Inleiding

September en oktober werden doorgebracht in afzondering in een afgelegen kamp op de hellingen van de berg Gilboa. De maand september bracht Jezus hier alleen door met zijn apostelen, hen onderwijzend en onderrichtend in de waarheden van het koninkrijk.

Er waren een aantal redenen waarom Jezus en zijn apostelen zich in die tijd terugtrokken aan de grenzen van Samaria en de Dekapolis. De religieuze leiders van Jeruzalem waren zeer vijandig. Herodes Antipas hield Johannes nog steeds gevangen, uit angst hem vrij te laten of te executeren, terwijl hij nog steeds vermoedens koesterde dat Johannes en Jezus op de een of andere manier verbonden waren. Deze omstandigheden maakten het onverstandig om plannen te maken voor strijdlustig werk in Judea of Galilea. Er was een derde reden: de langzaam toenemende spanning tussen de leiders van de discipelen van Johannes de Doper en de apostelen van Jezus, die verergerde met het toenemende aantal gelovigen.

Jezus wist dat de dagen van het voorbereidende werk van onderricht en prediking bijna voorbij waren, dat de volgende stap het begin inhield van de volledige en laatste inspanning van zijn leven op aarde, en hij wilde niet dat de start van deze onderneming op enigerlei wijze moeilijk of gênant zou zijn voor Johannes de Doper. Jezus had daarom besloten enige tijd in afzondering door te brengen met het repeteren van de lessen aan zijn apostelen en daarna rustig werk te doen in de steden van de Dekapolis totdat Johannes geëxecuteerd zou worden, of vrijgelaten zou worden om zich bij hen aan te sluiten in een gezamenlijke inspanning.

Het Gilboa-kamp

Naarmate de tijd verstreek, raakten de twaalf steeds meer toegewijd aan Jezus en zetten ze zich steeds meer in voor het werk van het koninkrijk. Hun toewijding was grotendeels een kwestie van persoonlijke loyaliteit. Ze begrepen zijn veelzijdige leer niet. Ze begrepen de aard van Jezus of de betekenis van zijn missie op aarde niet volledig.

Jezus maakte zijn apostelen duidelijk dat ze zich om drie redenen hadden teruggetrokken:

  1. Om hun begrip van en geloof in het evangelie van het koninkrijk te bevestigen.
  2. Om de tegenstand tegen hun werk in zowel Judea als Galilea te laten bedaren.
  3. Om het lot van Johannes de Doper af te wachten.

Tijdens zijn verblijf op Gilboa vertelde Jezus de twaalf veel over zijn jeugd en over zijn ervaringen op de berg Hermon. Hij onthulde ook iets over wat er in de heuvels gebeurde gedurende de veertig dagen direct na zijn doop. En hij droeg hun rechtstreeks op niemand over deze ervaringen te vertellen totdat hij tot de Vader was teruggekeerd.

Gedurende deze septemberweken rustten ze uit, bezochten anderen, vertelden ze over hun ervaringen sinds Jezus hen voor het eerst tot dienst had geroepen, en ondernamen ze een serieuze poging om te coördineren wat de Meester hun tot nu toe had geleerd. In zekere zin voelden ze allemaal aan dat dit hun laatste kans op langdurige rust zou zijn. Ze beseften dat hun volgende publieke optreden in Judea of Galilea het begin zou markeren van de definitieve verkondiging van het komende koninkrijk, maar ze hadden weinig of geen vaststaand idee over wat het koninkrijk zou zijn als het kwam. Johannes en Andreas dachten dat het koninkrijk al gekomen was; Petrus en Jakobus geloofden dat het nog moest komen; Nathanaël en Thomas gaven openlijk toe dat ze in de war waren; Mattheüs, Filippus en Simon Zelotes waren onzeker en verward; de tweeling was zalig onwetend van de controverse; en Judas Iscariot was stil en onthecht.

Een groot deel van deze tijd was Jezus alleen op de berg bij het kamp. Af en toe nam hij Petrus, Jakobus of Johannes mee, maar vaker ging hij alleen weg om te bidden of spirituele communicatie te hebben. Na de doop van Jezus en de veertig dagen in de heuvels van Perea is het nauwelijks gepast om over deze tijden van communicatie met zijn Vader te spreken als gebed, noch is het consistent om over Jezus te spreken als aanbiddend, maar het is volkomen juist om naar deze tijden te verwijzen als persoonlijke communicatie met zijn Vader.

Het centrale thema van de discussies gedurende de hele maand september was gebed en aanbidding. Nadat ze enkele dagen over aanbidding hadden gesproken, hield Jezus ten slotte zijn gedenkwaardige toespraak over gebed als antwoord op het verzoek van Thomas: “Meester, leer ons hoe te bidden.”

Johannes had zijn discipelen een gebed geleerd, een gebed om verlossing in het komende koninkrijk. Hoewel Jezus zijn volgelingen nooit verbood om de gebedsvorm van Johannes te gebruiken, merkten de apostelen al vroeg dat hun Meester de praktijk van het uitspreken van vaste en formele gebeden niet volledig goedkeurde. Toch vroegen gelovigen voortdurend om te leren hoe te bidden. De twaalf verlangden ernaar te weten welke vorm van smeekbede Jezus zou goedkeuren. En het was voornamelijk vanwege deze behoefte aan een eenvoudig smeekbede voor het gewone volk dat Jezus er op dat moment mee instemde, in antwoord op het verzoek van Thomas, om hen een suggestieve vorm van gebed te leren. Jezus gaf deze les op een middag in de derde week van hun verblijf op de berg Gilboa.

De verhandeling over het gebed

“Johannes leerde jullie inderdaad een eenvoudige vorm van gebed:

O Vader, reinig ons van zonde, toon ons uw glorie, openbaar uw liefde en laat uw spirit onze harten heiligen voor eeuwig, Amen!

Hij leerde dit gebed zodat jullie de menigte iets te leren zou hebben. Hij bedoelde niet dat jullie zo’n vaststaand en formeel verzoek zou gebruiken als de uitdrukking van je eigen ziel in gebed.”

“Gebed is geheel en al een persoonlijke en spontane uiting van de houding van de ziel ten opzichte van de sprit. Gebed zou de communicatie kind-Vader en de uitdrukking van kameraadschap moeten zijn. Gebed, wanneer het door de spirit wordt ingegeven, leidt tot gezamenlijke spirituele vooruitgang. Het ideale gebed is een vorm van spirituele communicatie die leidt tot intelligente aanbidding. WAAR gebed is de oprechte houding van het hemelwaarts reiken om je idealen te realiseren.

“Gebed is de adem van de ziel en zou je ertoe moeten brengen volhardend te zijn in je poging om zeker te zijn van de wil van de Vader. Stel dat iemand van jullie een buurman heeft en je gaat midden in de nacht naar hem toe en zegt: ‘Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij die op reis is, is bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.’ En als je buurman antwoordt, ‘Val me niet lastig, want de deur is nu gesloten en de kinderen en ik liggen in bed; daarom kan ik niet opstaan om je brood te geven.’ Dan zul je volharden en uitleggen dat je vriend honger heeft en dat je hem geen eten kunt aanbieden. Ik zeg je: al zal je naaste niet opstaan en je brood geven omdat hij je vriend is, toch zal hij vanwege je aandringen opstaan en je zoveel broden geven als je nodig hebt. Als volharding dan zelfs van een sterfelijk mens gunsten verwerft, hoeveel te meer zal je volharding in de spirit het brood van leven voor je winnen uit de bereidwillige handen van de Vader in de hemel. Opnieuw zeg ik je: Vraag en het zal je gegeven worden; zoek en je zult vinden; klop en er zal voor je opengedaan worden. Want ieder die vraagt, ontvangt; wie zoekt, vindt; en voor hem die klopt, zal de deur van de verlossing opengedaan worden.” [de vraag blijft een beetje waarom “volharding” nodig zou zijn t.o.v. God? De volharding is meer dat je vol blijft houden er achter te komen WAT de wil van de Vader is in een bepaalde omstandigheid of met je leven meer in het algemeen… ik kan me niet voorstellen dat Zijn “deur nu is gesloten en ik lig op bed”. Maar zie laatste zin van twee paragrafen verderop… ]

“Wie van jullie, die een vader is, zou, als zijn kind onverstandig vraagt, aarzelen om te geven in overeenstemming met ouderlijke wijsheid in plaats van in de termen van het gebrekkige verzoek van het kind? Als het kind een brood nodig heeft, geef je hem dan een steen, alleen omdat hij er onverstandig om vraagt? Als je kind een vis nodig heeft, geef je haar dan een waterslang, alleen omdat die toevallig met de vis in het net bovenkomt en het kind dwaas om de slang vraagt? Als jij, als sterfelijk en eindig persoon, dan al weet hoe je gebeden moet beantwoorden en hoe je goede en gepaste geschenken aan je kinderen moet geven, hoeveel te meer zal je hemelse Vader dan de Spirit en vele extra zegeningen geven aan hen die Hem erom vragen? Mensen moeten altijd bidden en niet ontmoedigd raken.”

“Laat me je het verhaal vertellen van een zekere rechter die in een slechte stad woonde. Deze rechter vreesde God niet en had geen respect voor de mens. Nu was er een behoeftige weduwe in die stad die herhaaldelijk naar deze onrechtvaardige rechter kwam en zei: ‘Bescherm mij tegen mijn tegenstander.’ Een tijdlang wilde hij niet naar haar luisteren, maar toen zei hij bij zichzelf: ‘Hoewel ik God niet vrees en geen respect voor de mensen heb, zal ik toch, omdat deze weduwe niet ophoudt mij lastig te vallen, haar verzoek inwilligen, opdat zij mij niet vermoeit met haar voortdurende komst.’ Deze verhalen vertel ik jullie om je aan te moedigen te volharden in gebed en niet om te suggereren dat jullie gebeden de rechtvaardige en rechtschapen Vader hierboven zullen veranderen. Jullie volharding is echter niet bedoeld om Gods gunst te winnen, maar om je aardse houding te veranderen en de ontvankelijkheid van je ziel voor de spirit te vergroten.

“Maar wanneer jullie bidden, beoefenen jullie zo weinig geloof! Oprecht geloof zal bergen van materiële moeilijkheden verzetten die toevallig op de weg liggen van zielsverruiming en spirituele vooruitgang.”

Het gebed van de gelovige

Maar de apostelen waren nog niet verzadigd. Ze vroegen Jezus om een modelgebed dat ze de nieuwe discipelen konden leren. Nadat hij naar deze verhandeling over gebed had geluisterd, zei Jacobus Zebedeüs: “Heel goed, Meester, maar we verlangen niet zozeer naar een gebedsvorm voor onszelf als wel voor de nieuwe gelovigen die ons zo vaak smeken: ‘Leer ons hoe we aanvaardbaar tot de Vader in de hemel kunnen bidden.’ ”

Toen Jacobus uitgesproken was, zei Jezus: “Als jullie dan nog steeds zo’n gebed wensen, zou ik het gebed willen voordragen dat ik mijn broers en zussen in Nazareth heb geleerd:

Onze Vader die in de hemel is,

Moge Uw naam worden geheiligd.

Moge Uw koninkrijk komen; en Uw wil gedaan worden op aarde

zoals dat ook in de hemel gedaan wordt.

Geef ons deze dag ons brood voor morgen.

Verfris onze zielen met het water van het leven.

En vergeef ons ieder onze schulden.

Zoals wij ook aan anderen hun schuld hebben vergeven.

Red ons van verleiding, verlos ons van het kwaad,

en maak ons steeds volmaakter, zoals U volmaakt bent.

Het is niet vreemd dat de apostelen van Jezus verlangden dat hij hun een modelgebed voor gelovigen zou leren. Johannes de Doper had zijn volgelingen verschillende gebeden geleerd. Alle grote leraren hadden gebeden voor hun leerlingen geformuleerd. De religieuze leraren van de Joden hadden zo’n vijfentwintig tot dertig vaste gebeden die ze in de synagogen en zelfs op straathoeken opzeiden en voordroegen. Jezus had een bijzondere afkeer van bidden in het openbaar. Tot die tijd hadden de twaalf hem slechts een paar keer horen bidden. Ze zagen hem hele nachten in gebed of aanbidding doorbrengen, en ze waren erg nieuwsgierig naar de manier of vorm van zijn verzoeken. Ze hadden het er echt moeilijk mee wat ze de menigte moesten antwoorden als de mensen vroegen om te leren bidden, zoals Johannes zijn discipelen had geleerd.

Jezus leerde de twaalf altijd in het geheim te bidden; om alleen te zijn in de stille omgeving van de natuur of om naar hun kamers te gaan en de deuren te sluiten wanneer ze aan het bidden waren.

Na de dood van Jezus en zijn hemelvaart naar de Vader werd het de gewoonte van veel gelovigen om dit zogenaamde Onze Vader te beëindigen met de toevoeging: ‘In de naam van de Heer Jezus Christus’. Nog later gingen er twee regels verloren bij het overschrijven, en werd er aan dit gebed een extra zin toegevoegd, die luidde: ‘Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.’

Jezus gaf de apostelen het gebed in collectieve vorm [geschikt en bedoeld om gezamenlijk, in een groep(je) te bidden], zoals ze het thuis in Nazareth samen hadden gebeden. Hij leerde nooit een formeel persoonlijk gebed, alleen gebeden voor groepen, gezinnen of sociale gelegenheden. En hij bood ook nooit vrijwillig aan om dat te doen.

Jezus leerde dat effectief gebed het volgende moet zijn:

1. Onzelfzuchtig – niet alleen voor zichzelf.

2. Gelovend – op basis van geloof.

3. Oprecht – eerlijk van hart.

4. Intelligent – volgens het licht [van een helder verstand].

5. Vertrouwend – in onderwerping aan de al-wijze wil van de Vader.

Toen Jezus hele nachten op de berg in gebed doorbracht, was dat voornamelijk voor zijn discipelen, in het bijzonder voor de twaalf. De Meester bad heel weinig voor zichzelf, hoewel hij zich bezighield met veel aanbidding, in de vorm van begripvolle communicatie in verbondenheid [ noot: ‘communicatie plus verbondenheid’ wordt gebruikt als vertaling voor “communion” omdat “communie” een bepaalde kleur heeft vanuit het katholieke ritueel en “gemeenschap” dubbelzinnig is ] met zijn Paradijsvader.

Meer over gebed

Dagenlang na de verhandeling over gebed bleven de apostelen de Meester vragen stellen over deze uiterst belangrijke praktijk van aanbidding. De instructies van Jezus aan de apostelen in deze dagen met betrekking tot gebed en aanbidding kunnen als volgt worden samengevat en in moderne bewoordingen als volgt worden herhaald:

De vurige en verlangende herhaling van een verzoek, wanneer zo’n gebed de oprechte uiting is van een kind van God en in geloof wordt uitgesproken, hoe onverstandig of onmogelijk direct te beantwoorden ook, zal nooit nalaten het vermogen van de ziel tot spirituele ontvankelijkheid te vergroten.

