Wie was Ganid?
Ganid verschijnt in het verhaal als een uitzonderlijk intelligente jongeman, akomstig uit India, met een scherpe geest en een sterke nieuwsgierigheid. Hij beschikt over een groot leervermogen, maar is aanvankelijk ook uitgesproken kritisch, ongeduldig en geneigd om snelle conclusies te trekken.
De opvoeding door Gonod
Ganids vader, Gonod, ziet onderwijs en ervaring als onlosmakelijk verbonden. Door zijn zoon mee te nemen op lange reizen wil hij hem niet alleen kennis bijbrengen, maar ook wijsheid, verdraagzaamheid en inzicht in menselijke diversiteit. Gonod huurt Jezus als persoonlijke leraar voor Ganid.
De reis met Jezus en zijn invloed
De reis door de Romeinse wereld nam het grootste deel van het achtentwintigste en het gehele negenentwintigste jaar van het leven van Jezus op aarde in beslag. Jezus en de twee inwoners van India – Gonod en zijn zoon Ganid – verlieten Jeruzalem op zondagochtend 26 april 22 n.Chr. Ze reisden volgens schema en Jezus nam op 10 december van het volgende jaar, 23 n.Chr., afscheid van vader en zoon in de stad Charax aan de Perzische Golf.
Tijdens deze reis door het Middellandse-Zeegebied besteedde Jezus ongeveer de helft van elke dag aan het onderwijzen van Ganid en het optreden als tolk tijdens Gonods zakelijke bijeenkomsten en sociale contacten. De rest van elke dag, die vrij tot zijn beschikking stond, wijdde hij aan het leggen van die nauwe persoonlijke contacten met zijn medemensen, die intieme relaties met de stervelingen van de materiële wereld, die zo kenmerkend waren voor zijn activiteiten in deze jaren die vlak voor zijn openbare optreden lagen.
De ontmoeting met Jezus vormt een keerpunt in Ganids ontwikkeling. In talloze gesprekken leert Ganid hoe intellect, geloof en praktische levenshouding elkaar kunnen aanvullen. Jezus corrigeert hem zelden direct, maar stelt vragen die Ganid aanzetten tot zelfreflectie en groei.
Ganid leerde veel van Jezus tijdens deze lange en intieme relatie. Ze ontwikkelden een grote genegenheid voor elkaar, en de vader van de jongen probeerde Jezus vele malen over te halen om met hen mee terug te keren naar India, maar Jezus weigerde steeds, daarbij wijzend op de noodzaak om terug te keren naar zijn familie in Palestina.
Intellectuele en spirituele groei
Onder de begeleiding van Jezus leert Ganid onderscheid te maken tussen dogma en levende waarheid. Zijn aanvankelijke neiging tot debat en gelijk krijgen maakt geleidelijk plaats voor begrip, nuance en mededogen. Dit proces vormt een van de meest uitgesproken voorbeelden van persoonlijke ontwikkeling in het verhaal.
Ganid als wereldburger
Door de vele landen en culturen die hij bezoekt, ontwikkelt Ganid een kosmopolitische blik. Hij leert mensen waarderen binnen hun eigen context en ontdekt dat waarheid zich op verschillende manieren kan uitdrukken zonder haar kern te verliezen.
Betekenis in het verhaal
Ganid vertegenwoordigt de jonge, zoekende mens die intellectueel sterk is maar richting nodig heeft. Zijn relatie met Jezus laat zien hoe onderwijs, geduld en persoonlijke aandacht kunnen leiden tot duurzame innerlijke verandering.
Enkele interessante passages uit het verhaal
Ganid begon inmiddels te begrijpen hoe zijn leermeester zijn vrije tijd doorbracht met deze ongewone persoonlijke dienstverlening aan zijn medemensen, en de jonge Indiër ging op zoek naar het motief voor deze onophoudelijke activiteiten. Hij vroeg: “Waarom houd je je zo voortdurend bezig met deze bezoeken aan vreemden?” En Jezus antwoordde: “Ganid, niemand is een vreemdeling voor iemand die God kent.” In de ervaring van het vinden van de Vader in de hemel ontdek je dat alle mensen je broeders zijn. En lijkt het dan vreemd dat je kunt genieten van de opwinding van het ontmoeten van een nieuw ontdekte broeder? Kennismaken met je broeders en zusters, hun problemen kennen en leren van hen te houden, is de allerhoogste levenservaring.”
