenvoudige en effectieve menselijke individualiteit. En hij bleef groeien in morele status en spiritueel begrip.
Hoewel al hun bezittingen in Nazareth (behalve hun huis) verdwenen waren, ontvingen ze dit jaar een beetje financiële hulp door de verkoop van een aandeel in een stuk grond in Capernaum. Dit was het laatste van Jozefs hele nalatenschap. Deze onroerend goed transactie in Capernaum was met een scheepsbouwer genaamd Zebedeüs.
Jozef studeerde dit jaar af aan de synagogeschool en bereidde zich voor om aan de slag te gaan aan de kleine werkbank in de timmerwerkplaats thuis. Hoewel het vermogen van hun vader uitgeput was, waren er vooruitzichten dat ze met succes de armoede zouden bestrijden, aangezien drie van hen nu regelmatig aan het werk waren.
Jezus wordt snel een man, niet zomaar een jongeman, maar een volwassene:
- Hij heeft goed geleerd verantwoordelijkheid te dragen.
- Hij weet hoe hij moet doorgaan ondanks teleurstellingen.
- Hij houdt moedig stand wanneer zijn plannen worden gedwarsboomd en zijn doeleinden tijdelijk worden verijdeld.
- Hij heeft geleerd eerlijk en rechtvaardig te zijn, zelfs in het aangezicht van onrecht.
- Hij leert hoe hij zijn idealen van spiritueel leven kan aanpassen aan de praktische eisen van het aardse bestaan.
- Hij leert hoe hij plannen kan maken voor het bereiken van een hoger en ver verwijderd doel van idealisme, terwijl hij zich ijverig inspant voor het bereiken van een dichterbij en onmiddellijk doel van noodzaak.
- Hij verwerft langzaam maar zeker de kunst om zijn aspiraties aan te passen aan de alledaagse eisen van menselijke situaties.
- Hij beheerst bijna volledig de techniek van het benutten van de energie van spirituele drijfveren om ook het mechanisme aan te drijven van het bereiken van materiële zaken.
- Hij leert langzaam hoe hij het hemelse leven kan leiden terwijl hij doorgaat met zijn aardse bestaan.
- Hij vertrouwt steeds meer op de ultieme leiding van zijn hemelse Vader, terwijl hij de vaderlijke rol op zich neemt om de kinderen van zijn aardse familie te leiden en te sturen.
- Hij raakt ervaren in het behendig ontworstelen van overwinning aan de kaken van de nederlaag
- Hij leert hoe hij de moeilijkheden van de tijd kan transformeren in triomfen van de eeuwigheid.
En zo blijft deze jongeman uit Nazareth, naarmate de jaren verstrijken, het leven ervaren zoals het in een sterfelijk lichaam wordt geleefd op de werelden van tijd en ruimte. Hij leeft een vol, representatief en vervuld leven op aarde. Hij verliet deze wereld gerijpt in de ervaring die zijn schepselen doormaken gedurende de korte en zware jaren van hun eerste leven, het leven in een sterfelijk lichaam. En al deze menselijke ervaring is nu een eeuwig bezit van de Soeverein van ons Lokale Universum. Hij is onze begripvolle broeder, meelevende vriend, ervaren soeverein en barmhartige vader.
Als kind vergaarde hij een enorme hoeveelheid kennis. Als jongeling sorteerde, classificeerde en correleerde hij deze informatie. En nu, als mens van deze wereld, begint hij deze mentale bezittingen te ordenen als voorbereiding op zijn latere lessen, diensten en missie ten behoeve van zijn medemensen op deze wereld en op alle andere woongebieden in het hele lokale universum Nebadon.
Geboren als een kind van de wereld, heeft hij zijn jeugd geleefd en de opeenvolgende stadia van jeugd en jonge volwassenheid doorgemaakt. Hij staat nu op de drempel van de volwassenheid, rijk aan ervaring van het menselijk leven, vervuld van begrip van de menselijke natuur en vol medeleven met de zwakheden van die menselijke natuur. Hij wordt een expert in de goddelijke kunst om zijn Paradijs-Vader te openbaren aan alle leeftijden en stadia van sterfelijke wezens.
En nu, als aardse volwassen man bereidt hij zich voor om zijn hoogste missie voort te zetten: God aan de mens openbaren en de mensen tot God leiden.
Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 127 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org
