Inleiding
Op de eerste dag van de week, 19 januari, 27 n.Chr., maakten Jezus en de twaalf apostelen zich gereed om te vertrekken vanuit hun hoofdkwartier in Bethsaida. De twaalf wisten niets van de plannen van hun Meester, behalve dat ze naar Jeruzalem zouden gaan om het Pesachfeest in april bij te wonen en dat het de bedoeling was om via de Jordaanvallei te reizen. Ze verlieten het huis van Zebedeüs pas rond het middaguur, omdat de families van de apostelen en andere discipelen waren gekomen om afscheid te nemen en hen het beste te wensen met het nieuwe werk dat ze op het punt stonden te beginnen.
Vlak voor hun vertrek misten de apostelen de Meester, en Andreas ging op zoek naar hem. Na een korte zoektocht vond hij Jezus zittend in een bootje aan het strand, en hij was aan het huilen. De twaalf hadden hun Meester vaak gezien wanneer hij leek te rouwen, en ze hadden zijn korte periodes van ernstige bezorgdheid aanschouwd, maar niemand van hen had hem ooit zien huilen. Andreas was enigszins geschokt toen hij de Meester zo aangedaan zag aan de vooravond van hun vertrek naar Jeruzalem, en hij waagde het Jezus te benaderen en te vragen: “Op deze grote dag, Meester, waarop we naar Jeruzalem vertrekken om het koninkrijk van de Vader te verkondigen, waarom huilt U? Wie van ons heeft U beledigd?” En Jezus, die met Andreas terugging om zich bij de twaalf te voegen, antwoordde hem: “Niemand van jullie heeft mij verdriet gedaan. Ik ben alleen bedroefd omdat niemand van de familie van mijn vader Jozef eraan gedacht heeft om ons Gods zegen te wensen.” Op dat moment was Ruth op bezoek bij haar broer Jozef in Nazareth. Andere leden van zijn familie bleven weg werden door trots, teleurstelling, misverstanden en kleinzielige wrok die werd geuit als gevolg van gekwetste gevoelens.
Galilea verlaten
Capernaum lag niet ver van Tiberias, en de roem van Jezus begon zich te verspreiden over heel Galilea en zelfs naar streken daarbuiten. Jezus wist dat Herodes spoedig zijn werk zou opmerken. Daarom achtte hij het het beste om met zijn apostelen zuidwaarts naar Judea te reizen. Een groep van meer dan honderd gelovigen wilde met hen meegaan, maar Jezus sprak hen aan en verzocht hen dringend de apostolische groep niet te vergezellen op hun tocht langs de Jordaan. Hoewel ze ermee instemden achter te blijven, volgden velen van hen de Meester binnen een paar dagen.
De eerste dag reisden Jezus en de apostelen slechts tot Tarichea, waar ze de nacht doorbrachten. De volgende dag reisden ze naar een punt aan de Jordaan, vlakbij Pella, waar Johannes ongeveer een jaar eerder had gepredikt en waar Jezus gedoopt was. Hier bleven ze meer dan twee weken, onderwijzend en predikend. Tegen het einde van de eerste week hadden zich enkele honderden mensen verzameld in een kamp vlakbij de plek waar Jezus en de twaalf woonden, en ze waren gekomen uit Galilea, Phenicië, Syria, de Dekapolis, Perea en Judea.
Jezus predikte niet in het openbaar. Andreas verdeelde de menigte en wees de predikers aan voor de bijeenkomsten in de voormiddag en de middag. Na de avondmaaltijd sprak Jezus met de twaalf. Hij leerde hun niets nieuws, maar herhaalde zijn eerdere leer en beantwoordde hun vele vragen. Op een van deze avonden vertelde hij de twaalf iets over de veertig dagen die hij in de heuvels bij deze plaats had doorgebracht.
Velen van degenen die uit Perea en Judea kwamen, waren door Johannes gedoopt en wilden graag meer te weten komen over de leringen van Jezus. De apostelen boekten veel vooruitgang in het onderwijzen van de discipelen van Johannes, omdat ze op geen enkele manier afbreuk deden aan de prediking van Johannes, en omdat ze op dat moment zelfs hun nieuwe discipelen niet doopten. Maar het was altijd een struikelblok voor de volgelingen van Johannes dat Jezus, als hij alles was wat Johannes had verkondigd, niets deed om hem uit de gevangenis te krijgen. De discipelen van Johannes konden nooit begrijpen waarom Jezus de wrede dood van hun geliefde leider niet had voorkomen.
