Referenties naar Amos
In het twaalfde jaar van Jezus: “Vanaf die tijd slaagde hij er steeds beter in om met zijn broers en zussen om te gaan. Hij werd steeds tactvoller, was altijd meelevend en attent op hun welzijn en geluk, en onderhield goede relaties met hen tot aan het begin van zijn openbare optreden. Om het preciezer te stellen: hij kon uitstekend opschieten met Jacobus, Mirjam en de twee jongere (nog ongeboren) kinderen, Amos en Ruth. Hij kon het altijd redelijk goed met Martha vinden. De problemen die hij thuis had, kwamen grotendeels voort uit wrijving met Jozef en Judas, vooral met laatstgenoemde.”
Zijn dertiende jaar (7 n.Chr.): In dit jaar ging de jongen van Nazareth over van jongensjaren naar het begin van de ‘jonge man’. Zijn stem begon te veranderen en andere kenmerken van verstand en lichaam gaven blijk van de naderende status van de volwassenheid. Op zondagavond 9 januari 7 n.Chr. werd zijn broertje Amos geboren. Judas was nog geen twee jaar oud en zijn zusje Ruth moest nog komen; het is dus duidelijk dat Jezus een aanzienlijk gezin met kleine kinderen aan zijn zorg kreeg toevertrouwd toen zijn vader het jaar daarop door een ongeluk om het leven kwam.
In het achttiende jaar van Jezus: Op zaterdagmiddag 3 december van dit jaar werd dit gezin uit Nazareth voor de tweede keer getroffen door de dood. De kleine Amos, hun broertje, stierf na een week ziek te zijn geweest met hoge koorts.
Functie in het verhaal
Nadat ze deze periode van verdriet had doorgemaakt met haar eerstgeboren zoon als enige steun, erkende Maria eindelijk en in de volste zin van het woord Jezus als het ware hoofd van het gezin. En hij was werkelijk een waardig gezinshoofd.
