Wie is Immanuel?
Immanuel is een hoge spirituele persoonlijkheid die nauw verbonden is met Jezus vóór, tijdens en na diens leven op aarde. In het verhaal noemt Jezus hem “mijn oudere broer”. Immanuel verschijnt slechts op enkele sleutelmomenten, vooral wanneer het gaat over de voorbereiding van Jezus leven op aarde, de bewustwording van zijn missie en de gebeurtenissen rond zijn opstanding.
Hij treedt daarbij op als een raadgever en vertrouweling van Jezus. Zijn rol is niet om Jezus te sturen of te controleren, maar om advies te geven wanneer Jezus daarom vraagt. In het verhaal vertegenwoordigt hij de hogere orde van bestuur in het universum en bewaakt hij de voorwaarden waaronder Jezus zijn leven op aarde volbrengt.
Relatie tot Jezus
Jezus spreekt over Immanuel als “mijn oudere broer”. Daarmee drukt hij een relatie van vertrouwen en spirituele verbondenheid uit. Immanuel kent het plan van het leven van Jezus op aarde en geeft hem vooraf verschillende raadgevingen over hoe hij zijn missie zal uitvoeren.
We lezen in Hoofdstuk 7:
Jezus maakte bezwaar tegen slechts één titel die op hem werd toegepast: Toen hij een keer Immanuel werd genoemd, antwoordde hij eenvoudigweg: “Niet ik, dat is mijn oudere broer.”
Tijdens het leven van Jezus op aarde verschijnt Immanuel meestal niet als een zichtbaar aanwezige persoon. Zijn rol wordt vooral zichtbaar in herinneringen van Jezus aan eerdere gesprekken, of in spirituele communicatie op belangrijke momenten in het verloop van zijn missie.
Rol in het verhaal
Immanuel verschijnt in het verhaal vooral in verband met drie soorten gebeurtenissen: de voorbereiding, begeleiding en afronding van de missie van Jezus op aarde.
Herinneringen uit de jeugd van Jezus
Wanneer Jezus nog jong is, worden enkele vroege ervaringen beschreven waarin hij zich bewust wordt van zijn bijzondere opdracht. Daarbij wordt Immanuel genoemd als degene die hem eerder heeft voorbereid op het moment waarop zijn missie op aarde zou beginnen.
De voorbereiding van het openbare werk
Aan het begin van Jezus openbare werk herinnert hij zich opnieuw de raadgevingen die Immanuel hem vóór zijn komst naar de aarde heeft gegeven. Deze adviezen spelen een rol in de manier waarop Jezus zijn missie vormgeeft en hoe hij omgaat met macht, wonderen en persoonlijke erkenning.
Gebeurtenissen rond de opstanding
Na de kruisiging en de opstanding van Jezus verschijnt Immanuel opnieuw in het verhaal. In deze passages wordt beschreven hoe Jezus, als heerser van zijn universum, contact heeft met Immanuel en hem samen met andere hoge persoonlijkheden instructies geeft voor het verdere bestuur tijdens zijn afwezigheid vanwege de missie die hij dan op Aarde uitvoert.
Waar Immanuel voorkomt in het verhaal
- Hoofdstuk 3: Als jongen hoort Jezus innerlijk dat zijn “uur is gekomen”, een herinnering aan eerdere instructies van Immanuel.
- Hoofdstuk 7: Jezus verwijst naar Immanuel en noemt hem “mijn oudere broer”.
- Hoofdstuk 8: Jezus denkt terug aan de conferentie die voorafging aan zijn leven op aarde.
- Hoofdstuk 12: Jezus ontmoet en overwint de rebellerende persoonlijkheden die zijn missie wilden verstoren.
- Hoofdstuk 14: Jezus herinnert zich volledig de raadgevingen die Immanuel hem had gegeven vóór zijn komst naar de aarde.
- Hoofdstuk 14: Immanuel laat Jezus weten dat zijn leven op aarde bijna voltooid is.
- Hoofdstuk 14: Jezus zendt zijn groeten en verzekeringen aan Immanuel.
- Hoofdstuk 14: Na zijn doop denkt Jezus na over de raadgevingen van Immanuel.
- Hoofdstuk 14: Er wordt verwezen naar een verzoek dat Immanuel aan Jezus heeft gedaan.
- Hoofdstuk 64: Na de kruisiging wordt communicatie beschreven tussen Jezus en Immanuel.
- Hoofdstuk 65: De opstanding van Jezus wordt aangekondigd.
- Hoofdstuk 65: Jezus geeft na zijn opstanding instructies aan Gabriel en Immanuel.
Meer achtergrond
De raadgevingen die Immanuel aan Jezus gaf vóór diens leven op aarde spelen een belangrijke rol in het verhaal. Een nadere bespreking daarvan is te vinden op de pagina: Raadgevingen van Immanuel aan Michael.
Wie meer wil lezen over de bredere rol van Immanuel in het bestuur van het universum kan dat vinden in een beschrijving in het Urantia Boek:
Verhandeling 33 – Het bestuur van het plaatselijk universum.
