Kort antwoord:
Dieren ontwikkelen geen ziel zoals mensen dat doen. Maar ze hebben wel een soort mind en bepaalde persoonlijkheidskenmerken, maar dat is niet hetzelfde als het bezitten van een ziel of het overleven van de dood.
1. Waarom dieren geen ziel ontwikkelen
Zoals uitgelegd in het onderwerp ziel, ontstaat een ziel wanneer:
1. Een wezen vrije wil met moreel inzicht heeft,
2. Een goddelijke Mentor-Spirit in hen kan wonen,
3. Het wezen ook daadwerkelijk morele/spirituele beslissingen neemt.
Dieren voldoen niet aan deze voorwaarden omdat ze het volgende missen:
- Zelfbewustzijn (bewustzijn van het zelf als o.a. moreel handelend wezen),
- Morele verantwoordelijkheid (een besef van goed en kwaad, van kiezen)
- Spiritueel inzicht (kunnen begrijpen wat ongeveer waar, goed of mooi is)
- Het concept van waarden die verder gaan dan instinct of kennis uit leren.
Daarom woont er geen Mentor-Spirit in een dier, en zonder zo’n Spirit kan er geen ziel ontstaan.
Hoofdstuk 9 bevat een passage waarin we lezen:
Die middag hadden Jezus en Ganid beiden genoten van het spelen met een zeer intelligente herdershond, en Ganid wilde weten of de hond een ziel had, of hij een wil had, en in antwoord op zijn vragen zei Jezus: “De hond heeft een mind, een vorm van intellect, die de materiële mens, zijn meester, kan kennen, maar God, die spirit is, niet kan kennen. Daarom bezit de hond geen spirituele natuur en kan hij geen spirituele ervaring beleven. De hond kan een wil hebben die voortkomt uit de natuur en versterkt wordt door training, maar zo’n verstandelijk vermogen is geen spirituele kracht. En ook is het niet vergelijkbaar met de menselijke wil, omdat het niet reflectief is. De wil van de hond is niet het resultaat van het onderscheiden van hogere en morele betekenissen, of van het kiezen van spirituele en eeuwige waarden. Het is juist dit bezit van zulke vermogens tot spirituele onderscheiding en waarheidskeuze die de sterfelijke mens tot een moreel wezen maken. De mens is daardoor een schepsel begiftigd met de eigenschappen van spirituele verantwoordelijkheid en het potentieel tot eeuwig overleven.” Jezus legde vervolgens uit dat deze afwezigheid van zulke mentale vermogens in het dier het voor de dierenwereld voor altijd onmogelijk maakt om taal te ontwikkelen of iets te ervaren dat gelijkwaardig is aan persoonlijkheidsoverleving in de eeuwigheid. Als gevolg van de instructie van die dag geloofde Ganid nooit meer in de transmigratie (het overgaan) van de zielen van mensen in de lichamen van dieren.
De volgende dag besprak Ganid dit alles met zijn vader, en in antwoord op Gonod’s vraag legde Jezus uit dat de menselijke wil, als die volledig in beslag wordt genomen door het nemen van alleen tijdelijke beslissingen die te maken hebben met de materiële problemen van een bestaan op een dierlijke niveau, gedoemd is om in de tijd te onder te gaan. Maar degenen die oprechte morele beslissingen nemen en onvoorwaardelijke spirituele keuzes maken, worden aldus steeds meer geïdentificeerd, en gaan steeds meer samen, met de inwonende en goddelijke spirit. En daardoor worden ze steeds meer getransformeerd naar de waarden van eeuwig overleven: oneindige groei van goddelijke dienstverlening.
Het was op diezelfde dag dat we voor het eerst die gewichtige waarheid hoorden die, in moderne termen uitgedrukt, zou betekenen: ‘Wil is die manifestatie van het menselijke verstand die het subjectieve bewustzijn in staat stelt zich objectief uit te drukken en het fenomeen te ervaren van het streven om te zijn zoals God’ En het is op die zelfde manier dat ieder mens met zelf-reflectie en een spirituele instelling creatief kan worden, in de zin van “scheppend”.