Hou bij al je gebeden in gedachten dat het zijn van ‘kind van God’ een gift is. Geen enkel kind hoeft ooit de status van zoon of dochter van God te verdienen. Het aardse kind komt tot bestaan door de wil van zijn aardse ouders. Zo komt ook het kind van God tot genade en tot het nieuwe leven van de spirit door de wil van de Vader in de hemel. Daarom moet het hemelse koninkrijk, het goddelijk kind-schap, worden ontvangen als door een klein kind. Je verdient rechtschapenheid [ Een staat van harmonie gevestigd in je bewustzijn door het juiste gebruik van door God gegeven waarden zoals goedheid, schoonheid, waarheid, vergeving en liefde. Wanneer deze staat van ‘harmonie met het Goddelijke in je bewustzijn gaat werken, en steeds sterker gaat werken, komt dat tot uiting in al je handelen. Je schept of creëert als het waren het ‘rechte’, niet het kromme, vandaar “recht-schapen-heid” ], door middel van groei in je karakterontwikkeling, maar je ontvangt kind-schap door genade/barmhartigheid en door geloof.

Gebed leidde Jezus naar de super-communicatie [boven normale communicatie uitgaand] van zijn ziel met de Allerhoogste Heersers van het universum van universa. Gebed zal de stervelingen op aarde leiden naar de communicatie in verbondenheid van ware aanbidding. Het spirituele vermogen van de ziel tot ontvankelijkheid bepaalt de hoeveelheid hemelse zegeningen die persoonlijk kan worden verkregen en bewust kan worden gerealiseerd als antwoord op gebed.

Gebed en de daarmee gepaard gaande aanbidding is een techniek van onthechting van de dagelijkse routine van het leven, van de monotone sleur van het materiële bestaan. Het is een weg van benadering naar gespiritualiseerde zelf-realisatie [jezelf ontdekken als spirit en dat tot realiteit maken] en naar individualiteit van intellectuele en religieuze verworvenheden.

Gebed is een tegengif tegen schadelijke introspectie [bijvoorbeeld: teveel bezig zijn met jezelf en met oordelen over jezelf]. Tenminste, gebed, zoals de Meester het leerde, is zo’n weldadige dienst aan de ziel. Jezus maakte consequent gebruik van de weldadige invloed van bidden voor de medemens. De Meester bad gewoonlijk in het meervoud, niet in het enkelvoud. Alleen in de grote crises van zijn aardse leven bad Jezus ooit voor zichzelf.

Gebed is de adem van het spirituele leven te midden van de materiële beschaving van de rassen van de mensheid. Aanbidding is redding voor de genotzoekende generaties stervelingen.

Zoals gebed vergeleken kan worden met het opladen van de spirituele batterijen van de ziel, zo kan aanbidding vergeleken worden met het afstemmen van de ziel om de uitzendingen [in de zin van: omroep / broadcast] van de oneindige spirit van de Universele Vader in het universum op te vangen.

Gebed is de oprechte en verlangende blik van het kind gericht naar zijn spirituele Vader. Het is een psychologisch proces van het inruilen van de menselijke wil voor de goddelijke wil. Gebed is een onderdeel van het goddelijke plan om dat wat is om te vormen tot dat wat zou moeten zijn.

Een van de redenen waarom Petrus, Jacobus en Johannes, die Jezus zo vaak vergezelden op zijn lange nachtwaken, Jezus nooit hoorden bidden, was omdat hun Meester zo zelden zijn gebeden als gesproken woorden uitsprak. Vrijwel alle gebeden van Jezus werden in stilte in de spirit en in het hart gedaan.

Van alle apostelen kwamen Petrus en Jacobus het dichtst bij het begrijpen van de leer van de Meester over gebed en aanbidding.

Andere vormen van gebed

Van tijd tot tijd, gedurende de rest van het verblijf van Jezus op aarde, bracht hij de apostelen verschillende aanvullende vormen van gebed onder de aandacht, maar hij deed dit slechts ter illustratie van andere zaken, en hij beval dat deze “parabel-gebeden” niet aan de menigten mochten worden onderwezen. Veel ervan waren afkomstig van andere bewoonde planeten, maar dit feit onthulde Jezus niet aan de twaalf. Onder deze gebeden waren de volgende:

Onze Vader, in wie de rijken van het universum bestaan,

Moge uw naam verheven zijn en uw karakter al-glorieus.

Uw aanwezigheid omvat ons

en uw glorie wordt onvolmaakt gemanifesteerd door ons,

zoals het in volmaaktheid in den hoge wordt getoond.

Geef ons heden de levendmakende krachten van het licht,

En laat ons niet afdwalen naar de kwade zijpaden van onze verbeelding,

Want van U is de glorieuze inwoning, de eeuwige kracht,

En aan ons, de eeuwige gift van de oneindige liefde van uw Zoon.

Zo is het, en eeuwigdurend waar.

***


Onze scheppende Ouder, die in het centrum van het universum is,

Schenk ons uw natuur en geef ons uw karakter.

Maak ons door genade tot uw zonen en dochters

En verheerlijk uw naam door onze eeuwige prestatie.

Laat uw regelende en leidende spirit bijdragen aan het leven en in ons wonen

Dat wij uw wil in deze wereld mogen doen zoals engelen uw gebod in het licht doen.

Ondersteun ons vandaag in onze voortgang op het pad van de waarheid.

Verlos ons van traagheid, kwaad en alle zondige overtreding.

Wees geduldig met ons terwijl wij liefdevolle vriendelijkheid tonen aan onze medemensen.

Stort de spirit van uw barmhartigheid uit in onze schepselharten.

Leid ons stap voor stap door uw eigen hand door het onzekere doolhof van het leven.

En wanneer ons einde komt, ontvang dan onze getrouwe spirits in uw schoot.

