Materialisme neemt de materiële werkelijkheid serieus, maar vergist zich door haar los te maken van haar oorsprong en haar tot de hele werkelijkheid te verklaren. Jezus wijst juist op een grotere samenhang waarin materie, mind, persoonlijkheid en spirit ieder hun eigen plaats hebben. De uitdaging is daarom niet om materie af te wijzen, maar om haar opnieuw te zien als onderdeel van een levende schepping die haar oorsprong vindt in de Eerste Bron en Centrum.

Inleiding

Voor een pure definitie van materialisme in de filosofische of culturele betekenis van het begrip is geen aanvullend artikel, zoals dit, meer nodig. Daarover zegt Wikipedia al genoeg. We nemen de Engelse pagina want de Nederlandse wikipedia-pagina over dit onderwerp is niet al te best.

Materialism is the philosophical doctrine that matter has a primary position in the nature of the world, with mind or consciousness emerging as a secondary, dependent reality or not existing at all. In its extreme form, materialism asserts that the real world consists of only material things, with the important qualification that space and time must also be included if these are realities rather than mere systems of relations. Bron: wikipedia (ENG)

Vertaling: Materialisme is de filosofische leer die stelt dat materie een primaire positie inneemt in de aard van de wereld, waarbij mind of bewustzijn een secundaire, afhankelijke realiteit is of helemaal niet bestaat. In zijn extreme vorm beweert het materialisme dat de reële wereld alleen uit materiële dingen bestaat, met de belangrijke kanttekening dat ruimte en tijd ook bij die materiële dingen horen als dit realiteiten zijn in plaats van louter systemen van relaties.

We hebben het, vanuit deze definitie, dus over een bepaalde manier van kijken naar de “de aard van de wereld”, met andere woorden: naar de werkelijkheid, naar wat werkelijk bestaat of waaruit werkelijk die “aard van de wereld” voortkomt. Een groter contrast tussen deze filosofie en de leringen van Jezus is bijna niet denkbaar. Want als er nou iets is dat uit de leringen van Jezus -bevestigd door zijn opstanding uit de dood- te leren is, dan is het wel dat de wereld niet alleen bestaat uit materiële dingen.

De culturele vanzelfsprekendheid van materialisme

Filosofie behoort eigenlijk een denksysteem te zijn dat gebaseerd is op logische argumentatie. Wat opvalt aan de definitie van materialisme is dat deze zich uiteindelijk op hetzelfde vlak bevindt als het geloof in de tegenhanger: de Universele Vader als Eerste Bron en Centrum van de werkelijkheid. Voor beide bestaan argumenten vóór en tegen, maar geen van beide kan zichzelf voorzien van een sluitend empirisch bewijs. Logica en redeneren kunnen immers niet bewijzen dat een fundamenteel uitgangspunt over de aard van de werkelijkheid waar is; zij kunnen alleen onderzoeken welke conclusies daaruit volgen en hoe consistent die zijn.

We zien met de ogen van het lichaam een materiële wereld met allerlei natuurkundige, chemische en biologische processen en wetmatigheden. Dat is echter nog geen bewijs voor de stelling dat materie daarom ook de primaire of hoogste werkelijkheid is. Die conclusie is een filosofische interpretatie van de waarnemingen -nota bene met het lichaam zelf- en geen wetenschappelijke uitkomst. Geen enkel metafysisch wereldbeeld kan zichzelf empirisch bewijzen. Uiteindelijk worden zulke wereldbeelden beoordeeld op hun interne samenhang, hun verklaringskracht en vooral op de vruchten die zij voortbrengen in het leven van mensen.

Interessanter dan de definitie is dan ook de vraag waarom materialisme voor miljoenen, misschien wel miljarden mensen helemaal geen bewuste filosofie meer is.

