Inleiding
De resultaten van de prediking van Petrus op de Pinksterdag waren van dien aard dat ze bepalend waren voor het toekomstige beleid en de plannen van de meerderheid van de apostelen in hun pogingen om het evangelie van het koninkrijk te verkondigen. Petrus was de werkelijke stichter van de christelijke kerk; Paulus bracht de christelijke boodschap naar de niet-Joden, en de Griekse gelovigen brachten die naar het hele Romeinse Rijk.
Hoewel de aan traditie gebonden en door priesters gedomineerde Hebreeën als volk weigerden het evangelie van Jezus — het vaderschap van God en de broederschap van de mens — te aanvaarden en ook de verkondiging van Petrus en Paulus over de opstanding en de hemelvaart van Christus (het latere christendom), bleek de rest van het Romeinse Rijk ontvankelijk voor de zich ontwikkelende christelijke leer. De westerse beschaving was in die tijd intellectueel, oorlogsmoe en volkomen sceptisch ten opzichte van alle bestaande religies en universumfilosofieën. De volkeren van de westerse wereld, onder de gunstige invloed van de Griekse cultuur, hadden een vereerde traditie van een groots verleden. Ze konden de erfenis van grote prestaties op het gebied van filosofie, kunst, literatuur en politieke vooruitgang overdenken. Maar ondanks al deze prestaties hadden ze geen zielsbevredigende religie. Hun spirituele verlangens bleven onbevredigd.
Op zo’n niveau van de menselijke samenleving waren daar plotseling de leringen van Jezus, vervat in de christelijke boodschap. Zo werd een nieuwe levensorde gepresenteerd aan de hongerige harten van deze westerse volkeren. Deze situatie betekende een onmiddellijk conflict tussen de oudere religieuze gebruiken en de nieuwe christelijke versie van de boodschap van Jezus aan de wereld. Zo’n conflict moest resulteren in een beslissende overwinning voor het nieuwe of voor het oude, of in een zekere mate van compromis. De geschiedenis laat zien dat de strijd eindigde in een compromis. Het christendom omvatte te veel voor één volk om in één of twee generaties te kunnen opnemen. Het was geen simpele spirituele oproep, zoals Jezus die aan de zielen van de mensen had gedaan; het nam al vroeg een uitgesproken standpunt in ten aanzien van religieuze rituelen, onderwijs, magie, geneeskunde, kunst, literatuur, recht, bestuur, moraal, seksuele regulering, polygamie en, in beperkte mate, zelfs slavernij. Het christendom kwam niet alleen als een nieuwe religie – iets waar het hele Romeinse Rijk en het hele Oosten op wachtten – maar als een ‘nieuwe orde van de menselijke samenleving’. En met zo’n pretentie veroorzaakte het al snel de sociaal-morele botsing van de eeuwen daarna. De idealen van Jezus, zoals ze door de Griekse filosofie opnieuw werden geinterpreteerd en in het christendom werden gesocialiseerd, daagden nu dapper de tradities van het menselijk ras uit, belichaamd in de tot dan toe bestaande ethiek, moraal en religies van de westerse beschaving.
Aanvankelijk won het christendom alleen mensen uit de lagere sociale en economische lagen als bekeerlingen. Maar aan het begin van de tweede eeuw wendde de allerbesten van de Grieks-Romeinse cultuur zich steeds meer tot deze nieuwe orde van christelijk geloof, dit nieuwe concept van de zin van het leven en het doel van het bestaan.
Hoe kon deze nieuwe boodschap van Joodse oorsprong, die in het land van geboorte bijna was mislukt, zo snel en effectief de allerbeste minds van het Romeinse Rijk veroveren? De triomf van het christendom over de filosofische religies en de mysterieculten was te danken aan:
- Organisatie. Paulus was een groot organisator en zijn opvolgers hielden het tempo dat hij aangaf vol.
- Het christendom was grondig gehelleniseerd: het omarmde het beste van de Griekse filosofie en de crème de la crème van de Hebreeuwse theologie.
- Maar het beste van alles was dat het een nieuw en groots ideaal bevatte, de echo van de gift van leven van Jezus en de weerspiegeling van zijn boodschap van verlossing voor de hele mensheid.
- De christelijke leiders waren bereid compromissen te sluiten met het mithraïsme in die mate dat de meerderheid van de aanhangers ervan werd gewonnen voor de cultus van Antiochië.
- Op dezelfde manier sloten de volgende en latere generaties van christelijke leiders zulke verdere compromissen met het heidendom dat zelfs de Romeinse keizer Constantijn werd gewonnen voor de nieuwe religie.
Maar de christenen sloten een slimme deal met de ‘pagans‘ doordat ze de rituele pracht en praal van de pagan cultus overnamen en de heidenen dwongen de gehelleniseerde versie van het Paulinische christendom te accepteren. Ze sloten een betere deal met de heidenen dan met de Mithrascultus, maar zelfs in dat eerdere compromis kwamen ze er als overwinnaars vanaf, doordat ze erin slaagden de grove immoraliteit en talloze andere verwerpelijke praktijken van het Perzische mysterie uit te bannen.
Verstandig of onverstandig, deze vroege leiders van het christendom compromitteerden opzettelijk de idealen van Jezus in een poging veel van zijn ideeën te redden en te bevorderen. En ze waren buitengewoon succesvol. Maar vergis u niet! Deze -tijdelijke gecompromitteerde- idealen van de Meester zijn nog steeds latent aanwezig in zijn evangelie, en ze zullen uiteindelijk hun volledige macht over de wereld laten gelden.
Door deze invloed van de pagan/heidenen op het christendom behaalde de oude orde vele kleine overwinningen van rituele aard, maar de christenen kregen de overhand doordat:
- Er een nieuwe en enorm verheven toon in de menselijke moraal werd aangeslagen.
- Er een nieuw en sterk uitgebreid godsbegrip aan de wereld werd gegeven.
- De hoop op onsterfelijkheid een deel van de zekerheid van een erkende religie werd.
- Jezus van Nazareth aan de hongerige ziel van de mens gegeven werd.
Veel van de grote waarheden die Jezus onderwees, gingen bijna verloren in deze vroege compromissen, maar ze sluimeren nog steeds in deze religie van het door paganisme/heidenen beïnvloede christendom, dat op zijn beurt de Paulinische versie was van het leven en de leringen van de MensenZoon. En het christendom was, zelfs vóór het heidens beïnvloed was, eerst grondig gehelleniseerd. Het christendom heeft veel, heel veel, te danken aan de Grieken. Het was een Griek uit Egypte die zo dapper opstond in Nicea en deze vergadering zo onbevreesd uitdaagde dat ze het concept van de aard van Jezus niet zo durfde te verdoezelen dat de werkelijke waarheid van zijn schenking voor de wereld verloren zou zijn gegaan. De naam van deze Griek was Athanasius en zonder de welsprekendheid en de logica van deze gelovige zouden de overtuigingen van Arius hebben gezegevierd.