Van nacht tot nacht instrueerde Andreas zijn mede-apostelen zorgvuldig in de delicate en moeilijke taak om soepel om te gaan met de volgelingen van Johannes de Doper. Gedurende dit eerste jaar van de openbare missie van Jezus had meer dan driekwart van zijn volgelingen Johannes al gevolgd en zijn doop ontvangen. Dit hele jaar 27 n.Chr. werd besteed aan het rustig overnemen van het werk van Johannes in Perea en Judea.
Gods wet en de wil van de Vader
De avond voordat ze Pella verlieten, gaf Jezus de apostelen verdere instructies met betrekking tot het nieuwe koninkrijk. De Meester zei: “Jullie hebben geleerd uit te zien naar de komst van het koninkrijk van God, en nu kom ik aankondigen dat dit langverwachte koninkrijk nabij is, ja, dat het al hier is en in ons midden. In elk koninkrijk moet een koning op zijn troon zitten en de wetten van het rijk uitvaardigen. En zo hebben jullie een concept ontwikkeld van het hemelse koninkrijk als een verheerlijkte heerschappij van het Joodse volk over alle volken van de aarde, met de Messias zittend op Davids troon en vanuit die plaats van wonderbaarlijke macht de wetten van de hele wereld verkondigend. Maar, mijn kinderen, jullie zien niet met het oog van het geloof, en jullie horen niet met het begrip van de spirit. Ik verklaar dat het hemelse koninkrijk de realisatie en erkenning is van Gods heerschappij in de harten van de mensen. Het is waar, er is een Koning in dit koninkrijk, en die Koning is mijn Vader en jullie Vader. Wij zijn inderdaad zijn loyale onderdanen, maar ver boven dat feit uitstijgend is de transformerende waarheid dat wij zijn kinderen zijn. In mijn leven moet deze waarheid zich aan allen openbaren. Onze Vader zit ook op een troon, maar niet een die met handen gemaakt is. De troon van het Oneindige is de eeuwige woonplaats van de Vader in de hemel der hemelen. Hij vult alle dingen en verkondigt Zijn wetten aan universum na universum. En de Vader heerst ook in de harten van zijn kinderen op aarde door de Mentor-Spirit die hij heeft gezonden om in de zielen van sterfelijke mensen te leven.”
“Wanneer jullie de onderdanen van dit koninkrijk zijn, wordt jullie inderdaad de wet van de Heerser van het Universum aangeleerd. Maar wanneer je, vanwege het evangelie van het koninkrijk dat ik ben komen verkondigen, jezelf in geloof ontdekt als kinderen, beschouw je jezelf voortaan niet meer als wets-onderworpen schepselen van een almachtige koning, maar als bevoorrechte kinderen van een liefhebbende en goddelijke Vader. Voorwaar, voorwaar, ik zeg jullie, wanneer de wil van de Vader jouw wet is, ben je nauwelijks in het koninkrijk. Maar wanneer de wil van de Vader werkelijk jouw wil wordt, dan ben je in werkelijkheid in het koninkrijk, omdat het koninkrijk daardoor een gevestigde ervaring in jou is geworden. Wanneer Gods wil jouw wet is, ben je edele slaven-onderdanen; maar wanneer je gelooft in dit nieuwe evangelie van kind-van-God-zijn wordt de wil van mijn Vader jouw wil en word je verheven tot de hoge positie van de vrije kinderen van God, bevrijde kinderen van het koninkrijk.”
Sommige apostelen begrepen iets van deze leer, maar niemand van hen begreep de volledige betekenis van deze geweldige aankondiging, tenzij het Jacobus Zebedeüs was. Maar deze woorden drongen in hun harten door en kwamen naar voren om hun missie in latere jaren van dienst te verblijden.
Het verblijf te Amathus
De Meester en zijn apostelen bleven bijna drie weken in de buurt van Amathus [ook genoemd en zichtbaar op een kaartje hier] De apostelen bleven tweemaal daags prediken tot de menigte, en Jezus predikte elke sabbathmiddag. Het werd onmogelijk om de recreatietijd op woensdag voort te zetten. Daarom regelde Andreas dat twee apostelen een dag van de zes dagen in de week zouden rusten, terwijl ze allemaal dienst hadden tijdens de sabbathdiensten.
Petrus, Jacobus en Johannes verzorgden het grootste deel van de openbare prediking. Filippus, Nathanaël, Thomas en Simon deden veel van het persoonlijke werk en gaven lessen aan speciale groepen belangstellenden; de tweeling zette hun algemene politietoezicht voort, terwijl Andreas, Mattheüs en Judas zich ontwikkelden tot een algemeen bestuurscomité van drie, hoewel elk van deze drie ook aanzienlijk religieus werk deed.