Laat zo niet onze verlangens, maar uw wil geschieden.

* * *


Onze volmaakte en rechtvaardige hemelse Vader.

Leid en begeleid vandaag onze reis.

Heilig onze stappen en coördineer onze gedachten.

Leid ons altijd op de wegen van eeuwige vooruitgang.

Vul ons met wijsheid tot de volheid van kracht.

En geef ons leven met uw oneindige energie.

Inspireer ons met het goddelijke bewustzijn van

de aanwezigheid en leiding van de serafijnse legers.

Leid ons altijd omhoog op het pad van licht;

Rechtvaardig ons volledig op de dag van het grote oordeel.

Maak ons zoals Uzelf in eeuwige glorie

En ontvang ons in Uw eindeloze dienst in den hoge.

* * *


Onze Vader, die in het mysterie zijt,

Openbaar aan ons Uw heilig karakter.

Geef het Uw kinderen op aarde heden

Om de weg, het licht en de waarheid te zien.

Toon ons het pad van eeuwige vooruitgang

En geef ons de wil om daarop te wandelen.

Vestig in ons uw goddelijke koningschap

En schenk ons daardoor de volledige beheersing van het zelf.

Laten ons niet afdwalen op paden van duisternis en dood;

Leid ons voor eeuwig langs de wateren des levens.

Hoor deze gebeden van ons omwille van Uzelf;

Verheug u door ons steeds meer op U te laten lijken.

Aan het einde, omwille van de goddelijke Zoon,

Ontvang ons in de eeuwige armen.

En met dit alles, laat niet onze wil, maar de uwe geschieden.

* * *


Glorieuze Vader en Moeder, in één ouder verenigd,

Trouw willen wij zijn aan Uw goddelijke natuur.

Laat Uw eigen zelf opnieuw leven in en door ons

Door de gave en schenking van uw goddelijke spirit,

Zo reproduceren wij U onvolmaakt in deze wereld

terwijl U volmaakt en majestueus wordt getoond in den hoge.

Geef ons dag na dag uw zoete dienst van broederschap

En leid ons moment na moment op het pad van liefdevolle dienstbaarheid.

Wees altijd en onfeilbaar geduldig met ons

Zoals wij uw geduld aan onze kinderen tonen.

Geef ons de goddelijke wijsheid die alle dingen goed doet

En de oneindige liefde die genadig is voor elk schepsel.

Schenk ons uw geduld en liefdevolle vriendelijkheid

Dat onze liefdadigheid de zwakken in de wereld mag omvatten.

En wanneer onze loopbaan voltooid is, maak het dan tot een eer voor uw naam,

Een genoegen voor uw goede spirit, en een voldoening voor onze zielshelpers.

Niet zoals wij wensen, onze liefhebbende Vader, maar zoals u het eeuwige goed van uw sterfelijke kinderen wenst,

Moge het zo zijn.

* * *


Onze al-getrouwe Bron en al-machtig Centrum,

Eerbiedig en heilig zij de naam van uw al-genadige Zoon.

Uw gunsten en zegeningen zijn op ons neergedaald,

En geven ons zo de kracht om uw wil te doen en uw verlangens uit te voeren.

Geef ons elk moment de voeding van de boom des levens;

Verkwik ons dag na dag met het levende water van de levens-rivier.

Leid ons stap voor stap uit de duisternis en naar het goddelijk licht.

Vernieuw onze spirit door de transformaties van de inwonende spirit,

En wanneer het sterfelijke einde ons uiteindelijk zal treffen,

Ontvang ons in Uzelf en zend ons uit in de eeuwigheid.

Kroon ons met hemelse diademen van vruchtbare dienst,

En wij zullen de Vader, de Zoon en de Heilige Invloed verheerlijken.

Zo zal het zijn, in een universum zonder einde.

* * *


Onze Vader, die woont in de verborgen plaatsen van het universum,

Uw naam zij geëerd, uw barmhartigheid geëerd en uw oordeel gerespecteerd.

Laat de zon van de gerechtigheid op het middaguur over ons schijnen,

Terwijl wij u smeken ons te leiden bij onze eigenzinnige stappen in de schemering.

Leid ons bij de hand op de wegen die u zelf kiest.

En verlaat ons niet wanneer het pad moeilijk is en de uren donker zijn.

Vergeet ons niet, zoals wij u zo vaak verwaarlozen en vergeten.

Maar wees genadig en heb ons lief zoals wij u willen liefhebben.

Zie in vriendelijkheid op ons neer en vergeef ons in barmhartigheid.

Zoals wij in gerechtigheid hen vergeven die ons kwellen en kwetsen.

Moge de liefde, toewijding en schenking van de majestueuze Zoon

het eeuwige leven beschikbaar maken, met uw eindeloze genade en liefde.

Moge de God van de universa ons de volle dosis van zijn spirit schenken;

Geef ons de genade om ons over te geven aan de leiding van deze spirit.

Door de liefdevolle dienst van toegewijde serafijnse legers

Moge de Zoon ons leiden en begeleiden tot het einde der tijden.

Maak ons steeds meer gelijk aan Uzelf

En ontvang ons aan ons einde in de omhelzing van het eeuwige Paradijs.

Dit alles, in de naam van de schenkende Zoon

En tot eer en glorie van de Allerhoogste Vader.