Het heeft religieuze vormen aangenomen. Het is gewoon de vanzelfsprekende manier waarop men de werkelijkheid bekijkt, als een soort uitgekristalliseerd belief system. Deze manier van kijken vertaalt zich naar breed gedragen “wijsheden”, zoals:

  • “Je leeft maar één keer.”
  • “Carpe diem”
  • “Je moet nu genieten, het kan zo maar opeens helemaal voorbij zijn”
  • “Leef alsof het je laatste dag is!” En leef, pak alles wat je kan!
  • “Na de dood is er niets.” (“of als er toch wat is, dan zien we dat dan wel weer”)
  • “Voortleven na de dood doe ik in de gedachten van anderen”
  • “De mens is uiteindelijk een biologisch organisme.”

We zien het wel!

Niet toevallig is het aantal gelovigen van deze “nieuwe religie” flink toegenomen bij het wegvallen van oudere vormen van geloof. De wetenschap heeft ons laten zien dat allerlei zaken die we tot dan toe toeschreven aan invloeden van de goden, in feite gewoon verklaarbare wetmatigheden zijn. Tegelijk heeft het christendom het gewaagd zijn idealen te verlagen onder de uitdagingen van menselijke hebzucht, oorlogswaanzin en machtswellust. Dat kwam niet ten goede aan het imago van geloof in een God. De latere reactie tegen kerkelijke religie is tot op zekere hoogte begrijpelijk. Mijn moeder was bijvoorbeeld een trouwe katholiek: gewoon volgen wat de kerk zei. “We moesten gewoon elke zondag naar de kerk. Daar dacht je niet bij na. Tot in de jaren zestig. Toen mocht het opeens ook op zaterdagavond. En toen dacht ik: dan zal al het andere ook wel onzin zijn. Ik ben niet meer gegaan, nou ja, alleen met kerstmis.”

De fout zat niet in het wetenschappelijke verlangen naar helderheid, waarheid, afschaffen van onzin en vrijheid van denken. Jezus was zelf heel duidelijk in zijn eigen kritiek op de verstarring, tradities en ontsporingen van de Joodse religie.  Afwijzen van vervormde religie en het uitbannen van bijgeloof door wetenschappelijk onderzoek en denken, was daarom een noodzakelijke correctie en werkelijke vooruitgang. De fout ontstond pas toen men, bij het afwijzen van vervormde religie, en in de door wetenschap en commercie gedreven ontwikkeling, ook het levende spirituele centrum van de boodschap van Jezus begon kwijt te raken. Zo werd het badwater van bijgeloof en dogma terecht weggegooid, maar dreigde ook het Kind verloren te gaan: de directe, innerlijke en transformerende religie van Jezus zelf.

We zijn tot op zekere hoogte sceptisch geworden over alles wat “naar religie ruikt”, maar doorslaan naar een volledige ontkenning is niet het laatste antwoord op deze kwestie.

Waarom materialisme op aarde bijna onvermijdelijk werd

Onze wereld is geen normale bewoonde wereld. Over dit onderwerp is een uitgebreid achtergrond-artikel te vinden op deze website. Een hele korte samenvatting daarvan is:

De aarde ontwikkelde zich lange tijd niet zoals andere bewoonde werelden. Door een reeks ingrijpende gebeurtenissen -rebellie en mislukte pogingen tot verbetering- raakte onze wereld gedurende lange tijd grotendeels geïsoleerd van normaal spiritueel bestuur en onderwijs. Zij werd in een soort van quarantaine geplaatst, waardoor veel oorspronkelijke kennis over de oorsprong, bestemming en spirituele aard van de mens (tijdelijk) verloren ging. Die quarantaine duurt grotendeels nog steeds voort, hoewel de oorspronkelijke rebellie intussen gestopt is.

De isolatie betekent dat wij veel minder dan normaal gebruikelijk is een directe communicatie met hogere leiding en met het goddelijke kunnen ervaren. In zo’n wereld is het begrijpelijk dat de kerk ging afdwalen en dat mensen zich steeds meer gingen richten op wat wél direct waarneembaar is: de stoffelijke wereld. Wanneer de grotere kosmische werkelijkheid uit het collectieve bewustzijn verdwijnt, ligt het voor de hand dat uiteindelijk de zichtbare materiële werkelijkheid als de enige werkelijkheid wordt beschouwd. Materialisme is vanuit dat perspectief naast de oorzaak van onze spirituele verwarring, ook een begrijpelijk gevolg ervan.