Invloed van de Grieken
De hellenisering van (Griekse invloed op) het christendom begon in alle hevigheid op die gedenkwaardige dag toen de apostel Paulus voor de raad van de Areopagus in Athene stond en de Atheners vertelde over “de Onbekende God”. Daar, onder de schaduw van de Akropolis, verkondigde deze Romeinse burger aan deze Grieken zijn versie van de nieuwe religie die zijn oorsprong had in het Joodse land Galilea. En er was iets vreemds vergelijkbaars tussen de Griekse filosofie en veel van de leringen van Jezus. Ze hadden een gemeenschappelijk doel: beide waren gericht op de opkomst en groei van het individu. De Grieken meer op sociale en politieke opklimming; Jezus op morele en spirituele opklimming. De Grieken onderwezen intellectueel liberalisme dat leidde tot politieke vrijheid; Jezus onderwees spiritueel liberalisme dat leidde tot religieuze vrijheid. Deze twee ideeën samen vormden een nieuw en krachtig handvest voor de menselijke vrijheid; ze voorspelden de sociale, politieke en spirituele vrijheid van de mens.
Het christendom ontstond en zegevierde over alle strijdende religies, voornamelijk om twee redenen:
- De Griekse mindset was bereid nieuwe en goede ideeën te lenen, zelfs van de Joden.
- Paulus en zijn opvolgers waren bereidwillige maar slimme en scherpzinnige compromiszoekers; ze waren fervente theologische handelaren.
Toen Paulus in Athene opstond om “Christus en Hij die gekruisigd is” te prediken, waren de Grieken spiritueel hongerig. Ze waren nieuwsgierig, geïnteresseerd en daadwerkelijk op zoek naar spirituele waarheid. Vergeet nooit dat de Romeinen aanvankelijk tegen het christendom vochten, terwijl de Grieken het omarmden, en dat het de Grieken waren die de Romeinen vervolgens letterlijk dwongen deze nieuwe religie, zoals toen aangepast, te accepteren als onderdeel van de Griekse cultuur.
De Grieken vereerden schoonheid, de Joden heiligheid, maar beide volkeren hielden van de waarheid. Eeuwenlang hadden de Grieken serieus nagedacht en ernstig gedebatteerd over alle menselijke problemen – sociale, economische, politieke en filosofische – behalve religie. Weinig Grieken hadden veel aandacht besteed aan religie. Ze namen zelfs hun eigen religie niet erg serieus. Eeuwenlang hadden de Joden deze andere denkgebieden verwaarloosd terwijl ze hun verstand aan religie wijdden. Ze namen hun religie zeer serieus, te serieus. Zoals verlicht door de inhoud van de boodschap van Jezus, werd het verenigde product van het eeuwenlange denken van deze twee volkeren nu de drijvende kracht achter een nieuwe orde van menselijke samenleving en, tot op zekere hoogte, van een nieuwe orde van menselijk religieus geloof en praktijk.
De invloed van de Griekse cultuur was al doorgedrongen tot de landen van het westelijke Middellandse Zeegebied toen Alexander de Hellenistische beschaving over het Nabije Oosten verspreidde. De Grieken deden het uitstekend met hun religie en politiek zolang ze in kleine stadstaten woonden, maar toen de Macedonische koning het waagde Griekenland uit te breiden tot een rijk dat zich uitstrekte van de Adriatische Zee tot de Indus, begonnen de problemen. De kunst en filosofie van Griekenland waren volledig berekend op de taak van imperiale expansie, maar dat gold niet voor het Griekse politieke bestuur of de Griekse religie. Nadat de stadstaten van Griekenland zich tot een rijk hadden uitgebreid, leken hun nogal bekrompen goden een beetje vreemd. De Grieken waren werkelijk op zoek naar ÉÉN God, een grotere en betere God, toen de christelijke versie van de oudere joodse religie tot hen kwam.
Het Hellenistische Rijk als zodanig kon niet voortbestaan. Zijn culturele macht bleef bestaan, maar het hield pas stand nadat het van het Westen het Romeinse politieke genie voor het bestuur van een rijk had weten te bemachtigen en nadat het van het Oosten een religie had verkregen waarvan de ene God de waardigheid van een rijk bezat.
In de eerste eeuw na Christus had de Hellenistische cultuur haar hoogste niveau al bereikt; haar achteruitgang was ingezet. De wetenschap maakte vorderingen, maar de genialiteit nam af. Juist in deze tijd werden de ideeën en idealen van Jezus, die gedeeltelijk in het christendom waren belichaamd, onderdeel van de redding van de Griekse cultuur en geleerdheid.
Alexander was het Oosten binnengevallen met het culturele geschenk van de Griekse beschaving. Paulus viel het Westen aan met de christelijke versie van het evangelie van Jezus. En overal waar de Griekse cultuur in het Westen de overhand kreeg, schoot het gehelleniseerde christendom wortel.
De oosterse versie van de boodschap van Jezus bleef, ondanks het feit dat deze meer trouw bleef aan zijn leringen, de compromisloze houding van Abner volgen. Deze versie ontwikkelde zich nooit zoals de gehelleniseerde versie en ging uiteindelijk verloren in de islamitische beweging.
De Romeinse invloed
De Romeinen namen de Griekse cultuur volledig over en stelden een representatieve regering in plaats van een regering door loting. En al snel was deze verandering gunstig voor het christendom, doordat Rome de hele westerse wereld een nieuwe tolerantie voor vreemde talen, volkeren en zelfs religies bracht.
Een groot deel van de vroege christenvervolging in Rome was uitsluitend te wijten aan hun ongelukkige gebruik van de term “koninkrijk” in hun prediking. De Romeinen waren tolerant tegenover alle religies, maar zeer verbolgen over alles wat rook naar politieke rivaliteit. En toen deze vroege vervolgingen, grotendeels te wijten aan misverstanden, uitdoofden, lag het terrein voor religieuze propaganda wijd open. De Romein was geïnteresseerd in politiek bestuur; hij gaf weinig om kunst of religie, maar was ongewoon tolerant tegenover beide.
Het oosterse recht was streng en willekeurig; het Griekse recht was flexibel en artistiek; het Romeinse recht was waardig en respectwekkend. Het Romeinse onderwijs kweekte een ongehoorde en onwrikbare loyaliteit. De vroege Romeinen waren politiek betrokken en subliem toegewijde individuen. Ze waren eerlijk, ijverig en toegewijd aan hun idealen, maar zonder een religie die die naam waardig was. Geen wonder dat hun Griekse leraren hen konden overtuigen om het christendom van Paulus te aanvaarden.
En deze Romeinen waren een groots volk. Ze konden het Westen besturen omdat ze zichzelf bestuurden. Zulke ongeëvenaarde eerlijkheid, toewijding en standvastige zelfbeheersing vormden de ideale bodem voor de ontvangst en groei van het christendom.
Het was voor deze Grieks-Romeinen gemakkelijk om net zo spiritueel toegewijd te raken aan een institutionele kerk als ze politiek toegewijd waren aan de staat. De Romeinen bestreden de kerk alleen wanneer ze haar vreesden als concurrent van de staat. Rome, dat weinig nationale filosofie of inheemse cultuur had, nam de Griekse cultuur over en adopteerde moedig Christus als zijn morele filosofie. Het christendom werd de morele cultuur van Rome, maar nauwelijks als religie in de zin van de individuele ervaring in spirituele groei van degenen die de nieuwe religie op zo’n grootschalige manier omarmden. Het is waar dat veel individuen inderdaad onder de oppervlakte van al deze staatsgodsdienst doordrongen en als voedsel voor hun ziel de werkelijke waarden vonden van de verborgen betekenissen die verborgen lagen in de latente waarheden van het door Grieken en heidenen beinvloede christendom.
De stoïcijnen en hun krachtige beroep op “natuur en geweten” hadden heel Rome alleen maar beter voorbereid om Christus te ontvangen, althans in intellectuele zin. De Romein was van nature en door zijn opleiding een jurist; hij vereerde zelfs de natuurwetten. En nu, in het christendom, onderscheidde hij in de natuurwetten de wetten van God. Een volk dat Cicero en Vergilius kon voortbrengen, was rijp voor het Grieks-gekleurde christendom van Paulus.
En zo dwongen deze geromaniseerde Grieken zowel Joden als christenen om hun religie te filosoferen (na te denken over betekenissen en normen), haar ideeën te coördineren en haar idealen te systematiseren, religieuze praktijken aan te passen aan de bestaande levenswijze. En dit alles werd enorm geholpen door de vertaling van de Hebreeuwse geschriften in het Grieks en door de latere optekening van het Nieuwe Testament in de Griekse taal.
De Grieken geloofden, in tegenstelling tot de Joden en vele andere volken, al lange tijd in een vorm van onsterfelijkheid, een soort voortbestaan na de dood. En aangezien dit de kern van de leer van Jezus vormde, was het zeker dat het christendom een sterke aantrekkingskracht op hen zou hebben.
Een opeenvolging van Grieks-culturele en Romeins-politieke overwinningen had de mediterrane landen geconsolideerd tot één rijk, met één taal en één cultuur, en de westerse wereld gereed gemaakt voor één God. Het jodendom voorzag in deze God, maar het jodendom was niet acceptabel als religie voor deze geromaniseerde Grieken. Philo hielp sommigen hun bezwaren te verzachten, maar het christendom onthulde hun een nog beter concept van één God, en zij omarmden het gretig.
Onder het Romeinse Rijk
Na de consolidatie van de Romeinse politieke heerschappij en de verspreiding van het christendom, bevonden de christenen zich met één God, een groot religieus concept, maar zonder rijk. De Grieks-Romeinen bevonden zich met een groot rijk, maar zonder een God die kon dienen als het geschikte religieuze concept voor de eredienst en spirituele eenwording binnen het rijk. De christenen accepteerden het rijk; het rijk nam het christendom over. Het Romeinse Rijk zorgde voor eenheid van politiek bestuur; de Griekse invloed zorgde voor een eenheid van cultuur en wetenschap; het christendom voor een eenheid van religieus denken en handelen.
Rome overwon de traditie van nationalisme door imperialistisch universalisme en maakte het voor het eerst in de geschiedenis mogelijk dat verschillende rassen en naties, althans in naam, één religie accepteerden.
Het christendom kwam in Rome in de gunst in een tijd waarin er grote strijd was tussen de krachtige leringen van de Stoïcijnen en de verlossingsbeloften van de mysterieculten. Het christendom bracht verfrissende troost en bevrijdende kracht naar een spiritueel hongerig volk, wiens taal geen woord kende voor “onbaatzuchtigheid”.
Wat het christendom de grootste kracht gaf, was de manier waarop zijn gelovigen een leven van dienstbaarheid leidden en zelfs de manier waarop ze voor hun geloof stierven tijdens de vroege tijden van drastische vervolging.
De leer over de liefde van Christus voor kinderen maakte al snel een einde aan de wijdverbreide praktijk om kinderen, met name meisjes, ongewenst ter dood te brengen.
Het vroege plan van christelijke eredienst werd grotendeels overgenomen van de Joodse synagoge, aangepast door het Mithraïsche ritueel; later werd er veel heidense pracht en praal aan toegevoegd. De ruggengraat van de vroegchristelijke kerk bestond uit Griekse proselieten (van oorsprong niet-Joods) tot het jodendom, die weer tot het christendom waren bekeerd.
De tweede eeuw na Christus was de beste tijd in de hele wereldgeschiedenis voor een goede religie om vooruitgang te boeken in de westerse wereld. Gedurende de eerste eeuw had het christendom zich door strijd en compromissen voorbereid om wortel te schieten en zich snel te verspreiden. Het christendom nam de keizer over; later nam hij het christendom over. Dit was een geweldige tijd voor de verspreiding van een nieuwe religie. Er was godsdienstvrijheid; reizen was universeel en het denken was onbelemmerd.
De spirituele impuls van het in naam accepteren van het ver-griekste christendom kwam te laat in Rome om de al lang begonnen morele achteruitgang te voorkomen of de reeds gevestigde en toenemende raciale achteruitgang te compenseren. Deze nieuwe religie was een culturele noodzaak voor het keizerlijke Rome, en het is buitengewoon jammer dat het niet in ruimere zin een middel tot spirituele verlossing werd.
Zelfs een goede religie kon een groot rijk niet redden van de onvermijdelijke gevolgen van een gebrek aan individuele deelname aan de regeringszaken, van overmatig paternalisme, te hoge belastingen en grove misbruiken bij de inning, onevenwichtige handel met de Levant die het goud wegtrok, amusementswaanzin, Romeinse standaardisatie, degradatie van de vrouw, slavernij en rassendecadentie, fysieke plagen, en een staatskerk die tot bijna spirituele onvruchtbaarheid werd geïnstitutionaliseerd.
De omstandigheden waren echter niet zo slecht in Alexandrië. De vroege scholen hielden veel van de leringen van Jezus vrij van compromissen. Pantaenus onderwees Clemens en volgde vervolgens Nathanaël in de verkondiging van Christus in India. Hoewel sommige idealen van Jezus werden opgeofferd bij de opbouw van het christendom, moet in alle eerlijkheid worden vermeld dat tegen het einde van de tweede eeuw vrijwel alle grote denkers van de Grieks-Romeinse wereld christen waren geworden. De triomf naderde zijn voltooiing.
En dit Romeinse Rijk bleef lang genoeg bestaan om het voortbestaan van het christendom te verzekeren, zelfs nadat het rijk was ingestort. Maar we hebben vaak gespeculeerd wat er in Rome en in de wereld zou zijn gebeurd als het evangelie van het koninkrijk was aanvaard in plaats van het Griekse christendom.
De Europese donkere middeleeuwen
De kerk, als aanhangsel van de maatschappij en bondgenoot van de politiek, was gedoemd te delen in de intellectuele en spirituele neergang van de zogenaamde Europese “donkere middeleeuwen”. Gedurende deze tijd werd religie steeds meer gemonasticiseerd [het speelde zich af in kloosters], geascetiseerd [teruggetrokken uit de maatschappij] en gelegaliseerd [vastgelegd in regeltjes]. In spirituele zin was het christendom in winterslaap. Gedurende deze periode bestond er, naast deze sluimerende en geseculariseerde religie, een continue stroom van mystiek, een spirituele ervaring van fantasie die grensde aan onwerkelijkheid en filosofisch verwant was aan pantheïsme. [ ‘Secularisering’ of ‘secularisatie’ of betekent letterlijk ‘verwereldlijking’. Tegenwoordig wordt ‘secularisatie’ vooral gebruikt voor het proces waarin de gevestigde godsdienst haar greep op de maatschappij verliest. Er is ook een stroming van denken ‘secularisme‘ die vindt dat religie en geloof geen invloed mogen uitoefenen op de maatschappij]
Tijdens deze donkere en wanhopige eeuwen werd religie vrijwel weer tweedehands. Het individu raakte bijna verloren voor de overschaduwende autoriteit, traditie en dictatuur van de kerk. Een nieuwe spirituele dreiging ontstond door de schepping van een heel scala aan “heiligen” van wie werd aangenomen dat ze een bijzondere invloed hadden in de goddelijke hoven, en die daarom, indien er effectief een beroep op werd gedaan, in staat zouden zijn om voor de mens te bemiddelen bij de goden.
Maar het christendom was voldoende gesocialiseerd en gemengd met heidense invloeden dat het, hoewel het niet in staat was de naderende donkere middeleeuwen tegen te houden, des te beter voorbereid was om deze lange periode van morele duisternis en spirituele stagnatie te overleven. En het hield stand gedurende de lange nacht van de westerse beschaving en functioneerde nog steeds als een morele invloed in de wereld toen de renaissance aanbrak. De rehabilitatie van het christendom, na het verstrijken van de donkere middeleeuwen, resulteerde in het ontstaan van talloze sekten van de christelijke leer, overtuigingen die geschikt waren voor specifieke intellectuele, emotionele en spirituele typen van de menselijke persoonlijkheid. En veel van deze speciale christelijke groepen, of religieuze families, bestaan nog steeds ten tijde van deze presentatie [de tijd van ‘deze presentatie’ is tussen 1930 en 1935].
Het christendom vertoont een geschiedenis die voortkomt uit de onbedoelde transformatie van de religie van Jezus tot een religie over Jezus. Het presenteert verder de geschiedenis van Griekse invloeden, heidendom, secularisatie, institutionalisering, intellectuele achteruitgang, spirituele decadentie, morele winterslaap, dreigende uitsterving, latere verjonging, fragmentatie en meer recent relatieve rehabilitatie. Een dergelijke stamboom is indicatief voor inherente vitaliteit en het bezit van enorme herstellende bronnen. En ditzelfde christendom is nu aanwezig in de beschaafde wereld van de westerse volkeren en staat oog in oog met een strijd om het bestaan die nog onheilspellender is dan de veelbewogen crises die haar eerdere gevechten om dominantie hebben gekenmerkt.
Religie wordt nu namelijk geconfronteerd met de uitdaging van een nieuw tijdperk van wetenschappelijke denkwijzen en materialistische tendensen. In deze gigantische strijd tussen het seculiere en het spirituele zal de religie van Jezus uiteindelijk zegevieren.
Het moderne probleem
De twintigste eeuw heeft nieuwe problemen met zich meegebracht die het christendom en alle andere religies moeten oplossen. Hoe hoger een beschaving klimt, hoe noodzakelijker de plicht wordt om “eerst de realiteiten van de hemel te zoeken” in alle pogingen van de mens om de samenleving te stabiliseren en de oplossing van haar materiële problemen te vergemakkelijken.
Waarheid wordt vaak verwarrend en zelfs misleidend wanneer ze wordt uiteengereten, gesegregeerd, geïsoleerd en te veel geanalyseerd. Levende waarheid leert aan de waarheidszoeker alleen de juiste waarheid wanneer ze in haar geheel en als een levende spirituele realiteit wordt omarmd, niet als een feit van de materiële wetenschap of een inspiratiebron van interveniërende kunst.
Religie is de openbaring aan de mens van zijn goddelijke en eeuwige bestemming. Religie is een puur persoonlijke en spirituele ervaring en moet voor altijd onderscheiden worden van de andere verheven vormen van denken van de mens, zoals:
- De logische houding van de mens ten opzichte van de dingen van de materiële werkelijkheid.
- De esthetische waardering van de mens voor schoonheid in contrast met lelijkheid.
- De ethische erkenning van sociale verplichtingen en politieke plicht door de mens.
- Zelfs het gevoel van menselijke moraliteit is op zichzelf niet religieus.
Religie is ontworpen om die waarden in het universum te vinden die geloof, vertrouwen en zekerheid oproepen; religie culmineert in aanbidding. Religie ontdekt voor de ziel die allerhoogste waarden die in contrast staan met de relatieve waarden die door het verstand worden ontdekt. Een dergelijk bovenmenselijk inzicht kan alleen worden verkregen door middel van oprechte religieuze ervaring.
Een duurzaam sociaal systeem zonder een moraal die gebaseerd is op spirituele realiteiten kan net zo min in stand worden gehouden als het zonnestelsel zonder zwaartekracht.
Probeer niet de nieuwsgierigheid te bevredigen of al het latente avontuur dat in de ziel opwelt te bevredigen in één kort leven in een lichaam. Wees geduldig! Laat je niet verleiden tot een wetteloze duik in goedkoop en smerig avontuur. Beteugel je energieën en beteugel je passies; wees kalm terwijl je wacht op de majestueuze ontvouwing van een eindeloze carrière van progressief avontuur en opwindende ontdekkingen.
Verlies in je verwarring over de oorsprong van de mens zijn eeuwige bestemming niet uit het oog. Vergeet niet dat Jezus zelfs van kleine kinderen hield en dat hij voor altijd de grote waarde van de menselijke persoonlijkheid duidelijk maakte.
Hou bij het bekijken van de wereld in gedachten dat de zwarte vlekken van het kwaad die je ziet, zich aftekenen tegen een witte achtergrond van uiteindelijk goed. Je ziet niet alleen witte vlekken van het goede die erbarmelijk afsteken tegen een zwarte achtergrond van het kwaad.
Wanneer er zoveel goede waarheid te publiceren en te verkondigen is, waarom zouden mensen dan zoveel stilstaan bij het kwaad in de wereld, alleen maar omdat het een feit lijkt te zijn? De schoonheid van de spirituele waarden van waarheid is aangenamer en verheffender dan het fenomeen kwaad.
In de religie bepleitte en volgde Jezus de methode van ervaring, net zoals de moderne wetenschap de techniek van experiment nastreeft. Wij vinden God door de leidraad van spiritueel inzicht, maar we benaderen dit inzicht van de ziel door de liefde voor het schone, het nastreven van waarheid, loyaliteit aan plicht en de aanbidding van goddelijke goedheid. Maar van al deze waarden is liefde de ware gids naar werkelijk inzicht.
Materialisme
Wetenschappers hebben de mensheid onbedoeld in een materialistische paniek gestort. Ze zijn een onnadenkende run begonnen op de morele bank van de eeuwen, maar deze bank van menselijke ervaring beschikt over enorme spirituele bronnen; ze kan de eisen die eraan worden gesteld, aan. Alleen onnadenkende mensen raken in paniek over de spirituele rijkdommen van de mensheid. Wanneer de materialistisch-seculiere paniek voorbij is, zal de religie van Jezus niet failliet zijn. De spirituele bank van het hemelse koninkrijk zal geloof, hoop en morele zekerheid uitkeren aan allen die er “in Zijn naam” op terugvallen.
Wat het schijnbare conflict tussen materialisme en de leringen van Jezus ook mag zijn, je kunt er zeker van zijn dat de leringen van de Meester in de komende eeuwen volledig zullen zegevieren. In werkelijkheid kan ware religie zich niet mengen in een controverse met de wetenschap; ze houdt zich op geen enkele manier bezig met materiële zaken. Religie staat simpelweg onverschillig tegenover, maar welwillend tegenover, de wetenschap, terwijl ze zich in de hoogste mate bezighoudt met de wetenschapper.
Het nastreven van louter kennis, zonder de bijbehorende interpretatie van wijsheid en het spirituele inzicht van religieuze ervaring, leidt uiteindelijk tot pessimisme en menselijke wanhoop. Een beetje kennis is werkelijk verontrustend.
