In hoofdstuk 20 lezen we de volgende vraag en het antwoord van Jezus erop:

Gods toorn

Er was in Jeruzalem, ter gelegenheid van de Pesachviering, een zekere Jacob aanwezig, een rijke Joodse handelaar uit Kreta, en hij kwam naar Andreas met het verzoek om Jezus privé te ontmoeten. Andreas regelde deze geheime ontmoeting met Jezus in het huis van Flavius de avond van de volgende dag. Deze man kon de leringen van de Meester niet begrijpen en hij kwam omdat hij meer wilde weten over het koninkrijk van God. Jacob zei tegen Jezus:

“Maar, Rabbi, Mozes en de oude profeten vertellen ons dat Jahweh een jaloerse God is, een God van grote toorn en felle toorn. De profeten zeggen dat hij kwaaddoeners haat en wraak neemt op hen die zijn wet niet gehoorzamen. U en uw discipelen leren ons dat God een vriendelijke en meelevende Vader is die alle mensen zo liefheeft dat hij hen zou verwelkomen in dit nieuwe koninkrijk van de hemel, waarvan u verkondigt dat het zo nabij is.”

Toen Jacob uitgesproken was, antwoordde Jezus: “Jacob, je hebt de leringen van de oude profeten die de kinderen van hun generatie onderwezen in overeenstemming met het licht van hun tijd, goed uiteengezet. Onze Vader in het Paradijs is onveranderlijk. Maar het concept van Zijn natuur is uitgebreid en gegroeid vanaf de dagen van Mozes, via de tijd van Amos en zelfs tot aan de generatie van de profeet Jesaja. En nu ben ik in dit lichaam gekomen om de Vader in nieuwe glorie te openbaren en Zijn liefde en genade te tonen aan alle mensen op alle werelden. Naarmate het evangelie van dit koninkrijk zich over de wereld verspreidt met zijn boodschap van goede moed en welwillendheid jegens alle mensen, zullen er betere relaties ontstaan tussen de families van alle volken. Naarmate de tijd verstrijkt, zullen vaders en hun kinderen meer van elkaar houden, en zo zal er een beter begrip ontstaan van de liefde van de Vader in de hemel voor Zijn kinderen op aarde. Bedenk, Jacob, dat een goede en ware vader niet alleen van zijn gezin als geheel houdt – als gezin – maar dat hij ook echt van elk individueel lid houdt en er liefdevol voor zorgt.”

Na een uitvoerige bespreking van het karakter van de hemelse Vader, pauzeerde Jezus om te zeggen: “Jij, Jacob, die een vader van velen bent, kent de waarheid van mijn woorden goed.” En Jacob zei: “Maar Meester, wie heeft u verteld dat ik de vader van zes kinderen ben? Hoe wist u dit over mij?” En de Meester antwoordde: “Het volstaat te zeggen dat de Vader en de Zoon alles weten, want zij zien inderdaad alles. Omdat jij je kinderen liefhebt als een vader op aarde, moet je nu de liefde van de hemelse Vader voor jou als werkelijkheid aanvaarden, niet alleen voor alle kinderen van Abraham, maar voor jezelf, voor je individuele ziel.”

Toen zei Jezus verder: “Wanneer je kinderen nog erg jong en onvolwassen zijn, en wanneer je hen dan moet straffen, kunnen zij tot de conclusie komen dat hun vader boos is en vervuld van wrokkige toorn. Hun onvolwassenheid kan niet verder kijken dan de straf, en dus niet de vooruitziende en corrigerende genegenheid van de vader onderscheiden. Maar wanneer deze zelfde kinderen volwassen mannen en vrouwen worden, zouden zij dan niet dwaas zijn om vast te houden aan deze eerdere verkeerd begrepen opvattingen over hun vader? Als volwassen mannen en vrouwen zouden zij nu de liefde van hun vader in al deze vroege discipline moeten onderscheiden. En zou de mensheid, naarmate de eeuwen verstrijken, niet des te beter de ware aard en het liefdevolle karakter van de Vader in de hemel gaan begrijpen? Welk voordeel hebben jullie van opeenvolgende generaties van spirituele verlichting als jullie volharden in het zien van God zoals Mozes en de profeten hem zagen? Ik zeg je, Jacob, onder het heldere licht van dit uur zou je de Vader moeten zien zoals niemand die hem voorging hem ooit heeft gezien. En als je hem zo ziet, zou je je moeten verheugen om het koninkrijk binnen te gaan waar zo’n barmhartige Vader regeert, en je zou ernaar moeten streven dat zijn wil van liefde voortaan je leven beheerst.”

