Wie is Judas, de broer van Jezus?

Judas was de jongste broer van Jezus binnen het gezin van Jozef en Maria in Nazareth. Hij werd geboren in 3 n.Chr. en groeide op in hetzelfde huis als Jezus, Jacobus, Jozef, Simon en hun zussen. In het verhaal verschijnt Judas als een gevoelige, impulsieve en temperamentvolle jongen, die sterk aan Jezus gehecht was maar hem niet altijd begreep.

Jeugd in het gezin van Nazareth

Judas groeide op in de jaren waarin Jezus al vroeg verantwoordelijkheid droeg voor het gezin. Als jongste broer stond hij dicht bij de dagelijkse zorg van Jezus, maar juist daardoor reageerde hij ook vaak sterk en direct op dingen die hem raakten.

Binnen het gezin had Judas een levendig en gevoelig karakter. Hij kon snel enthousiast zijn, maar ook snel gekwetst raken. Jezus hield daar rekening mee en probeerde hem stap voor stap te leren hoe hij zijn gevoelens beter kon beheersen.

Jezus en Judas in Jeruzalem

Toen Judas nog jong was, nam Jezus hem mee naar Jeruzalem voor het Pesachfeest. Tijdens deze reis kwamen de twee in een moeilijke situatie met de autoriteiten terecht en brachten zij een nacht onder gedwongen toezicht door. Die ervaring maakte diepe indruk op Judas en liet hem opnieuw zien hoe kalm en beheerst Jezus bleef, ook in onverwachte omstandigheden.

Hoofdstuk 7 beschrijft het zo:

Omdat dit er zo voor stond, en omdat hij zijn andere broers naar Jeruzalem had meegenomen voor hun eerste Pesach-ceremonies, besloot Jezus Judas (die net was afgestudeerd aan de synagogeschool) te vergezellen bij zijn eerste bezoek aan de tempel.

Ze gingen op naar Jeruzalem en keerden terug langs dezelfde route, de Jordaanvallei, omdat Jezus problemen vreesde als hij zijn jonge broer door Samaria zou leiden. Reeds in Nazareth was Judas door zijn overhaaste aard, gecombineerd met zijn sterke patriottische gevoelens, al verschillende keren in lichte moeilijkheden geraakt.

Ze kwamen op tijd in Jeruzalem aan en waren op weg voor een eerste bezoek aan de tempel, waarvan de aanblik alleen al Judas tot in het diepst van zijn ziel had beroerd en ontroerd, toen ze toevallig Lazarus van Bethanië ontmoetten. Terwijl Jezus met Lazarus sprak en probeerde te regelen dat ze samen het Pesach zouden vieren, veroorzaakte Judas echte problemen voor hen allen. Vlakbij stond een Romeinse bewaker die enkele ongepaste opmerkingen maakte over een Joods meisje dat voorbijkwam. Judas werd rood van woede en aarzelde niet om zijn verontwaardiging over zo’n ongepastheid rechtstreeks aan de soldaat te uiten, binnen gehoorsafstand van de soldaat. En de Romeinse legionairs waren nu eenmaal zeer gevoelig voor alles wat grensde aan Joods gebrek aan respect. Daarom arresteerde de bewaker Judas prompt. Dit was te veel voor de jonge patriot, en voordat Jezus hem met een waarschuwende blik kon waarschuwen, had hij zich al overgegeven aan een spraakzame aanklacht vol van opgekropte anti-Romeinse gevoelens, wat de zaak alleen maar erger maakte. Judas werd, met Jezus aan zijn zijde, onmiddellijk naar de militaire gevangenis gebracht.

