Inleiding
Hoewel Jezus in Alexandrië misschien betere mogelijkheden voor scholing had gehad dan in Galilea, had hij daar niet zo’n schitterende omgeving kunnen hebben om zijn eigen levensproblemen op te lossen met een minimum aan educatieve begeleiding. In Galilea had hij tegelijkertijd het grote voordeel dat hij voortdurend in contact kon zijn met een groot aantal mannen en vrouwen van alle klassen, afkomstig uit alle delen van de beschaafde wereld. Als hij in Alexandrië was gebleven, zou zijn onderwijs door Joden zijn geleid en langs uitsluitend Joodse lijnen zijn verlopen. In Nazareth kreeg hij onderwijs en een opleiding die hem beter voorbereidde op het begrijpen van de niet-Joden. Dat kon hem een beter en evenwichtiger idee geven van de relatieve verdiensten van de oosterse, of Babylonische, en de westerse, of Helleense, opvattingen over de Hebreeuwse theologie.
Negende jaar van Jezus (3 n.Chr.)
Hoewel nauwelijks gezegd kan worden dat Jezus ooit ernstig ziek was, had hij dit jaar wel enkele van de minder ernstige kwalen van zijn jeugd, samen met zijn broers en kleine zusje.
De school ging door en hij was nog steeds een bevoorrechte leerling, omdat hij elke maand een week vrij had. Hij bleef zijn tijd ongeveer gelijk verdelen tussen uitstapjes naar naburige steden met zijn vader, verblijven op de boerderij van zijn oom ten zuiden van Nazareth en vistochten vanuit Magdala.
Het ernstigste probleem tot dan toe op school deed zich voor in de late winter, toen Jezus het waagde de chazan uit te dagen met betrekking tot de leer dat alle afbeeldingen en tekeningen afgodisch van aard waren. Jezus genoot van het tekenen van landschappen en het boetseren van een grote verscheidenheid aan objecten in pottenbakkersklei. Alles van dien aard was strikt verboden door de Joodse wet, maar tot dan toe was hij erin geslaagd de bezwaren van zijn ouders zozeer te ontkrachten dat ze hem hadden toegestaan deze activiteiten voort te zetten.
Maar er ontstond opnieuw onrust op school toen een van de meer achtergebleven leerlingen Jezus een houtskooltekening van de leraar op de vloer van het klaslokaal zag maken. Daar was het dan, zonneklaar, en veel van de oudsten hadden het gezien voordat de commissie Jozef ging aanspreken om te eisen dat er iets gedaan zou worden om de wetteloosheid van zijn oudste zoon te onderdrukken. En hoewel dit niet de eerste keer was dat er klachten bij Jozef en Maria binnenkwamen over het doen en laten van hun veelzijdige en ondernemende kind, was dit de ernstigste van alle beschuldigingen die tot dan toe tegen hem waren ingediend. Jezus luisterde enige tijd naar de aanklacht tegen zijn artistieke inspanningen, gezeten op een grote steen net buiten de achterdeur. Hij nam het de school-commissie kwalijk dat ze zijn vader de schuld gaven van zijn vermeende wandaden; dus marcheerde hij naar binnen en confronteerde zijn aanklagers onbevreesd. De ouderlingen raakten in verwarring. Sommigen waren geneigd de gebeurtenis humoristisch te bekijken, terwijl een of twee leken te denken dat de jongen heiligschennend, zo niet godslasterlijk, was. Jozef was verbijsterd, Maria verontwaardigd, maar Jezus stond erop gehoord te worden. Hij liet zich horen, verdedigde moedig zijn standpunt en kondigde met volmaakte zelfbeheersing aan dat hij zich in deze, net als in alle andere controversiële zaken, zou houden aan de beslissing van zijn vader. En de commissie van ouderlingen vertrok in stilte.
Maria probeerde Jozef ertoe te bewegen Jezus toe te staan thuis in klei te boetseren, op voorwaarde dat hij beloofde geen van deze twijfelachtige activiteiten op school te ondernemen, maar Jozef voelde zich genoodzaakt te bepalen dat de rabbijnse interpretatie van het tweede gebod zou prevaleren. En dus tekende of boetseerde Jezus vanaf die dag niets meer naar de gelijkenis van iets, zolang hij in het huis van zijn vader woonde. Maar hij was niet overtuigd van het kwaad van wat hij had gedaan, en het opgeven van zo’n geliefde bezigheid vormde een van de grootste beproevingen van zijn jonge leven.
Eind juni beklom Jezus, samen met zijn vader, voor het eerst de top van de berg Tabor. Het was een heldere dag en het uitzicht was schitterend. Het leek deze negenjarige jongen alsof hij werkelijk de hele wereld had aanschouwd, behalve India, Afrika en Rome.
De tweede zus van Jezus, Martha, werd geboren op donderdagavond 13 september. Drie weken na de komst van Martha begon Jozef, die een tijdje thuis was geweest, met de bouw van een aanbouw aan hun huis, een gecombineerde werkplaats en slaapkamer. Er werd een kleine werkbank voor Jezus gebouwd, en voor het eerst bezat hij zijn eigen gereedschap. Jarenlang werkte hij op onregelmatige tijden aan deze werkbank en werd hij een expert in het maken van jukken.