Ten tijde van dit schrijven [opnieuw: bedoeld wordt de jaren 1930 -1935] is het ergste van het materialistische tijdperk voorbij; de dag van een beter begrip begint al te dagen. De hogere denkers van de wetenschappelijke wereld zijn niet langer volledig materialistisch in hun filosofie, maar de gewone mensen neigen nog steeds naar die richting als gevolg van vroegere leringen. Maar dit tijdperk van fysiek realisme is slechts een voorbijgaande episode in het leven van de mens op aarde. De moderne wetenschap heeft de ware religie – de leringen van Jezus zoals vertaald in de levens van zijn gelovigen – onaangeroerd gelaten. Het enige wat de wetenschap heeft gedaan, is de kinderlijke illusies van de misinterpretaties van het leven vernietigen.
Wetenschap is een kwantitatieve ervaring, religie een kwalitatieve ervaring, met betrekking tot het leven van de mens op aarde. Wetenschap houdt zich bezig met verschijnselen; religie met oorsprongen, waarden en doelen. Het aanwijzen van ‘oorzaken’ als verklaring voor fysische verschijnselen is een bekentenis van onwetendheid over het ultieme en leidt de wetenschapper uiteindelijk alleen maar rechtstreeks terug naar de eerste grote oorzaak: de Universele Vader van het Paradijs.
De heftige overgang van een tijdperk van wonderen naar een tijdperk van machines heeft de mens volkomen van streek gemaakt. De slimheid en behendigheid van de valse filosofieën van het mechanische denken logenstraffen hun mechanistische beweringen. De fatalistische behendigheid van de mind van een materialist weerlegt voorgoed zijn beweringen dat het universum een blind en doelloos energieverschijnsel is.
Het mechanistische naturalisme van sommige zogenaamd ontwikkelde mensen en het gedachteloze secularisme van de gewone man zijn beide uitsluitend gericht op dingen; ze zijn ontdaan van alle werkelijke waarden, sancties en bevredigingen van spirituele aard, en bovendien verstoken van geloof, hoop en eeuwige zekerheden. Een van de grote problemen van het moderne leven is dat de mens denkt dat hij het te druk heeft om tijd te vinden voor spirituele meditatie en religieuze devotie.
Materialisme reduceert de mens tot een zielloze automaat en maakt hem tot slechts een rekenkundig symbool dat een hulpeloze plaats inneemt in de wiskundige formule van een onromantisch en mechanistisch universum. Maar waar komt dit enorme universum van wiskunde vandaan zonder een Meesterwiskundige? De wetenschap mag dan uitweiden over het behoud van materie, maar religie bevestigt het behoud van de ziel van de mens – het betreft hun ervaring met spirituele realiteiten en eeuwige waarden.
De materialistische socioloog van vandaag onderzoekt een gemeenschap, maakt er een rapport over en laat de mensen achter zoals hij ze aantrof. Negentienhonderd jaar geleden observeerden ongeleerde Galileeërs Jezus die zijn leven gaf als een spirituele bijdrage aan de innerlijke ervaring van de mens en gingen vervolgens op pad om het hele Romeinse Rijk op zijn kop te zetten.
Maar religieuze leiders maken een grote fout wanneer ze de moderne mens met de trompetstoten van de Middeleeuwen tot een spirituele strijd proberen op te roepen. Religie moet zichzelf voorzien van nieuwe en actuele slogans. Noch democratie, noch enig ander politiek wondermiddel zal de plaats innemen van spirituele vooruitgang. Valse religies vertegenwoordigen misschien een ontwijking van de realiteit, maar Jezus introduceerde aan de sterfelijke mens in zijn evangelie de precieze ingang van een eeuwige realiteit van spirituele vooruitgang.
De bewering dat mind uit materie is “voortgekomen”, verklaart niets. Als het universum slechts een mechanisme was en de mind niet los stond van materie, zouden we nooit twee verschillende interpretaties hebben van enig waargenomen fenomeen. De concepten van waarheid, schoonheid en goedheid zijn niet inherent aan de natuurkunde of de scheikunde. Een machine kan niet kennen laat staan waarheid kennen, hongeren naar rechtvaardigheid, en goedheid koesteren.
Wetenschap mag dan fysiek zijn, maar de mind van de waarheidsvindende wetenschapper is tegelijk bovenmaterieel. Materie kent de waarheid niet, noch kan ze genade liefhebben, noch behagen scheppen in spirituele realiteiten. Morele overtuigingen gebaseerd op spirituele verlichting en geworteld in de menselijke ervaring zijn net zo reëel en zeker als wiskundige deducties gebaseerd op fysieke observaties, maar dan op een ander en hoger niveau.
Als mensen slechts machines waren, zouden ze min of meer uniform reageren op een materieel universum. Individualiteit, laat staan persoonlijkheid, zou niet bestaan.
Materialisme is er, maar het is niet exclusief; mechanisme is er, maar het is niet onvoorwaardelijk; determinisme is er, maar het staat niet op zichzelf.
Het eindige universum van materie zou uiteindelijk uniform en deterministisch worden zonder de gecombineerde aanwezigheid van mind en ziel. De invloed van de kosmische mind injecteert voortdurend spontaniteit, zelfs in de materiële werelden.
Vrijheid of initiatief in elk bestaansgebied is recht evenredig met de mate van spirituele invloed en controle van de kosmische mind; dat wil zeggen, in de menselijke ervaring, de mate van de actualiteit van het doen van “de wil van de Vader”. En dus, wanneer je eenmaal op zoek gaat naar God, is dat het sluitende bewijs dat God jou al gevonden heeft.
Het oprechte streven naar goedheid, schoonheid en waarheid leidt tot God. En elke wetenschappelijke ontdekking toont het bestaan aan van zowel vrijheid als uniformiteit in het universum. De ontdekker was vrij om de ontdekking te doen. Het ontdekte ding is echt en schijnbaar uniform, anders had het niet als een ding bekend kunnen worden.
De kwetsbaarheid van het materialisme
Hoe dwaas is het voor de materialistisch ingestelde mens om toe te staan dat zulke kwetsbare theorieën zoals die van een mechanistisch universum hem beroven van de enorme spirituele bronnen van de persoonlijke ervaring van ware religie. Feiten botsen nooit met echt spiritueel geloof; theorieën wel. Het is beter dat de wetenschap zich wijdt aan de vernietiging van bijgeloof in plaats van te proberen religieus geloof omver te werpen – het menselijk geloof in spirituele realiteiten en goddelijke waarden.
Wetenschap zou voor de mens materieel moeten doen wat religie voor hem spiritueel doet: de horizon van het leven verbreden en zijn persoonlijkheid verruimen. Ware wetenschap kan geen blijvende strijd hebben met ware religie. De “wetenschappelijke methode” is slechts een intellectuele maatstaf om materiële avonturen en fysieke prestaties te meten. Maar omdat ze materieel en volledig intellectueel is, is ze volkomen nutteloos bij de evaluatie van spirituele realiteiten en religieuze ervaringen.