Andreas was druk bezig met de taak de steeds terugkerende misverstanden en meningsverschillen tussen de discipelen van Johannes de Doper en de nieuwere discipelen van Jezus op te lossen. Om de paar dagen ontstonden er ernstige situaties, maar Andreas slaagde er, met de hulp van zijn apostolische medewerkers, in om de strijdende partijen tot een soort van overeenkomst te bewegen, althans tijdelijk. Jezus weigerde deel te nemen aan een van deze besprekingen. Evenmin gaf hij advies over de juiste oplossing van deze moeilijkheden. Hij deed nooit een suggestie over hoe de apostelen deze verwarrende problemen zouden moeten oplossen. Wanneer Andreas met deze vragen bij Jezus kwam, zei hij altijd: “Het is niet verstandig voor de gastheer om zich te bemoeien met de familieproblemen van zijn gasten. Een verstandige ouder kiest nooit partij in de kleine ruzies van zijn eigen kinderen.”
De Meester toonde grote wijsheid en toonde volmaakte eerlijkheid in zijn omgang met al zijn apostelen en al zijn discipelen. Jezus was werkelijk een meester van mensen. Hij oefende grote invloed uit op zijn medemensen vanwege de gecombineerde charme en kracht van zijn persoonlijkheid. Er was een subtiele, dominante invloed in zijn ruige, nomadische en dakloze leven. Er was intellectuele aantrekkingskracht en spirituele aantrekkingskracht in zijn gezaghebbende manier van onderwijzen, in zijn heldere logica, zijn kracht van redeneren, zijn scherpzinnige inzicht, zijn alertheid van mind, zijn ongeëvenaarde evenwicht en zijn sublieme tolerantie. Hij was eenvoudig, mannelijk, eerlijk en onbevreesd. Met al deze fysieke en intellectuele invloed die zich manifesteerde in de aanwezigheid van de Meester, waren er ook al die spirituele charmes van het bestaan die geassocieerd zijn geraakt met zijn persoonlijkheid: geduld, tederheid, zachtmoedigheid, zachtaardigheid en nederigheid.
Jezus van Nazareth was inderdaad een sterke en krachtige persoonlijkheid. Hij was een intellectuele kracht en een spiritueel bolwerk. Zijn persoonlijkheid sprak niet alleen de spiritueel ingestelde vrouwen onder zijn volgelingen aan, maar ook de ontwikkelde en intellectuele Nicodemus en de geharde Romeinse soldaat, de kapitein die de wacht hield bij het kruis, en die, toen hij aan het eind de Meester had zien sterven, zei: “Waarlijk, dit was een Zoon van God.” En roodbloedige, ruige Galilese vissers noemden hem Meester.De afbeeldingen van Jezus zijn zeer ongelukkig geweest. Deze schilderijen van Christus hebben een schadelijke invloed op de jeugd uitgeoefend. De tempelhandelaren zouden nauwelijks voor Jezus zijn gevlucht als hij zo’n man was geweest als jullie kunstenaars gewoonlijk hebben afgebeeld. Hij had een waardige mannelijkheid. Hij was goed, maar natuurlijk. Jezus poseerde niet als een milde, lieve, zachtaardige en vriendelijke mysticus. Zijn leer was opwindend dynamisch. Hij bedoelde het niet alleen goed, maar hij deed ook daadwerkelijk goed.
De Meester heeft nooit gezegd: “Kom naar mij, allen die lui zijn en allen die dromers zijn.” Maar hij zei wel vaak: “Kom naar mij, allen die zwoegen, en ik zal u rust en spirituele kracht geven.” Het juk van de Meester is inderdaad gemakkelijk, maar toch legt hij het nooit op; ieder individu moet dit juk uit eigen vrije wil dragen.
Jezus gaf een voorbeeld van wat overwinning is door opoffering, de opoffering van trots en egoïsme. Door barmhartigheid te tonen, wilde hij spirituele bevrijding uitbeelden van alle wrok, grieven, woede en de lust naar zelfzuchtige macht en wraak. En toen hij zei: ‘Weersta het kwaad niet’, legde hij later uit dat hij niet bedoelde zonde te tolereren of een relatie met ongerechtigheid aan te raden. Hij wilde vooral vergeving onderwijzen, en “verzet je niet tegen een slechte behandeling van je persoonlijkheid, tegen een kwaadaardige aantasting van je gevoelens van persoonlijke waardigheid“.