In Hoofdstuk 10 zegt Jezus:
Geloof zorgt ervoor dat er bovenmenselijke activiteiten vrijkomen van de goddelijke vonk, de onsterfelijke kiem, de Mentor-Spirit die in het materiële verstand van de mens leeft en die het potentieel is voor eeuwige overleving. Planten en dieren overleven in de tijd door de techniek van het doorgeven van identieke deeltjes van zichzelf van de ene generatie aan de andere. Maar de menselijke ziel (persoonlijkheid) van de mens overleeft de sterfelijke dood door zijn identiteit te associëren met deze inwonende vonk van goddelijkheid, die onsterfelijk is en die functioneert om de menselijke persoonlijkheid te bestendigen op een voortdurend en hoger niveau van progressief universumbestaan. De verborgen oorsprong van de menselijke ziel is een onsterfelijke spirit. De tweede generatie van de ziel [namelijk de ziel zoals die voortleeft na de dood van het lichaam] is de eerste in een reeks persoonlijkheidsmanifestaties van spirituele en progressieve bestaansvormen, die pas eindigen wanneer deze goddelijke entiteit [als je één geworden bent met je Mentor-Spirit, dan ben je feitelijk Goddelijk] de bron van haar bestaan bereikt, de persoonlijke bron van alle bestaan, God, de Universele Vader.
2. Maar dieren hebben wel zoiets als “mentale circuits”
Er is natuurlijk wel degelijk een vorm van intelligentie in de dieren, en per diersoort op verschillende niveau’s en met een focus op bepaalde domeinen / activiteiten. Dieren kunnen “intunen” op hetzelfde basis circuit van mind dat ook voor mensen toegankelijk is, maar niet tot dezelfde hoogten. De assistentie die zij krijgen vanuit de circuits van mind liggen op het gebied van intuïtie, moed, kennis, avontuur en sociale vaardigheden,. Bij mensen gaat dat door tot de niveau’s van aanbidding en wijsheid. Bij sommige hogere dieren zijn enkele reacties te zien op het niveau van aanbidding, maar zonder echte aanbidding. Zelfs de hoogst ontwikkelde primaat zal niet naar de lucht staren en het “wonder voelen” zoals zelfs de primitieve mens dat wel kan en doet.
Dieren kunnen leren, problemen oplossen, emotionele banden aangaan en loyaliteit tonen. Dieren hebben dus een echt psychologisch leven, maar geen spiritueel leven. Je kunt het zo zien:
> Mensen: mind + persoonlijkheid + Mentor-Spirit → in staat tot ontwikkelen van een ziel
> Dieren: mind+ persoonlijkheidsachtig gedrag → niet in staat tot het ontwikkelen van een ziel
3. Persoonlijkheid en dieren
Er is een nogal een scherp onderscheid:
Mensen ontvangen persoonlijkheid als een unieke gave van de Universele Vader.
Dieren ontvangen niet dit soort persoonlijkheid, ook al gedragen ze zich op manieren die heel “persoonlijk” lijken. Ze kunnen door ervaring, genetische aanleg of sociale vaardigheden een bepaalde “persoonlijkheid” ontwikkelen, maar dit is niet de “persoonlijkheid” zoals we die bedoelen als uitrusting die wij als mens van God hebben gekregen.
Zonder persoonlijkheid + zonder Mentor-Spirit = geen onsterfelijke identiteit.
4. Overleven dieren de dood?
Nee, dieren overleven de dood niet als individu. Hun bewustzijn is vergankelijk en eindigt wanneer het organisme sterft. Maar – en dit is belangrijk – we moeten het dierenleven ook niet helemaal tot ‘onbelangrijk’ maken. Sterker nog, dieren hebben een essentiële rol in de schepping, evolutie en het ontstaan van het menselijk leven. En dieren dragen bij aan ons welzijn als mens en leren ons bepaalde aspecten zoals trouw of plezier of avontuur door ze als het ware voor ons uit te vergroten.