Deze winter en de volgende waren de koudste in Nazareth sinds vele decennia. Jezus had sneeuw op de bergen gezien, en er was al verschillende keren sneeuw gevallen in Nazareth, die slechts korte tijd bleef liggen. Maar pas deze winter had hij ijs gezien. Het feit dat water als vaste stof, vloeistof en damp bestond – hij had lang nagedacht over de ontsnappende stoom uit de kokende potten – deed de jongen veel nadenken over de fysieke wereld en haar samenstelling. En toch was de persoonlijkheid belichaamd in deze opgroeiende jongeling al die tijd de feitelijke schepper en organisator van al deze dingen in ons hele lokale universum.
Het klimaat van Nazareth was niet streng. Januari was de koudste maand, met een gemiddelde temperatuur van rond de 10°C. In juli en augustus, de warmste maanden, varieerde de temperatuur van 24°C tot 32°C. Van de bergen tot de Jordaan en de Dode Zee vallei varieerde het klimaat van Palestina van ijskoud tot zinderend. En zo waren de Joden in zekere zin voorbereid om in vrijwel alle klimaatzones ter wereld te leven.
Zelfs tijdens de warmste zomermaanden waaide er gewoonlijk een koele zeebries uit het westen van 10.00 uur ’s ochtends tot ongeveer 22.00 uur ’s avonds. Maar zo nu en dan waaiden er verschrikkelijk hete winden uit de oostelijke woestijn over heel Palestina. Deze hete windstoten kwamen meestal in februari en maart, tegen het einde van het regenseizoen. In die dagen viel de regen van november tot april in verfrissende buien, maar het regende niet onafgebroken. Er waren slechts twee seizoenen in Palestina: zomer en winter, het droge en het regenseizoen. In januari begonnen de bloemen te bloeien en tegen eind april was het hele land één grote bloementuin.
In mei van dat jaar hielp Jezus voor het eerst mee met de graanoogst op de boerderij van zijn oom. Vóór zijn dertiende was hij erin geslaagd iets te weten te komen over vrijwel alles wat mannen en vrouwen rond Nazareth deden, behalve metaalbewerking, en hij bracht op latere leeftijd, na de dood van zijn vader, enkele maanden door in een smederij.
Wanneer er weinig werk was en er weinig karavaanreizen waren, maakte Jezus met zijn vader veel reizen voor plezier of zaken naar het nabijgelegen Cana, Endor en Naïn. Zelfs als jongen bezocht hij regelmatig Sepphoris, slechts iets meer dan vijf kilometer van Nazareth in het noordwesten, en van 4 v.Chr. tot ongeveer 25 n.Chr. de hoofdstad van Galilea en een van de residenties van Herodes Antipas.
Jezus bleef fysiek, intellectueel, sociaal en spiritueel groeien. Zijn uitstapjes weg van huis droegen er veel aan bij om hem een beter en ruimhartiger begrip van zijn eigen familie te geven, en tegen die tijd begonnen zelfs zijn ouders van hem te leren en maar gingen ook door met hem te onderwijzen. Jezus was een origineel denker en een bekwaam leraar, zelfs in zijn jeugd. Hij kwam voortdurend in botsing met de zogenaamde ‘mondelinge wet‘, maar hij probeerde zich altijd aan te passen aan de gewoonten van zijn familie. Hij kon redelijk goed overweg met de kinderen van zijn leeftijd, maar hij raakte vaak ontmoedigd door hun trage mind. Vóór zijn tiende jaar was hij de leider geworden van een groep van zeven jongens, in een soort van vereniging ter bevordering van de verworvenheden van de mannelijkheid – fysiek, intellectueel en religieus. Onder deze jongens slaagde Jezus erin vele nieuwe spelletjes en diverse verbeterde methoden voor fysieke ontspanning te introduceren.
Het tiende jaar (4 n.Chr.)
Het was 5 juli, de eerste sabbat van de maand, toen Jezus, terwijl hij met zijn vader door het landschap wandelde, voor het eerst uiting gaf aan gevoelens en ideeën die erop wezen dat hij zich bewust begon te worden van de ongewone aard van zijn levensmissie. Jozef luisterde aandachtig naar de gewichtige woorden van zijn zoon, maar gaf weinig commentaar; hij gaf geen informatie. De volgende dag had Jezus een soortgelijk, maar langer gesprek met zijn moeder. Maria luisterde eveneens naar de uitspraken van de jongen, maar ook zij gaf geen informatie. Het duurde bijna twee jaar voordat Jezus opnieuw met zijn ouders sprak over deze toenemende openbaring in zijn eigen bewustzijn met betrekking tot de aard van zijn persoonlijkheid en de aard van zijn missie op aarde.
In augustus ging hij naar de synagogeschool voor voortgezet onderwijs. Op school veroorzaakte hij voortdurend problemen met de vragen die hij bleef stellen. Hij bracht steeds meer drukte in heel Nazareth teweeg. Zijn ouders waren niet geneigd hem te verbieden deze verontrustende vragen te stellen, en zijn hoofdleraar was zeer geïntrigeerd door de nieuwsgierigheid, het inzicht en de honger naar kennis van de jongen.
De speelkameraadjes van Jezus zagen niets bovennatuurlijks in zijn gedrag; in de meeste opzichten was hij volkomen gelijk aan hen. Zijn interesse in studeren was iets bovengemiddeld, maar niet geheel ongebruikelijk. Hij stelde op school wel meer vragen dan anderen in zijn klas.
