De Beloofde Helper (uit hoofdstuk 56)
Jezus vervolgde zijn onderricht en zei: “Wanneer ik naar de Vader ben gegaan, en nadat Hij het werk dat ik voor jullie op aarde heb gedaan volledig heeft aanvaard, en nadat ik de uiteindelijke heerschappij over mijn eigen domein heb ontvangen, zal ik tegen mijn Vader zeggen: nu ik mijn kinderen alleen op aarde heb gelaten, is het overeenkomstig mijn belofte om hen een andere leraar te sturen. En wanneer de Vader het goedkeurt, zal ik de Spirit van Waarheid uitstorten over alle lichamen. De Mentor-Spirit van mijn Vader is al in jullie harten, en wanneer deze dag komt, zullen jullie mij ook bij jullie hebben, zoals jullie nu de Vader bij jullie hebben. Deze nieuwe gift is de Spirit van levende Waarheid. De ongelovigen zullen aanvankelijk niet luisteren naar de leringen van deze Spirit, maar de zonen van het licht zullen hem allen met blijdschap en met een heel hart ontvangen. En jullie zullen deze Spirit kennen wanneer hij komt, zoals jullie mij hebben gekend, en jullie zullen deze git in jullie harten ontvangen, en Hij zal bij jullie blijven. Zo nemen jullie waar dat ik jullie niet zonder hulp en leiding zal achterlaten. Ik zal jullie niet verlaten. Vandaag kan ik alleen persoonlijk bij jullie zijn. In de komende tijden zal ik bij jullie zijn en bij alle andere mensen die mijn aanwezigheid verlangen, waar jullie je ook bevinden, en bij ieder van jullie tegelijk. Begrijpen jullie niet dat het beter voor mij is om weg te gaan; dat ik jullie in het sterfelijke lichaam achterlaat, zodat ik des te beter en des te vollediger bij jullie kan zijn in de spirit?
“Over een paar uur zal de wereld mij niet meer zien; maar jullie zullen mij in jullie harten blijven kennen, zelfs totdat ik jullie deze nieuwe leraar zend, de Spirit van Waarheid. Zoals ik persoonlijk bij jullie heb geleefd, zo zal ik in jullie leven. Ik zal één zijn met jullie persoonlijke ervaring in het rijk van spirit. En wanneer dit is gebeurd, zullen jullie zeker weten dat ik in de Vader ben, en dat, terwijl jullie leven met de Vader in mij verborgen is, ik ook in jullie ben. Ik heb de Vader liefgehad en Zijn woord gehouden; jullie hebben mij liefgehad en je zult mijn woord bewaren. Zoals mijn Vader mij van zijn spirit heeft gegeven, zo zal ik aan jullie van mijn spirit geven. En deze Spirit van Waarheid die ik je zal schenken, zal je leiden en troosten en je uiteindelijk in alle waarheid leiden.”
“Ik vertel jullie deze dingen terwijl ik nog bij je ben, zodat je beter voorbereid zult zijn om de beproevingen te doorstaan die ons nu al treffen. En wanneer deze nieuwe dag aanbreekt, zullen zowel de Zoon als de Vader in je wonen. En deze gaven van de hemel zullen altijd met elkaar samenwerken, zoals de Vader en ik op aarde en voor jullie ogen hebben gewerkt als één persoon, de MensenZoon. En deze Spirit-vriend zal je alles in herinnering brengen wat ik je heb geleerd.”
Terwijl de Meester even pauzeerde, durfde Judas Alpheus een van de weinige vragen te stellen die hij of zijn broer ooit in het openbaar aan Jezus stelden. Judas Alpheus zei: “Meester, u hebt altijd als een vriend onder ons geleefd; hoe zullen wij u kennen als u zich niet langer aan ons openbaart behalve door deze Spirit? Als de wereld u niet ziet, hoe zullen wij dan zeker van u zijn? Hoe zult u zich aan ons tonen?”
Jezus keek op hen allen neer, glimlachte, en zei: “Mijn kleine kinderen, ik ga weg, terug naar mijn Vader. Binnenkort zullen jullie mij niet meer zien zoals jullie mij hier zien, als vlees en bloed. Binnenkort zal ik jullie mijn spirit sturen, net als ik, behalve dan dit stoffelijke lichaam. Deze nieuwe leraar is de Spirit van Waarheid die met ieder van jullie zal leven, in jullie harten, en zo zullen alle kinderen van het licht één worden en tot elkaar aangetrokken worden. En op deze manier zullen mijn Vader en ik in de ziel van ieder van jullie kunnen leven en ook in de harten van alle andere mensen die van ons houden en die liefde werkelijkheid maken in hun ervaringen door elkaar lief te hebben, net zoals ik nu van jullie houd.”
Judas Alpheus begreep niet helemaal wat de Meester zei, maar hij begreep de belofte van de nieuwe leraar, en aan de uitdrukking op het gezicht van Andreas zag hij dat zijn vraag bevredigend was beantwoord.