De inconsistentie van de moderne mechanist [ iemand die denkt of zelfs ‘gelooft’ dat het universum en wij slechts materiële machines zijn ] is: als dit slechts een materieel universum was en de mens slechts een machine, zou zo’n mens zichzelf volstrekt niet als zo’n machine kunnen herkennen, en evenzo zou zo’n machine-mens zich volkomen onbewust zijn van het bestaan van zo’n materieel universum. De materialistische ontzetting en wanhoop van een mechanistische wetenschap heeft het feit niet herkend van de door een Mentor-Spirit bewoonde mind van de wetenschapper, wiens bovenmateriële inzicht juist deze onjuiste en zichzelf tegensprekende concepten van een materialistisch universum formuleert.
Paradijswaarden van eeuwigheid en oneindigheid, van waarheid, schoonheid en goedheid, zijn verborgen in de feiten van de verschijnselen van de universua van tijd en ruimte. Maar het vereist het oog van geloof in een uit de spirit geboren sterveling om deze spirituele waarden te ontdekken en te onderscheiden.
De realiteiten en waarden van spirituele vooruitgang zijn geen “psychologische projectie” – slechts een verheerlijkte dagdroom van de materiële mind. Zulke dingen zijn de spirituele voorspellingen van de inwonende Mentor-Spirit, de spirit van God die in de mind van de mens leeft. En laat uw geknutsel met allerlei vaag waargenomen bevindingen van “relativiteit” uw concepten van de eeuwigheid en oneindigheid van God niet verstoren. En maak in al uw streven naar de noodzaak van zelfexpressie niet de fout om geen Mentor-Spirit-expressie te voorzien, want dat is de manifestatie van uw werkelijke en betere zelf.
Als dit slechts een materieel universum was, zou de materiële mens nooit tot het concept van het mechanistische karakter van zo’n exclusief materieel bestaan kunnen komen. Dit mechanistische concept van het universum is op zichzelf een immaterieel fenomeen van de mind, en alle mind is van immateriële oorsprong, hoe grondig het ook materieel geconditioneerd en mechanistisch gecontroleerd lijkt te zijn.
Het gedeeltelijk geëvolueerde mentale mechanisme van de sterfelijke mens is niet overladen met consistentie en wijsheid. De verwaandheid van de mens overtreft vaak zijn rede en laat hem ontsnappen aan zijn eigen logica.
Juist het pessimisme van de meest pessimistische materialist is op zichzelf voldoende bewijs dat het universum van de pessimist niet geheel materieel is. Zowel optimisme als pessimisme zijn conceptuele reacties in een mind die zich bewust is van zowel waarden als feiten. Als het universum werkelijk was zoals de materialist het beschouwt, zou de mens als menselijke machine verstoken zijn van elke bewuste herkenning van datzelfde feit. Zonder het bewustzijn van het concept van waarden binnen de in de spirit-geboren mind, zouden het feit van universummaterialisme en de mechanistische verschijnselen van de werking van het universum volledig onopgemerkt blijven. Eén machine kan zich niet bewust zijn van de aard of waarde van een andere machine.
Een mechanistische filosofie van het leven en het universum kan niet wetenschappelijk zijn, omdat de wetenschap alleen materialen en feiten erkent en behandelt. Filosofie is onvermijdelijk boven-wetenschappelijk. De mens is een materieel feit van de natuur, maar zijn leven is een fenomeen dat de materiële niveaus van de natuur overstijgt doordat het de controlerende eigenschappen van de mind en de creatieve kwaliteiten van de spirit vertoont.
De oprechte poging van de mens om een mechanist te worden, vertegenwoordigt het tragische fenomeen van de vergeefse poging van die mens om intellectuele en morele zelfmoord te plegen. Maar hij kan het niet.
Als het universum slechts materieel was en de mens slechts een machine, zou er geen wetenschap zijn die de wetenschapper zou aanmoedigen deze mechanisatie van het universum te beweren. Machines kunnen zichzelf niet meten, classificeren of evalueren. Zo’n wetenschappelijk werkstuk zou alleen kunnen worden uitgevoerd door een entiteit met de status van supermachine.
Als de realiteit van het universum slechts één enorme machine is, dan moet de mens zich buiten het universum en er los van bevinden om zo’n feit te herkennen en zich bewust te worden van het inzicht van zo’n evaluatie.
Als de mens slechts een machine is, door welke techniek komt deze mens er dan toe te geloven of te beweren te weten dat hij slechts een machine is? De ervaring van zelfbewuste evaluatie van zichzelf is nooit een kenmerk van een loutere machine. Een zelfbewuste en openlijk mechanist is het best mogelijke antwoord op mechanisme. Als materialisme een feit was, zou er geen zelfbewuste mechanist kunnen zijn. Het is ook waar dat men eerst een moreel persoon moet zijn voordat men immorele handelingen kan verrichten.
De bewering van materialisme impliceert een bovenmaterieel bewustzijn van de mind dat dergelijke dogma’s pretendeert te bevestigen. Een mechanisme zou kunnen verslechteren, maar het zou nooit vooruit kunnen gaan. Machines denken niet, creëren niet, dromen niet, streven niet, idealiseren niet, hongeren niet naar waarheid en dorsten niet naar rechtvaardigheid. Ze motiveren hun leven niet met de passie om andere machines te dienen en om als doel van eeuwige vooruitgang de sublieme taak te kiezen om God te vinden en ernaar te streven zoals Hij te zijn. Machines zijn nooit intellectueel, emotioneel, esthetisch, ethisch, moreel of spiritueel.
Kunst bewijst dat de mens niet mechanistisch is, maar bewijst niet dat hij spiritueel onsterfelijk is. Kunst is sterfelijke morontia, het tussenliggende veld tussen de mens -als het materiële, en de mens -als het spirituele. Poëzie is een poging om te ontsnappen aan materiële realiteiten en zich te richten op spirituele waarden.
In een hoge beschaving humaniseert kunst de wetenschap, terwijl ze op haar beurt wordt gespiritualiseerd door ware religie – inzicht in spirituele en eeuwige waarden. Kunst vertegenwoordigt de menselijke en tijd-ruimtelijke evaluatie van de werkelijkheid. Religie is de goddelijke omarming van kosmische waarden en impliceert eeuwige vooruitgang in spirituele opstijging en expansie. De kunst van de tijd is alleen gevaarlijk wanneer ze blind wordt voor de spirituele normen van de goddelijke patronen die de eeuwigheid weerspiegelt als de realiteitsschaduwen van de tijd. Ware kunst is de effectieve manipulatie van de materiële dingen van het leven; religie is de veredelende transformatie van de materiële feiten van het leven, en ze houdt nooit op met haar spirituele evaluatie van kunst.
Hoe dwaas is het om aan te nemen dat een automaat een filosofie van het automatisme zou kunnen bedenken, en hoe belachelijk dat hij zich zou aanmatigen een dergelijk concept van andere en mede-automaten te vormen!
- Elke wetenschappelijke interpretatie van het materiële universum is waardeloos tenzij ze de wetenschapper de nodige erkenning geeft.
- Geen waardering voor kunst is oprecht tenzij ze de kunstenaar erkenning geeft.
- Geen evaluatie van moraal is de moeite waard tenzij ze de moralist omvat.
- Geen erkenning van filosofie is stichtend als ze de filosoof negeert,
- en religie kan niet bestaan zonder de werkelijke ervaring van de religieuze mens die, in en door deze ervaring, God probeert te vinden en Hem te leren kennen.
- Evenzo is het universum van universa zonder betekenis, los van de IK BEN, de oneindige God die het gemaakt heeft en onophoudelijk bestuurt.
