Epicurisme in de oudheid
Het epicurisme was in de tijd van Jezus een van de belangrijke filosofische stromingen van de Grieks-Romeinse wereld. Het kwam voort uit de leer van Epicurus van Athene, die geluk niet zocht in uitbundig genot, rijkdom of macht, maar in een eenvoudig leven, vrij van overmatige begeerte, lichamelijke pijn en innerlijke onrust.
De kern van deze filosofie was het bereiken van ataraxia: een toestand van innerlijke kalmte, waarin de mens niet langer beheerst wordt door angst, bijgeloof of onnodige verlangens. Het streven naar ataraxia is een gemeenschappelijk element binnen het Scepticisme, Epicurisme en Stoïcisme, maar de rol en waarde van ataraxia binnen elke filosofie verschilt. De mentale stoornissen die het bereiken van ataraxia in de weg staan, verschillen eveneens per filosofie, en elke filosofie heeft een andere opvatting over hoe ataraxia te bereiken. Bij het Epicurisme speelde aponia een belangrijke rol: de afwezigheid van lichamelijke pijn.
Het hoogste goed lag dus niet in losbandigheid, maar in rust, matigheid, vriendschap en verstandige keuzes. Juist op dit punt is het latere populaire beeld van Epicurus misleidend. Zijn tegenstanders stelden hem graag voor als een goddeloze en genotzuchtige denker, maar zijn eigen levenshouding was eerder sober dan uitbundig. Epicurus erkende het bestaan van de goden, maar ontkende dat zij zich voortdurend met het menselijke leven bemoeiden of mensen straften met rampen, ziekte of ongeluk. Hij wilde mensen bevrijden van irrationele angst voor goddelijke willekeur en voor de dood. In dat kader ontwikkelde hij een kijk op de natuur die we “atomisme” noemen: de overtuiging dat alle stoffen zijn opgebouwd uit ontelbare, minuscule ondeelbare deeltjes: atomen. De bedoeling van een dergelijke kijk op de werkelijkheid was ook om de mensen te leren dat ziekte, ongeluk of rampen voortkwamen uit de werking of de effecten van die atomen en geen goddelijke straffen waren.
Daarom had het epicurisme in de oudheid ook een bevrijdende werking. Het hielp mensen afstand te nemen van fatalisme, bijgeloof en religieuze angst. In het verhaal wordt deze positieve kant duidelijk erkend. De Epicurische school wordt daar beschreven als een denkrichting die gericht was op het najagen van geluk, maar waarbij de betere Epicuristen zich niet overgaven aan lichamelijke uitspattingen. Hun leer hielp de Romeinen zich te bevrijden van een dodelijker vorm van fatalisme en bestreed doeltreffend onwetend bijgeloof.
Relevante passage uit het verhaal:
Voorwoord/Inleiding – De tijd waarin het leven van Jezus zich afspeelde (verwijzingen naar Epicurisme)
De Epicurische school. Deze school van denken richtte zich vooral op het najagen van geluk. De betere Epicuristen gaven zich niet over aan lichamelijke uitspattingen. Deze leer hielp de Romeinen tenminste om zich te bevrijden van een meer dodelijke vorm van fatalisme: want Epicuristen zeiden dat de mens iets kan doen om verbetering te brengen in zijn aardse staat. Ook bestreden zij doeltreffend allerlei vormen van onwetend bijgeloof.
Toch lag er vanaf het begin ook een beperking in deze filosofie. Omdat Epicurus de werkelijkheid vooral verklaarde vanuit natuur, atomen en menselijke ervaring, bleef zijn denken hoofdzakelijk binnen de grenzen van het aardse bestaan. Hij bevrijdde de mens van veel angst, maar opende geen weg naar een levende relatie met God. Zijn filosofie kon rust brengen, maar geen diepere spirituele bestemming aanwijzen.
Van Epicurus naar modern materialisme
Na de oudheid bleef het epicurisme lange tijd vooral bekend via samenvattingen, tegenstanders en latere herinterpretaties. Veel van het oorspronkelijke materiaal was overigens verloren gegaan. Toch kreeg Epicurus in de renaissance en de verlichting opnieuw belangstelling, vooral omdat zijn denken bruikbaar leek voor een wereldbeeld waarin natuurverschijnselen niet langer vanuit goddelijke ingrepen, voortekenen of bovennatuurlijke straffen werden verklaard.