Zijn meest ongewone en opvallende eigenschap was misschien wel zijn onwil om voor zijn rechten te vechten. Omdat hij voor zijn leeftijd zo’n goed ontwikkelde jongen was, leek het zijn speelkameraadjes vreemd dat hij niet geneigd was zich te verdedigen, zelfs niet tegen onrecht of wanneer hij persoonlijk werd beledigd. Toevallig had hij hier niet veel last van dankzij de vriendschap van Jacob, een buurjongen die een jaar ouder was. Hij was de zoon van de steenhouwer, een zakenpartner van Jozef. Jacob was een groot bewonderaar van Jezus en maakte er zijn taak van erop toe te zien dat niemand Jezus iets kon aandoen vanwege zijn afkeer van fysiek geweld. Meerdere keren vielen oudere en onbehouwen jongens Jezus aan, vertrouwend op zijn vermeende volgzaamheid, maar ze werden altijd snel en zeker afgestraft door zijn zelfbenoemde kampioen en altijd parate verdediger, Jacob, de zoon van de steenhouwer.
Jezus was de algemeen aanvaarde leider van de jongens uit Nazareth die stonden voor de hogere idealen van hun tijd en generatie. Hij was echt geliefd bij zijn jeugdige vrienden, niet alleen omdat hij knap was, maar ook omdat hij een zeldzame en begripvolle sympathie bezat die liefde uitstraalde en grensde aan discreet mededogen.
Dit jaar begon hij een duidelijke voorkeur te tonen voor het gezelschap van oudere mensen. Hij genoot ervan om met oudere denkers over culturele, educatieve, sociale, economische, politieke en religieuze zaken te praten, en zijn diepgaande redenering en scherpe observatievermogen charmeerden zijn volwassen vrienden zo dat ze altijd meer dan bereid waren om bij hem op bezoek te komen. Totdat hij verantwoordelijk werd voor het onderhoud van het gezin, probeerden zijn ouders hem voortdurend te beïnvloeden om met mensen van zijn eigen leeftijd om te gaan, of in ieder geval dichter bij zijn leeftijd, in plaats van met oudere en beter geïnformeerde personen voor wie hij zo’n voorkeur aan de dag legde.
Tegen het einde van dat jaar had hij een viservaring van twee maanden met zijn oom op het Meer van Galilea, en hij was zeer succesvol. Voordat hij volwassen was, was hij een ervaren visser geworden.
Zijn fysieke ontwikkeling zette zich voort; hij was een gevorderde en bevoorrechte leerling op school; hij kon het thuis redelijk goed vinden met zijn jongere broers en zussen, omdat hij het voordeel had drieënhalf jaar ouder te zijn dan de oudste van de andere kinderen. Hij stond in Nazareth in hoog aanzien, behalve bij de ouders van enkele van de saaiere kinderen, die vaak over Jezus spraken als te brutaal, als iemand die de juiste nederigheid en jeugdige terughoudendheid miste. Hij vertoonde een groeiende neiging om de speelse activiteiten van zijn jeugdige kameraden in serieuzere en bedachtzame banen te leiden. Hij was een geboren leraar en kon het gewoon niet laten om zo te functioneren, zelfs als hij zogenaamd aan het spelen was.
Jozef begon Jezus al vroeg te onderwijzen in de verschillende manieren om in zijn levensonderhoud te voorzien, waarbij hij de voordelen van landbouw ten opzichte van industrie en handel uitlegde. Galilea was een mooier en welvarender district dan Judea, en het leven kostte er slechts ongeveer een kwart van de kosten van Jeruzalem en Judea. Het was een provincie met agrarische dorpen en bloeiende industriesteden, met meer dan tweehonderd steden van meer dan vijfduizend inwoners en dertig van meer dan vijftienduizend inwoners.
Toen Jezus voor het eerst met zijn vader op reis was om de visserij op het Meer van Galilea te observeren, had hij bijna besloten om visser te worden; maar nauwe verbondenheid met het beroep van zijn vader beïnvloedde hem later om timmerman te worden, terwijl nog later een combinatie van invloeden hem tot de uiteindelijke keuze leidde om godsdienstleraar van een nieuwe orde te worden.
Het elfde jaar (5 n.Chr.)
Gedurende dit jaar bleef de jongen met zijn vader uitstapjes maken, maar hij bezocht ook regelmatig de boerderij van zijn oom en ging af en toe naar Magdala om te vissen met de oom die zijn hoofdkwartier in de buurt van die stad had.
Jozef en Maria kwamen vaak in de verleiding om Jezus een voorkeursbehandeling te geven of op andere manieren te verraden dat hij een kind van belofte was, een zoon van bestemming. Maar zijn beide ouders waren buitengewoon wijs en scherpzinnig in al deze zaken. De weinige keren dat ze ook maar enigszins een soort voorkeur voor hem toonden, zelfs in de geringste mate, wees de jongen al die speciale aandacht snel af.
Jezus bracht veel tijd door in de winkel van de bevoorrading van karavanen, en door gesprekken te voeren met reizigers uit alle delen van de wereld, vergaarde hij een schat aan informatie over internationale aangelegenheden, wat verbazingwekkend was gezien zijn leeftijd. Dit was het laatste jaar waarin hij veel vrije tijd en jeugdige vrolijkheid genoot. Vanaf die tijd namen de moeilijkheden en verantwoordelijkheden in het leven van deze jongeman snel toe.