Onderwijs over de Vader
Tijdens zijn verblijf in Amathus bracht Jezus veel tijd door met de apostelen om hen te onderwijzen in het nieuwe concept van God. Hij drukte hen keer op keer op het hart dat God een Vader is, niet een grote en opperste boekhouder die zich voornamelijk bezighoudt met het maken van schadelijke aantekeningen tegen zijn dwalende kinderen op aarde, aantekeningen van zonde en kwaad om tegen hen te gebruiken wanneer hij later als de rechtvaardige Rechter van de hele schepping over hen oordeelt. De Joden hadden God al lang opgevat als een koning over alles, zelfs als een Vader van de natie, maar nooit eerder hadden grote aantallen sterfelijke mensen het idee gehad dat God een liefhebbende Vader van het Individu was.
In antwoord op de vraag van Thomas: “Wie is deze God van het koninkrijk?”, antwoordde Jezus: “God is jouw Vader, en religie -mijn evangelie- is niets meer of minder dan de gelovige erkenning van de waarheid dat jij Zijn kind bent. En ik ben hier onder u gekomen in een sterfelijk lichaam om beide ideeën met mijn leven en in mijn onderricht duidelijk te maken.”
Jezus probeerde ook het verstand van zijn apostelen te bevrijden van het idee om dierenoffers te brengen als een religieuze plicht. Maar deze mannen, getraind in de religie van het dagelijks offer, waren traag om te begrijpen wat hij bedoelde. Niettemin werd de Meester niet moe van zijn onderricht. Wanneer hij er niet in slaagde het verstand van alle apostelen te bereiken door middel van één illustratie, herhaalde hij zijn boodschap en gebruikte hij een ander soort gelijkenis om het te verhelderen.
De bedroefden troosten en de zieken bijstaan
In dezelfde tijd begon Jezus de twaalf vollediger te onderwijzen over dit onderdeel van hun missie: “de bedroefden troosten en de zieken bijstaan.” De Meester leerde hun veel over de gehele mens: de eenheid van lichaam, mind en ziel die de individuele man of vrouw vormt. Jezus vertelde zijn metgezellen over de drie vormen van lijden die ze zouden tegenkomen en legde vervolgens uit hoe ze allen die lijden onder de ellende van menselijke ziekte, moesten bijstaan. Hij leerde hen het volgende te herkennen:
- Ziekten van het lichaam – die aandoeningen die gewoonlijk als lichamelijke ziekte worden beschouwd.
- Verwarde mind / verstand – die niet-fysieke aandoeningen die later werden beschouwd als emotionele en mentale moeilijkheden en verstoringen.
- Bezetenheid door boze ‘geesten’.
[Het woord geest of geesten staat tussen ‘ ‘, omdat het niets te maken heeft met geest in de betekenis van Spirit
en in de tekst juist wordt uitgelegd dat er geen boze ‘geesten’ (meer) zijn.]
Jezus legde zijn apostelen bij verschillende gelegenheden de aard en iets over de oorsprong van deze boze ‘geesten’ uit, die in die tijd vaak ook onreine ‘geesten’ werden genoemd. De Meester kende het verschil tussen bezetenheid door boze ‘geesten’ en krankzinnigheid heel goed, maar de apostelen niet. Gezien hun beperkte kennis van de vroege geschiedenis van de Aarde was het voor Jezus ook niet mogelijk om deze kwestie volledig begrijpelijk te maken. Maar hij zei herhaaldelijk tegen hen, verwijzend naar deze boze ‘geesten’: “Zij zullen de mensen niet meer lastig vallen wanneer Ik zal zijn opgestegen naar mijn Vader in de hemel, en nadat Ik mijn Spirit van Waarheid zal hebben uitgestort over alle stervelingen in die tijden dat het koninkrijk zal komen in grote kracht en spirituele glorie.”
Van week tot week en van maand tot maand, gedurende dit hele jaar, besteedden de apostelen steeds meer aandacht aan de missie van de genezing van zieken.
