De geboorte en het eerste levensjaar van Jezus.

Jozef en Maria

Jozef, de menselijke vader van Jezus (Joshua ben Josef), was een Hebreeër onder de Hebreeërs. Maar zijn stamboom had ook veel niet-Joodse elementen, die daar van tijd tot tijd in de vrouwelijke lijn van zijn voorgeslacht waren bijgekomen. Het voorgeslacht van de vader van Jezus ging terug tot de tijd van Abraham. En via deze eerbiedwaardige voorvader gingen de nog vroegere erfelijkheidslijnen terug tot de Sumeriërs en de Nodieten en, via de zuidelijke stammen van de blauwe mens uit de oude tijden, tot Andon en Fonta. David en Salomon behoorden niet tot de rechtstreekse voorvaders van Jozef, en Jozefs afstamming ging ook niet rechtstreeks terug tot Adam. De directe voorouders van Jozef waren handwerkslieden — bouwers, timmerlieden, metselaars en smeden. Jozef zelf was timmerman en later aannemer. Zijn familie behoorde tot een oud en voortreffelijk geslacht dat je de adel van het gewone volk kunt noemen. Dit werd nog benadrukt door het af en toe verschijnen (in dat geslacht) van buitengewone personen die zich hadden onderscheiden in verband met de evolutie van de religie op aarde.

Maria, de aardse moeder van Jezus, stamde uit een lange lijn van unieke voorouders, waaronder veel van de meest opmerkelijke vrouwen uit de geschiedenis van de aarde. Hoewel Maria een gewone vrouw van haar tijd en generatie was, met een tamelijk normaal temperament, kon ze zulke bekende vrouwen als Annon, Tamar, Ruth, Bathsheba, Ansie, Cloa, Eva, Enta en Ratta onder haar voorouders tellen. Geen enkele Joodse vrouw van die tijd had een meer voortreffelijke afstamming van niet-adellijke voorouders, of een afstamming die terugging op een gunstiger oorsprong. Net zoals het voor-geslacht van Jozef, werd dat van Maria gekenmerkt door overwegend krachtige, maar gewone individuen, zo nu en dan in de loop van de beschaving en in de voortschrijdende evolutie van de religie geaccentueerd door veel vooraanstaande persoonlijkheden. Vanuit raciaal oogpunt gezien is het nauwelijks juist om Maria als een Jodin te beschouwen. Naar cultuur en geloof was ze Joods, maar haar erfelijke eigenschappen waren meer een samenstelling van Syrische, Hittitische, Phenicische, Griekse, en Egyptische elementen, want haar raciale erfenis was breder dan die van Jozef.

Van alle paren die omstreeks de tijd van de incarnatie van Michael in Palestina woonden, bezaten Jozef en Maria de meest ideale combinatie van wijdverbreide raciale connecties en een hoger gemiddelde van karakteristieken van persoonlijkheid. Michaels plan was om als een gewoon mens op aarde te verschijnen zodat de gewone mensen hem zouden kunnen begrijpen en accepteren. Om deze reden koos Gabriël dan ook juist zulke mensen als Jozef en Maria uit om de ouders van dit bijzondere kind te worden.

Gabriël verschijnt aan Elisabeth

Het levenswerk van Jezus op aarde werd echt begonnen door Johannes de Doper. Zacharias, de vader van Johannes, behoorde tot het Joodse priesterdom, terwijl zijn moeder, Elisabeth, een lid was van de meer welvarende tak van dezelfde grote familie als waartoe ook Maria, de moeder van Jezus, behoorde. Zacharias en Elisabeth waren kinderloos, hoewel ze al vele jaren getrouwd waren.

Het was tegen het eind van de maand juni van het jaar 8 voor Chr., ongeveer drie maanden na het huwelijk van Jozef en Maria, dat Gabriël op zekere dag op het middaguur aan Elisabeth verscheen, net zoals hij zich later bekend maakte aan Maria. Gabriël zei:

Terwijl uw echtgenoot, Zacharias, voor het altaar in Jeruzalem staat, en terwijl het bijeengekomen volk bidt om de komst van een verlosser, ben ik, Gabriël, gekomen om u aan te kondigen dat u binnenkort een zoon zult baren die de voorloper zal zijn van deze goddelijke leraar, en u zult uw zoon Johannes noemen. Hij zal opgroeien in toewijding aan de Heer uw God, en wanneer hij volwassen zal zijn, zal hij uw hart verblijden, omdat hij vele zielen tot God zal bekeren, en ook zal hij de komst van de ziel-genezer van uw volk en de spirituele bevrijder van de hele mensheid aankondigen. Maria, uw bloedverwante, zal de moeder van dit kind van belofte worden en ik zal ook aan haar verschijnen.

Dit visioen maakte Elisabeth heel bang. Na het vertrek van Gabriël dacht ze lang na over deze ervaring en lang overwoog zij de woorden van de majestueuze bezoeker. Maar ze sprak met niemand over deze openbaring, behalve met haar echtgenoot. Totdat zij in het begin van Februari van het volgende jaar een bezoek bracht aan Maria.