Voor meer achtergrond over de bredere ontwikkeling naar een mechanistisch wereldbeeld en modern materialisme, zie ook het artikel over Scepticisme. Bij het epicurisme gaat het hier vooral om de vraag waarom juist Epicurus later zo aantrekkelijk werd voor materialistische denkers.
Het antwoord ligt vooral in zijn atomisme en in zijn daarmee samenhangende poging om de mens te bevrijden van angst voor goddelijke willekeur. Epicurus bood een natuurfilosofie waarin de wereld verklaard werd vanuit natuurlijke oorzaken. Daardoor kon zijn denken later worden gelezen als een vroege stap in de richting van een wereldbeeld waarin materie, beweging en oorzaak-gevolg centraal stonden. Een wereldbeeld dat niet toevallig ook een steeds sterker wordende tegenhanger van de kerkelijke leer en autoriteit werd.
Een bekend voorbeeld is Karl Marx. Zijn proefschrift uit 1841 droeg de titel Het verschil tussen de natuurfilosofie van Democritus en Epicurus. Daarin onderzocht hij niet zomaar het oude atomisme als historisch onderwerp, maar vooral het verschil tussen twee manieren om de natuur te begrijpen. Democritus vertegenwoordigde voor Marx sterker de lijn van noodzakelijkheid en mechanische verklaring; Epicurus werd interessanter doordat hij binnen het atomisme ruimte liet voor afwijking, toeval en zelfstandigheid.
In dat vroege werk is Marx nog niet de latere revolutionaire denker van klassenstrijd en politieke economie. Zijn aandacht ligt vooral bij filosofie, natuurverklaring en de verhouding tussen mens, vrijheid en wereldbeeld. Wel is al zichtbaar waarom Epicurus voor hem belangrijk werd: Epicurus bood een manier om over de werkelijkheid te denken zonder afhankelijkheid van theologische verklaringen. Maar zonder door te schieten in de richting van Democritus die de hele werkelijkheid leek te gaan zien als een gesloten noodlotsmachine waarin de mens geen vrijheid meer heeft, net zoals mijn computer of artificial intelligence ook geen vrijheid heeft buiten het kader dat door de software wordt gedicteerd. Door binnen het atomisme ruimte te laten voor spontane afwijking en onbepaalde beweging bood Epicurus bovendien een verklaring voor menselijke vrijheid en keuze, zonder daarvoor een voortdurende bovennatuurlijke ingreep nodig te achten.
Ook denkers zoals Thomas Hobbes namen later delen van deze meer mechanische en materiële kijk op de werkelijkheid over. Daarbij verschoof de aandacht steeds verder van de sobere levenskunst van Epicurus zelf naar een wereldbeeld waarin materie, beweging en eigenbelang centraal kwamen te staan. Zo werd Epicurus in die modernere tijd vaak vooral gelezen als bondgenoot van materialisme. Maar dat was een versmalling. Latere denkers namen vooral zijn natuurfilosofie en zijn kritiek op bijgeloof over, terwijl zijn sobere levenshouding, zijn waardering van vriendschap en zijn zoeken naar innerlijke rust minder aandacht kregen. Het moderne materialisme erfde dus vooral het atomisme van Epicurus, maar niet vanzelf ook zijn menselijke maat.
Van materieel levensgenot naar “grotere dingen”
In het moderne taalgebruik is “epicurisch” vaak ver verwijderd geraakt van de oorspronkelijke leer van Epicurus. Wie zichzelf tegenwoordig, zeker in het Frans, een épicurien noemt, bedoelt meestal niet dat hij of zij leeft volgens een sobere filosofie van innerlijke rust, matiging en vrijheid van angst. Meestal wordt ermee bedoeld dat iemand houdt van de goede dingen van het leven: lekker eten, wijn, comfort, verfijnde genoegens en een zekere vrijheid tegenover strenge morele of religieuze beperkingen.