Hoewel de apostelen deze gebedslessen niet in hun openbare onderricht mochten presenteren, hebben ze in hun persoonlijke religieuze ervaringen veel profijt gehad van al deze openbaringen. Jezus gebruikte deze en andere gebedsmodellen als illustraties in verband met de persoonlijke instructie van de twaalf. En er is specifieke toestemming verleend om deze zeven voorbeeldgebeden in dit verslag op te nemen.

Bespreking met de apostelen van Johannes

Rond 1 oktober waren Filippus en enkele van zijn mede-apostelen in een nabijgelegen dorp bezig met het kopen van voedsel toen ze enkele apostelen van Johannes de Doper ontmoetten. Als gevolg van deze toevallige ontmoeting op de markt vond er een drie weken durende bespreking plaats in het kamp op Gilboa tussen de apostelen van Jezus en de apostelen van Johannes. Johannes had namelijk onlangs twaalf van zijn leiders tot apostelen benoemd, in navolging van het voorbeeld van Jezus. Johannes had dit gedaan op aandringen van Abner, de leider van zijn loyale aanhangers. Jezus was de hele eerste week van deze gezamenlijke bespreking aanwezig in het kamp op Gilboa, maar was de laatste twee weken afwezig.

Aan het begin van de tweede week van deze maand had Abner al zijn metgezellen in het Gilboa-kamp verzameld en was hij bereid om met de apostelen van Jezus in overleg te treden. Drie weken lang kwamen deze vierentwintig mannen drie keer per dag en zes dagen per week bijeen. De eerste week mengde Jezus zich onder hen tussen hun ochtend-, middag- en avondbijeenkomsten. Ze wilden dat de Meester hen zou ontmoeten en hun gezamenlijke beraadslagingen zou leiden, maar hij weigerde pertinent deel te nemen aan hun discussies, hoewel hij er wel drie keer mee instemde om tot hen te spreken. Deze gesprekken van Jezus tot de vierentwintig gingen over sympathie, samenwerking en verdraagzaamheid.

Andreas en Abner wisselden elkaar af in het voorzitten van deze gezamenlijke bijeenkomsten van de twee apostolische groepen. Deze mannen hadden veel moeilijkheden te bespreken en talloze problemen op te lossen. Keer op keer brachten ze hun problemen bij Jezus, om Hem vervolgens te horen zeggen: “Ik ben alleen geïnteresseerd in jullie persoonlijke en puur religieuze problemen. Ik ben de vertegenwoordiger van de Vader voor het individu, niet voor de groep. Als jullie in persoonlijke moeilijkheden verkeren in jullie relatie met God, kom dan naar mij toe, dan zal ik naar jullie luisteren en jullie adviseren bij het oplossen van jullie problemen. Maar wanneer jullie je richten op de coördinatie van uiteenlopende menselijke interpretaties van religieuze kwesties en op de socialisatie van religie, zijn jullie voorbestemd om al dergelijke problemen zelf op te lossen, hoewel ik altijd begripvol en geïnteresseerd ben. En wanneer jullie tot jullie conclusies komen over deze zaken van niet-spirituele aard, beloof ik jullie bij voorbaat mijn volledige goedkeuring en hartelijke medewerking, mits jullie het er allemaal mee eens zijn. En nu, om jullie ongehinderd te laten in jullie beraadslagingen, verlaat ik jullie voor twee weken. Maak je geen zorgen om mij, want ik kom bij jullie terug. Ik zal mij bezighouden met de zaken van mijn Vader, want we hebben naast dit aardse rijk nog andere rijken.”

Na deze woorden daalde Jezus de berghelling af, en ze zagen hem twee volle weken lang niet meer. En ze wisten nooit waar hij heen ging of wat hij gedurende die dagen deed. Het duurde enige tijd voordat de vierentwintig zich konden wijden aan een serieuze overweging van hun problemen, zo verontrust waren ze door de afwezigheid van de Meester. Binnen een week waren ze echter weer midden in hun discussies verzonken en konden ze niet naar Jezus om hulp.

Het eerste punt waar de groep het over eens werd, was de aanvaarding van het gebed dat Jezus hun zo kortgeleden had geleerd. Er werd unaniem besloten dit gebed te aanvaarden als het gebed dat door beide groepen apostelen aan de gelovigen zou worden geleerd.

Vervolgens besloten ze dat, zolang Johannes leefde, of hij nu in de gevangenis zat of daarbuiten, beide groepen van twaalf apostelen hun werk zouden voortzetten, en dat er elke drie maanden een week lang gezamenlijke bijeenkomsten zouden worden gehouden op locaties die van tijd tot tijd zouden worden overeengekomen.

Maar het ernstigste van al hun problemen was de kwestie van de doop. Hun moeilijkheden werden des te groter doordat Jezus had geweigerd zich over dit onderwerp uit te spreken. Uiteindelijk stemden ze in: Zolang Johannes leefde, of totdat ze gezamenlijk deze beslissing zouden herzien, zouden alleen de apostelen van Johannes gelovigen dopen, en alleen de apostelen van Jezus zouden uiteindelijk de nieuwe discipelen onderwijzen. En zo vergezelden twee van de apostelen van Johannes vanaf die tijd Jezus en zijn apostelen tot na de dood van Johannes om gelovigen te dopen, want de gezamenlijke raad had unaniem gestemd dat de doop de eerste stap zou worden in de uiterlijke verbondenheid met de aangelegenheden van het koninkrijk.