Op woensdagavond 24 juni 5 n.Chr. werd Judas geboren. De geboorte van dit zevende kind ging gepaard met complicaties. Maria was enkele weken zo ernstig ziek dat Jozef thuisbleef. Jezus was druk bezig met boodschappen voor zijn vader en met vele plichten die voortvloeiden uit de ernstige ziekte van zijn moeder. Nooit meer kon deze jongeman terugkeren naar de kinderlijke houding van zijn vroegere jaren. Vanaf de tijd dat zijn moeder ziek werd – vlak voordat hij elf jaar oud was – was hij gedwongen de verantwoordelijkheden van de eerstgeboren zoon op zich te nemen, en dit alles te doen een of twee volle jaren voordat deze lasten normaal gesproken op zijn schouders zouden vallen.
De chazan bracht één avond per week door met Jezus en hielp hem de Hebreeuwse geschriften onder de knie te krijgen. Hij was zeer geïnteresseerd in de vooruitgang van zijn veelbelovende leerling; daarom was hij bereid hem op vele manieren te helpen. Deze Joodse pedagoog oefende een grote invloed uit op dit groeiende verstand (mind), maar hij kon nooit begrijpen waarom Jezus zo onverschillig stond tegenover al zijn suggesties met betrekking tot de vooruitzichten om naar Jeruzalem te gaan en zijn opleiding bij de geleerde rabbijnen voort te zetten.
Rond half mei vergezelde de jongen zijn vader op een zakenreis naar Scythopolis, de belangrijkste Griekse stad van de Dekapolis, de oude Hebreeuwse stad Beth-Sean. Onderweg vertelde Jozef veel over de oude geschiedenis van koning Saul, de Filistijnen en de daaropvolgende gebeurtenissen in Israëls turbulente geschiedenis. Jezus was enorm onder de indruk van de schone aanblik en de goed geordende inrichting van deze zogenaamde heidense (namelijk: niet-Joodse) stad. Hij verwonderde zich over het openluchttheater en bewonderde de prachtige marmeren tempel, gewijd aan de aanbidding van de plaatselijke goden. Jozef was zeer verontrust door het enthousiasme van de jongen en probeerde deze gunstige indrukken tegen te gaan door de schoonheid en grandeur van de Joodse tempel in Jeruzalem te prijzen. Jezus had vaak met nieuwsgierigheid naar deze prachtige Griekse stad gekeken vanaf de heuvel van Nazareth en had vaak geïnformeerd naar de uitgebreide openbare werken en sierlijke gebouwen, maar zijn vader had altijd geprobeerd deze vragen te vermijden. Nu stonden ze oog in oog met de schoonheid van deze niet-Joodse stad, en Jozef had geen nette manier meer om de vragen van Jezus te negeren.
En juist op dat moment waren ook de jaarlijkse wedstrijden en openbare demonstraties van lichamelijke kracht tussen de Griekse steden van de Dekapolis aan de gang in het amfitheater van Scythopolis. Jezus stond erop dat zijn vader hem meenam naar de spelen, en hij drong zo aan op dat Jozef aarzelde hem af te wijzen. De jongen was dolblij met de spelen en leefde zich helemaal in in deze demonstraties van lichamelijke ontwikkeling en atletische vaardigheden. Jozef was sprakeloos van de schok toen hij zag hoe enthousiast zijn zoon was bij het aanschouwen van deze vertoningen van ‘heidense ijdelheid’. Nadat de spelen waren afgelopen, kreeg Jozef de verrassing van zijn leven toen hij Jezus zijn goedkeuring erover hoorde uitspreken en hoorde suggereren dat het goed zou zijn voor de jongemannen van Nazareth als ze op die manier baat zouden hebben bij gezonde fysieke activiteiten in de buitenlucht. Jozef sprak ernstig en lang met Jezus over de kwalijke aard van dergelijke praktijken, maar hij wist heel goed dat de jongen niet overtuigd was.
De enige keer dat Jezus zijn vader ooit boos op hem zag, was die nacht in hun kamer in de herberg, toen de jongen tijdens hun gesprekken de Joodse denkbeelden zo ver vergat dat hij opperde dat ze naar huis moesten gaan om te werken aan de bouw van een amfitheater in Nazareth. Toen Jozef zijn eerstgeboren zoon zulke onjoodse gevoelens hoorde uiten, vergat hij zijn gebruikelijke kalme houding en riep woedend, Jezus bij de schouder grijpend: “Mijn zoon, laat me je nooit meer zo’n kwade gedachte horen uiten zolang je leeft.” Jezus schrok van de emotionele uiting van zijn vader; hij had nog nooit eerder de persoonlijke pijn van zijn vaders verontwaardiging gevoeld en was sprakeloos van verbazing en geschokt. Hij antwoordde alleen: “Goed dan, mijn vader, het zal zo zijn.” En nooit meer verwees de jongen ook maar in het minst naar de spelen en andere atletische activiteiten van de Grieken zolang zijn vader leefde.
Later zag Jezus het Griekse amfitheater in Jeruzalem en leerde hij hoe afschuwelijk zulke dingen waren vanuit Joods standpunt. Niettemin streefde hij er zijn hele leven naar om het idee van gezonde ontspanning te introduceren in zijn persoonlijke plannen en, voor zover de Joodse praktijk dat toeliet, in het latere programma van regelmatige activiteiten voor zijn twaalf apostelen.