Vijf maanden lang verzweeg Elisabeth haar geheim zelfs voor haar echtgenoot. En toen zij hem het verhaal van het bezoek van Gabriël vertelde, was Zacharias zeer sceptisch en wekenlang had hij zijn twijfels over de hele ervaring. Hij kon er pas toe komen om een beetje half te gaan geloven in Gabriëls bezoek aan zijn vrouw toen hij er niet langer aan kon twijfelen dat zij in verwachting was. Zacharias was zeer verbaasd door het aanstaande moederschap van Elisabeth, maar hij twijfelde niet aan de integriteit van zijn vrouw, ondanks zijn eigen gevorderde leeftijd. Pas ongeveer zes weken voor de geboorte van Johannes, raakte Zacharias er als gevolg van een indrukwekkende droom geheel van overtuigd dat Elisabeth moeder zou worden van een zoon met een bijzondere bestemming, een zoon die de weg zou moeten bereiden voor de komst van de Messias.

Gabriël verscheen aan Maria omstreeks half november van het jaar 8 voor Chr., toen zij aan het werk was in haar huis in Nazareth. Later, toen Maria er zeker van was dat ze moeder zou worden, haalde zij Jozef over om haar op reis te laten gaan naar de Stad van Judah, die in de heuvels vier mijl ten westen van Jeruzalem lag, om Elisabeth te bezoeken. Gabriël had allebei de aanstaande moeders ingelicht over zijn verschijning aan de andere. Het spreekt vanzelf dat ze elkaar heel graag wilden zien om hun ervaringen met elkaar te vergelijken en te spreken over wat de waarschijnlijke toekomst van hun zonen zou zijn. Maria bleef drie weken bij haar verre nicht. Elisabeth deed veel om Maria’s geloof in het visioen van Gabriël te versterken. Daardoor keerde ze naar huis terug met een nog grotere toewijding aan haar roeping om de moeder te worden van het kind met de bijzondere bestemming, dat zij zo spoedig aan deze wereld zou schenken als een hulpeloze baby, een gewoon, normaal kindje van deze aarde.

Johannes werd geboren op 25 maart van het jaar 7 voor Chr. in de Stad van Judah. Zacharias en Elisabeth verheugden zich zeer in het besef dat zij een zoon hadden gekregen zoals Gabriël dit had beloofd. En toen zij hem op de achtste dag voor besnijdenis aanboden, gaven zij hem formeel de naam Johannes, zoals hun tevoren was gezegd te doen. Een neef van Zacharias was al vertrokken naar Nazareth met de boodschap van Elisabeth aan Maria dat haar een zoon was geboren en dat zijn naam Johannes zou zijn.

Vanaf zijn vroegste jeugd werd Johannes op verstandige wijze door zijn ouders van de gedachte doordrongen dat hij zou opgroeien tot een spiritueel leider en religieus leraar. En het hart van Johannes was steeds een goede voedingsbodem voor het zaaien van dit suggestieve zaad. Als kind was hij al vaak in de tempel te vinden gedurende de perioden dat zijn vader dienst deed, en hij was enorm onder de indruk van de betekenis van alles wat hij daar zag.

Gabriëls aankondiging aan Maria

Op een avond rond zonsondergang, voordat Jozef thuis was gekomen, verscheen Gabriël aan Maria naast een lage stenen tafel. Toen Maria was bijgekomen van haar schrik, sprak hij:

Ik kom in opdracht van iemand die mijn Meester is en die u zult liefhebben en grootbrengen. Aan u, Maria, breng ik een blijde boodschap nu ik u aankondig dat de conceptie die in u heeft plaatsgevonden door de hemel is verordineerd en dat u te zijner tijd moeder zult worden van een zoon; u zult hem Joshua noemen, en hij zal het hemelse koninkrijk inluiden op aarde en onder de mensen. Spreek hierover met niemand behalve met Jozef en met uw bloedverwante Elisabeth, aan wie ik ook ben verschenen en die binnenkort ook een zoon zal baren, wiens naam Johannes zal zijn, en die de weg zal bereiden voor de boodschap van de verlossing die uw zoon aan de mensen zal verkondigen, met grote kracht en diepe overtuiging. Twijfel niet aan mijn woorden, Maria, want dit huis is uitgekozen als de sterfelijke omgeving voor het kind van bestemming. Mijn zegen zal met u zijn, de kracht van de Meest Verhevenen zal u sterken, en de Heer van de hele aarde zal u beschutten met schaduw.

Maria overdacht dit bezoek in haar hart, weken lang in het geheim, totdat ze er zeker van was dat ze zwanger was. Pas toen durfde ze deze ongewone gebeurtenissen aan haar echtgenoot te onthullen. Toen Jozef dit alles had aangehoord, raakte hij zeer verontrust en kon nachten lang niet slapen, ook al had hij veel vertrouwen in Maria. Eerst twijfelde Jozef aan het bezoek van Gabriël. Daarna, toen hij er min of meer van overtuigd was geraakt dat Maria werkelijk de stem van de goddelijke boodschapper had gehoord en zijn gestalte had gezien, werd hij innerlijk verscheurd als hij erover nadacht hoe dergelijke dingen konden bestaan. Hoe kon een nakomeling van menselijke ouders een kind met een goddelijke bestemming zijn? Jozef kon deze tegenstrijdige gedachten niet met elkaar rijmen, totdat hij en Maria, na diverse weken van nadenken, allebei tot de conclusie kwamen dat zij uitverkoren waren om de ouders te worden van de Messias. Maar de Joodse voorstelling van de Messias klopte eigenlijk niet met de gedachte dat de verwachte verlosser van goddelijke aard zou zijn. Toen ze tot deze belangrijke conclusie waren gekomen, vertrok Maria met spoed voor een bezoek aan Elisabeth.