Die verschuiving is niet zomaar een losse indruk. Franse woordenboeken geven bij épicurien naast de filosofische betekenis ook de bredere betekenis van iemand die zich richt op plezier, materiële genoegens of zinnelijk genot. Het woord is daardoor in het gewone taalgebruik dicht in de buurt gekomen van hedonisme, ook al staat dat op gespannen voet met het oorspronkelijke epicurisme.
Het Franse woordenboek Larousse geeft aan épicurien deze volgende tweede betekenis:
2. Qui ne songe qu’au plaisir, qui s’adonne aux plaisirs matériels ; sensuel.
Synonymes : bon vivant – jouisseur – sensuel – voluptueuxNL: 2. Iemand die alleen aan plezier denkt, die zich overgeeft aan materiële genoegens; sensueel.
Synoniemen: levensgenieter – hedonist – sensueel – wellustigEn CNRTL zegt:
Qui ne songe qu’à la recherche du plaisir, qui aime les jouissances délicates et raffinées.
Qui propose comme idéal la satisfaction des sens, la recherche des plaisirs.NL: Iemand die alleen maar denkt aan het nastreven van genot, die houdt van subtiele en verfijnde genoegens.
Iemand die de bevrediging van de zintuigen, het nastreven van genot, als ideaal beschouwt.
Het interessante is dat deze ontwikkeling al in de oudheid begon. Tegenstanders van Epicurus beschuldigden hem al van losbandigheid, terwijl zijn eigen leer juist opvallend sober was. In de moderne tijd is die oude karikatuur op een bepaalde manier alsnog gaan doorwerken. De naam van Epicurus raakte verbonden met levensgenot, terwijl zijn eigen nadruk op matigheid, vriendschap en innerlijke rust veel minder goed werd onthouden. Het is wellicht een voorbeeld van het verschijnsel dat de kritiek op iets zo luid kan worden dat de kritiek als waarheid wordt aangenomen en de werkelijke bedoeling verloren gaat.
Daarmee ontstaat een merkwaardige omkering. Epicurus wilde mensen bevrijden van angst, bijgeloof en onnodige begeerte. Maar in het latere taalgebruik werd “epicurisch” vaak juist een aanduiding voor een leven dat sterk gericht is op aangename ervaringen: een “levensgenieter” in de zin van “lekker Bourgondisch leven”. Het oorspronkelijke zoeken naar rust werd zo gemakkelijk vervangen door het zoeken naar genot en comfort. Het moderne begrip “epicurisch” komt op die manier erg dicht bij het hedonisme.
Juist daarom is de ontmoeting -in hoofdstuk 11- van Jezus met een Epicurische leraar belangrijk. Jezus verwerpt niet zomaar alles wat deze leraar vertegenwoordigt. Hij erkent dat het goed is om het beste te kiezen en het goede te waarderen. Maar hij wijst tegelijk op wat ontbreekt wanneer de mens alleen binnen de grenzen van het aardse bestaan blijft denken.
Relevante passage:
- Hoofdstuk 11 – De terugreis vanuit Rome (Jezus spreekt met een Epicurische leraar)
Tot de Epicurische leraar zei hij: “U doet er goed aan het beste te kiezen en het goede te waarderen, maar bent u wijs wanneer u nalaat de grotere dingen van het sterfelijke leven te onderscheiden, die belichaamd zijn in de spirituele domeinen die voortkomen uit het besef van de aanwezigheid van God in het menselijke hart?”
Daar ligt de grens van het epicurisme, zowel in zijn oorspronkelijke als in zijn moderne vorm. Het is goed om het beste te kiezen en het goede te waarderen, ook op materieel niveau. Het is ook goed om afstand te nemen van bijgeloof, angst en religieuze dwang. Maar het dient een evenwicht te zijn: wanneer de mens nalaat de grotere dingen van het sterfelijke leven te onderscheiden, blijft zelfs een verfijnde levenskunst te klein en te plat. Die grotere dingen uit de de spirituele domeinen die voortkomen uit het besef van de aanwezigheid van God in het menselijke hart zijn essentieel voor echte wijsheid en diepgang. Zonder dat blijft er rust zonder bestemming, levensgenot zonder diepte, en vrijheid zonder levende relatie met God.