Aan het einde van dit elfde jaar was Jezus een krachtige, goed ontwikkelde, gematigd humoristische en tamelijk vrolijke jongeman, maar vanaf dit jaar gaf hij zich steeds meer over aan bijzondere periodes van diepe meditatie en serieuze contemplatie [nadenken]. Hij dacht er veel over na hoe hij zijn verplichtingen aan zijn gezin moest nakomen en tegelijkertijd gehoorzaam moest zijn aan de roep van zijn zending in de wereld; hij had al begrepen dat zijn rol niet beperkt zou blijven tot de verbetering van alleen het Joodse volk.
Het twaalfde jaar (6 n.Chr.)
Dit was een bewogen jaar in het leven van Jezus. Hij bleef vorderingen maken op school en was onvermoeibaar in zijn studie van de natuur, terwijl hij zich steeds meer toelegde op zijn studie van de methoden waarmee mannen in hun levensonderhoud voorzien. Hij begon regelmatig te werken in de timmerwerkplaats thuis en mocht zijn eigen inkomsten beheren, een zeer ongebruikelijke regeling in een Joods gezin. Dit jaar leerde hij ook hoe verstandig het is om dergelijke zaken als geheim binnen het gezin te houden. Hij begon zich te realiseren hoe hij problemen in het dorp had veroorzaakt, en vanaf dat moment werd hij steeds discreter in het verbergen van alles wat ertoe zou kunnen leiden dat men hem anders zou beschouwen dan zijn medemensen.
Gedurende dit jaar maakte hij vele perioden van onzekerheid, zo niet daadwerkelijke twijfel, door met betrekking tot de aard van zijn missie. Zijn natuurlijk ontwikkelende menselijke verstand begreep de realiteit van zijn dubbele aard [zoon van mensen en Zoon van God] nog niet volledig. Het feit dat hij één persoonlijkheid had, maakte het voor zijn bewustzijn moeilijk om te herkennen dat er een dubbele oorsprong lag achter alle factoren die zijn aard vormden en dus met diezelfde persoonlijkheid geassocieerd werd.
Vanaf die tijd slaagde hij er steeds beter in om met zijn broers en zussen om te gaan. Hij werd steeds tactvoller, was altijd meelevend en attent op hun welzijn en geluk, en onderhield goede relaties met hen tot aan het begin van zijn openbare optreden. Om het preciezer te stellen: hij kon uitstekend opschieten met Jakobus, Mirjam en de twee jongere (op dit moment in het verhaal nog ongeboren) kinderen, Amos en Ruth. Hij kon het altijd redelijk goed met Martha vinden. De problemen die hij thuis had, kwamen grotendeels voort uit wrijving met Jozef en Judas, vooral met laatstgenoemde.
Het was een zware ervaring voor Jozef en Maria om de opvoeding van deze ongekende combinatie van goddelijkheid en menselijkheid op zich te nemen, en ze verdienen grote lof voor hun trouwe en succesvolle plichtsbetrachting. De ouders van Jezus beseften steeds meer dat er iets bovenmenselijks in deze oudste zoon huisde, maar ze hadden er nooit ook maar in de verste verte van gedroomd dat deze zoon van belofte inderdaad en in waarheid de werkelijke schepper was van dit lokale universum van dingen en wezens. Jozef en Maria leefden en stierven zonder ooit te leren dat hun zoon Jezus werkelijk de Schepper van ons Lokale Universum was, geïncarneerd in een sterfelijk lichaam.
Dit jaar besteedde Jezus meer aandacht dan ooit aan muziek, en hij bleef thuis lesgeven aan zijn broers en zussen. Het was rond deze tijd dat de jongen zich scherp bewust werd van het verschil in standpunt tussen Jozef en Maria over de aard van zijn missie. Hij dacht veel na over de verschillende meningen van zijn ouders en hoorde hun discussies vaak wanneer ze dachten dat hij vast sliep. Hij neigde steeds meer naar de visie van zijn vader, waardoor zijn moeder gedoemd was gekwetst te worden door het besef dat haar zoon haar leiding geleidelijk aan afwees in zaken die met zijn levensloop te maken hadden. En naarmate de jaren verstreken, werd deze kloof in begrip groter. Maria begreep steeds minder de betekenis van de missie van Jezus, en deze goede moeder voelde zich steeds meer gekwetst door het feit dat haar geliefde zoon niet aan haar dierbaarste verwachtingen voldeed.
Jozef koesterde een groeiend geloof in de spirituele aard van de missie van Jezus. En afgezien van andere en belangrijkere redenen lijkt het jammer dat hij (Jozef) de vervulling van zijn concept van de missie op aarde niet heeft kunnen meemaken.
Tijdens zijn laatste jaar op school, toen hij twaalf jaar oud was, protesteerde Jezus bij zijn vader tegen de Joodse gewoonte om elke keer dat hij het huis binnenkwam of verliet, het stukje perkament aan de deurpost aan te raken en vervolgens de vinger te kussen die het perkament aanraakte. Als onderdeel van dit ritueel was het gebruikelijk om te zeggen: “De Heer zal onze uitgang en onze ingang bewaren, van nu af aan en zelfs voor altijd.” Jozef en Maria hadden Jezus herhaaldelijk uitgelegd waarom het niet verstandig was om afbeeldingen of tekeningen te maken, en legden uit dat dergelijke creaties als afgoden zouden kunnen gaan dienen. Hoewel Jezus hun verbod op afbeeldingen en tekeningen niet volledig begreep, had hij wel een hoog begrip van consistentie en wees hij zijn vader er daarom op dat deze gewoonte van gehoorzaamheid aan het perkament aan de deurpost ook als afgod was gaan dienen. En Jozef verwijderde het perkament nadat Jezus hem aldus had berispt.