Toen ze de haven van de stad naderden, raakte de jongeman onder de indruk van de grote vuurtoren van Pharos, gelegen op het eiland dat Alexander via een dam met het vasteland had verbonden, waardoor twee prachtige havens ontstonden en Alexandrië het maritieme handelsknooppunt van Afrika, Azië en Europa werd. Deze grote vuurtoren was een van de zeven wereldwonderen en de voorloper van alle volgende vuurtorens. Ze stonden vroeg in de ochtend op om dit prachtige levensreddende bouwsel van de mens te aanschouwen. En te midden van de uitroepen van Ganid zei Jezus: “En jij, mijn zoon, zult als deze vuurtoren zijn wanneer je terugkeert naar India, zelfs nadat je vader begraven is. Je zult als het licht van leven worden voor degenen die in duisternis om je heen zitten, en aan allen die dat wensen de weg wijzen om veilig de haven van verlossing te bereiken.” En terwijl Ganid in de hand van Jezus kneep, zei hij: “Ik zal het doen.”
Toen Ganid op een dag aan Jezus vroeg waarom hij zich niet aan het werk van een openbare leraar had gewijd, zei hij: “Mijn zoon, alles moet wachten tot zijn tijd gekomen is. Je wordt geboren, maar geen enkele angst of uiting van ongeduld zal je helpen volwassen te worden. Je moet in al zulke zaken wachten op de tijd. Alleen de tijd zal de groene vrucht aan de boom laten rijpen. Seizoen volgt seizoen op seizoen en zonsondergang volgt zonsopgang, alleen met het verstrijken van de tijd. Ik ben nu met jou en je vader op weg naar Rome, en dat is voldoende voor vandaag. Mijn morgen ligt volledig in de handen van mijn Vader in de hemel.” En toen vertelde hij Ganid het verhaal van Mozes en de veertig jaar van waakzaam wachten en voortdurende voorbereiding.
Toen Ganid vroeg wat men kon doen om vrienden te maken, en merkte dat de meeste mensen die ze toevallig ontmoetten zich tot Jezus aangetrokken voelden, zei zijn leraar: “Word geïnteresseerd in je medemens; leer van hen te houden en zoek de gelegenheid om iets voor hen te doen waarvan je zeker weet dat ze dat willen”. En toen citeerde hij het oude Joodse spreekwoord: “Een man die vrienden wil hebben, moet zich vriendelijk tonen.”
Omdat Gonod groeten van de vorsten van India had om over te brengen aan Tiberius, de Romeinse heerser, verschenen de twee Indiërs en Jezus op de derde dag na hun aankomst in Rome voor hem. De sombere keizer was die dag ongewoon opgewekt en praatte lang met het drietal. En toen ze hem hadden verlaten, merkte de keizer, verwijzend naar Jezus, tegen de adjudant rechts van hem op: “Als ik de koninklijke houding en de hoffelijke manieren van die kerel had, zou ik een echte keizer zijn, toch?”
Hier in Rome vond ook het ontroerende voorval plaats waarbij de Schepper van een heel lokaal universum enkele uren besteedde aan het teruggeven van een verloren kind aan zijn bezorgde moeder. Deze kleine jongen was van huis weggelopen en Jezus trof hem huilend en bedroefd aan. Hij en Ganid waren onderweg naar de bibliotheken, maar ze wijdden zich aan het terugbrengen van het kind naar huis. Ganid vergat nooit het commentaar van Jezus: “Weet je, Ganid, de meeste mensen zijn net als dit verloren kind. Ze brengen veel van hun tijd huilend van angst en lijdend van verdriet door, terwijl ze in werkelijkheid heel dicht bij veiligheid en zekerheid zijn, net zoals dit kind maar een klein stukje van huis was. En allen die de weg van de waarheid kennen en de zekerheid genieten van het kennen van God, zouden het als een voorrecht, en niet als een plicht, moeten beschouwen om hun medemensen te begeleiden in hun pogingen om de voldoening van het leven te vinden. Hebben wij niet enorm genoten van deze service om het kind bij zijn moeder terug te brengen? Zo ervaren ook zij die mensen tot God leiden de ultieme voldoening van menselijke dienstbaarheid.” En vanaf die dag, gedurende de rest van zijn leven, was Ganid voortdurend op zoek naar verloren kinderen die hij weer bij hen thuis kon brengen.