Spirituele eenheid / Individueel verschillende persoonlijkheden
Een van de meest bewogen avond-vergaderingen in Amathus was de sessie met discussie over spirituele eenheid. Jacobus Zebedeüs had gevraagd: “Meester, hoe zullen we leren gelijk te zien en daardoor meer harmonie onder elkaar genieten?” Toen Jezus deze vraag hoorde, raakte hij zo in beroering dat hij antwoordde: “Jacobus, Jacobus, wanneer heb ik jullie geleerd dat jullie allen hetzelfde moeten zien? Ik ben in de wereld gekomen om spirituele vrijheid te verkondigen, zodat stervelingen de kracht kunnen krijgen om een individueel leven van originaliteit en vrijheid voor God te leiden. Ik verlang niet dat sociale harmonie en broederlijke vrede worden gekocht door een vrije persoonlijkheid en spirituele originaliteit op te offeren. Wat ik van jullie verlang, mijn apostelen, is spirituele eenheid en dat jullie de vreugde mogen ervaren van jullie gezamenlijke toewijding aan het van harte doen van de wil van mijn Vader in de hemel. Jullie hoeven niet hetzelfde te zien, te voelen of zelfs maar hetzelfde te denken om spiritueel gelijk te zijn. Spirituele eenheid komt voort uit het besef dat in ieder van jullie inwoont, en ieder steeds meer beheerst wordt door, de Mentor-Spirit, die een gift is van de hemelse Vader. Jullie apostolische harmonie moet voortkomen uit het feit dat de spirituele hoop van ieder van jullie identiek is in oorsprong, aard en bestemming.”
“Op deze manier kunnen jullie een volmaakte eenheid van spiritueel doel en spiritueel begrip ervaren, die voortkomt uit het wederzijdse bewustzijn van de identiteit van elk van jullie inwonende Mentor-Spirits. En jullie kunnen genieten van al deze diepe spirituele eenheid, ondanks de uiterste diversiteit van jullie individuele houdingen van intellectueel denken, temperamentvol gevoel en sociaal gedrag. Jullie persoonlijkheden kunnen verfrissend divers en opvallend verschillend zijn, terwijl jullie spirituele aard en spirituele vruchten van goddelijke aanbidding en broederlijke liefde zo verenigd kunnen zijn dat allen die jullie levens aanschouwen, zeker kennis zullen nemen van deze spirituele identiteit en zielseenheid. Zij zullen erkennen dat jullie bij mij zijn geweest en daardoor, op aanvaardbare wijze, hebben geleerd hoe de wil van de Vader in de hemel te doen. Jullie kunnen de eenheid van de dienst aan God bereiken, zelfs als je die dienst verricht volgens de techniek van je eigen oorspronkelijke gaven van mind, lichaam en ziel.”
“Uw spirituele eenheid impliceert twee dingen, die altijd in harmonie zullen blijken te zijn in het leven van individuele gelovigen:
- Ten eerste hebben jullie een gemeenschappelijk motief voor dienstverlening in dit leven; jullie verlangen er allemaal boven alles naar om de wil van de Vader in de hemel te doen.
- Ten tweede hebben jullie allemaal een gemeenschappelijk bestaansdoel; jullie streven er allemaal naar om de Vader in de hemel te vinden en zo aan het universum te bewijzen dat jullie zoals Hij zijn geworden.”
Laatste week in Amathus
Tegen het einde van de laatste week in Amathus bracht Simon Zelotes ene Teherma, een Pers [dwz uit Perzie] die zaken deed in Damascus, naar Jezus. Teherma had van Jezus gehoord en was naar Capernaum gekomen om hem te bezoeken. Toen hij daar hoorde dat Jezus met zijn apostelen de Jordaan was afgedaald op weg naar Jeruzalem, ging hij op weg om hem te vinden. Andreas had Teherma aan Simon voorgesteld voor onderricht. Simon beschouwde de Pers als een ’vuuraanbidder’, hoewel Teherma zich veel moeite getroostte om uit te leggen dat vuur slechts het zichtbare symbool was van ‘de Reine en Heilige’ [letterlijk: “the Pure and Holy One”]. Na met Jezus gesproken te hebben, gaf Teherma te kennen dat hij van plan was om enkele dagen te blijven om de leer te horen en naar de prediking te luisteren.