5. Maar er zijn wel dieren in het hiernamaals – alleen geen uit de dood opgewekte dieren
Dit is waar veel mensen de situatie verkeerd begrijpen. De werelden waar je na de dood van dit lichaam terecht komt, de “hogere sferen” hebben wel dieren, maar het zijn morontia-vormen van dierlijk leven die inheems zijn in die sferen. Het zijn NIET de herrezen huisdieren of wezens van de aarde. Deze morontia-dieren zijn geschapen als een andere klasse van wezens en ze vervullen rollen die vergelijkbaar zijn met die van “hulpdieren”, maar dan op een hoger ontwikkelingsniveau. Dus je hond wordt niet opgewekt uit de dood en leeft ook niet individueel voort, maar de werelden van het hiernamaals zijn niet diervrij. Ze hebben gewoon hun eigen diersoorten.
6. Hogere dieren hebben “overlevingswaarde”, maar geen persoonlijke overleving
Hogere dieren (honden, paarden, primaten, dolfijnen, enz.) beschikken over:
- Emotionele diepgang
- Sociaal gedrag
- Loyaliteit
- Rudimentaire morele reacties
Maar hun bewustzijn overschrijdt de drempel van zelfbewustzijn die nodig is voor de inwoning door de Mentor-Spirit niet. Ze hebben dus ‘proto’-versies van eigenschappen die mensen later spiritualiseren — maar die eigenschappen blijven pre-persoonlijk.
7. Als mensen wel overleven, herinneren ze zich dan hun dieren?
Ja — herinneringen en continuïteit van betekenisvolle aardse ervaringen is een realiteit na de dood van het lichaam. Maar die herinneringen blijven herinneringen. Ze creëren het dier zelf niet opnieuw. Dit is ook niet koud of gevoelloos bedoeld — het wordt gepresenteerd als onderdeel van de overgang naar een hoger bestaan, waar aardse genegenheid wordt getransformeerd maar niet verloren gaat.
8. Want als ik lees “dieren overleven de dood niet als individu”, hoe overleven ze dan wel?
Dit is een interessante vraag want de teksten waarop de hoofdstukken van het leven van Jezus zijn gebaseerd zijn vooral gericht op wat wij als mensen kunnen, en zouden moeten, doen om “terug in lijn” te komen met de Wil van God en met het algemene plan voor onze eeuwige loopbaan in een onvoorstelbaar groot universum van universa. Het is niet de bedoeling van deze teksten om uitgebreid in te gaan op diverse vormen van overleving, en het spitst zich dus toe op “overleven als individu”.
Sterker nog, de bron-tekst waar dit “leven van Jezus” een nieuwe Nederlandse vertaling van is, stelt zelfs zeer expliciet dat met opzet allerlei feiten zijn versimpeld of gewoon niet zijn opgenomen. We noemen hier de volgende vereenvoudigingen of weglatingen met bronvermelding:
| Onderwerp | UB References |
|---|---|
| Deze openbaring is maar gedeeltelijk en niet compleet | 101:4.1–4.5, 31:0.1–0.2 |
| De openbaring is aangepast aan de beperkingen van de menselijke taal | Foreword 0:4.3–4.11 |
| Het is onmogelijk om alles over God te vertellen | 1:0.3 |
| De menselijke mind is te beperkt om bepaalde zaken te kunnen begrijpen | Foreword, 32:2.9 |
| Sommige waarheden zijn niet toegankelijk / (nog) verboden gebied | 31:0.2 |
| Alleen de essentie voor dit doel is vermeld | 2:7.3 |
| Bepaalde onderwerpen worden niet uitgebreid of uitputtend behandeld | 30:0.2 |
Dus de bron-tekst is duidelijk : soms is werkelijk ware kennis gewoon (om goede redenen) weggelaten. En die redenen zijn o.a.:
-
Menselijke verstandelijke beperkingen
-
Beperkingen in onze menselijke (Engelse) taal
-
Geen inbreuk willen maken op onze vrije wil
-
Het huidige stadium van onze planetaire ontwikkeling
-
Verboden opgelegd door hogere kosmische autoriteiten
-
Vermijden dat “prematuur” bepaalde dingen worden geopenbaard
-
Verwarring of mis-interpretatie voorkomen; de dingen eenvoudig houden
In de serie gechannelde boeken van Seth, doorgegeven via Jane Roberts, maar ook in bijvoorbeeld de “The Law of One – the Ra Material”, wordt dan als het ware een aanvulling gegeven op de beperking tot “individueel overleven”. Dit materiaal bevat namelijk als aanvulling:
Seth zegt:
- de mensheid ontvangt informatie in fasen, afhankelijk van de bereidheid
- verschillende kanalen drukken verschillende lagen van waarheid uit
- de waarheid is altijd progressief, adaptief en multi-perspectivisch
- elke openbaring past bij de psychologische behoeften van het tijdperk
- geen enkele openbaring is “definitief”
Dit is conceptueel identiek aan de leer van het Urantia Boek dat: “Openbaring altijd gedeeltelijk is en aangepast aan de planetaire fase (101:4.1-4.5)”.