Ze hadden tijdens hun reis naar de meren toevallig een onnadenkende niet-gelovige ontmoet, en Ganid was verbaasd dat Jezus niet zijn gebruikelijke gewoonte volgde om de man in een gesprek te betrekken, wat vanzelfsprekend zou leiden tot een discussie over spirituele vragen. Toen Ganid zijn leraar vroeg waarom hij zo weinig interesse toonde in deze man, antwoordde Jezus: “Ganid, de man hongerde niet naar waarheid. Hij was niet ontevreden met zichzelf. Hij was niet bereid om hulp te vragen, en de ogen van zijn verstand waren niet open om licht voor de ziel te ontvangen. Die mens was niet rijp voor de oogst van de verlossing; hem moet meer tijd worden gegund voor de beproevingen en moeilijkheden van het leven, om hem voor te bereiden op het ontvangen van wijsheid en hogere kennis. Of, als we hem bij ons konden laten wonen, zouden we hem door het voorbeeld van ons leven de Vader in de hemel kunnen laten zien, en zou hij zo aangetrokken worden door ons leven als zonen van God dat hij gedwongen zou zijn om naar onze Vader te informeren. Je kunt God niet openbaren aan hen die Hem niet zoeken; je kunt onwillige zielen niet leiden naar de vreugde van de verlossing. De mens moet hongerig worden naar waarheid als gevolg van de ervaringen van het leven, of hij moet ernaar verlangen God te kennen als gevolg van contact met de levens van hen die de goddelijke Vader kennen, voordat een ander mens kan optreden als middel om zo’n medemens naar de Vader in de hemel te leiden. Als we God kennen, is onze werkelijke taak op aarde zo te leven dat we de Vader toestaan zich in ons leven te openbaren, en zo zullen alle Godzoekende mensen de Vader zien en onze hulp vragen om meer te weten te komen over de God die op deze manier tot uitdrukking komt in ons leven.”
Samen een nieuwe religie maken!
“Zie je, Gonod, Boeddha kende God in spirit, maar slaagde er niet in hem duidelijk in zijn verstand (‘in mind’) te ontdekken; de Joden ontdekten God in hun verstand, maar slaagden er grotendeels niet in Hem in spirit te kennen. Tegenwoordig ploeteren de boeddhisten rond in een filosofie zonder God, terwijl mijn volk jammerlijk verslaafd is aan de angst voor een God zonder een reddende filosofie van leven en vrijheid. Jij hebt een filosofie zonder God; de Joden hebben wel een God, maar missen grotendeels een daaraan gerelateerde levensfilosofie. Boeddha, die er niet in slaagde God te zien als spirit en als een Vader, slaagde er ook niet in om in zijn leer de morele energie en de spirituele drijvende kracht te verschaffen die een religie moet bezitten om een ras te veranderen en een natie te verheffen.”
Toen riep Ganid uit: “Meester, laten jij en ik een nieuwe religie stichten, een die goed genoeg is voor India en groot genoeg voor Rome, en misschien kunnen we die dan ruilen met de Joden voor Jahweh.”
En Jezus antwoordde: “Ganid, religies worden niet gemaakt. De religies van mensen groeien over lange perioden, terwijl de openbaringen van God over de aarde flitsen in de levens van de mensen die God aan hun medemensen openbaren.”
Maar ze begrepen de betekenis van deze profetische woorden niet. Die nacht, nadat ze zich hadden teruggetrokken, kon Ganid niet slapen. Hij praatte lang met zijn vader en zei uiteindelijk: “Weet je, vader, ik denk soms dat Joshua een profeet is.” En zijn vader antwoordde slechts slaperig: “Mijn zoon, er zijn anderen”
Vanaf die dag, en gedurende de rest van zijn leven, bleef Ganid zijn eigen religie ontwikkelen. Hij werd in zijn eigen intellect enorm geraakt door de ruimdenkendheid, eerlijkheid en tolerantie van Jezus. In al hun discussies over filosofie en religie ervoer deze jongeman nooit gevoelens van wrok of reacties van vijandigheid.
Wat een tafereel voor de hemelse intelligenties om te aanschouwen, dit schouwspel van de Indiase jongen die aan de Schepper van een lokaal universum voorstelt een nieuwe religie te stichten! En hoewel de jongeman het niet wist, stichtten ze op dat moment een nieuwe en eeuwige religie – deze nieuwe weg van verlossing, de openbaring van God aan de mens door en in Jezus. Wat de jongen het liefst wilde doen, deed hij onbewust ook daadwerkelijk.
En het was, en is, altijd zo. Dat wat de verlichte en beschouwende menselijke verbeelding van spirituele lering en leiding van harte en onzelfzuchtig wil doen en zijn, wordt meetbaar creatief/scheppend in overeenstemming met de mate van sterfelijke toewijding aan het goddelijke doen van de wil van de Vader. Wanneer de mens een partnerschap aangaat met God, kunnen en gebeuren er grote dingen.
Nalatenschap
Ganids blijvende betekenis ligt in het voorbeeld van een jeugdige geest die leert groeien zonder zijn kritische vermogen te verliezen. Hij belichaamt de mogelijkheid van een harmonische ontwikkeling van mind en spirit binnen het gewone menselijke leven en van het aangaan van dit creatief/scheppende partnerschap met God.