Na haar terugkomst ging Maria haar ouders bezoeken, Joachim en Hannah. Haar twee broers en twee zusters bleven net als haar ouders altijd zeer sceptisch over de goddelijke zending van Jezus, hoewel zij op dit moment natuurlijk niets wisten van het bezoek van Gabriël. Maar Maria vertrouwde haar zuster Salomé wel toe dat zij dacht dat haar zoon voorbestemd was om een groot leraar te worden.

De aankondiging van Gabriël aan Maria vond plaats op de dag na de conceptie van Jezus en was de enige bovennatuurlijke gebeurtenis die samenhing met de hele ervaring van haar dragen en baren van het kind vol belofte.

Jozefs droom

Jozef kon zich niet verzoenen met de gedachte dat Maria de moeder zou worden van een buitengewoon kind totdat hij een zeer indrukwekkende droom had gehad. In deze droom verscheen hem een schitterende hemelse boodschapper, die onder meer zei: ‘Jozef, ik verschijn op bevel van Hem die nu regeert in den hoge, en ik heb de opdracht u instructies te geven over de zoon die Maria zal baren en die een groot licht in de wereld zal worden. In hem zal leven zijn en zijn leven zal het licht van de mensheid worden. Hij zal zich eerst op zijn eigen volk richten, maar zij zullen hem nauwelijks aanvaarden. Maar aan al degenen die hem wel willen aanvaarden, zal hij openbaren dat zij kinderen van God zijn.’ Na deze ervaring twijfelde Jozef nooit meer helemaal aan het verhaal van Maria over het bezoek van Gabriël en aan de belofte dat het ongeboren kind een goddelijke boodschapper aan de wereld zou worden.

Bij al deze visitaties werd niets gezegd over het huis van David. Nooit werd ook maar enige suggestie gedaan dat Jezus een ‘verlosser van de Joden’ zou worden, zelfs niet dat hij de lang-verwachte Messias zou zijn. Jezus was niet het soort Messias waarnaar de Joden hadden uitgezien, maar hij was de verlosser van de wereld. Zijn missie was gericht op alle rassen en volkeren, niet op één bepaalde groep.

Jozef was niet in de lijn van afstamming van Koning David. Maria had meer voorouders in de lijn van David dan Jozef. Het is waar dat Jozef naar de Stad van David, Bethlehem, ging om geregistreerd te worden voor de Romeinse volkstelling, maar dat was omdat zes generaties eerder Jozefs voorvader van vaders kant als wees was geadopteerd door een zekere Zadoc, die een rechtstreekse afstammeling was van David; hierdoor kwam het dat Jozef ook gerekend werd tot het ‘huis van David’.

De meeste van de zogenaamde ‘Messiaanse profetieën’ in het Oude Testament zijn pas lang na het leven van Jezus op aarde aangepast en toegepast op Jezus. Eeuwenlang hadden de Hebreeuwse profeten de komst van een verlosser aangekondigd, en deze beloften waren door achtereenvolgende generaties uitgelegd als betrekking hebbend op een nieuwe Joodse heerser die op de troon van David zou zitten en -met behulp van de vermeend wonderbaarlijke methoden van Mozes- vervolgens de Joden in Palestina tot een machtige natie zou maken, vrij van alle vreemde overheersing. Ook werden veel passages met een figuurlijke betekenis, die je overal in de Hebreeuwse geschriften kon vinden, later fout toegepast op de levensmissie van Jezus. Veel gezegden uit het Oude Testament werden zo misvormd, dat ze leken te slaan op episoden uit het leven van de Meester op aarde. Jezus zelf ontkende een keer in het openbaar dat hij op enige manier verbonden zou zijn met het koningshuis van David. Zelfs de passage, ‘een jonge vrouw zal een zoon baren’, werd veranderd in ‘een maagd zal een zoon baren’. Dit was ook het geval met de vele genealogieën (stambomen) van zowel Jozef als Maria, die werden opgesteld na het leven van Jezus op aarde. Veel van deze stambomen bevatten een groot aantal voorouders van de Meester, maar over het geheel genomen zijn ze niet echt en kan je er niet op afgaan als feitelijk juist. De vroege volgelingen van Jezus gaven maar al te vaak toe aan de verleiding om alle oudere uitspraken te laten lijken alsof ze vervulling vinden in het leven van hun Heer en Meester.