Seths uitbreidingen kunnen dus heel gemakkelijk worden geïnterpreteerd als:
- geen correcties,
- geen tegenspraken,
- maar uitbreidingen naar gebieden die in het Urantia Boek bewust niet zijn betreden.
De hele kwestie van de ziel en de dieren is precies het soort onderwerp waarvan het Urantia Boek zei dat het het niet volledig zou onthullen. Als je nog eens kijkt naar de beperkingen van het Urantia Boek zelf:
🔹 Het UB moet voortijdige spiritualisering van materiële onderwerpen vermijden: Het onthullen van het overlevingsmechanisme van dieren zou enorme theologische complicaties met zich meebrengen.
🔹 Het UB moet consistent blijven met het plan van de epochale openbaring: Het is een “vijfde epochale openbaring”, niet de zevende, dus beperkingen zijn per definitie ingebouwd.
🔹 De auteurs van de UB moesten voorkomen dat ze reïncarnatie promootten: Het voortbestaan van dieren (of de continuïteit van dieren) kan gemakkelijk verkeerd worden geïnterpreteerd als steun voor: reïncarnatie, transmigratie, Hindoeïstische/boeddhistische overlevingsvormen, animisme. Hert Urantia Boek waarschuwt expliciet dat ze het volgende moeten vermijden: het verwarren van mensen, het aanmoedigen van bijgeloof, het doen herleven van vroegere evolutionaire religies.
Het vermijden van details over het hiernamaals van dieren is dus in overeenstemming met hun eigen beperkingen.
9. Dus wat zou een meer uitgebreid en ontwikkeld model kunnen zijn voor overleving?
Een verenigde visie op de ziel en het bewustzijn, een synthese van het Urantia Boek, Seth en Ra, leidt tot de volgende samenvatting.
Door drie belangrijke metafysische systemen – Het Urantia Boek, Het Seth Materiaal en De Wet van Eén (Ra Materiaal) – te combineren, kun je een samenhangend kader ontwikkelen voor het begrijpen van de ziel, het bewustzijn en het voortbestaan van de identiteit. Hoewel elk systeem zijn eigen terminologie gebruikt, overlappen ze in de diepere structuur. Wanneer ze op het juiste niveau worden geïnterpreteerd, lossen de schijnbare tegenstrijdigheden op in een gelaagd model.
9.1. De Bronlaag: Oneindig Bewustzijn
Alle drie de systemen beginnen met een enkele, oneindige oorsprong van bewustzijn:
- UB: de Universele Vader
- Seth: Al-Wat-Is
- Ra: de Ene Oneindige Schepper
Dit niveau is tijdloos, non-duaal en voorbij alle vormen.
Het is de ultieme grondslag van elke mind, elk wezen en elk universum.
9.2 De middelste laag: De Overziel / Mentor-Spirit / Entiteit / Hoger Zelf
Dit is waar de drie systemen het sterkst overeenkomen. Elk systeem leert dat het ‘ware jij’ bestaat als een hoger bewustzijn dat:
- buiten de lineaire tijd opereert
- meerdere ervaringsgerichte zelven genereert
- leert door middel van die ervaringen
- de feitelijke drager van continuïteit is
De gebruikte termen variëren:
UB: Mentor-Spirit (een fragment van God dat in een persoon woont maar in zichzelf volledig buiten de tijd en ruimte staat)
Seth: de Entiteit (een multidimensionaal bewustzijn dat vele zelven creëert)
Ra: het Hogere Zelf (jouw geperfectioneerde toekomstige identiteit, die toezicht houdt op alle incarnaties)
Dit niveau is de architect van alle levens, maar niet beperkt tot één enkel leven. Het is de natuurlijke thuisbasis van simultaniteit: Het verleden, het heden en de toekomst bestaan allemaal tegelijk vanuit het perspectief van de Overziel. Het hele idee van reincarnatie als ‘het ene leven na het andere” verdwijnt hierdoor volledig.
9.3 De Expressielaag: Individuele Levens (Mens, Dier, Ander)
Dit is waar de systemen oppervlakkig gezien uiteenlopen, maar niet in de diepte. Elk fysiek leven wordt begrepen als een uitdrukking van de Overziel/Entiteit/Mentor-Spirit— een gelokaliseerd, tijdsgebonden perspectief waardoor ervaring plaatsvindt.
Mensen
Mensen bezitten een uniek vermogen tot:
- zelfbewustzijn
- morele keuzes
- spirituele intentie
- reflectief bewustzijn
Daarom leert het UB ons dat mensen samen met hun Mentor-Spirit een morontia-ziel (een nieuwe, onsterfelijke identiteitsstructuur) creëren. Seth en Ra zijn het erover eens dat mensen een eigen identiteitsdraad genereren die voortleeft als een geïndividualiseerde voortzetting van de ervaring.
Dieren
De drie systemen bieden hier complementaire, niet concurrerende, beschrijvingen:
- UB: dieren creëren geen morontia-ziel en overleven niet als individuele persoonlijkheden. Er staat nergens dat ze helemaal niet in welke vorm dan ook overleven.
- Seth: het dierenbewustzijn blijft bestaan als onderdeel van de voortdurende expressie van de Entiteit.
- Ra: dieren evolueren door continuïteit van de groepsziel, niet door overleving van het persoonlijke ego.
Geïntegreerde visie:
Dieren blijven bestaan op het niveau van gedeeld of groepsbewustzijn, maar niet als geïndividualiseerde persoonlijkheden in het hiernamaals. Hun essentie blijft bestaan; hun ego-identiteit niet. Dit hybride model behoudt de structurele helderheid van UB en maakt tegelijkertijd de erkenning van dierenbewustzijn door Seth en Ra als betekenisvol en blijvend mogelijk.
9.4 Tijd: Lineair voor het Zelf, Simultaan voor de Overziel
- UB beschrijft tijd als sequentieel omdat het zich richt op het stapsgewijze evolutionaire pad van de ziel.
- Seth beschrijft tijd als simultaan omdat hij spreekt vanuit het perspectief van de Entiteit.
- Ra overbrugt de twee: lineariteit is reëel voor geïncarneerde wezens, simultaniteit is reëel voor een hoger bewustzijn.
Eenduidige conclusie: Tijd is gelaagd. Binnen een leven ervaar je een opeenvolging; vanuit het perspectief van de Overziel bestaan alle incarnaties naast elkaar.
Dit lost het debat over reïncarnatie op: De individuele ziel “onder” een bredere Overziel reïncarneert niet. De Overziel drukt meerdere zelven uit. Geen tegenspraak – alleen verschillende analyseniveaus.
9.5 Overleven en identiteit
Menselijke identiteit:
- Overleeft als een morontia-ziel (UB)
- Draagt bij aan de groei van de Entiteit (Seth)
- Ontwikkelt zich door hogere dichtheden (Ra)
Dierlijke identiteit:
- Produceert geen individuele morontia-ziel (UB)
- Overleeft als patronen binnen de Entiteit of het groepszielveld (Seth + Ra)
Overziel-identiteit:
Eeuwig, multidimensionaal en de ware bron van continuïteit in alle ervaringen.
Definitief coherent model: Mensen en dieren zijn ervaringsgerichte uitingen van een tijdloze Overziel; mensen genereren een eeuwige individuele ziel door morele en spirituele keuzes, terwijl dieren voortbestaan als onderdeel van een gedeeld bewustzijnsveld. Tijd lijkt lineair binnen een leven, maar is simultaan op hogere niveaus, en overleven vindt plaats afhankelijk van het betrokken bewustzijnsniveau.