Juist in die situatie kreeg het onderwijs van Jezus zijn bijzondere betekenis. Hij kwam niet om mensen te veroordelen omdat zij in een beperkte werkelijkheid leefden, maar om opnieuw een venster te openen naar een werkelijkheid die veel groter is dan de materiële wereld alleen.

Materie is werkelijk en fundamenteel

Wie materialisme bespreekt vanuit het onderwijs van Jezus, moet eerst één misverstand opruimen: Jezus was geen tegenstander van het materiële, van de materiële wereld of van wetenschappelijk denken. Hij bestreed bijgeloof. Hij riep mensen niet op om het gewone leven te ontvluchten. Hij behandelde het lichaam, de aarde, voedsel, arbeid, natuur en vriendschap niet als onbelangrijke bijzaak. Hij leefde juist midden in de wereld en genoot daarvan.

Jezus werkte jarenlang als timmerman en constructeur. Hij liep door dorpen, velden, heuvels en langs het meer. Hij at met vrienden, bezocht bruiloften, sprak met vissers, boeren, vrouwen, kinderen, zieken, vreemdelingen en reizigers. Hij genas lichamen en gebruikte voortdurend beelden uit de natuur en het dagelijkse leven om spirituele waarheid duidelijk te maken. Dat alles laat zien dat de materiële werkelijkheid voor hem geen illusie was en ook geen lagere werkelijkheid die men zo snel mogelijk achter zich moest laten.

Hetzelfde geldt voor zijn houding ten opzichte van kritisch, wetenschappelijk denken. Jezus was zelf heel duidelijk in zijn eigen kritiek op de verstarring, tradities en ontsporingen van religie. Hij plaatste een vorm van ware religie naast de vervormingen en ontsporingen en bestreed bijgeloof door nuchter redeneren. Hij deed geen enkele poging om een kerk of aardse macht te vestigen.

Die erkenning van materie als werkelijk en fundamenteel past ook bij zijn diepere identiteit als Michael. Hij had niet een louter spiritueel universum geschapen waarin toevallig ook materie voorkwam. De schepping omvat materie, energie, kracht en zwaartekracht als wezenlijk voor het ontwerp en bestaan van het lokale universum. We hebben materiële vormen gekregen om ons mee uit te drukken, om mee waar te nemen en om spirituele begrippen (goedheid, schoonheid, waarheid, vergeving en liefde) mee te ervaren. Materie, energie, leven, mind en spirit functioneren niet als losse werkelijkheden die met elkaar concurreren, maar als samenhangende dimensies van één levende schepping. En zij functioneren in jou als elementen die complementair zijn en geïntegreerd in je totale zelf, je persoonlijkheid.

De materiële universa zelf zijn verbonden met het eeuwige centrum van alle materiële zwaartekracht:

De Eerste Bron en het Centrum is (o.a.) als volgt met het universum verbonden: De zwaartekrachten van alle materiële universa convergeren in het zwaartekrachtcentrum van het Paradijs, het geografische centrum van oneindigheid en de woonplaats van de eeuwige God. De geografische locatie van God is dus onlosmakelijk verbonden met het kracht-energiecentrum van het materiële vlak van het Paradijs. Bron

Materie is dus niet iets buiten God, tegenover God of los van God. De Eerste Bron en Centrum is ook werkelijk Centrum: de uiteindelijke oorsprong en samenhang van kracht, energie, zwaartekracht, persoonlijkheid en spirituele bestemming. Daarom is materie niet minderwaardig. Zij is een echte, fundamentele en door God gewilde uitdrukking van de totale werkelijkheid.

Ook in het leven van Jezus zelf komt dit helder naar voren. Op het zwaarste moment van zijn aardse leven, in Gethsemane, vond zijn menselijk hart rust in herinneringen aan heel concrete plaatsen, landschappen en ervaringen:

De menselijkheid van Jezus was niet ongevoelig voor deze situatie van persoonlijke eenzaamheid, publieke schande en de schijn van het mislukken van zijn zaak. Al deze gevoelens drukten op hem met een onbeschrijfelijke zwaarte. In dit grote verdriet gingen zijn gedachten terug naar zijn jeugd in Nazareth en zijn vroege werk in Galilea. Ten tijde van deze grote beproeving kwamen in zijn gedachten veel van die aangename taferelen uit zijn aardse missie naar boven. En het was vanuit deze oude herinneringen aan Nazareth, Capernaum, de berg Hermon, en aan de zonsopgang en zonsondergang aan het glinsterende Meer van Galilea, dat hij zichzelf kalmeerde terwijl hij zijn menselijk hart sterk maakte en gereed maakte om de verrader te ontmoeten die hem zo spoedig zou bedriegen. Bron

Dat is veelzeggend. Jezus vond op dat moment geen troost door de materiële wereld te ontkennen, maar juist door zich de schoonheid, vertrouwdheid en betekenis van zijn aardse leven te herinneren. De zon, het meer, de plaatsen waar hij had geleefd en gewerkt, en de herinneringen aan zijn menselijke ervaringen hielpen hem zijn hart te versterken. De schepper van een lokaal universum geniet niet alleen van zijn eigen werk, maar haalt er spirituele kalmte en troost uit.

Het probleem van materialisme is daarom niet dat het materie serieus neemt. Daarin heeft het juist iets belangrijks behouden. Het probleem ontstaat pas wanneer materie wordt losgemaakt van haar Bron en vervolgens tot de hele werkelijkheid wordt verklaard. Materie is werkelijk, maar zij is niet alleen. Zij heeft haar plaats binnen een grotere samenhang van persoonlijkheid, mind, spirit en de levende aanwezigheid van de Vader. Zij heeft geen louter mechanistische functie, maar dient ons ook als spirituele inspiratie: als een mogelijkheid tot toepassing van goedheid en waarheid, als een bron van schoonheid, rust en troost.

Materialisme is er, maar het is niet exclusief; mechanisme is er, maar het is niet onvoorwaardelijk; determinisme is er, maar het staat niet op zichzelf. Bron

Materie is werkelijk, maar materialisme is een vorm van blindheid

Dus we benadrukken welke belangrijke plaats materie, energie en krachten in het bestaan en de organisatie van onze werkelijkheid innemen. Maar daarin is op geen enkele manier een verdediging van materialisme te vinden. Zodra je ontkent dat er een eerste Bron en Centrum van alles bestaat, en dat die de persoonlijkheid heeft van één Universele Vader, dan zijn er nog maar twee hoofdrichtingen over: materialisme of pantheïsme. Er is dan een fout ontstaan: het lichamelijke wordt de enige realiteit. Die fout vertaalt zich naar twee extremen van menselijke filosofie. In het materialisme houdt de mens op te bestaan als persoonlijkheid, want als je je lichaam verliest bij de dood (wat voor iedereen een feit is), dan houdt dus alles op; een akelig zwart gat waarin alles verdwijnt. In het pantheïsme geldt: omdat God geen lichaam heeft, is Hij dus geen persoon. Die laatste gedachte zien we bijvoorbeeld vaker wanneer iemand zegt: ik geloof wel dat er iets meer bestaat dan alleen materie, maar ik noem dat “energie”. Je gelooft dan in verschillende vormen van energie als het “hogere”; dat worden dan dus allerlei goden of New Age-achtige hogere invloeden, maar je kent aan dat hogere geen persoonlijkheid toe.

Die hele valse filosofische ‘wetenschap’ van materialisme is een enorme verarming van het menselijke bestaan. De mens wordt ermee veroordeeld tot een outcast in het universum, omdat de mens niet gewaardeerd wordt als meer dan een klomp materie. Materialisme en atheïsme zijn eigenlijk maximale lelijkheid; het is de climax van een volledige tegenstelling tot schoonheid als onderdeel van spirit. Deze sterke tendens -bij het wegvallen van ware religie (los van kerken en instituties)- in de richting van materialisme en spirituele blindheid, leidt rechtstreeks tot vormen van onwetendheid, bijgeloof, kristallisatie, ontkrachting, en fanatisme. Als je uitsluitend ‘gelooft’ dat alleen materie werkelijkheid is, dan wordt uiteindelijk onduidelijk waarop moreel denken en ethiek nog werkelijk zijn gebaseerd.

Intelligente mensen zouden moeten ophouden te redeneren als kinderen en zouden moeten proberen de consistente logica van volwassenen te gebruiken, een logica die het concept van waarheid, goedheid, schoonheid en liefde tolereert naast de observatie van feiten. Wetenschappelijk materialisme is failliet gegaan wanneer het, ondanks elk terugkerend fenomeen in het universum, het hogere blijft terugkoppelen aan wat aantoonbaar lager is. Voorbeeld: we worden aantoonbaar geraakt door de schoonheid van de natuur; wetenschappelijk materialisme koppelt dat terug naar: ja, evolutie laat onze hersencellen zo werken. Maar hoe verder een wetenschapper vordert in zijn gekozen wetenschap, hoe meer hij de theorieën van materialistische feiten zal verlaten ten gunste van de kosmische waarheid van de heerschappij van één eerste Bron en Centrum, die we kennen als Universele Vader.

Het volgende citaat bewijst natuurlijk niets. Maar het laat wel zien dat ook voor een natuurkundige van het kaliber van Einstein de wetenschap uiteindelijk niet alle fundamentele vragen beantwoordt.

In 1936, Einstein received a letter from a young girl in the sixth grade. She had asked him, with the encouragement of her teacher, if scientists pray. Einstein replied in the most elementary way he could:

Scientific research is based on the idea that everything that takes place is determined by laws of nature, and therefore this holds for the actions of people. For this reason, a research scientist will hardly be inclined to believe that events could be influenced by a prayer, i.e., by a wish addressed to a supernatural being. However, it must be admitted that our actual knowledge of these laws is only imperfect and fragmentary, so that, actually, the belief in the existence of basic all-embracing laws in nature also rests on a sort of faith. All the same this faith has been largely justified so far by the success of scientific research. But, on the other hand, everyone who is seriously involved in the pursuit of science becomes convinced that a spirit is manifest in the laws of the universe—a spirit vastly superior to that of man, and one in the face of which we with our modest powers must feel humble. In this way the pursuit of science leads to a religious feeling of a special sort, which is indeed quite different from the religiosity of someone more naive.”[43]

Om zowel wetenschap als religie optimaal van dienst te kunnen zijn, dient de filosofie de extremen van zowel materialisme als pantheïsme te vermijden. Alleen een filosofie die de realiteit van de persoonlijkheid erkent – ​​de permanentie ervan te midden van verandering – kan van morele waarde zijn voor de mens en kan een brug slaan tussen de theorieën van de materiële wetenschap en de spirituele religie.

Jezus herstelt de samenhang

Materialisme bagatelliseert het menselijk leven; het evangelie van Jezus verrijkt en verheft ieder mens op hemelse wijze.

Gelukkig hoeven we helemaal niet te kiezen tussen materie en spirit.

Want dat is uiteindelijk een belangrijke boodschap van Jezus. Niet:

  • materie of spirit;
  • wetenschap of religie;
  • verstand of geloof.

Maar:

  • materie én spirit;
  • wetenschap én religie;
  • waarheid én schoonheid én goedheid;
  • mind én hersenen;
  • je verstand gebruiken én geloven;
  • persoonlijkheid én Universele Vader

Dat is geen compromis. Het is een ordening. Jezus herstelt niet alleen de samenhang. Hij herstelt de juiste ordening van de werkelijkheid. Want zodra je één element tot het geheel maakt, ontstaat er een vertekening. Dat is precies wat materialisme doet. En ook precies wat sommige vormen van spiritualiteit doen.