Vervolgens werd besloten dat, in geval van de dood van Johannes, de apostelen van Johannes zich aan Jezus zouden presenteren en zich aan zijn leiding zouden onderwerpen, en dat zij niet meer zouden dopen tenzij zij daartoe gemachtigd werden door Jezus of zijn apostelen.

En vervolgens werd besloten dat, in geval van de door van Johannes, de apostelen van Jezus zouden beginnen met dopen met water als symbool van de doop met de goddelijke Spirit. Of bekering al dan niet aan de prediking van de doop moest worden verbonden, bleef optioneel; er werd geen bindende beslissing voor de groep genomen. De apostelen van Johannes predikten: “Bekeer u en laat u dopen.” De apostelen van Jezus verkondigden: “Geloof en laat u dopen.”

En dit is het verhaal van de eerste poging van de volgelingen van Jezus om uiteenlopende inspanningen te coördineren, meningsverschillen te beslechten, groepsactiviteiten te organiseren, wetgeving vast te leggen over uiterlijke gebruiken en persoonlijke religieuze gebruiken te socialiseren. Vele andere kleinere kwesties werden overwogen en de oplossingen ervan werden unaniem overeengekomen. Deze vierentwintig mannen hadden een werkelijk opmerkelijke ervaring in deze twee weken, toen ze gedwongen werden problemen onder ogen te zien en moeilijkheden op te lossen zonder Jezus. Ze leerden van mening te verschillen, te debatteren, te strijden, te bidden en compromissen te sluiten, en gedurende dit alles begrip te blijven tonen voor het standpunt van de ander en ten minste enige tolerantie te bewaren voor zijn eerlijke meningen.

Op de middag van hun laatste bespreking van financiële kwesties keerde Jezus terug, hoorde van hun beraadslagingen, luisterde naar hun beslissingen en zei: “Dit zijn dan jullie conclusies, en ik zal jullie helpen om de spirit van jullie gezamenlijke beslissingen uit te voeren.”

Tweeënhalve maand na deze tijd werd Johannes geëxecuteerd, en gedurende deze periode bleven de apostelen van Johannes bij Jezus en de twaalf. Ze werkten allemaal samen en doopten gelovigen tijdens deze arbeidsperiode in de steden van de Dekapolis. Het Gilboa-kamp werd opgebroken op 2 november, 27 n.Chr.

In de steden van de Dekapolis

Gedurende de maanden november en december werkten Jezus en de vierentwintig in stilte in de Griekse steden van de Dekapolis, voornamelijk in Scythopolis, Gerasa, Abila en Gadara. Dit was feitelijk het einde van die voorbereidende periode waarin zij het werk en de organisatie van Johannes overnamen. De gesocialiseerde religie van een nieuwe openbaring betaalt altijd de prijs van een compromis met de gevestigde vormen en gebruiken van de voorgaande religie die ze probeert te redden. De doop was de prijs die de volgelingen van Jezus betaalden om de volgelingen van Johannes de Doper als gesocialiseerde religieuze groep met zich mee te krijgen. De volgelingen van Johannes gaven, door zich bij de volgelingen van Jezus aan te sluiten, vrijwel alles op, behalve de doop met water.

Jezus gaf weinig openbaar onderwijs tijdens deze missie naar de steden van de Dekapolis. Hij besteedde veel tijd aan het onderwijzen van de vierentwintig en had veel speciale bijeenkomsten met de twaalf apostelen van Johannes. Na verloop van tijd begrepen ze beter waarom Jezus Johannes niet in de gevangenis bezocht en waarom hij geen moeite deed om zijn vrijlating te bewerkstelligen. Maar ze konden nooit begrijpen waarom Jezus geen wonderbaarlijke werken deed, waarom hij weigerde uiterlijke tekenen van zijn goddelijke autoriteit te tonen. Voordat ze naar het Gilboa-kamp kwamen, geloofden ze vooral in Jezus vanwege de getuigenis van Johannes, maar al snel begonnen ze te geloven als gevolg van hun eigen contact met de Meester en zijn leringen.

Gedurende deze twee maanden werkte de groep meestal in tweetallen, waarbij een van de apostelen van Jezus met een van Johannes op pad ging. De apostel van Johannes doopte, de apostel van Jezus gaf onderricht, terwijl zij beiden het evangelie van het koninkrijk predikten zoals zij het begrepen. En zij wonnen vele zielen onder deze niet-Joden en afvallige Joden.

Abner, de leider van de apostelen van Johannes, werd een vrome gelovige in Jezus en werd aan het hoofd geplaatst van een groep van zeventig leraren die de Meester had aangesteld om het evangelie te prediken.

In het kamp bij Pella

Eind december trokken ze allemaal naar de Jordaan, vlakbij Pella, waar ze opnieuw begonnen te onderwijzen en te prediken. Zowel Joden als niet-Joden kwamen naar dit kamp om het evangelie te horen. Terwijl Jezus op een middag de menigte onderwees, brachten enkele van de speciale vrienden van Johannes aan de Meester de laatste boodschap over die hij ooit van de Doper zou krijgen.