En iets verderop lezen we:

Vervolgens onderrichtte de Meester de apostelen over de evolutie van het concept van Godheid gedurende de ontwikkeling van het Joodse volk. Hij vestigde de aandacht op de volgende fasen in de groei van het Godsidee:

  1. Jahweh: de god van de Sinaï-stammen. Dit was het primitieve concept van Godheid dat Mozes verhief tot het hogere niveau van de ‘Heer God van Israël’. De Vader in de hemel weigert nooit de oprechte aanbidding van Zijn kinderen op aarde, ongeacht hoe grof hun concept van Godheid is of met welke naam zij Zijn goddelijke natuur symboliseren.
  2. De Allerhoogste: Dit concept van de Vader in de hemel werd door Melchizedek aan Abraham verkondigd en werd ver uit Salem meegevoerd door degenen die later in dit uitgebreide idee van Godheid geloofden. Abraham en zijn broer verlieten Ur vanwege de instelling van de zonneaanbidding, en zij werden gelovigen in Melchizedek’s leer van El Elyon – de Allerhoogste God. Hun concept van God was samengesteld uit een vermenging van hun oudere Mesopotamische ideeën en de leer van de Allerhoogste.
  3. El Shaddai: In deze vroege dagen aanbaden veel Hebreeën El Shaddai, het Egyptische concept van de God van de hemel, waarover ze leerden tijdens hun gevangenschap in het land van de Nijl. Lang na de tijd van Melchizedek werden al deze drie concepten van God samengevoegd om de leer van de schepper-godheid, de ‘Heer God van Israël’, te vormen.
  4. Elohim: Vanaf de tijd van Adam is de leer van de Paradijs-Drie-eenheid blijven bestaan. Herinneren jullie je niet hoe de Schrift begint met de bewering dat “In het begin schiepen de Goden de hemel en de aarde.” Dit geeft aan dat toen dit verslag werd gemaakt, het Drie-eenheidsconcept van drie Goden in één, een plaats had gevonden in de religie van onze voorouders.
  5. De Allerhoogste Jahweh: Ten tijde van Jesaja hadden deze overtuigingen over God zich uitgebreid tot het concept van een Universele Schepper die tegelijkertijd almachtig en al-genadig was. En dit evoluerende en groeiende concept van God verdrong vrijwel alle eerdere ideeën over Godheid in de religie van onze voorvaderen.
  6. De Vader in de hemel: En nu kennen we God als onze Vader in de hemel. Onze leer biedt een religie waarin de gelovige een kind van God is. Dat is het goede nieuws van het evangelie van het hemelse koninkrijk. Naast de Vader bestaan de Zoon en de Spirit, en de openbaring van de aard en de dienstverlening / missie van deze Paradijsgoden zal blijven groeien en verhelderen gedurende de eindeloze eeuwen van de eeuwige spirituele vooruitgang van de opklimmende kinderen van God. Te allen tijde en in alle eeuwen zal de ware godsverering van ieder mens — waar het diens individuele spirituele vooruitgang betreft — door de inwonende Mentor-Spirit erkend worden als eerbetoon aan de Vader in de hemel.

Maar hoofdstuk 20 vertelt ook:

Hoewel Jezus enkele uren sprak, was Thomas nog niet tevreden, want hij zei: “Maar, Meester, wij vinden niet dat de Vader in de hemel altijd vriendelijk en barmhartig met ons omgaat. Vaak lijden wij zwaar op aarde, en onze gebeden worden niet altijd verhoord. Waar begrijpen wij de betekenis van uw leer niet?”

