Hoofdstuk 10:

De maatstaf voor ware waarden moet worden gezocht in de spirituele wereld en op goddelijke niveaus van de eeuwige realiteit. Een sterveling die opklimt in een hemelse carriere moet alle lagere en materiële maatstaven gaan erkennen als vergankelijk, gedeeltelijk en inferieur. Een wetenschapper is als zodanig beperkt tot het ontdekken van de samenhang tussen materiële feiten. Technisch gezien heeft hij geen recht om te beweren dat hij materialist of juist idealist is, want daarmee heeft hij de houding van een ware wetenschapper opgegeven. Want als je iets gaat beweren over hoe je je verhoudt tot de feiten, dan ben je bezig met wat de essentie van de filosofie vormt (en dat is wat anders dan wetenschap).

Tenzij het morele inzicht en de spirituele verworvenheden van de mensheid evenredig worden vergroot, kan de onbeperkte vooruitgang van een puur materialistische cultuur uiteindelijk een bedreiging voor de beschaving worden. Een puur materialistische wetenschap herbergt in zichzelf de potentiële kiem voor de vernietiging van alle wetenschappelijk streven, want juist deze houding (alleen bezig zijn met materiële feiten) leidt tot de uiteindelijke ineenstorting van een beschaving die haar gevoel voor morele waarden heeft opgegeven en haar spirituele doel heeft verworpen.

De materialistische wetenschapper en de extreme idealist zijn voorbestemd om altijd met elkaar overhoop te liggen. Dit geldt niet voor die wetenschappers en idealisten die een gemeenschappelijke standaard van hoge morele waarden en spirituele test-niveaus hanteren. In elk tijdperk moeten wetenschappers en religieuzen erkennen dat ze terechtstaan voor de rechtbank van menselijke nood. Ze moeten elke onderlinge strijd vermijden, terwijl ze dapper streven hun voortbestaan te rechtvaardigen door een grotere toewijding aan de menselijke vooruitgang. Als de zogenaamde wetenschap of religie van welk tijdperk dan ook vals is, dan moet deze ofwel haar activiteiten zuiveren ofwel verdwijnen vóór de opkomst van een materiële wetenschap of spirituele religie van een meer ware en waardige orde.

In Hoofdstuk 11:

“Wetenschappers zullen misschien ooit de energie- of krachtmanifestaties van zwaartekracht, licht en elektriciteit kunnen meten, maar deze wetenschappers kunnen u nooit (wetenschappelijk) vertellen WAT deze universumverschijnselen ZIJN. Wetenschap houdt zich bezig met fysieke/energie-activiteiten; religie houdt zich bezig met eeuwige waarden. Ware filosofie groeit uit de wijsheid die haar best doet om deze kwantitatieve en kwalitatieve observaties met elkaar in verband te brengen. Er bestaat altijd het gevaar dat de puur fysieke wetenschapper gaat lijden aan wiskundige trots en statistisch egoïsme, om nog maar te zwijgen van spirituele blindheid. Logica is geldig in de materiële wereld, en wiskunde is betrouwbaar wanneer ze beperkt is in haar toepassing op fysieke zaken. Maar geen van beide moet als volledig betrouwbaar of onfeilbaar worden beschouwd wanneer ze wordt toegepast op levensproblemen. Het leven omvat verschijnselen die niet volledig materieel zijn. Wiskunde zegt dat, als één man een schaap in tien minuten kan scheren, tien mannen het in één minuut kunnen scheren. Dat is gezonde wiskunde, maar het is niet waar, want de tien mannen zouden het niet zo kunnen. Ze zouden elkaar zo erg in de weg zitten dat het werk aanzienlijk zou worden vertraagd. De wiskunde stelt dat, als één persoon staat voor een bepaalde eenheid van intellectuele en morele waarde, tien personen tien keer deze waarde zouden vertegenwoordigen. Maar in de omgang met de menselijke persoonlijkheid zou het dichter bij de waarheid liggen om te zeggen dat zo’n vereniging van personen een som is die gelijk is aan het kwadraat van het aantal persoonlijkheden dat bij de vergelijking betrokken is, in plaats van de simpele rekenkundige som. Een sociale groep mensen die in gecoördineerde harmonie werken, staat voor een kracht die veel groter is dan de simpele som der delen. Kwantiteit kan worden geïdentificeerd als een feit en wordt zo een wetenschappelijke uniformiteit. Kwaliteit, een kwestie van mentale interpretatie, vertegenwoordigt een schatting van waarden en blijft daarom altijd een ervaring van het individu. Wanneer zowel wetenschap als religie minder dogmatisch en toleranter worden ten opzichte van kritiek, zal de filosofie eenheid beginnen te bereiken in het verstandelijke begrip van het universum. Er is namelijk eenheid in het kosmische universum, als je de werking ervan maar in werkelijkheid zou kunnen waarnemen. Het werkelijke universum is vriendelijk voor elk kind van de eeuwige God. Het werkelijke probleem is: hoe kan het eindige menselijke verstand een logische, ware en corresponderende eenheid van denken bereiken? Deze universum-kennende ‘state of mind’ kan alleen worden bereikt door te bedenken dat het kwantitatieve feit en de kwalitatieve waarde een gemeenschappelijke oorzaak en oorsprong hebben in de Paradijs-Vader. Een dergelijke opvatting van de werkelijkheid levert een breder inzicht op in de doelbewuste eenheid van universumverschijnselen. Het onthult zelfs een spiritueel doel van progressieve persoonlijkheidsverwerving. En dit is een concept van eenheid dat kan aanvoelen dat er een onveranderlijke achtergrond is van een levend universum van voortdurend veranderende onpersoonlijke relaties en van evoluerende persoonlijke relaties. Materie en spirit en de fase die tussen die twee ‘bemiddelt’ (namelijk: verstand, intellect, mind), zijn drie onderling verbonden en met elkaar in wisselwerking staande niveaus van de ware eenheid van het werkelijke universum. Ongeacht hoe uiteenlopend de universumverschijnselen van feit en waarde ook mogen lijken, ze zijn immers verenigd in de Allerhoogste.

De realiteit van het materiële bestaan is verbonden met zowel onherkende energie als zichtbare materie. Wanneer de energieën van het universum zo vertraagd worden dat ze de vereiste mate van beweging verkrijgen, dan worden deze energieën, onder gunstige omstandigheden, massa. En vergeet niet dat de mind, die als enige de aanwezigheid van schijnbare realiteiten kan waarnemen, zelf ook werkelijk is. En de fundamentele oorzaak van dit universum van energie-massa, mind en spirit is eeuwig – het bestaat in de aard en reacties van de Universele Vader.”

Externe Bronnen: