Jozef en Maria trouwden, volgens Joods gebruik, in Maria’s huis in de omgeving van Nazareth toen Jozef eenentwintig jaar oud was. Dit huwelijk sloot een normale verkering van bijna twee jaar af. Kort daarna verhuisden ze naar hun nieuwe huis in Nazareth, dat Jozef met de hulp van twee van zijn broers had gebouwd. Het huis lag aan de voet van het nabijgelegen heuvelland dat zo’n charmant uitzicht bood op het omliggende landschap. Deze jonge en aanstaande ouders hadden gedacht het kind van de belofte te verwelkomen in dit speciaal voorbereide huis, zich er niet van bewust dat deze belangrijke gebeurtenis in het universum zich zou afspelen terwijl zij niet thuis zouden zijn, maar in Bethlehem in Judea.
Het huis van Jezus lag niet ver van de hoge heuvel in het noordelijke deel van Nazareth, op enige afstand van de dorpsbron, die zich in het oostelijke deel van de stad bevond. De familie van Jezus woonde aan de rand van de stad, en dit maakte het later des te gemakkelijker voor hem om regelmatig op het platteland te wandelen en tochten te maken naar de top van dit nabijgelegen hoogland, de hoogste van alle heuvels in Zuid-Galilea, afgezien van de berg(keten) Tabor in het oosten en de heuvel van Naïn, die ongeveer even hoog was. Hun huis lag iets ten zuiden en oosten van de zuidelijke kaap van deze heuvel en ongeveer halverwege tussen de voet van deze verhoging en de weg die van Nazareth naar Kana leidde. Naast het beklimmen van de heuvel, was de favoriete wandeling van Jezus het volgen van een smal pad dat zich in noordoostelijke richting om de voet van de heuvel slingerde tot een punt waar het samenkwam met de weg naar Sepphoris.
Het huis van Jozef en Maria was een stenen gebouw met één kamer, een plat dak en een aangrenzend gebouw voor het huisvesten van de dieren. Het meubilair bestond uit een lage stenen tafel, aardewerken en stenen schalen en potten, een weefgetouw, een lampenstandaard, verschillende kleine krukjes, en matten om op de stenen vloer te slapen. In de achtertuin, vlakbij het dierenverblijf, bevond zich de overkapping die de oven en de graanmaalmolen bedekte. Er waren twee personen nodig om dit type molen te bedienen, één om te malen en een ander om het graan in te voeren. Als kleine jongen voerde Jezus vaak graan in voor deze molen terwijl zijn moeder de molen draaide.
In latere jaren, toen het gezin groeide, hurkten ze allemaal rond de vergrote stenen tafel om van hun maaltijden te genieten, waarbij ze zichzelf bedienden uit een gemeenschappelijke schaal, of pot, met voedsel. In de winter werd de tafel tijdens de avondmaaltijd verlicht door een kleine, platte kleilamp, gevuld met olijfolie5. Na de geboorte van Martha bouwde Jozef een aanbouw aan dit huis, een grote kamer, die overdag als timmerwerkplaats en ’s nachts als slaapkamer werd gebruikt.