Naarmate de tijd verstreek, deed Jezus veel om hun religieuze gebruiken, zoals de gezinsgebeden en andere gebruiken, te veranderen. En het was mogelijk om veel van dergelijke dingen in Nazareth te doen, want de synagoge stond onder invloed van een liberale school van rabbijnen, waarvan de beroemde leraar uit Nazareth, Jose, het voorbeeld was.
Gedurende dit jaar en de twee daaropvolgende jaren leed Jezus onder grote mentale nood als gevolg van zijn voortdurende poging om zijn persoonlijke opvattingen over religieuze gebruiken en sociale voorzieningen aan te passen aan de gevestigde geloofsovertuigingen van zijn ouders. Hij was ontredderd door het conflict tussen de drang om loyaal te zijn aan zijn eigen overtuigingen en zijn geweten dat hem aanspoorde tot plichtsgetrouwe onderwerping aan zijn ouders. Zijn grootste conflict was dat tussen twee grote geboden die in zijn jeugdige geest het belangrijkst waren. Het ene was: ‘Wees loyaal aan de voorschriften van je hoogste overtuigingen van waarheid en rechtvaardigheid.’ De andere was: ‘Eer uw vader en moeder, want zij hebben je het leven en de opvoeding daarvan gegeven.’ Hij ontweek echter nooit de verantwoordelijkheid om de noodzakelijke dagelijkse aanpassingen te maken tussen deze domeinen van loyaliteit aan iemands persoonlijke overtuigingen en plicht jegens zijn familie, en hij bereikte de voldoening van het bewerkstelligen van een steeds harmonieuzer samengaan van persoonlijke overtuigingen en familieverplichtingen tot een meesterlijk concept van groepssolidariteit gebaseerd op loyaliteit, eerlijkheid, tolerantie en liefde.
Zijn dertiende jaar (7 n.Chr.)
In dit jaar ging de jongen van Nazareth over van jongensjaren naar het begin van de ‘jonge man’. Zijn stem begon te veranderen en andere kenmerken van verstand en lichaam gaven blijk van de naderende status van de volwassenheid.
Op zondagavond 9 januari 7 n.Chr. werd zijn broertje Amos geboren. Judas was nog geen twee jaar oud en zijn zusje Ruth moest nog komen; het is dus duidelijk dat Jezus een aanzienlijk gezin met kleine kinderen aan zijn zorg kreeg toevertrouwd toen zijn vader het jaar daarop door een ongeluk om het leven kwam.
Rond half februari kreeg Jezus de menselijke zekerheid dat hij voorbestemd was om een missie op aarde te vervullen voor de verlichting van de mens en de openbaring van God. Belangrijke beslissingen, gekoppeld aan verstrekkende plannen, vormden zich in de mind van deze jongeman, die naar uiterlijke schijn een doorsnee Joodse jongen uit Nazareth was. Al het intelligente leven van heel Nebadon keek gefascineerd en verbaasd toe hoe dit alles zich begon te ontvouwen in het denken en handelen van de inmiddels adolescente zoon van de timmerman.
Op de eerste dag van de week, 20 maart 7 n.Chr., voltooide Jezus zijn opleiding aan de plaatselijke school verbonden aan de synagoge in Nazareth. Dit was een grote dag in het leven van elk ambitieus Joods gezin, de dag waarop de eerstgeboren zoon werd uitgeroepen tot ‘zoon van het gebod‘ en de vrijgekochte eerstgeborene van de Heer, de God van Israël, tot ‘kind van de Allerhoogste’ en dienaar van de Heer der gehele aarde.
De vrijdag van de week ervoor was Jozef overgekomen uit Sepphoris, waar hij de leiding had over de werkzaamheden aan een nieuw openbaar gebouw, om aanwezig te zijn bij deze vreugdevolle gebeurtenis. De leraar van Jezus had er alle vertrouwen in dat zijn alerte en ijverige leerling voorbestemd was voor een opmerkelijke carrière, een voorname missie. De ouderlingen waren, ondanks al hun problemen met de non-conformistische neigingen van Jezus, erg trots op de jongen en waren al begonnen plannen te maken die hem in staat zouden stellen naar Jeruzalem te gaan om zijn opleiding aan de beroemde Hebreeuwse academies voort te zetten.
Naarmate Jezus deze plannen van tijd tot tijd hoorde bespreken, werd hij er steeds zekerder van dat hij nooit naar Jeruzalem zou gaan om bij de rabbijnen te studeren. Maar hij had geen idee van de tragedie die zich zo spoedig zou voordoen, die al dergelijke plannen in de war zou sturen door hem de verantwoordelijkheid op zich te laten nemen voor het onderhoud en de leiding van een groot gezin, dat al snel zou bestaan uit vijf broers en drie zussen, naast zijn moeder en hemzelf. Jezus had (uiteindelijk) een grotere en langere ervaring met het opvoeden van dit gezin dan Jozef, zijn vader. En hij voldeed aan de norm die hij zichzelf later stelde: een wijze, geduldige, begripvolle en effectieve leraar en oudste broer worden voor dit gezin – zijn gezin –, dat zo plotseling getroffen werd door verdriet en zo onverwacht in rouw raakte.
