Endor was een klein dorp in Galilea nabij Nazareth. Jezus bezocht het tijdens zijn jeugd en tijdens zijn predikingsreizen en gaf er uitleg over verhalen rond geesten en communicatie met de doden.
Ligging en geografische context
Endor was een klein dorp in de streek van Galilea, niet ver van Nazareth. De precieze ligging van het dorp is niet met zekerheid bekend, maar het wordt doorgaans geplaatst in het gebied ten zuiden van Nazareth, in de heuvels aan de rand van de Jizreëlvallei.
Historische achtergrond
Endor is vooral bekend uit een oud verhaal waarin koning Saul een waarzegster raadpleegt om de geest van de profeet Samuel op te roepen. Hierdoor keerde het dorp in latere tradities terug in de bijnaam “de waarzegster van Endor”. In de tijd van Jezus was Endor een klein plattelandsdorp zonder bijzondere politieke of economische betekenis.
Endor in het leven van Jezus
Tijdens zijn jeugd bezocht Jezus Endor meerdere keren samen met zijn vader Jozef, die daar soms werk verrichtte. In die periode reisde Jezus geregeld met hem mee naar het dorp.
Later, tijdens zijn jaar van afzonderlijke omzwervingen, kwam Jezus opnieuw in Endor. Ook tijdens de eerste predikingsreis door Galilea bezochten Jezus en zijn apostelen het dorp.
In Endor gaf Jezus een uitleg over het bekende verhaal van de “waarzegster van Endor”. Maar Jezus maakte bij die gelegenheid duidelijk dat de doden niet terugkeren om met de levenden te communiceren en dat verhalen over “geesten” die mensen bezitten berusten op misverstanden over spirituele verschijnselen.
Jezus vertelde zijn apostelen duidelijk dat de verdwaalde en opstandige ‘middenwezens’, die zich vaak hadden voorgedaan als de vermeende ‘geesten’ van de doden, spoedig onder controle zouden worden gebracht, zodat ze deze vreemde dingen niet meer konden doen. Hij vertelde zijn volgelingen dat, nadat hij tot de Vader was teruggekeerd en nadat hij zijn Spirit van Waarheid zou hebben uitgestort over alle sterfelijke lichamen, zulke half-geestelijke wezens – zogenaamde ‘onreine geesten’ – de zwakzinnigen en kwaadaardigen onder de stervelingen niet meer zouden kunnen bezitten.
Jezus legde zijn apostelen verder uit dat de ‘geesten’ van overleden mensen niet terugkeren naar de wereld van hun oorsprong om met hun levende medemensen te communiceren. Pas na het verstrijken van een dispensationeel tijdperk zou het mogelijk zijn voor de voortschrijdende spirit van de sterfelijke mens om naar de aarde terug te keren, en dan alleen in uitzonderlijke gevallen en als onderdeel van het spirituele bestuur van de planeet.