De aardse ouders van Jezus

Jozef was een zachtaardige man, uiterst gewetensvol en in alle opzichten trouw aan de religieuze conventies en gebruiken van zijn volk. Hij sprak weinig, maar dacht veel. De treurige situatie van het Joodse volk bezorgde Jozef veel verdriet. Als jongeman, te midden van zijn acht broers en zussen, was hij opgewekter, maar in de eerste jaren van zijn huwelijksleven (tijdens de kindertijd van Jezus) had hij te maken met periodes van lichte mentale ontmoediging. Deze temperamentvolle manifestaties verbeterden aanzienlijk vlak voor zijn vroegtijdige dood en nadat de economische situatie van zijn gezin was verbeterd door zijn promotie van timmerman tot welvarend aannemer.

Maria’s temperament was het tegenovergestelde van dat van haar man. Ze was meestal opgewekt, zelden neerslachtig en bezat een altijd-zonnige aard. Maria gaf zich over aan vrije en frequente uiting van haar emotionele gevoelens en werd nooit bedroefd gezien tot na de plotselinge dood van Jozef. En ze was nauwelijks bekomen van deze schok, toen ze de angsten en vragen over zich heen kreeg die werden opgeroepen door de buitengewone levensloop van haar oudste zoon, die zich zo snel voor haar verbaasde blik ontvouwde. Maar gedurende al deze ongewone ervaringen was Maria kalm, moedig en tamelijk wijs in haar relatie met haar vreemde en weinig begrepen eerstgeboren zoon en zijn overlevende broers en zussen.

Jezus had veel van zijn vader meegekregen in zijn ongewone zachtaardigheid en wonderbaarlijk meelevend begrip van de menselijke natuur. Hij erfde zijn gave als groot leraar en zijn enorme vermogen tot rechtvaardige verontwaardiging van zijn moeder. In emotionele reacties op zijn volwassen omgeving was Jezus op een gegeven moment net als zijn vader, meditatief en eerbiedig, soms gekenmerkt door ogenschijnlijke droefheid. Maar vaker ging hij verder op de manier van zijn moeders optimistische en vastberaden karakter. Al met al had Maria’s temperament de neiging de loopbaan van de goddelijke Zoon te domineren naarmate hij opgroeide en de belangrijke stappen van zijn volwassen leven zette. In sommige opzichten was Jezus een mengeling van de eigenschappen van zijn ouders; in andere opzichten vertoonde hij de eigenschappen van de een in contrast met die van de ander.

Van Jozef ontving Jezus zijn strenge opleiding in de gebruiken van de Joodse ceremoniën en zijn ongebruikelijke kennis van de Hebreeuwse geschriften. Van Maria kreeg hij een bredere kijk mee op het religieuze leven en een liberaler concept van persoonlijke spirituele vrijheid.

De families van zowel Jozef als Maria waren voor hun tijd goed opgeleid. Jozef en Maria waren ver boven het gemiddelde opgeleid voor hun tijd en positie in het leven. Hij was een denker; zij was een planner, expert in aanpassing en praktisch in directe uitvoering. Jozef had bruin haar met zwarte ogen; Maria was een bijna blonde vrouw met bruine ogen.

Als Jozef nog had geleefd, zou hij ongetwijfeld een vast gelovige in de goddelijke missie van zijn oudste zoon zijn geworden. Maria wisselde tussen geloven en twijfelen, sterk beïnvloed door de positie die haar andere kinderen en haar vrienden en familieleden innamen, maar ze werd altijd in haar uiteindelijke houding gesterkt door de herinnering aan Gabriels verschijning aan haar, onmiddellijk nadat het kind was verwekt.

Maria was een bedreven weefster en bovengemiddeld bedreven in de meeste huishoudelijke vaardigheden van die tijd; ze was een goede huishoudster en een superieure huisvrouw. Zowel Jozef als Maria waren goede leraren en zorgden ervoor dat hun kinderen goed thuis waren in de leer van die tijd.

Toen Jozef een jongeman was, werd hij door Maria’s vader ingezet bij de bouw van een aanbouw aan zijn huis. Toen Maria Jozef tijdens een middagmaaltijd een beker water bracht, begon de verkering van het paar dat voorbestemd was om de ouders van Jezus te worden.

Jozef en Maria trouwden, volgens Joods gebruik, in Maria’s huis in de omgeving van Nazareth toen Jozef eenentwintig jaar oud was. Dit huwelijk sloot een normale verkering van bijna twee jaar af. Kort daarna verhuisden ze naar hun nieuwe huis in Nazareth, dat Jozef met de hulp van twee van zijn broers had gebouwd. Het huis lag aan de voet van het nabijgelegen heuvelland dat zo’n charmant uitzicht bood op het omliggende landschap. Deze jonge en aanstaande ouders hadden gedacht het kind van de belofte te verwelkomen in dit speciaal voorbereide huis, zich er niet van bewust dat deze belangrijke gebeurtenis in het universum zich zou afspelen terwijl zij niet thuis zouden zijn, maar in Bethlehem in Judea.

Het grootste deel van Jozefs familie werd gelovig in de leringen van Jezus, maar slechts weinigen van Maria’s kant geloofden ooit in hem totdat hij deze wereld had verlaten. Jozef neigde meer naar het spirituele concept van de verwachte Messias, maar Maria en haar familie, vooral haar vader, hielden vast aan het idee van de Messias als een wereldlijke verlosser en politieke heerser. Maria’s voorouders waren prominent geassocieerd met de Makkabeese activiteiten van de toenmalige, maar recente tijd.