De reis naar Jeruzalem
Jezus, die nu de leeftijd van jonge man had bereikt en officieel was afgestudeerd aan de synagogescholen, was daardoor gekwalificeerd om met zijn ouders naar Jeruzalem te gaan om met hen deel te nemen aan de viering van zijn eerste Pesach. Het Pesachfeest van dit jaar viel op zaterdag 9 april 7 n.Chr. Een aanzienlijke groep (103 personen) maakte zich gereed om vroeg op maandagochtend 4 april vanuit Nazareth naar Jeruzalem te vertrekken. Ze reisden zuidwaarts richting Samaria, maar bij aankomst in Jizreël sloegen ze oostwaarts af en omzeilden de berg Gilboa en dan de Jordaanvallei in om Samaria te vermijden. Jozef en zijn gezin hadden graag door Samaria afgedaald via de bron van Jacob en Bethel, maar omdat de Joden niet graag met de Samaritanen te maken hadden, besloten ze met hun buren via de Jordaanvallei te gaan.
De zeer gevreesde Archelaüs was afgezet en ze hadden weinig te vrezen toen ze Jezus naar Jeruzalem brachten. Twaalf jaar waren verstreken sinds de eerste Herodes (de vader) had geprobeerd het kind van Bethlehem te doden, en niemand zou er nu nog aan denken om die zaak in verband te brengen met deze onbekende jongen uit Nazareth.
Voordat ze de kruising bij Jizreël bereikten, en terwijl ze verder reisden, passeerden ze al snel aan de linkerkant het oude dorp Shunem. Jezus hoorde opnieuw over de mooiste maagd van heel Israël die daar ooit woonde en ook over de wonderbaarlijke werken die Elisha daar verrichtte. Toen ze langs Jizreël kwamen, vertelden de ouders van Jezus over de daden van Ahab en Jezebel en de heldendaden van Jehu. Toen ze rond de berg Gilboa liepen, spraken ze veel over Saul, die zichzelf van het leven beroofde op de hellingen van deze berg, koning David, en over de associaties met deze historische plek.
Toen ze de voet van Gilboa achter zich gingen laten, konden de pelgrims aan de rechterkant de Griekse stad Scythopolis zien. Ze staarden van een afstand naar de marmeren bouwwerken, maar kwamen niet in de buurt van de heidense stad, uit angst zich zo te verontreinigen dat ze niet konden deelnemen aan de aanstaande plechtige en heilige ceremonies van het Pascha in Jeruzalem. Maria kon niet begrijpen waarom noch Jozef noch Jezus over Scythopolis sprak. Ze wist niets van hun controverse van het voorgaande jaar, aangezien ze haar deze episode nooit hadden onthuld.
De weg leidde nu rechtstreeks naar beneden, de tropische Jordaanvallei in, en al snel werd de kronkelige en kronkelende Jordaan met zijn glinsterende en kabbelende water, dat naar de Dode Zee stroomde, aan de verwonderde blik van Jezus blootgesteld. Ze legden hun bovenkleding af terwijl ze zuidwaarts reisden in deze tropische vallei, genietend van de weelderige graanvelden en de prachtige oleanders vol roze bloesems, terwijl de enorme met sneeuw bedekte berg Hermon ver in het noorden majestueus neerkeek op de historische vallei. Iets meer dan drie uur reizen vanuit het tegenoverliggende Scythopolis kwamen ze bij een borrelende bron, en hier kampeerden ze voor de nacht, onder de sterrenhemel.
Op hun tweede reisdag passeerden ze de plek waar de Jabbok, vanuit het oosten, in de Jordaan uitmondt. Kijkend naar het oosten, over deze riviervallei, vertelden ze over de dagen van Gideon, toen de Midianieten deze streek binnenstroomden om het land te veroveren. Tegen het einde van de tweede reisdag kampeerden ze nabij de voet van de hoogste berg die uitkeek over de Jordaanvallei, de berg Sartaba, waarvan de top werd ingenomen door het Alexandrijnse fort waar Herodes een van zijn vrouwen had gevangengezet en zijn twee gewurgde zonen had begraven.
Op de derde dag passeerden ze twee dorpen die recent door Herodes waren gebouwd en merkten hun superieure architectuur en prachtige palmtuinen op. Tegen het vallen van de avond bereikten ze Jericho, waar ze tot de volgende dag bleven. Die avond liepen Jozef, Maria en Jezus tweeënhalve kilometer naar de plek van het oude Jericho, waar Joshua, naar wie Jezus vernoemd was, volgens de Joodse traditie zijn beroemde heldendaden had verricht.
Op de vierde en laatste dag van de reis was de weg een onafgebroken processie van pelgrims. Ze begonnen nu de heuvels te beklimmen die naar Jeruzalem leidden. Toen ze de top naderden, konden ze over de Jordaan uitkijken naar de bergen daarachter en in het zuiden over het trage water van de Dode Zee. Ongeveer halverwege Jeruzalem kreeg Jezus voor het eerst zicht op de Olijfberg (de streek die zo’n belangrijke rol zou spelen in zijn verdere leven), en Jozef wees hem erop dat de Heilige Stad net voorbij deze bergrug lag, en het hart van de jongen klopte sneller van vreugdevolle verwachting om binnenkort de stad en het huis van zijn hemelse Vader te aanschouwen.