Toen Simon Zelotes en Jezus alleen waren, vroeg Simon aan de Meester: “Waarom kon ik hem niet overtuigen? Waarom verzette hij zich zo tegen mij en leende hij zo graag het oor aan u?” Jezus antwoordde: “Simon, Simon, hoe vaak heb ik je niet opgedragen om af te zien van alle pogingen om iets weg te nemen uit de harten van hen die verlossing zoeken? Hoe vaak heb ik je al gezegd om alleen maar iets IN deze hongerige zielen te leggen? Leid mensen het koninkrijk binnen, en de grote en levende waarheden van het koninkrijk zullen onmiddellijk alle ernstige dwaling verdrijven. Wanneer je de sterfelijke mens het goede nieuws hebt gebracht dat God zijn Vader is, kun je hem des te gemakkelijker overtuigen dat hij in werkelijkheid een zoon van God is. En door dat te doen, heb je het licht van de verlossing gebracht aan degene die in duisternis zit. Simon, toen de MensenZoon voor het eerst bij je kwam, kwam hij toen om Mozes en de profeten aan te klagen en een nieuwe en betere levenswijze te verkondigen? Nee. Ik kwam niet om af te nemen wat je van je voorouders had, maar om je de volmaakte visie te tonen van datgene wat je voorouders slechts ten dele zagen. Ga dan, Simon, en leer en verkondig het koninkrijk, en wanneer je een man veilig en zeker in het koninkrijk hebt, dan komt de tijd dat zo iemand naar je toe komt met vragen, om onderricht te krijgen met betrekking tot de voortgaande vooruitgang van de ziel in het goddelijke koninkrijk.”
Simon was verbaasd over deze woorden, maar hij deed zoals Jezus hem had opgedragen, en Teherma, de Pers, werd gerekend tot degenen die het koninkrijk binnengingen.
Die avond sprak Jezus met de apostelen over het nieuwe leven in het koninkrijk. Hij zei gedeeltelijk: “Wanneer je het koninkrijk binnengaat, word je herboren. Je kunt de diepe dingen van de spirit niet onderwijzen aan hen die alleen als een lichaam, als materie, geboren zijn. Zie eerst dat mensen uit de spirit geboren zijn voordat je probeert hen te onderwijzen in de gevorderde wegen van de spirit. Onderneem geen pogingen om mensen de schoonheid van de tempel te laten zien voordat je ze eerst in de tempel hebt gebracht. Stel mensen voor aan God en als de kinderen van God voordat je spreekt over het vaderschap van God en het kind-schap van mensen. Strijd niet met mensen; wees altijd geduldig. Het is niet jullie koninkrijk; jullie zijn slechts ambassadeurs. Ga er gewoon op uit en verkondig: ‘Dit is het hemelse koninkrijk. God is jullie Vader en jullie zijn Zijn kinderen, en dit goede nieuws, als jullie het van harte geloven, is jullie eeuwige redding.‘ ”
De apostelen boekten grote vooruitgang tijdens hun verblijf in Amathus. Maar ze waren zeer teleurgesteld dat Jezus hun geen suggesties gaf over de omgang met de discipelen van Johannes de Doper. Zelfs over de belangrijke kwestie van de doop zei Jezus alleen maar: “Johannes doopte weliswaar met water, maar wanneer je het hemelse koninkrijk binnengaat, zul je met de Spirit gedoopt worden.”
In Bethanië aan de overkant van de Jordaan
Op 26 februari reisden Jezus, zijn apostelen en een grote groep volgelingen de Jordaan af naar de doorwaadbare plaats bij Bethanië in Perea, de plaats waar Johannes de Doper voor het eerst het komende koninkrijk verkondigde. Jezus en zijn apostelen bleven hier vier weken lang onderwijzend en predikend voordat ze verder trokken naar Jeruzalem.
In de tweede week van het verblijf in Bethanië aan de overkant van de Jordaan nam Jezus Petrus, Jacobus en Johannes mee naar de heuvels aan de overkant van de rivier, ten zuiden van Jericho, voor een rustperiode van drie dagen. De Meester leerde deze drie vele nieuwe en geavanceerde waarheden over het hemelse koninkrijk. Voor dit verslag zullen we deze leringen als volgt ordenen en classificeren:
Jezus probeerde duidelijk te maken dat hij verlangde dat zijn discipelen, na de goede spirituele werkelijkheden van het koninkrijk te hebben geproefd, zo in de wereld zouden leven dat mensen, door hun leven te zien, zich bewust zouden worden van het koninkrijk en daardoor ertoe gebracht zouden worden om gelovigen te ondervragen over de wegen van het koninkrijk. Al zulke oprechte zoekers naar de waarheid zijn altijd verheugd om het blijde nieuws te horen van de gave van geloof die toegang verzekert tot het koninkrijk met zijn eeuwige en goddelijke spirituele werkelijkheden.
De Meester probeerde alle leraren van het evangelie van het koninkrijk ervan te doordringen dat hun enige taak was om God aan de individuele mens te openbaren als zijn Vader – om deze individuele mens te leiden tot zoon-bewustzijn; en om vervolgens deze zelfde mens aan God voor te stellen als zijn geloofszoon. Beide essentiële openbaringen worden in Jezus volbracht. Hij werd inderdaad ‘de weg, de waarheid en het leven’. De religie van Jezus was volledig gebaseerd op zijn eigen leven op aarde. Toen Jezus deze wereld verliet, liet hij geen boeken, wetten of andere vormen van menselijke organisatie achter die het religieuze leven van het individu beïnvloedden.