Jezus zegt eigenlijk: Al die elementen -materie, spirit, wetenschap, religie, waarheid (enz.)- zijn werkelijk. Alleen niet alles is het Eerste. De elementen komen niet uit elkaar voort, maar uit de eerste Bron en Centrum. De kosmische ordening en universele samenhang is verankerd in die Bron en Centrum, die een persoonlijkheid heeft die we kennen als de Universele Vader.

Het is dus geen tegenstelling; het is allebei, én ieder onderdeel krijgt weer zijn juiste plaats binnen het geheel.

Materie is zó fundamenteel, zó mooi, zó rijk aan structuur, zó geschikt als drager van persoonlijkheid, schoonheid, waarheid en liefde, dat zij juist niet gereduceerd kan worden tot een betekenisloos toeval of een op zichzelf staand mechanisme.

Op die basis is het sterk aan te raden om in Hoofdstuk 71 (nogmaals) te gaan lezen:

Zonder God, zonder religie, kan het wetenschappelijk secularisme nooit zijn krachten coördineren, zijn uiteenlopende en rivaliserende belangen, rassen en nationalismen harmoniseren. Deze seculiere menselijke samenleving, ondanks haar ongeëvenaarde materialistische prestatie, valt langzaam uiteen. De belangrijkste bindende kracht die deze desintegratie tegenwerkt, is nationalisme. En nationalisme is de grootste barrière voor wereldvrede.

De inherente zwakte van secularisering is dat het ethiek en religie inruilt voor politiek en macht. Je kunt de broederschap van de mensen eenvoudigweg niet vestigen terwijl je het vaderschap van God negeert of ontkent.

Seculier sociaal en politiek optimisme is een illusie. Zonder God zullen noch vrijheid, noch bezit en rijkdom tot vrede leiden.

De volledige secularisering van wetenschap, onderwijs, industrie en samenleving kan alleen maar tot een ramp leiden. Gedurende het eerste derde deel van de twintigste eeuw doodden de aardbewoners meer mensen dan gedurende het gehele christelijke tijdperk tot dan toe. En dit is slechts het begin van de verschrikkelijke oogst van materialisme en secularisering; er staat ons nog verschrikkelijkere vernietiging te wachten. [letterlijke bron-tekst: “And this is only the beginning of the dire harvest of materialism and secularism; still more terrible destruction is yet to come.”]

Twee uitersten vermijden

We zien op basis van het voorgaande dus een neiging om verklaringen te zoeken in de extreme posities:

  • materialisme: alleen wat we kunnen meten en waarnemen (en dus materieel is) is werkelijk.
  • Wereldontkennende spiritualiteit: de wereld en het materiële is een illusie of totaal onbelangrijk; het is niet onze werkelijkheid. Want bij deze vorm van extremisme zijn wij in werkelijkheid “puur bewustzijn”, “energie”, “een golf in de zee van het Al” (etc.)

Jezus leert ons het evenwicht te bewaren: materie is werkelijk, maar niet de hele werkelijkheid. Materie doet er zóveel toe dat zij onmogelijk een toevallig of betekenisloos eindproduct kan zijn. Het is onderdeel van de werkelijkheid die voortkomt uit één Bron en Centrum. Maar daar komen veel meer elementen uit voort, die complementair zijn en in een veel groter verband tezamen de realiteit vormen.

We zagen waarom in deze wereld de aandacht vanzelf een beetje overdreven naar het materiële gaat. Dat kun je vermijden door op te letten: niet eenzijdig worden, open blijven voor elementen zoals: intuïtie, het gevoel dat je hebt als je naar de sterren kijkt, aandacht voor spirituele invloeden zoals schoonheid, waarheid, goedheid, vergeving en liefde. De volgende stap is dan om de samenhang in al die dingen, inclusief het materiële, te zien: de Bron en het Centrum daarvan. We verlaten dan het domein van bewijzen en wetenschap en betreden de sfeer van “niet zien en toch geloven”; een vorm van innerlijk weten en van geleid worden.

De praktische betekenis voor ons leven

Als voorbeeld kunnen we het spirituele element “schoonheid” nemen. Het is duidelijk geen materiële zaak; je kunt het niet meten of bewijzen. Maar het is wel iets dat we allemaal kennen als onderdeel van onze totale werkelijkheid.

Schoonheid heeft een heel bijzondere relatie met de materiële schepping. Niet omdat schoonheid in materie zit als een natuurkundige eigenschap, maar omdat materie een buitengewoon geschikt medium is om schoonheid -als spiritueel element- uit te drukken.

Denk eens aan:

  • een zonsondergang;
  • een berglandschap;
  • een symfonie (luchttrillingen!);
  • een schilderij (pigment op doek);
  • architectuur;
  • een menselijk gezicht;
  • een bloem.

Allemaal materiële verschijnselen. En toch beleven wij daarin iets dat verder reikt dan materie alleen. “Materie biedt ons de mogelijkheid schoonheid te ervaren en zelf schoonheid te scheppen.”

Het universum dat Michael -als Schepper-Zoon- heeft geschapen is geen universum dat alleen maar mechanisch functioneert. Hij schiep een universum dat ook mooi is. In zijn universum zijn hele duidelijke manifestaties van schoonheid: harmonie, symmetrie, muziek, kleur, architectuur, tuinen, landschappen. Dat zijn geen toevallige versieringen; schoonheid is een fundamenteel aspect van de schepping te zijn.

  • materie maakt schoonheid ervaarbaar;
  • mind maakt waarheid begrijpelijk;
  • persoonlijkheid maakt goedheid mogelijk;
  • spirit geeft richting aan alle drie.

Materialisme vergist zich doordat het materie losmaakt van haar Bron. Sommige spirituele stromingen vergissen zich doordat zij materie juist van haar waarde beroven. Jezus doet geen van beide. Hij laat zien dat de zichtbare schepping werkelijk is, goed is en een plaats heeft binnen een veel grotere werkelijkheid die haar oorsprong vindt in de Eerste Bron en Centrum.

Spirit is niet de tegenhanger van materie, maar de bezieling waardoor materie méér kan worden dan alleen materie.

Waarheid verlicht de mind, schoonheid verheft de ervaring van de materiële schepping, en goedheid geeft richting aan de keuzes van de persoonlijkheid.

De subtiele valkuil van spiritueel materialisme

Ook wanneer je eenmaal ziet dat materialisme tekortschiet en bereid bent om eenzijdigheid op te geven, en te zoeken naar de samenhang in alles, ben je nog niet automatisch vrij van gevaar. Ego ligt altijd op de loer om je als het ware te verleiden tot dezelfde soort arrogantie die je soms in materialistische wetenschappers ziet; ego kan ook spiritualiteit verzamelen.

Jezus leert ons dat we de openheid van kinderen moeten houden en bereid moeten zijn aan de hand te lopen van de wijze leiding die beschikbaar gesteld is. We moeten met andere woorden onze vrije wil in lijn brengen met het grotere plan. En niet denken dat we zelf de waarheid en wijsheid zijn. De valkuil is dat je zou beginnen te geloven:

  • ik ben een wijze sjamaan;
  • ik ben een meester in Reiki;
  • ik ben verder gevorderd dan de meesten;
  • (etc.)

Dit verschijnsel is bekend geworden onder de term spiritueel materialisme en je kunt er hier meer over lezen.

Daar sluit Jezus prachtig op aan. Jezus vraagt nooit aan mensen: Hoeveel weet je? Maar hij ziet je in perspectief, hij vraagt: Wie word je? Hij wil je niet fixeren in een bepaalde rol, hoe belangrijk die rol misschien tijdelijk even is in ons wereldje. Hij bekijkt iedereen als gelijkwaardig en zegt op dezelfde manier tegen een blinde bedelaar of tegen een vooraanstaand lid van het Sanhedrin: Volg mij! Hij kijkt als het ware door onze tijdelijke (ego) rollen heen en ziet ons allemaal als kind-van-God.