Op de oostelijke helling van de Olijfberg hielden ze een pauze om uit te rusten aan de rand van een dorpje genaamd Bethanië. De gastvrije dorpelingen stroomden toe om de pelgrims te helpen, en toevallig stopten Jozef en zijn gezin bij het huis van een zekere Simon, die drie kinderen had van ongeveer dezelfde leeftijd als Jezus: Maria, Martha en Lazarus. Ze nodigden het gezin uit Nazareth uit voor een versnapering, en er ontstond een levenslange vriendschap tussen de twee families. Later, tijdens zijn veelbewogen leven, verbleef Jezus nog vaak in dit huis.
Ze gingen snel weer verder en stonden al snel aan de rand van de Olijfberg, waar Jezus voor het eerst (in zijn herinnering) de Heilige Stad, de pretentieuze paleizen en de inspirerende tempel van zijn Vader zag. Nooit in zijn leven ervoer Jezus zo’n puur menselijke sensatie als die welke hem op dat moment zo volledig in vervoering bracht toen hij daar stond op deze aprilmiddag op de Olijfberg, genietend van zijn eerste blik op Jeruzalem. En jaren later stond hij op dezelfde plek en weende over de stad die op het punt stond een andere profeet te verwerpen, de laatste en grootste van haar hemelse leraren.
Maar ze haastten zich verder naar Jeruzalem. Het was inmiddels donderdagmiddag. Bij aankomst in de stad liepen ze langs de tempel, en nog nooit had Jezus zulke menigten mensen gezien. Hij dacht diep na over hoe deze Joden hier vanuit de verste uithoeken van de bekende wereld bijeen waren gekomen.
Al snel bereikten ze de plek die ze tevoren al hadden afgesproken als verblijfplaats tijdens de Pesachweek, het grote huis van een welgestelde verwant van Maria, die via Zacharias iets wist over de vroege geschiedenis van zowel Johannes als Jezus. De volgende dag, de voorbereidingsdag, maakten ze zich gereed voor de gepaste viering van de Pesach-sabbat.
Terwijl heel Jeruzalem in rep en roer was ter voorbereiding op Pesach, vond Jozef tijd om met zijn zoon de academie te bezoeken waar hij twee jaar later, zodra hij de vereiste leeftijd van vijftien jaar had bereikt, zijn opleiding zou hervatten. Jozef was werkelijk verbaasd toen hij merkte hoe weinig belangstelling Jezus toonde voor al deze zorgvuldig gemaakte plannen.
Jezus was diep onder de indruk van de tempel en alle bijbehorende diensten en andere activiteiten. Voor het eerst sinds vier jaar oud was hij te veel bezig met zijn eigen overpeinzingen om veel vragen te stellen. Hij stelde zijn vader echter wel verschillende gênante vragen (zoals hij bij eerdere gelegenheden had gedaan) over waarom de hemelse Vader de slachting van zoveel onschuldige en hulpeloze dieren eiste. En zijn vader wist aan de uitdrukking op het gezicht van de jongen heel goed dat zijn antwoorden en pogingen tot uitleg onbevredigend waren voor zijn diepdenkende en scherp redenerende zoon.
Op de dag vóór de Pesach-sabbat spoelden vloedgolven van spirituele verlichting door het sterfelijke verstand van Jezus en vulden zijn menselijke hart tot overvloeiens toe met liefdevol medelijden voor de spiritueel blinde en moreel onwetende menigten die bijeen waren gekomen voor de viering van de oude Pesach-herdenking. Dit was een van de meest buitengewone dagen die de Zoon van God in het vlees doorbracht. En ’s nachts, voor het eerst in zijn aardse loopbaan, verscheen er aan hem een door Immanuel aangestelde boodschapper uit Salvington, die zei: “Het uur is gekomen. Het is tijd dat je je met de zaken van je Vader gaat bezighouden.” [Letterlijke Engelse tekst: “to be about your Father’s business”]
En zo, nog voordat de zware verantwoordelijkheden van het gezin in Nazareth op zijn jeugdige schouders neerdaalden, arriveerde nu de hemelse boodschapper om deze jongen, nog geen dertien jaar oud, eraan te herinneren dat het uur was gekomen om de verantwoordelijkheden van een universum te hervatten. Dit was de eerste handeling in een lange reeks gebeurtenissen die uiteindelijk culmineerden in de voltooiing van de missie van de Zoon op onze wereld en in het terugplaatsen van het besturen van een universum op zijn menselijk-goddelijke schouders.
Naarmate de tijd verstreek, werd het mysterie van de incarnatie voor ons allen steeds ondoorgrondelijker. We konden nauwelijks bevatten dat deze jongen uit Nazareth de schepper was van heel Nebadon. Ook begrijpen we nog steeds niet hoe de spirit van deze Schepper-Zoon en de spirit van zijn Paradijs-Vader verbonden zijn met de zielen van de mensheid. Met het verstrijken van de tijd konden we zien dat zijn menselijke verstand steeds meer in de gaten kreeg dat, hoewel hij zijn leven in een lichaam leidde, in spirit de verantwoordelijkheid voor een universum op zijn schouders rustte.
Zo eindigt de groei van de jongen uit Nazareth en begint het verhaal van die adolescente jongeling – de steeds zelfbewustere goddelijke mens – die nu begint met het nadenken over zijn wereldlijke loopbaan, terwijl hij ernaar streeft zijn groeiende levensdoel te integreren met de verlangens van zijn ouders en zijn verplichtingen jegens zijn familie en de maatschappij van zijn tijd.
Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 124 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org
