Hoofdstuk 9:
“Dieren voelen tijd niet zoals de mens, en zelfs voor de mens, vanwege zijn beperkte blik op maar een deel van de werkelijkheid, verschijnt tijd als een opeenvolging van gebeurtenissen. Maar naarmate de mens opstijgt, naarmate hij innerlijk vordert, is het breder wordende zicht op deze opeenvolging van gebeurtenissen zodanig dat het steeds meer in zijn geheel wordt onderscheiden. Dat wat voorheen verscheen als een opeenvolging van gebeurtenissen, zal dan worden beschouwd als een volledige en perfect samenhangende cyclus. Op deze manier zal circulaire gelijktijdigheid steeds meer het voormalige bewustzijn van de lineaire opeenvolging van gebeurtenissen verdringen.”