Jezus antwoordde: “Thomas, Thomas, hoe lang duurt het nog voordat je het vermogen verwerft om te luisteren met het oor van de spirit? Hoe lang zal het duren voordat je inziet dat dit koninkrijk een spiritueel koninkrijk is, en dat mijn Vader ook een spiritueel wezen is? Begrijp je niet dat ik jullie onderwijs als spirituele kinderen in de spirituele familie van de hemel, waarvan de Vader een oneindige en eeuwige spirit is? Sta je me niet toe de aardse familie te gebruiken als illustratie van goddelijke relaties zonder mijn leer letterlijk toe te passen op materiële zaken? Kun je in je gedachten de spirituele realiteiten van het koninkrijk niet scheiden van de materiële, sociale, economische en politieke problemen van deze tijd? Als ik de taal van de spirit spreek, waarom blijf je dan mijn bedoeling vertalen in de taal van het lichaam, juist omdat ik alledaagse en letterlijke relaties gebruik ter illustratie? Mijn kinderen, ik smeek jullie om te stoppen met het toepassen van de leer van het koninkrijk van de spirit op de smerige zaken van slavernij, armoede, huizen en landerijen, en op de materiële problemen van menselijke (on)gelijkheid en (on)rechtvaardigheid. Deze tijdelijke zaken zijn de zorg van de mensen van deze wereld, en hoewel ze in zekere zin alle mensen aangaan, zijn jullie geroepen om mij in de wereld te vertegenwoordigen, zoals ik mijn Vader vertegenwoordig.

In hoofdstuk 26 lezen we:

Tijdens een ander privégesprek in de tuin vroeg Nathanaël aan Jezus: “Meester, hoewel ik begin te begrijpen waarom u weigert om zonder onderscheid genezing te beoefenen, begrijp ik nog steeds niet waarom de liefhebbende Vader in de hemel zoveel van zijn kinderen op aarde aan zoveel aandoeningen laat lijden.” De Meester antwoordde Nathanaël en zei:

“Nathanaël, jij en vele anderen zijn zo verbijsterd omdat je niet begrijpt hoe de natuurlijke orde van deze wereld zo vaak is verstoord door de zondige avonturen van bepaalde opstandige verraders van de wil van de Vader. En ik ben gekomen om een begin te maken met het in orde brengen van deze dingen. Maar er zullen vele eeuwen nodig zijn om dit deel van het universum te herstellen naar de oude paden en zo de mensenkinderen te bevrijden van de extra lasten van zonde en rebellie. De aanwezigheid van het kwaad alleen is al voldoende test voor de opklimming van de mens –zonde is niet essentieel voor overleving.”

“Maar, mijn zoon, je moet weten dat de Vader zijn kinderen niet opzettelijk kwelt. De mens roept onnodig lijden over zichzelf af als gevolg van zijn aanhoudende weigering om de betere wegen van de goddelijke wil te bewandelen. Kwelling is potentieel in het kwaad, maar veel ervan is veroorzaakt door zonde en spirituele misdaden. Veel ongewone gebeurtenissen hebben zich op deze wereld voorgedaan, en het is niet vreemd dat alle denkende mensen verbijsterd zijn door de taferelen van lijden en kwelling waarvan ze nu getuige zijn. Maar van één ding kun je zeker zijn: de Vader zendt geen kwelling als een willekeurige straf voor wangedrag. De onvolmaaktheden en handicaps van het kwaad zijn inherent; de straffen voor de zonde zijn onvermijdelijk; de vernietigende gevolgen van spirituele misdaden zijn onverbiddelijk. De mens zou God niet de schuld moeten geven van die beproevingen die het natuurlijke gevolg zijn van het leven dat hij kiest te leiden. Evenmin zou de mens moeten klagen over die ervaringen die deel uitmaken van het leven zoals dat op deze aarde wordt geleefd. Het is de wil van de Vader dat de sterfelijke mens volhardend en consequent werkt aan de verbetering van zijn staat op aarde. Intelligente toewijding zou de mens in staat stellen veel van zijn aardse ellende te overwinnen.”

“Nathanaël, het is onze missie om mensen te helpen hun spirituele problemen op te lossen en op deze manier hun mind te verscherpen, zodat ze beter voorbereid en geïnspireerd kunnen zijn om hun veelvuldige materiële problemen op te lossen. Ik weet van je verwarring terwijl je de Schrift leest. Maar al te vaak heeft de neiging geheerst om God de verantwoordelijkheid toe te schrijven voor alles wat de onwetende mens niet begrijpt. Maar de Vader is niet persoonlijk verantwoordelijk voor alles wat jij mogelijk niet begrijpt. Twijfel niet aan de liefde van de Vader, alleen maar omdat een rechtvaardige en wijze wet die Hij heeft voorgeschreven, jou treft omdat je onschuldig of opzettelijk zo’n goddelijke verordening hebt overtreden.”

Het boek Job

Een sleutel-passage over de vraag naar de betekenis van lijden en de vraag waarom God dit zou “toelaten” is te vinden in de bespreking van Jezus van het verhaal over Job. Voor een begrip van dit onderwerp is het bestuderen van die tekst essentieel.

Externe Bronnen: