Jezus geeft geen regels voor bestuur van de samenleving, voor handel of voor sociaal gedrag
Op diverse plaatsen legt Jezus uit dat hij is gekomen om ons de weg naar het hemelse koninkrijk te wijzen en niet om zich bezig te houden met regels voor hoe wij ons leven op Aarde moeten leiden.
In hoofdstuk 18:
Jezus was van plan door te gaan met het bespreken van de andere geboden toen Jacobus Zebedeüs hem onderbrak en vroeg: “Meester, wat zullen wij het volk leren over echtscheiding? Zullen wij een man toestaan zijn vrouw te scheiden zoals Mozes heeft bevolen?” En toen Jezus deze vraag hoorde, zei hij: “Ik ben niet gekomen om wetten te maken, maar om te verlichten. Ik ben niet gekomen om de koninkrijken van deze wereld te hervormen, maar om het hemelse koninkrijk te vestigen. Het is niet de wil van de Vader dat ik zou toegeven aan de verleiding om aan jullie regels van bestuur, handel of sociaal gedrag te leren, die, hoewel ze goed zouden kunnen zijn voor vandaag, verre van geschikt zouden zijn voor de samenleving van een ander tijdperk. Ik ben alleen op aarde om de spirit te troosten, de spirit te bevrijden en de zielen van de mensen te redden.“
Dit wijkt uiteraard erg af van de rol die de kerk later op zich heeft genomen met in detail regels te geven voor wat wel en niet “mag”.
Verder in hoofdstuk 18:
Hij waarschuwde zijn apostelen om discreet te zijn in hun opmerkingen over de gespannen verhoudingen die toen bestonden tussen het Joodse volk en de Romeinse regering. Hij verbood hen op enigerlei wijze betrokken te raken bij deze moeilijkheden. Hij was altijd alert om de politieke valstrikken van zijn vijanden te vermijden en antwoordde altijd: “Geef aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is.” Hij weigerde zijn aandacht te laten afleiden van zijn missie om een nieuwe weg naar verlossing te vestigen. Hij stond zichzelf niet toe zich met iets anders bezig te houden. In zijn persoonlijke leven nam hij altijd alle burgerlijke wetten en voorschriften nauwgezet in acht. In al zijn openbare leringen negeerde hij het burgerlijke, sociale en economische domein. Hij vertelde de drie apostelen dat hij zich alleen bezighield met de principes van het innerlijke en persoonlijke spirituele leven van de mens.
Jezus was daarom geen politiek hervormer. Hij kwam niet om de wereld te reorganiseren. Zelfs als hij dit had gedaan, zou het alleen van toepassing zijn geweest op die tijd en generatie. Niettemin toonde hij de mens de beste manier van leven, en geen enkele generatie is vrijgesteld van de inspanning om te ontdekken hoe het (voorbeeld) leven van Jezus het beste kan worden aangepast aan de eigentijdse problemen. Maar maak nooit de fout om de leringen van Jezus te identificeren met welke politieke of economische theorie dan ook, met welk sociaal of industrieel systeem dan ook.
(…)
Jezus werkte, leefde en handelde in de wereld zoals hij die aantrof. Hij was geen economisch hervormer, hoewel hij vaak de aandacht vestigde op de onrechtvaardigheid van de ongelijke verdeling van rijkdom. Maar hij deed geen suggesties voor een oplossing. Hij maakte de drie duidelijk dat, hoewel zijn apostelen geen eigendom mochten bezitten, hij niet predikte tegen rijkdom en bezit, maar slechts tegen de ongelijke en oneerlijke verdeling ervan. Hij erkende de noodzaak van sociale rechtvaardigheid en industriële eerlijkheid, maar hij gaf geen regels voor het bereiken ervan.
Hij leerde zijn volgelingen nooit om aardse bezittingen te vermijden, alleen zijn twaalf apostelen. Lucas, de arts, was een sterk voorstander van sociale gelijkheid en hij deed veel om de uitspraken van Jezus te interpreteren in overeenstemming met zijn persoonlijke overtuigingen. Maar Jezus heeft zijn volgelingen nooit persoonlijk opgedragen een gemeenschappelijke levenswijze aan te nemen; hij deed geen enkele uitspraak over dergelijke zaken.
Jezus waarschuwde zijn toehoorders herhaaldelijk voor hebzucht en verklaarde dat het geluk van een mens niet bestaat uit de overvloed van zijn materiële bezittingen. Hij herhaalde voortdurend: “Wat baat het een mens als hij de hele wereld wint en zijn eigen ziel verliest?” Hij deed geen directe aanval op het bezit van eigendom, maar hij benadrukte wel dat het voor eeuwig essentieel is dat spirituele waarden op de eerste plaats komen. In zijn latere leringen probeerde hij vele onjuiste Aardse visies op het leven te corrigeren door talrijke gelijkenissen te vertellen die hij tijdens zijn openbare optreden presenteerde. Jezus had nooit de bedoeling economische theorieën te formuleren; hij wist heel goed dat elk tijdperk zijn eigen remedies voor bestaande problemen moest ontwikkelen. En als Jezus vandaag op aarde zou zijn, en zijn leven in een sterfelijk lichaam zou leiden, zou hij een grote teleurstelling zijn voor de meerderheid van de goede mannen en vrouwen, om de simpele reden dat hij geen partij zou kiezen in de huidige politieke, sociale of economische geschillen. Hij zou zich groots afzijdig houden terwijl hij je zou leren hoe je je innerlijke spirituele leven kunt vervolmaken, zodat je vele malen bekwamer wordt om de oplossing van je puur menselijke problemen aan te pakken.
Jezus zou alle mensen goddelijk proberen te maken en vervolgens met medeleven toekijken terwijl deze zonen van God hun eigen politieke, sociale en economische problemen oplossen. Het was niet de rijkdom die hij veroordeelde, maar wat rijkdom doet met de meerderheid van zijn aanhangers. Op deze donderdagmiddag vertelde Jezus zijn metgezellen voor het eerst dat “het zaliger is te geven dan te ontvangen.”
Maar hoodstuk 20 vertelt ook:
Hoewel Jezus enkele uren sprak, was Thomas nog niet tevreden, want hij zei: “Maar, Meester, wij vinden niet dat de Vader in de hemel altijd vriendelijk en barmhartig met ons omgaat. Vaak lijden wij zwaar op aarde, en onze gebeden worden niet altijd verhoord. Waar begrijpen wij de betekenis van uw leer niet?”
Jezus antwoordde: “Thomas, Thomas, hoe lang duurt het nog voordat je het vermogen verwerft om te luisteren met het oor van de spirit? Hoe lang zal het duren voordat je inziet dat dit koninkrijk een spiritueel koninkrijk is, en dat mijn Vader ook een spiritueel wezen is? Begrijp je niet dat ik jullie onderwijs als spirituele kinderen in de spirituele familie van de hemel, waarvan de Vader een oneindige en eeuwige spirit is? Sta je me niet toe de aardse familie te gebruiken als illustratie van goddelijke relaties zonder mijn leer letterlijk toe te passen op materiële zaken? Kun je in je gedachten de spirituele realiteiten van het koninkrijk niet scheiden van de materiële, sociale, economische en politieke problemen van deze tijd? Als ik de taal van de spirit spreek, waarom blijf je dan mijn bedoeling vertalen in de taal van het lichaam, juist omdat ik alledaagse en letterlijke relaties gebruik ter illustratie? Mijn kinderen, ik smeek jullie om te stoppen met het toepassen van de leer van het koninkrijk van de spirit op de smerige zaken van slavernij, armoede, huizen en landerijen, en op de materiële problemen van menselijke (on)gelijkheid en (on)rechtvaardigheid. Deze tijdelijke zaken zijn de zorg van de mensen van deze wereld, en hoewel ze in zekere zin alle mensen aangaan, zijn jullie geroepen om mij in de wereld te vertegenwoordigen, zoals ik mijn Vader vertegenwoordig.
Hoofdstuk 72:
Je zou niet geschokt zijn en ook niet verontrust zijn door sommige van de krachtige uitspraken van Jezus als je je maar zou herinneren dat hij de meest oprechte en toegewijde religieuze persoon ter wereld was. Hij was een volledig toegewijde sterveling, onvoorwaardelijk toegewijd aan het doen van de wil van zijn Vader. Veel van zijn ogenschijnlijk harde uitspraken waren meer een persoonlijke geloofsbelijdenis en een belofte van toewijding dan bevelen aan zijn volgelingen. En het was juist deze doelgerichtheid en onzelfzuchtige toewijding die hem in staat stelden om in één kort leven zulke buitengewone vooruitgang te boeken in de verovering van de menselijke mind. Veel van zijn uitspraken moeten worden beschouwd als een bekentenis van wat hij van zichzelf eiste, in plaats van wat hij van al zijn volgelingen verlangde. In zijn toewijding aan de zaak van het koninkrijk verbrandde Jezus alle bruggen achter zich; hij offerde alle belemmeringen op voor het doen van de wil van zijn Vader.
Jezus zegende de armen omdat ze doorgaans oprecht en vroom waren; hij veroordeelde de rijken omdat ze doorgaans losbandig en ongodsdienstig waren. Hij veroordeelde evenzeer de ongodsdienstige arme en prees de toegewijde en eerbiedwaardige rijke man.
Jezus leidde mensen ertoe zich thuis te voelen in de wereld; hij bevrijdde hen uit de slavernij van het taboe en leerde hen dat de wereld niet fundamenteel slecht was. Hij verlangde er niet naar te ontsnappen aan zijn aardse leven; hij beheerste een techniek om de wil van de Vader op aanvaardbare wijze te doen terwijl hij nog in het lichaam was. Hij bereikte een idealistisch religieus leven te midden van een realistische wereld. Jezus deelde de pessimistische kijk van Paulus op de mensheid niet. De Meester beschouwde mensen als de kinderen van God en voorzag een prachtige en eeuwige toekomst voor hen die voor overleving kozen. Hij was geen morele scepticus; hij bekeek de mens positief, niet negatief. Hij zag de meeste mensen als zwak in plaats van slecht, meer radeloos dan verdorven. Maar ongeacht hun status, ze waren allemaal Gods kinderen en zijn broeders en zusters.
Hij leerde de mens een hoge waarde aan zichzelf te hechten, in tijd en eeuwigheid. Vanwege deze hoge achting die Jezus aan de mens hechtte, was hij bereid zich in te zetten voor de onophoudelijke dienst aan de mensheid. En het was deze oneindige waarde van het eindige die de gouden regel tot een essentiële factor in zijn religie maakte. Welke sterveling kan niet verheven worden door het buitengewone geloof dat Jezus in hem heeft?
Jezus gaf geen regels voor maatschappelijke vooruitgang; zijn missie was een religieuze, en religie is een uitsluitend individuele ervaring. Het uiteindelijke doel van de meest geavanceerde prestatie van de maatschappij kan nooit hoger zijn dan de broederschap van mensen die Jezus ons leerde, gebaseerd op de erkenning van het vaderschap van God. Het ideaal van alle maatschappelijke verworvenheden kan alleen worden gerealiseerd met de komst van dit goddelijke koninkrijk.