Johannes zat inmiddels anderhalf jaar in de gevangenis, en het grootste deel van die tijd had Jezus heel rustig gewerkt. Het was dus niet vreemd dat Johannes zich ging afvragen hoe het stond met het koninkrijk. De vrienden van Johannes onderbraken het onderricht van Jezus en zeiden tegen hem: “Johannes de Doper heeft ons gezonden om te vragen: ‘Bent u werkelijk de Verlosser, of moeten we een ander verwachten?'”

Jezus pauzeerde even om tegen de vrienden van Johannes te zeggen: “Ga terug en vertel Johannes dat hij niet vergeten is. Vertel hem wat je gezien en gehoord hebt, dat aan de armen het goede nieuws verkondigd wordt.” En toen Jezus verder gesproken had met de boodschappers van Johannes, keerde hij zich weer tot de menigte en zei: “Denk niet dat Johannes twijfelt aan het evangelie van het koninkrijk. Hij doet alleen navraag om zijn discipelen, die ook mijn discipelen zijn, gerust te stellen. Johannes is geen zwakkeling. Laat me jullie vragen die Johannes hoorden prediken voordat Herodes hem in de gevangenis zette: Wat zagen jullie in Johannes? Een riet dat door de wind bewoog? Een man met wisselende stemmingen en gekleed in zachte kleding? Zij die prachtig gekleed zijn en een weelderig leven leiden, zijn doorgaans in de hoven van koningen en in de woningen van de rijken. Maar wat zagen jullie toen jullie Johannes zagen? Een profeet? Ja, ik zeg u, en veel meer dan een profeet. Van Johannes stond geschreven: ‘Zie, Ik zend mijn boodschapper voor uw aangezicht uit; hij zal de weg voor u bereiden.‘ ”

“Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper; toch is hij die nog maar klein is in het hemelse koninkrijk, groter, omdat hij uit de Spirit geboren is en weet dat hij een zoon van God is geworden.”

Velen die Jezus die dag hoorden, onderwierpen zich aan de doop van Johannes en beleden daarmee publiekelijk hun intrede in het koninkrijk. En de apostelen van Johannes waren vanaf die dag hecht met Jezus verbonden. Deze gebeurtenis markeerde de ware verbintenis tussen de volgelingen van Johannes en Jezus.

Nadat de boodschappers met Abner gesproken hadden, vertrokken ze naar Machaerus om dit alles aan Johannes te vertellen. Hij werd zeer getroost en zijn geloof werd versterkt door de woorden van Jezus en de boodschap van Abner.

Die middag zette Jezus zijn onderricht voort en zei: “Maar waarmee zal ik deze generatie vergelijken? Velen van jullie zullen noch de boodschap van Johannes, noch mijn leer aannemen. Jullie zijn als de kinderen die op de markt spelen en hun kameraden toeroepen: ‘Wij speelden voor jullie op de fluit en jullie hebben niet gedanst; wij hebben geweeklaagd en jullie hebben niet gerouwd.’ En zo is het ook met sommigen van jullie gegaan. Johannes kwam niet-etend en niet-drinkend, en ze zeiden dat hij een duivel had. De MensenZoon komt etend en drinkend, en deze zelfde mensen zeggen: ‘Zie, een vraatzuchtige man en een wijnzuiper, een vriend van tollenaars en zondaars!’ Waarlijk, de wijsheid wordt gerechtvaardigd door haar kinderen.”

“Het lijkt erop dat de Vader in de hemel sommige van deze waarheden verborgen heeft voor de wijzen en hoogmoedigen, terwijl Hij ze aan kinderen heeft geopenbaard. Maar de Vader doet alle dingen goed; de Vader openbaart Zich aan het universum door de methoden die Hij Zelf kiest. Komt daarom, allen die vermoeid en belast zijn, en u zult rust vinden voor uw ziel. Neem het goddelijke juk op u, en u zult de vrede van God ervaren, die alle begrip te boven gaat.”

Dood van Johannes de Doper

Johannes de Doper werd op bevel van Herodes Antipas geëxecuteerd op de avond van 10 januari, 28 n.Chr. [Lees meer in dit hoofdstuk] De volgende dag hoorden enkele discipelen van Johannes die naar Machaerus waren gegaan van zijn executie en gingen naar Herodes om zijn lichaam op te vragen. Ze legden het in een graf en begroeven het later in Sebaste, het huis van Abner. De volgende dag, 12 januari, vertrokken ze noordwaarts naar het kamp van de apostelen van Johannes en Jezus, nabij Pella, en ze vertelden Jezus over de dood van Johannes. Toen Jezus hun bericht hoorde, stuurde hij de menigte weg, riep de vierentwintig bijeen en zei: “Johannes is dood. Herodes heeft hem onthoofd. Kom vanavond in gezamenlijk overleg en regel uw zaken dienovereenkomstig. Er zal geen uitstel meer zijn. Het uur is gekomen om het koninkrijk openlijk te verkondigen, en met kracht. Morgen gaan we naar Galilea.”

Daarom gingen Jezus en de apostelen in de vroege ochtend van 13 januari, 28 n.Chr., vergezeld door ongeveer vijfentwintig discipelen, naar Capernaum en overnachtten die nacht in het huis van Zebedeüs.

Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 144 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org