Mechanisten/humanisten hebben de neiging mee te drijven met de materiële stromingen. Idealisten en spirituele personen durven hun roeiriemen met intelligentie en kracht te gebruiken om de schijnbaar zuiver materiële loop van de energiestromen te beïnvloeden.
Wetenschap leeft van de wiskunde van het verstand; muziek drukt het tempo van de emoties uit. Religie is het spirituele ritme van de ziel in tijd-ruimte harmonie met de hogere en eeuwige maten van de melodie van de Oneindigheid. Religieuze ervaring is iets in het menselijk leven dat werkelijk boven-mathematisch is.
In taal vertegenwoordigt een alfabet het mechanisme van het materialisme, terwijl de woorden die de betekenis van duizend gedachten, grootse ideeën en nobele idealen uitdrukken – van liefde en haat, van lafheid en moed – de prestaties van het verstand vertegenwoordigen binnen de reikwijdte die wordt gedefinieerd door zowel de materiële als de spirituele wet, gestuurd door de wil van de persoonlijkheid en beperkt door de inherente situationele begaafdheid.
Het universum is niet zoals de wetten, mechanismen en uniformiteiten die de wetenschapper ontdekt en die hij als wetenschap gaat beschouwen, maar eerder zoals de nieuwsgierige, denkende, kiezende, creatieve, combinerende en onderscheidende wetenschapper die aldus universumverschijnselen observeert en de wiskundige feiten classificeert die inherent zijn aan de mechanistische fasen van de materiële kant van de schepping. Het universum is ook niet zoals de kunst van de kunstenaar, maar eerder zoals de strevende, dromende, aspirerende en voortschrijdende kunstenaar die de wereld van materiële dingen probeert te overstijgen in een poging een spiritueel doel te bereiken.
De wetenschapper, niet de wetenschap, neemt de realiteit waar van een evoluerend en voortschrijdend universum van energie en materie. De kunstenaar, niet de kunst, toont het bestaan aan van de vergankelijke morontia-wereld die zich bevindt tussen het materiële bestaan en de spirituele vrijheid. De religieuze mens, niet de religie, bewijst het bestaan van de spirituele realiteiten en goddelijke waarden die we in de voortgang van de eeuwigheid tegenkomen.
Seculier totalitarisme
Maar zelfs nadat materialisme en mechanisme min of meer overwonnen zijn, zal de verwoestende invloed van de twintigste-eeuwse secularisering de spirituele ervaring van miljoenen nietsvermoedende zielen nog steeds teisteren. [Secularisering (van het Latijn saeculum: het aardse leven, wereld) is de algemene benaming voor de verwereldlijking zoals die tot uitdrukking komt in ontkerkelijking, de reductie van religie tot het private terrein en de afname van de maatschappelijke invloed van religie, zie ook hier ]
De moderne secularisering is gevoed door twee wereldwijde invloeden. De vader van de secularisering was de bekrompen en goddeloze houding van de zogenaamde wetenschap – de atheïstische wetenschap uit de negentiende en twintigste eeuw. De moeder van de moderne secularisering was de totalitaire middeleeuwse christelijke kerk. Secularisering ontstond als een groeiend protest tegen de bijna volledige overheersing van de westerse beschaving door de geïnstitutionaliseerde christelijke kerk.
Ten tijde van deze openbaring was het heersende intellectuele en filosofische klimaat van zowel het Europese als het Amerikaanse leven uitgesproken seculier – humanistisch. Driehonderd jaar lang is het westerse denken steeds meer geseculariseerd. Religie is steeds meer een invloed in naam geworden, grotendeels een rituele oefening. De meerderheid van de belijdende christenen in de westerse beschaving is onbewust daadwerkelijk secularist.
Er was een grote macht, een machtige invloed, nodig om het denken en leven van de westerse volkeren te bevrijden uit de verdorrende greep van een totalitaire kerkelijke overheersing. Secularisering heeft de banden van de kerkelijke controle verbroken en dreigt nu op zijn beurt een nieuw en goddeloos type heerschappij te vestigen over de harten en minds van de moderne mens. De tirannieke en dictatoriale politieke staat is de directe nakomeling van het wetenschappelijk materialisme en het filosofische secularisme. Secularisering heeft de mens nog maar nauwelijks bevrijd van de overheersing van de geïnstitutionaliseerde kerk, of het verkoopt die mens weer in slaafse onderdanigheid aan de totalitaire staat. Secularisering bevrijdt de mens uit kerkelijke slavernij, om hem vervolgens te verraden en te laten belanden in de tirannie van politieke en economische slavernij.
Materialisme ontkent God, secularisering negeert hem eenvoudigweg; dat was tenminste de eerdere houding. Recenter heeft secularisering een militantere houding aangenomen en neemt het de plaats in van de religie, terwijl het zich ooit juist tegen de totalitaire slavernij van die religie verzette. Secularisering in de twintigste eeuw beweert doorgaans dat de mens God niet nodig heeft. Maar pas op! Deze goddeloze filosofie van de menselijke samenleving zal alleen maar leiden tot onrust, vijandigheid, ongeluk, oorlog en wereldwijde rampspoed.
Secularisering kan de mensheid nooit vrede brengen. Niets kan de plaats van God in de menselijke samenleving innemen. Maar let wel! Geef de weldadige winsten van de seculiere opstand tegen het kerkelijk totalitarisme niet snel op. De westerse beschaving geniet vandaag de dag veel vrijheden en voldoeningen als gevolg van de seculiere opstand. De grote fout van het secularisme was deze: door in opstand te komen tegen de bijna totale controle van het leven door religieuze autoriteit, en na de bevrijding van dergelijke kerkelijke tirannie te hebben bereikt, gingen de secularisten over tot een opstand tegen God zelf, soms stilzwijgend en soms openlijk.
Aan de secularistische opstand danken we de verbazingwekkende creativiteit van het Amerikaanse industrialisme en de ongekende materiële vooruitgang van de westerse beschaving. En omdat de secularistische opstand te ver ging en God en de ware religie uit het oog verloor, volgde ook de onverwachte oogst van wereldoorlogen en internationale onrust.
Het is niet nodig om het geloof in God op te offeren om te genieten van de zegeningen van de moderne secularisering: tolerantie, sociale dienstverlening, democratisch bestuur en burgerlijke vrijheden. Het was voor de secularisten niet nodig om de ware religie tegen te werken om de wetenschap te bevorderen en het onderwijs te bevorderen.
Maar het secularisme is niet de enige ouder/oorzaak van al deze recente winst in de verruiming van het leven. Achter de winst van de twintigste eeuw schuilen niet alleen wetenschap en secularisme, maar ook de niet-herkende en niet-erkende spirituele werking van het leven en de leer van Jezus van Nazareth.
Zonder God, zonder religie, kan het wetenschappelijk secularisme nooit zijn krachten coördineren, zijn uiteenlopende en rivaliserende belangen, rassen en nationalismen harmoniseren. Deze seculiere menselijke samenleving, ondanks haar ongeëvenaarde materialistische prestatie, valt langzaam uiteen. De belangrijkste bindende kracht die deze desintegratie tegenwerkt, is nationalisme. En nationalisme is de grootste barrière voor wereldvrede.
De inherente zwakte van secularisering is dat het ethiek en religie inruilt voor politiek en macht. Je kunt de broederschap van de mensen eenvoudigweg niet vestigen terwijl je het vaderschap van God negeert of ontkent.