Jozef hield sterk vast aan de oosterse, of Babylonische, opvattingen over de joodse religie. Maria neigde sterk naar de meer liberale en bredere westerse, of Hellenistische, interpretatie van de wet en de profeten.

Het huis in Nazareth

Het huis van Jezus lag niet ver van de hoge heuvel in het noordelijke deel van Nazareth, op enige afstand van de dorpsbron, die zich in het oostelijke deel van de stad bevond. De familie van Jezus woonde aan de rand van de stad, en dit maakte het later des te gemakkelijker voor hem om regelmatig op het platteland te wandelen en tochten te maken naar de top van dit nabijgelegen hoogland, de hoogste van alle heuvels in Zuid-Galilea, afgezien van de berg(keten) Tabor in het oosten en de heuvel van Naïn, die ongeveer even hoog was. Hun huis lag iets ten zuiden en oosten van de zuidelijke kaap van deze heuvel en ongeveer halverwege tussen de voet van deze verhoging en de weg die van Nazareth naar Kana leidde. Naast het beklimmen van de heuvel, was de favoriete wandeling van Jezus het volgen van een smal pad dat zich in noordoostelijke richting om de voet van de heuvel slingerde tot een punt waar het samenkwam met de weg naar Sepphoris.

Het huis van Jozef en Maria was een stenen gebouw met één kamer, een plat dak en een aangrenzend gebouw voor het huisvesten van de dieren. Het meubilair bestond uit een lage stenen tafel, aardewerken en stenen schalen en potten, een weefgetouw, een lampenstandaard, verschillende kleine krukjes, en matten om op de stenen vloer te slapen. In de achtertuin, vlakbij het dierenverblijf, bevond zich de overkapping die de oven en de graanmaalmolen bedekte. Er waren twee personen nodig om dit type molen te bedienen, één om te malen en een ander om het graan in te voeren. Als kleine jongen voerde Jezus vaak graan in voor deze molen terwijl zijn moeder de molen draaide.

In latere jaren, toen het gezin groeide, hurkten ze allemaal rond de vergrote stenen tafel om van hun maaltijden te genieten, waarbij ze zichzelf bedienden uit een gemeenschappelijke schaal, of pot, met voedsel. In de winter werd de tafel tijdens de avondmaaltijd verlicht door een kleine, platte kleilamp, gevuld met olijfolie. Na de geboorte van Martha bouwde Jozef een aanbouw aan dit huis, een grote kamer, die overdag als timmerwerkplaats en ’s nachts als slaapkamer werd gebruikt.

De reis naar Bethlehem

In de maand maart van het jaar 8 v.Chr. (de maand waarin Jozef en Maria trouwden), verordende keizer Augustus dat alle inwoners van het Romeinse Rijk geteld moesten worden, dat er een volkstelling moest worden gehouden die gebruikt kon worden om de belastingheffing te verbeteren. De Joden waren altijd sterk gekant geweest tegen elke poging om het volk te tellen. En dit, ook vanwege de ernstige binnenlandse moeilijkheden van Herodes, koning van Judea, had ertoe geleid dat het houden van deze volkstelling in het Joodse koninkrijk met een jaar uitgesteld was. In het hele Romeinse Rijk werd deze volkstelling geregistreerd in het jaar 8 v.Chr., behalve in het Palestijnse koninkrijk van Herodes, waar deze een jaar later in 7 v.Chr. werd gehouden.

Het was niet nodig dat Maria naar Bethlehem ging voor de inschrijving – Jozef was gemachtigd om namens zijn gezin de registratie te doen – maar Maria, een avontuurlijk en uitgesproken persoon, stond erop hem te vergezellen. Ze was er bang voor om alleen te blijven, uit angst dat het kind geboren zou worden terwijl Jozef weg was. Bovendien, aangezien Bethlehem niet ver van de stad Judah lag, voorzag Maria een mogelijk aangenaam bezoek aan haar nicht Elisabeth.

Jozef verbood Maria feitelijk hem te vergezellen, maar het mocht niet baten; toen het eten voor de reis van drie of vier dagen werd ingepakt, maakte ze dubbele porties klaar en maakte zich gereed voor de reis. Maar voordat ze daadwerkelijk vertrokken, was Jozef verzoend met het feit dat Maria meeging, en ze vertrokken opgewekt uit Nazareth bij het aanbreken van de dag.

Jozef en Maria waren arm, en omdat ze maar één lastdier hadden, reed Maria, die hoogzwanger was, op het dier met de proviand, terwijl Jozef liep en het dier leidde. De bouw en inrichting van een huis was een grote belasting voor Jozef geweest, omdat hij ook moest bijdragen aan het onderhoud van zijn ouders, want zijn vader was onlangs invalide geworden. En zo vertrok dit Joodse echtpaar vroeg in de ochtend van 18 augustus 7 v.Chr. uit hun nederige huis op hun reis naar Bethlehem.