Jezus maakte duidelijk dat hij gekomen was om persoonlijke en eeuwige relaties met mensen aan te gaan, die voor altijd voorrang zouden hebben boven alle andere menselijke relaties. En hij benadrukte dat deze intieme spirituele gemeenschap [‘fellowship’] zich zou uitstrekken tot alle mensen van alle leeftijden en uit alle sociale lagen van alle volken. De enige beloning die hij zijn kinderen in het vooruitzicht stelde was: in deze wereld: spirituele vreugde en goddelijke gemeenschap; in de volgende wereld: eeuwig leven in een opklimming en groei van de goddelijke spirituele werkelijkheden van de Paradijs-Vader.
Jezus legde grote nadruk op wat hij de twee belangrijkste waarheden noemde in de leringen van het koninkrijk, en deze zijn:
-
-
het bereiken van verlossing door geloof, en geloof alleen,
-
verbonden met de revolutionaire leer van het bereiken van menselijke vrijheid door de oprechte erkenning van de waarheid: “Gij zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.”
-
Jezus was de waarheid gemanifesteerd in een sterfelijk lichaam, en hij beloofde zijn Spirit van Waarheid in de harten van al zijn kinderen te zenden na zijn terugkeer tot de Vader in de hemel.
De Meester onderwees deze apostelen de essentiële zaken van de waarheid voor een heel tijdperk op aarde. Ze luisterden vaak naar zijn leringen, terwijl wat hij zei in werkelijkheid bedoeld was ter inspiratie en verheffing van andere werelden. Hij gaf en was een voorbeeld van een nieuw en origineel levensplan. Vanuit menselijk standpunt was hij inderdaad een Jood, maar hij leefde zijn leven voor de hele wereld, als een sterveling.
Om de erkenning van zijn Vader te verzekeren in de ontvouwing van het plan van het koninkrijk, legde Jezus uit dat hij opzettelijk de ‘grote mannen van de aarde’ had genegeerd. Hij begon zijn werk met de armen, juist de klasse die zo verwaarloosd was door de meeste evolutionaire religies uit voorgaande tijden. Hij verachtte niemand; zijn plan was wereldwijd, zelfs universeel. Hij was zo uitgesproken en nadrukkelijk in deze aankondigingen dat zelfs Petrus, Jacobus en Johannes in de verleiding kwamen te denken dat hij mogelijk buiten zichzelf was.
Hij probeerde deze apostelen op milde wijze de waarheid mee te delen dat hij op deze missie was gekomen, niet om een voorbeeld te stellen voor een paar aardse schepselen, maar om een standaard voor het menselijk leven vast te stellen en te demonstreren voor alle volkeren op alle werelden in zijn hele lokale universum. En deze standaard benaderde de hoogste perfectie, zelfs de uiteindelijke goedheid van de Universele Vader. Maar de apostelen konden de betekenis van zijn woorden niet vatten.
Hij kondigde aan dat hij was gekomen om te functioneren als een leraar; een leraar die vanuit de hemel was gezonden om spirituele waarheid aan de materiële mind te presenteren. En dit is precies wat hij deed; hij was een leraar, geen prediker. Vanuit menselijk oogpunt was Petrus een veel effectievere prediker dan Jezus. De prediking van Jezus was zo effectief vanwege zijn unieke persoonlijkheid, niet zozeer vanwege zijn overtuigende welsprekendheid of emotionele aantrekkingskracht. Jezus sprak rechtstreeks tot de zielen van mensen. Hij was een leraar van de menselijke spirit, maar door het verstand. Hij leefde met mensen.
Bij deze gelegenheid liet Jezus Petrus, Jacobus en Johannes weten dat zijn werk op aarde in sommige opzichten beperkt zou worden door de opdracht van zijn metgezel in den hoge, verwijzend naar de instructies van zijn paradijsbroeder Immanuel vóór het begin van zijn missie. Hij vertelde hen dat hij gekomen was om de wil van zijn Vader te doen en alleen de wil van zijn Vader. Aldus gemotiveerd door één oprecht enkelvoudig doel, werd hij niet angstig lastiggevallen door het kwaad in de wereld.