De Spirit van Waarheid
De nieuwe helper die Jezus beloofde te zenden in de harten van gelovigen, beloofde uit te storten over alle lichamen, is de Spirit van Waarheid. Deze goddelijke gift is niet de letter of wet van de waarheid, en ook dient ze niet te functioneren als de vorm of uitdrukking van de waarheid. De nieuwe leraar is de overtuiging van de waarheid, het bewustzijn en de zekerheid van ware betekenissen op werkelijke spirituele niveaus. En deze nieuwe leraar is de spirit van levende en groeiende waarheid, zich uitbreidende, ontvouwende en zich aanpassende waarheid.
Goddelijke waarheid is een door de spirit waargenomen en levende werkelijkheid. Waarheid bestaat alleen op de hoge spirituele niveaus van de realisatie van goddelijkheid en het bewustzijn van verbondenheid met God. Je kunt de waarheid kennen en je kunt de waarheid leven; je kunt de groei van waarheid in de ziel ervaren en genieten van de vrijheid van haar verlichting in de spirit, maar je kunt waarheid niet gevangen houden in formules, codes, geloofsbelijdenissen of intellectuele patronen van menselijk gedrag. Wanneer je de menselijke formulering van goddelijke waarheid op je neemt, sterft ze snel. De redding van die al gestorven en gevangen waarheid kan, zelfs in het beste geval, slechts resulteren in de realisatie van een bijzondere vorm van geïntellectualiseerde, verheerlijkte wijsheid. Statische waarheid is dode waarheid, en alleen dode waarheid kan als theorie worden aangehouden. Levende waarheid is dynamisch en kan slechts een ervaringsgericht bestaan in de menselijke spirit genieten.
Intelligentie groeit uit een materieel bestaan dat verlicht wordt door de aanwezigheid van de kosmische mind. Wijsheid omvat het bewustzijn van kennis die verheven is tot nieuwe betekenisniveaus en geactiveerd wordt door de aanwezigheid van de universele gave van de mind-spirit van wijsheid. Waarheid is een spirituele realiteitswaarde die alleen ervaren wordt door met spirit begiftigde wezens die functioneren op boven-materiële niveaus van universumbewustzijn, en die, na het besef van de waarheid, de spirit van activering ervan in hun ziel laten leven en heersen.
Het ware kind van universum-inzicht zoekt in elke wijze uitspraak naar de levende Spirit van Waarheid. Het God-kennende individu verheft wijsheid voortdurend tot de niveaus van levende waarheid van goddelijke verwezenlijking. De spiritueel niet-progressieve ziel sleept de levende waarheid voortdurend naar de dode niveaus van wijsheid en naar het domein van louter verheven kennis.
De gouden regel [ dat is het gebod dat Jezus als laatste gaf, namelijk: je medemens liefhebben zoals Jezus ons allen liefhad ], ontdaan van het boven-menselijke inzicht van de Spirit van Waarheid, wordt niets meer dan een regel voor hoog ethisch gedrag. De gouden regel, letterlijk geïnterpreteerd, kan een instrument worden van grote ergernis voor iemands medemens. Zonder een spiritueel inzicht in de gouden regel van wijsheid zou je kunnen redeneren dat, aangezien je wenst dat alle mensen de volledige en openhartige waarheid van hun gedachten met je delen, je daarom ook volledig en openhartig al je gedachten met je medemensen zou moeten delen. Een dergelijke onspirituele interpretatie van de gouden regel kan leiden tot onnoemelijk veel verdriet en niet-gelukkig-zijn.
Sommige mensen onderscheiden en interpreteren de gouden regel als een puur intellectuele bevestiging van menselijke broederschap.
Anderen ervaren deze uiting van menselijke relaties als een emotionele bevrediging van de tedere gevoelens van de menselijke persoonlijkheid.
Een andere sterveling herkent deze zelfde gouden regel als de maatstaf voor alle sociale relaties, de standaard van sociaal gedrag.
Weer anderen beschouwen het als de positieve opdracht van een grote morele leraar die in deze uitspraak het hoogste concept van morele verplichting met betrekking tot alle broederlijke relaties belichaamde. In het leven van zulke morele wezens wordt de gouden regel het wijze centrum en de omtrek van al hun filosofie.
In het koninkrijk van de gelovige broederschap van God-kennende waarheidslievende mensen, neemt deze gouden regel levende kwaliteiten aan van spirituele realisatie op die hogere niveaus van interpretatie die de sterfelijke kinderen van God ertoe brengen dit gebod van de Meester te beschouwen als een vereiste dat jij je zo tot je medemensen verhoudt dat de medemens het hoogst mogelijke goed zal ontvangen als gevolg van jouw contact -als gelovige- met hen. Dit is de essentie van ware religie: dat je je naaste liefhebt als jezelf.
Maar de hoogste realisatie en de meest ware interpretatie van de gouden regel bestaat in het bewustzijn van de spirit van de waarheid van de blijvende en levende realiteit van zo’n goddelijke verklaring.[ dat je je in de spirit bewust bent van het feit dat die goddelijke verklaring (de gouden regel) blijvende en levende realiteit is] De ware kosmische betekenis van deze regel van universele relaties wordt alleen onthuld in zijn spirituele realisatie, namelijk in de interpretatie van deze gedragswet door de Spirit van de Zoon aan de Mentor-Spirit van de Vader die in de ziel van de sterfelijke mens woont [ik kan niet zeggen dat ik dit helemaal begrijp, maar uiteindelijk komt het erop neer, denk ik, dat we het niet alleen zien als een regel over hoe we ons ten opzichte van medemensen moeten gedragen, maar dat we het ook gaan zien en herkennen als een blijvende en levende uiting van de werkelijkheid van wat de ‘Liefde van God’ IS]. En wanneer zulke door de spirit geleide stervelingen de ware betekenis van deze gouden regel beseffen, raken ze overvol van de zekerheid van burgerschap in een vriendelijk universum, en hun idealen van spirituele werkelijkheid worden pas bevredigd wanneer ze hun medemens liefhebben zoals Jezus ons allen liefhad, en dat is dan de werkelijkheid van de realisatie van de liefde van God. [uiteindelijk wordt de gouden regel dan: heb elkaar lief, heb ook Jezus lief, zoals God ons lief heeft! Maar wat GODS LIEFDE precies is en omvat, kunnen wij alleen weten in en via zijn Zoon, die de weg en de waarheid voor ons is].
Deze zelfde filosofie van de levende flexibiliteit en kosmische aanpasbaarheid van goddelijke waarheid aan de individuele behoeften en capaciteiten van ieder kind van God, moet worden begrepen voordat je kunt hopen de leer en praktijk van de Meester van het niet-verzetten tegen het kwaad [non-resistance] adequaat te begrijpen. De leer van de Meester is in wezen een spirituele uitspraak. Zelfs de materiële implicaties van zijn filosofie kunnen niet op een nuttige manier los van hun spirituele correlaties worden beschouwd. De spirit van de opdracht van de Meester is tweeledig en bestaat uit:
- het je niet-verzetten tegen elke zelfzuchtige / egoistische [= niet-liefdevolle] reactie op het universum;
- gekoppeld aan het (tegelijk) krachtig en progressief bereiken van rechtvaardige niveaus van ware spirituele waarden: goddelijke schoonheid, oneindige goedheid en eeuwige waarheid –om God te kennen en steeds meer op Hem te lijken.
Liefde, onzelfzuchtigheid, moet een constante en levende, her-aanpassende interpretatie van relaties ondergaan in overeenstemming met de leiding van de Spirit van Waarheid. Liefde moet daarbij de steeds veranderende en zich uitbreidende concepten bevatten van het hoogste kosmische goed van het individu dat geliefd wordt. En vervolgens neemt liefde dezelfde houding aan ten opzichte van alle andere individuen die mogelijk beïnvloed zouden kunnen worden door de groeiende en levende relatie van de liefde van een door de spirit geleide sterveling voor andere burgers van het universum. En deze hele levende aanpassing van liefde moet tot stand komen in het licht van zowel de omgeving van het huidige kwaad als het eeuwige doel van de vervolmaking van de goddelijke bestemming. [met andere woorden: die hele toepassing van Liefde, die hele “constante en levende interpretatie”, vindt plaats tussen de twee “polen” van “het huidige kwaad” en ons meer eeurwige doel dat we volmaakt willen worden zoals God volmaakt is.]
En dus moeten we duidelijk erkennen dat noch de gouden regel, noch de leer van geweldloosheid ooit juist begrepen kunnen worden als dogma’s of voorschriften. Ze kunnen alleen begrepen worden door ze te leven, door hun betekenis te realiseren in de levende interpretatie van de Spirit van Waarheid, die het liefdevolle contact van de ene mens met de andere leidt.
En dit alles geeft duidelijk het verschil aan tussen de oude en de nieuwe religie. De oude religie leerde zelfopoffering; de nieuwe religie leert slechts jezelf-vergeten, versterkte zelfrealisatie in verbondenheid met maatschappelijke dienstverlening en begrip van het universum.
De oude religie werd gemotiveerd door angst-bewustzijn; het nieuwe evangelie van het koninkrijk wordt gedomineerd door waarheids-overtuiging, de spirit van eeuwige en universele waarheid. En je kunt nog zo “vroom” zijn, of trouw aan een geloofsbelijdenis maar daarmee kun je nooit compenseren voor een afwezigheid in je levenservaring als gelovige in het koninkrijk van die spontane, genereuze en oprechte vriendelijkheid die de uit de spirit geboren kinderen van de levende God kenmerkt. Noch traditie, noch een ceremonieel systeem van formele eredienst kan het gebrek aan oprecht mededogen met de medemens goedmaken.