Hun eerste reisdag voerde hen langs de uitlopers van de berg Gilboa, waar ze hun kamp opsloegen voor de nacht aan de rivier de Jordaan en zich bezighielden met vele speculaties over wat voor soort zoon hun geboren zou worden. Jozef hield vast aan het concept van een spirituele leraar en Maria aan het idee van een Joodse Messias, een verlosser van de Hebreeuwse natie.

Op de heldere en vroege ochtend van 19 augustus waren Jozef en Maria weer op weg. Ze gebruikten hun middagmaal aan de voet van de berg Sartaba, met uitzicht op de Jordaanvallei, en reisden verder naar Jericho voor de nacht, waar ze stopten bij een herberg aan de hoofdweg net buiten de stad. Na de avondmaaltijd en na veel discussie over hoe onderdrukkend de Romeinse overheersing was, en over Herodes, de volkstelling en de relatieve invloed van Jeruzalem en Alexandrië als centra van Joodse wetenschap en cultuur, trokken de reizigers uit Nazareth zich terug voor de nachtrust. Vroeg in de ochtend van 20 augustus hervatten ze hun reis en bereikten Jeruzalem vóór de middag, bezochten de tempel en gingen verder naar hun bestemming: halverwege de middag kwamen zij aan in Bethlehem.

De herberg was overvol, en Jozef zocht daarom onderdak bij verre verwanten, maar elke kamer in Bethlehem was overvol. Bij zijn terugkeer op de binnenplaats van de herberg werd hem meegedeeld dat de karavaan-stallen, uitgehouwen in de rotswand en net onder de herberg gelegen, waren ontdaan van dieren en schoongemaakt voor de ontvangst van gasten. Jozef liet de ezel op de binnenplaats staan, nam hun tassen met kleding en proviand op zijn schouders en daalde met Maria de stenen treden af naar hun verblijf. Ze bevonden zich in wat ooit een graanopslagplaats was geweest, tegenover de stallen en voerbakken/kribben. Tentgordijnen waren opgehangen en ze prezen zich gelukkig met zo’n comfortabel verblijf.

Jozef had bedacht om meteen naar buiten te gaan en zich in te schrijven, maar Maria was vermoeid; ze was behoorlijk van streek en smeekte hem om bij haar te blijven, en dat deed hij ook.

De geboorte van Jezus

Maria was die hele nacht rusteloos, zodat geen van beiden veel sliep. Tegen het aanbreken van de dag waren de barensweeën duidelijk merkbaar, en op het middaguur van 21 augustus, 7 v.Chr., beviel Maria, met de hulp en vriendelijke zorg van vrouwelijke medereizigers, van een mannelijk kind. Jezus van Nazareth werd geboren, gewikkeld in de kleren die Maria had meegebracht voor zo’n mogelijke situatie, en gelegd in een nabijgelegen kribbe.

Op precies dezelfde manier als alle baby’s vóór die dag en sindsdien ter wereld zijn gekomen, werd het beloofde kind geboren. En op de achtste dag werd hij, volgens het Joodse gebruik, besneden en kreeg hij formeel de naam Joshua (Jezus). De volgende dag na de geboorte van Jezus schreef Jozef zich in (voor de bevolkings-registratie). Jozef ontmoette een man met wie ze twee nachten eerder in Jericho hadden gesproken en werd door hem meegenomen naar een welgestelde vriend die een kamer in de herberg had en die zei dat hij graag van kamer wilde wisselen met het echtpaar uit Nazareth. Die middag verhuisden ze naar de herberg, waar ze bijna drie weken verbleven totdat ze onderdak vonden in het huis van een verre verwant van Jozef.

De tweede dag na de geboorte van Jezus stuurde Maria bericht aan Elisabeth dat haar kind was gekomen en ontving bericht terug dat Jozef naar Jeruzalem werd uitgenodigd om al hun zaken met Zacharias (de echtgenoot van Elisabeth) te bespreken. De volgende week ging Jozef naar Jeruzalem om met Zacharias te overleggen. Zowel Zacharias als Elisabeth waren er oprecht van overtuigd dat Jezus inderdaad de Joodse bevrijder, de Messias, zou worden en dat hun zoon Johannes de leider van zijn helpers, zijn voorbestemde rechterhand, zou zijn. En aangezien Maria dezelfde ideeën had, was het niet moeilijk Jozef ervan te overtuigen in Bethlehem, de Stad van David, te blijven, zodat Jezus kon opgroeien tot de opvolger van David op de troon van heel Israël. En zo bleven ze meer dan een jaar in Bethlehem, terwijl Jozef intussen een tijdje als timmerman werkte.

Bij de middaggeboorte van Jezus zongen de serafijnen van onze wereld, verzameld onder hun leiders, lofzangen boven de kribbe van Bethlehem, maar deze lofzangen werden niet door menselijke oren gehoord. Geen herders of andere sterfelijke wezens kwamen om hulde te brengen aan het kind van Bethlehem tot de dag van de aankomst van bepaalde priesters uit Ur, die door Zacharias vanuit Jeruzalem waren gezonden.