Jezus probeerde Judas onmiddellijk te laten verhoren of hem op tijd voor de Pesachviering die avond vrij te krijgen, maar hij slaagde daar niet in. Aangezien de volgende dag een ‘heilige samenkomst’ was, zouden in Jeruzalem zelfs de Romeinen het niet aandurven om aanklachten tegen een Jood aan te horen. Daarom bleef Judas in gevangenschap tot de ochtend van de tweede dag na zijn arrestatie, en Jezus bleef bij hem in de gevangenis. Ze waren niet aanwezig in de tempel bij de ceremonie van het ontvangen van de zonen der wet tot het volledige burgerschap van Israël. Judas onderging deze formele ceremonie pas enkele jaren later, toen hij de volgende keer in Jeruzalem was tijdens een Pascha en in verband met zijn propagandawerk ten behoeve van de Zeloten, de patriottische organisatie waartoe hij behoorde en waarin hij zeer actief was.

De ochtend na hun tweede dag in de gevangenis verscheen Jezus voor de militaire magistraat namens Judas. Door excuses aan te bieden voor de jeugdigheid van zijn broer en door een verdere uitleg, met een oordeelkundige verklaring over het provocerende karakter van de gebeurtenis die tot de arrestatie van zijn broer had geleid, behandelde Jezus de zaak zo dat de magistraat van mening was dat de jonge Jood wellicht een excuus had voor zijn gewelddadige uitbarsting. Nadat hij Judas had gewaarschuwd zich niet opnieuw schuldig te maken aan dergelijke onbezonnenheid, zei hij tegen Jezus toen hij hen wegstuurde: “Houd de jongen maar beter in de gaten; hij kan jullie allemaal veel problemen bezorgen.” En de Romeinse rechter sprak de waarheid. Judas bezorgde Jezus aanzienlijke problemen, en dat was altijd het geval: botsingen met de burgerlijke autoriteiten vanwege zijn onnadenkende en onverstandige patriottische uitbarstingen.

Jezus en Judas liepen naar Bethanië om daar te overnachten en legden uit waarom ze hun afspraak voor het paasmaal niet waren nagekomen. De volgende dag vertrokken ze naar Nazareth. Jezus vertelde het gezin niets over de arrestatie van zijn jonge broer in Jeruzalem, maar hij had ongeveer drie weken na hun terugkeer een lang gesprek met Judas over deze gebeurtenis. Na dit gesprek met Jezus vertelde Judas het zelf aan het gezin. Hij vergat nooit het geduld en de verdraagzaamheid die zijn broer-vader aan de dag legde tijdens deze hele moeilijke ervaring.

De gesprekken tussen Jezus en Judas tijdens deze reis horen tot de belangrijke vormende momenten in zijn jonge leven.

Karakter en levenskeuze

Judas wordt in het verhaal beschreven als temperamentvol en gevoelig. Hij voelde dingen sterk aan en reageerde vaak vanuit zijn emoties. Tegelijk had hij een oprechte aard en een groot vermogen tot trouw.

Toen hij volwassen begon te worden, besprak hij met Jezus welke richting hij in zijn leven moest kiezen. Uiteindelijk koos Judas voor het vissersvak en verhuisde hij naar Magdala. Deze stap gaf hem een meer zelfstandige plaats buiten het ouderlijk huis in Nazareth.

Na de huwelijken van zijn oudere broers en zussen werd Judas ook gunstig geraakt door de manier waarop het gezinsleven zich ontwikkelde. Hij nam zich toen nadrukkelijk voor zijn eigen plicht binnen de familie serieus te vervullen.

Huwelijk en verdere volwassenwording

In 24 n.Chr., toen Jezus terugkeerde van zijn reis door het Middellandse Zeegebied, trouwde Judas tegelijk met zijn broer Simon tijdens een dubbelhuwelijk in Nazareth. Vanaf dat moment begon ook voor Judas een nieuwe levensfase als volwassen man met een eigen huishouden.

In deze jaren groeide ook zijn belangstelling voor Jezus en diens levensmissie. Hij begon zich steeds serieuzer af te vragen wie zijn oudste broer werkelijk was en wat zijn taak in de wereld betekende.

Judas en het openbare werk van Jezus

Toen Jezus zijn openbare werk begon, raakte Judas daar sterker bij betrokken dan sommige andere familieleden. Hij werd samen met Jezus gedoopt door Johannes de Doper en was aanwezig bij de bruiloft in Kana.

Na de gebeurtenissen in Kana volgde een belangrijk gesprek met Jezus. Ook hoorde Judas later een krachtige toespraak van Jezus in een boot, samen met de apostelen. Zulke momenten maakten grote indruk op hem en trokken hem dichter naar de beweging rond Jezus toe.

Toch bleef de verhouding tussen Jezus en Judas niet altijd eenvoudig. Op een bepaald moment raakten de gevoelens van Judas diep gekwetst, waardoor er een zekere verwijdering ontstond tussen hem en Jezus. Later miste hij ook twee ontmoetingen met Jezus, iets wat zijn innerlijke onrust nog vergrootte.

Judas tijdens de kruisiging

Tijdens de gebeurtenissen rond de kruisiging was Judas aanwezig in Jeruzalem. Hij behoorde tot de familieleden die deze crisis van zeer dichtbij meemaakten. Anders dan in de eerdere jaren bleef hij nu niet meer op afstand van wat er gebeurde.

Na de kruisiging hielp Judas op de sabbat de vrouwen naar het huis van Elijah Marcus te brengen. Daarmee speelde hij een praktische rol in de zorg voor de directe kring rond Jezus en zijn familie.

Judas en de opstanding

Judas hoorde van de berichten over de opstanding en was ook aanwezig toen Jezus aan zijn aardse familie verscheen. Dat moment betekende een beslissend keerpunt voor zijn houding tegenover de missie van zijn oudste broer.

Waar Judas eerder had geworsteld met verwarring, gekwetstheid en onbegrip, werd hij nu definitief bevestigd in het besef dat Jezus werkelijk een taak van hogere orde had vervuld.

Betekenis in het verhaal

Judas, de broer van Jezus, is een van de familieleden bij wie het verhaal de innerlijke worsteling rond Jezus het duidelijkst laat zien. Hij stond dicht bij Jezus, voelde veel aan, maar had ook moeite met teleurstelling, misverstand en persoonlijke gevoeligheid.

Juist daardoor laat zijn levensweg goed zien hoe ook binnen de eigen familie van Jezus geloof en begrip niet vanzelf kwamen, maar door ervaring, crisis en groei heen moesten ontstaan.

Waar deze persoon voorkomt in het verhaal

Judas, de broer van Jezus, verschijnt op verschillende momenten in het verhaal:

  • Hoofdstuk 3 – De geboorte van Judas.
  • Hoofdstuk 7 – Jezus en Judas reizen samen naar Jeruzalem en raken in moeilijkheden met de autoriteiten.
  • Hoofdstuk 7 – Het temperament van Judas; Judas kiest voor het vissersvak en verhuist naar Magdala; Judas wordt gunstig beïnvloed door de huwelijken van zijn broer en zus en neemt zich voor zijn plicht te doen.
  • Hoofdstuk 8 – Judas raakt meer geïnteresseerd in Jezus en zijn missie.
  • Hoofdstuk 12 – Jezus keert terug naar Nazareth; Judas is inmiddels getrouwd.
  • Hoofdstuk 13 – Judas wordt samen met Jezus gedoopt door Johannes de Doper.
  • Hoofdstuk 15 – De bruiloft in Kana en de rol van Judas daar.
  • Hoofdstuk 15 – Het gesprek met Jezus na Kana.
  • Hoofdstuk 15 – Jezus spreekt in de boot tot Judas en de apostelen.
  • Hoofdstuk 16 – De gevoelens van Judas raken gekwetst en er ontstaat verwijdering tussen hem en Jezus.
  • Hoofdstuk 32 – Eerste gemiste ontmoeting met Jezus.
  • Hoofdstuk 35 – Tweede gemiste ontmoeting met Jezus.
  • Hoofdstuk 63 – Judas is aanwezig bij de kruisiging.
  • Hoofdstuk 63 – Op de sabbat helpt Judas de vrouwen naar het huis van Elijah Marcus te brengen.
  • Hoofdstuk 66 – Judas hoort van de opstanding.
  • Hoofdstuk 66 – Jezus verschijnt aan zijn aardse familie.