De apostelen begonnen de onopgesmukte vriendelijkheid van Jezus te herkennen. Hoewel de Meester gemakkelijk te benaderen was, leefde hij altijd onafhankelijk van, en boven, alle mensen. Geen moment werd hij ooit gedomineerd door enige puur sterfelijke invloed of onderworpen aan zwak menselijk oordeel. Hij schonk geen aandacht aan de publieke opinie en liet zich niet beïnvloeden door lof. Hij pauzeerde zelden om misverstanden recht te zetten of zich te ergeren aan verkeerde voorstellingen. Hij vroeg nooit iemand om advies; hij vroeg nooit om gebed.
Jacobus was verbaasd hoe Jezus het einde vanaf het begin leek te zien. De Meester leek zelden verrast. Hij was nooit opgewonden, geërgerd of van streek. Hij verontschuldigde zich nooit bij iemand. Hij was soms bedroefd, maar nooit ontmoedigd.
Johannes erkende duidelijker dat hij, ondanks al zijn goddelijke gaven, toch een mens was. Jezus leefde als een mens onder de mensen en begreep, beminde en wist hoe hij met mensen om moest gaan. In zijn persoonlijke leven was hij zo menselijk, en toch zo onberispelijk. En hij was altijd onzelfzuchtig.
Hoewel Petrus, Jacobus en Johannes niet veel konden begrijpen van wat Jezus bij deze gelegenheid zei, bleven zijn genadige woorden in hun harten hangen, en na de kruisiging en opstanding kwamen ze naar voren om hun daaropvolgende dienstverlening enorm te verrijken en te verblijden. Geen wonder dat deze apostelen de woorden van de Meester niet volledig begrepen, want hij projecteerde hun het plan van een nieuw tijdperk [Engelse bron-tekst: ‘he was projecting to them the plan of a new age’ ]
Werken in Jericho
Gedurende het verblijf van vier weken in Bethanië over de Jordaan, wees Andreas meerdere keren per week apostolische paren aan om een dag of twee naar Jericho te gaan. Johannes de Doper had veel gelovigen in Jericho, en de meesten van hen verwelkomden de meer gevorderde leringen van Jezus en zijn apostelen. Tijdens deze bezoeken aan Jericho begonnen de apostelen specifieker de instructies van Jezus uit te voeren om de zieken te verzorgen. Ze bezochten elk huis in de stad en probeerden elke zieke te troosten.
De apostelen deden wat openbaar werk in Jericho, maar hun inspanningen waren voornamelijk van een meer stille en persoonlijke aard. Ze ontdekten nu dat het goede nieuws van het koninkrijk zeer troostrijk was voor de zieken; dat hun boodschap genezing bracht voor de zieken. En het was in Jericho dat de opdracht van Jezus aan de twaalf om de blijde boodschap van het koninkrijk te prediken en de zieken te verzorgen voor het eerst volledig ten uitvoer werd gebracht.
Ze stopten in Jericho op weg naar Jeruzalem en werden ingehaald door een delegatie uit Mesopotamië die was gekomen om met Jezus te overleggen. De apostelen waren van plan hier slechts een dag door te brengen, maar toen deze waarheidszoekers uit het Oosten arriveerden, bracht Jezus drie dagen met hen door, en ze keerden terug naar hun verschillende huizen langs de Eufraat, blij met de kennis van de nieuwe waarheden van het hemelse koninkrijk.
Vertrek naar Jeruzalem
Op maandag, de laatste dag van maart, begonnen Jezus en de apostelen hun reis de heuvels op richting Jeruzalem. Lazarus van Bethanië was twee keer naar de Jordaan afgedaald om Jezus te zien, en er waren alle regelingen getroffen dat de Meester en zijn apostelen hun hoofdkwartier bij Lazarus en zijn zusters in Bethanië zouden vestigen, voor zo lang als ze maar in Jeruzalem wilden blijven.
De discipelen van Johannes de Doper bleven in Bethanië aan de overkant van de Jordaan, waar ze de menigte onderwezen en doopten, zodat Jezus alleen door de twaalf werd vergezeld toen hij bij het huis van Lazarus aankwam. Hier bleven Jezus en de apostelen vijf dagen, rustten uit en verkwikten zich voordat ze naar Jeruzalem gingen voor het Pascha. Het was een grote gebeurtenis in het leven van Martha en Maria dat de Meester en zijn apostelen in het huis van hun broer verbleven, waar ze in hun behoeften konden voorzien.
Op zondagmorgen 6 april gingen Jezus en de apostelen naar Jeruzalem. En dit was de eerste keer dat de Meester en alle twaalf daar samen waren.
Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 141 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org