Deze priesters uit Mesopotamië hadden enige tijd daarvoor van een vreemde religieuze leraar uit hun land vernomen dat hij een droom had gehad waarin hem werd meegedeeld dat ‘het licht van leven’ op het punt stond op aarde te verschijnen als een kind en onder de Joden. En daar gingen deze drie leraren dus heen, op zoek naar dit ‘licht van leven’. Na vele weken van vergeefse zoektocht in Jeruzalem stonden ze op het punt terug te keren naar Ur toen Zacharias hen ontmoette en zijn overtuiging onthulde dat Jezus het doel van hun zoektocht was en hen naar Bethlehem stuurde, waar ze het kind vonden en hun geschenken bij Maria, zijn aardse moeder, achterlieten. De baby was bijna drie weken oud ten tijde van hun bezoek.

Deze wijze mannen zagen geen ster die hen naar Bethlehem leidde. De prachtige legende van de ster van Bethlehem ontstond op deze manier: Jezus werd geboren op 21 augustus om 12.00 uur ’s middags in 7 v.Chr. Op 29 mei van het jaar 7 v.Chr. vond er een buitengewone conjunctie plaats van Jupiter en Saturnus in het sterrenbeeld Vissen. En het is een opmerkelijk astronomisch feit dat soortgelijke conjuncties plaatsvonden op 29 september en 5 december van hetzelfde jaar. Op basis van deze buitengewone maar volkomen natuurlijke gebeurtenissen construeerden de goedbedoelende fanatici van de volgende generatie de aantrekkelijke legende van de ster van Bethlehem en de aanbiddende wijzen die daardoor naar de kribbe werden geleid, waar ze het pasgeboren kind aanschouwden en aanbaden. (Midden-)Oosters denken is dol op sprookjes en er worden voortdurend zulke prachtige mythen over de levens van hun religieuze leiders en politieke helden verzonnen. Zonder boekdrukkunst, toen de meeste menselijke kennis mondeling van generatie op generatie werd doorgegeven, was het heel gemakkelijk voor mythen om tradities te worden en voor tradities om uiteindelijk als feiten te worden geaccepteerd.

De Opdracht in de Tempel

Mozes had de Joden geleerd dat elke eerstgeboren zoon aan de Heer toebehoorde, en dat in plaats van dat die zoon geofferd zou moeten worden, zoals gebruikelijk was onder de heidense volken, zo’n zoon in leven mocht blijven, als zijn ouders hem vrijkochten door vijf sjekel te betalen aan een bevoegde priester. Er was ook een verordening van Mozes die voorschreef dat een moeder, na verloop van een bepaalde tijd, zichzelf (of iemand anders die het gepaste offer voor haar deed) in de tempel moest presenteren voor reiniging. Het was gebruikelijk om beide ceremonies tegelijkertijd uit te voeren. En zo gingen Jozef en Maria persoonlijk naar de tempel in Jeruzalem om Jezus aan de priesters voor te stellen en zijn verlossing te bewerkstelligen, en ook om het gepaste offer te brengen om Maria’s ceremoniële reiniging van de vermeende onreinheid van de bevalling te verzekeren.

Er hingen voortdurend in de voorhoven van de tempel twee opmerkelijke figuren rond: Simeon, een zanger, en Anna, een dichteres. Simeon was een Judeeër, maar Anna was uit Galilea. Dit echtpaar was vaak in elkaars gezelschap, en beiden waren vertrouwelingen van de priester Zacharias, die hun het geheim van Johannes en Jezus had toevertrouwd. Zowel Simeon als Anna verlangden naar de komst van de Messias, en hun vertrouwen in Zacharias bracht hen tot het geloof dat Jezus de verwachte verlosser van het Joodse volk was.

Zacharias wist op welke dag Jozef en Maria met Jezus in de tempel verwacht werden, en hij had met Simeon en Anna afgesproken dat hij door de groet van zijn opgeheven hand zou aangeven wie in de processie van eerstgeborenen Jezus was.

Voor deze gelegenheid had Anna een gedicht geschreven dat Simeon begon te zingen, tot grote verbazing van Jozef, Maria en allen die in de tempel bijeen waren. En dit was hun lofzang over de verlossing van de eerstgeboren zoon:

Gezegend zij de Heer, de God van Israël,

Want Hij heeft ons bezocht en verlossing voor Zijn volk bewerkt;

Hij heeft een hoorn des heils voor ons allen opgericht

In het huis van Zijn dienaar David.

Zoals Hij door de mond van Zijn heilige profeten gesproken heeft

Redding van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten;

Om barmhartigheid te bewijzen aan onze vaderen en Zijn heilig verbond te gedenken.

De eed die Hij zwoer aan Abraham, onze vader,

Om ons te geven dat wij, verlost uit de hand van onze vijanden,

Hem zouden dienen zonder vrees,

In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al onze dagen.

Ja, en jij, kind van de belofte, zult profeet van de Allerhoogste genoemd worden;

Want jij zult voor het aangezicht van de Heer gaan om zijn koninkrijk te vestigen;

Om kennis van verlossing te geven aan zijn volk

In de vergeving van hun zonden.

Verheug u in de tedere barmhartigheid van onze God, want de dageraad uit den hoge heeft ons nu bezocht

Om te schijnen over hen die in duisternis en de schaduw des doods zitten;

Om onze voeten te leiden op de wegen van vrede.

En laat nu uw dienaar in vrede heengaan, o Heer, overeenkomstig uw woord,

Want mijn ogen hebben uw heil gezien,

Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken;

Een licht, zelfs tot onthulling van de heidenen

En tot glorie van Uw volk Israël.

Op de terugweg naar Bethlehem waren Jozef en Maria stil – verward en overweldigd. Maria was zeer verontrust door de afscheidsgroet van Anna, de bejaarde dichteres, en Jozef was het niet eens met deze voorbarige poging om Jezus af te schilderen als de verwachte Messias van het Joodse volk.

Herodes handelt

Maar de spionnen van Herodes zaten niet stil. Toen ze hem berichtten over het bezoek van de priesters van Ur aan Bethlehem, riep Herodes deze Chaldeeën bijeen om voor hem te verschijnen. Hij ondervroeg de wijzen nauwkeurig over de nieuwe ‘koning der Joden’, maar ze gaven hem weinig voldoening. Ze legden hem uit dat het kind geboren was uit een vrouw die met haar man naar Bethlehem was gekomen voor de volkstelling. Herodes, die niet tevreden was met dit antwoord, stuurde hen weg met een beurs en met de opdracht dat ze het kind moesten zoeken, zodat ook hij kon komen en het kon aanbidden, aangezien ze hadden verklaard dat zijn koninkrijk spiritueel zou zijn, niet stoffelijk. Maar toen de wijzen niet terugkeerden, werd Herodes achterdochtig. Terwijl hij deze zaken overdacht, keerden zijn informanten terug en deden uitgebreid verslag van de recente gebeurtenissen in de tempel. Ze brachten hem een kopie van delen van het Simeon-lied, dat gezongen was tijdens de verlossingsceremonies van Jezus. Maar ze waren Jozef en Maria niet gevolgd, en Herodes was erg boos op hen toen ze hem niet konden vertellen waar het paar het kindje naartoe had gebracht. Hij stuurde vervolgens zoekers om Jozef en Maria te vinden. Zacharias en Elisabeth wisten dat Herodes de familie uit Nazareth achtervolgde en bleven daarom weg uit Bethlehem. Het jongetje werd verborgen gehouden bij Jozefs familieleden.

Jozef was bang om werk te zoeken en hun weinige spaargeld raakte snel op. Zelfs ten tijde van de reinigingsceremonies in de tempel achtte Jozef zichzelf arm genoeg om te rechtvaardigen dat hij twee jonge duiven voor Maria zou offeren, zoals Mozes had voorgeschreven voor de reiniging van moeders onder de armen.

Massamoord van onschuldige kinderen

Toen de spionnen van Herodes na meer dan een jaar zoeken Jezus nog steeds niet hadden gevonden, en omdat het vermoeden bestond dat het kind nog steeds in Bethlehem verborgen was, stelde hij een bevel op waarin stond dat elk huis in Bethlehem systematisch doorzocht moest worden en dat alle jongetjes jonger dan twee jaar gedood moesten worden. Op deze manier hoopte Herodes ervoor te zorgen dat dit kind, dat ‘koning der Joden’ zou worden, gedood zou worden. En zo kwamen op één dag zestien jongetjes om in Bethlehem in Judea. Maar intriges en moord, zelfs in zijn eigen directe familie, waren aan de orde van de dag aan het hof van Herodes.

De massamoord op deze kinderen vond plaats rond half oktober, 6 v.Chr., toen Jezus iets ouder dan een jaar was. Maar er waren zelfs onder de hofbeambten van Herodes gelovigen in de komende Messias. Een van hen, die hoorde van het bevel om de jongetjes in Bethlehem te doden, nam contact op met Zacharias, die op zijn beurt een boodschapper naar Jozef stuurde. De nacht voor het bloedbad vertrokken Jozef en Maria met het kind vanuit Bethlehem naar Alexandrië in Egypte. Om geen aandacht te trekken, reisden ze alleen met Jezus naar Egypte. Ze gingen naar Alexandrië met geld van Zacharias, en daar deed Jozef zijn werk, terwijl Maria en Jezus bij welgestelde familieleden van Jozef logeerden. Ze verbleven twee volle jaren in Alexandrië en keerden pas na de dood van Herodes terug naar Bethlehem.

Kaart, lokaties en bron-teksten

Het kaartje hieronder is van “In His Steps” :

Lokatie Tijd en referentie
naar Bron-tekst
Google Maps
lokatie (geschat)
Nazareth aankondiging door Gabriel
14 November, 08 B.C. ~ 122:2.6
Lokatie
Geboorte in Bethlehem
21 Augustus, 07 B.C. ~ 122:8.1
Lokatie
Vertrek uit haven van Joppa 15 Oktober, 06 B.C. ~ 122:10.4 Lokatie
Alexandrie, Egypte 6 November – Augustus, 04 B.C. ~  123:0.1 Lokatie
Terug naar Israel, Joppa 28 Augustus, 04 B.C. ~ 123:0.4 Lokatie
Bethlehem visit / bezoek Aug. – Okt., 04 B.C. ~ 123:1.1 Lokatie
Terug naar Nazareth 10 Oktober 10, 04 B.C. ~ 123:1.1 Lokatie

Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 122 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org