Seculier sociaal en politiek optimisme is een illusie. Zonder God zullen noch vrijheid, noch bezit en rijkdom tot vrede leiden.
De volledige secularisering van wetenschap, onderwijs, industrie en samenleving kan alleen maar tot een ramp leiden. Gedurende het eerste derde deel van de twintigste eeuw doodden de aardbewoners meer mensen dan gedurende het gehele christelijke tijdperk tot dan toe. En dit is slechts het begin van de verschrikkelijke oogst van materialisme en secularisering; er staat ons nog een nog verschrikkelijkere vernietiging te wachten. [letterlijke bron-tekst: “And this is only the beginning of the dire harvest of materialism and secularism; still more terrible destruction is yet to come.”]
Het probleem van het christendom
Negeer de waarde van je spirituele erfgoed niet, de rivier van waarheid die door de eeuwen heen stroomt, zelfs tot in de onvruchtbare tijden van een materialistisch en seculier tijdperk. Zorg ervoor dat je in al je waardige pogingen om je te ontdoen van de bijgelovige geloofsovertuigingen uit voorbije tijden, de eeuwige waarheid vasthoudt. Maar wees geduldig! Wanneer de huidige opstand tegen bijgeloof voorbij is, zullen de waarheden van het evangelie van Jezus glorieus blijven bestaan om een nieuwe en betere weg te verlichten.
Maar het heidense en gesocialiseerde christendom heeft behoefte aan nieuw contact met de compromisloze leringen van Jezus; het kwijnt weg bij gebrek aan een nieuwe visie op het leven van de Meester op aarde. Een nieuwe en vollediger openbaring van de religie van Jezus is voorbestemd om een wereld van materialistische secularisering te veroveren en een wereldwijde heerschappij van mechanistisch naturalisme omver te werpen. De aarde staat nu te trillen op de rand van een van haar meest verbazingwekkende en boeiende tijdperken van sociale heroriëntatie, morele vernieuwing en spirituele verlichting.
De leringen van Jezus, hoewel sterk gewijzigd, hebben de mysterieculten uit hun geboortetijd, de onwetendheid en het bijgeloof van de donkere middeleeuwen overleefd en zegevieren nu zelfs langzaam over het materialisme, het mechanisme en de secularisering van de twintigste eeuw. En zulke tijden van grote beproeving en dreigende nederlaag zijn altijd tijden van grote openbaring.
Religie heeft nieuwe leiders nodig, spirituele mannen en vrouwen die het aandurven om uitsluitend op Jezus en zijn onvergelijkelijke leringen te vertrouwen. Als het christendom zijn spirituele missie blijft verwaarlozen terwijl het zich blijft bezighouden met sociale en materiële problemen, moet de spirituele renaissance wachten op de komst van deze nieuwe leraren van de religie van Jezus, die zich uitsluitend zullen wijden aan de spirituele wedergeboorte van de mens. En dan zullen deze uit de spirit geboren zielen snel het leiderschap en de inspiratie leveren die nodig zijn voor de sociale, morele, economische en politieke reorganisatie van de wereld.
De moderne tijd zal weigeren een religie te accepteren die onverenigbaar is met de feiten en niet in harmonie is met haar hoogste opvattingen over waarheid, schoonheid en goedheid. Het uur is aangebroken voor een herontdekking van de ware en oorspronkelijke fundamenten van het hedendaagse vervormde en gecompromitteerde christendom – het ware leven en de leringen van Jezus.
De primitieve mens leefde een leven van bijgelovige slavernij aan religieuze angst. Moderne, beschaafde mensen vrezen de gedachte onder de heerschappij van sterke religieuze overtuigingen te vallen. De denkende mens is altijd bang geweest om door een religie te worden vastgehouden. Wanneer een sterke en invloedrijke religie hem dreigt te domineren, probeert hij deze steevast te rationaliseren, te traditionaliseren en te institutionaliseren, in de hoop er controle over te krijgen. Door een dergelijke procedure wordt zelfs een geopenbaarde religie door mensen gemaakt en door mensen gedomineerd. Moderne, intelligente mannen en vrouwen mijden de religie van Jezus uit angst voor wat deze hun zal aandoen en met hen zal doen. En al die angsten zijn terecht. De religie van Jezus domineert en transformeert inderdaad haar gelovigen, en eist dat mensen hun leven wijden aan het zoeken naar kennis van de wil van de Vader in de hemel en dat de energieën van het leven gewijd worden aan de onzelfzuchtige dienst aan de broederschap onder de mensen.
Zelfzuchtige mannen en vrouwen zullen zo’n prijs eenvoudigweg niet betalen, zelfs niet voor de grootste spirituele schat die ooit aan de sterfelijke mens is aangeboden. Pas wanneer de mens voldoende gedesillusioneerd is door de droevige teleurstellingen die gepaard gaan met de dwaze en bedrieglijke jacht op egoïsme, en nadat hij de onvruchtbaarheid van de geformaliseerde religie heeft ontdekt, zal hij bereid zijn zich met heel zijn hart te wenden tot het evangelie van het koninkrijk, de religie van Jezus van Nazareth.
De wereld heeft meer religie uit de eerste hand nodig. Zelfs het christendom – de beste van de religies van de twintigste eeuw – is niet alleen een religie over Jezus, maar is grotendeels een religie die mensen uit de tweede hand ervaren. Ze beschouwen hun religie volledig als doorgegeven door hun erkende religieuze leraren. Wat een ontwaking zou de wereld ervaren als ze Jezus kon zien zoals hij werkelijk op aarde leefde en uit de eerste hand zijn leven-gevende leringen kon kennen! Beschrijvende woorden over mooie dingen kunnen niet zo beroeren als de aanblik ervan, en zo kunnen geloofsbelijdenissen ook niet de ziel van mensen inspireren zoals de ervaring van het kennen van de aanwezigheid van God dat kan. Maar verwachtingsvol geloof zal altijd de deur-van-hoop van de menselijke ziel openhouden voor het binnenlaten van de eeuwige spirituele realiteiten van de goddelijke waarden van de werelden hierna.
Het christendom heeft het gewaagd zijn idealen te verlagen onder de uitdagingen van menselijke hebzucht, oorlogswaanzin en machtswellust; maar de religie van Jezus staat er, als de onaangetaste en transcendente spirituele oproep, die het beste in de mens oproept om boven al deze erfenissen van de dierlijke evolutie uit te stijgen en, door genade, de morele hoogten van de ware menselijke bestemming te bereiken.
Het christendom wordt bedreigd door een langzame dood door formalisme, overorganisatie, intellectualisme en andere niet-spirituele tendensen. De moderne christelijke kerk is niet zo’n broederschap van dynamische gelovigen als Jezus ons voortdurend heeft opgedragen, om de spirituele transformatie van opeenvolgende generaties van de mensheid te bewerkstelligen.
Het zogenaamde christendom is zowel een sociale en culturele beweging als een religieuze overtuiging en praktijk geworden. De stroom van het moderne christendom droogt menig oud heidens moeras en menig barbaars moeras uit; vele oude culturele stroomgebieden monden uit in deze huidige culturele stroom, net zoald de hoge Galilese hoogvlakten die verondersteld worden de exclusieve bron ervan te zijn.
De Toekomst
Het christendom heeft deze wereld inderdaad een grote dienst bewezen, maar wat nu het meest nodig is, is Jezus. De wereld moet Jezus opnieuw op aarde zien leven in de ervaring van uit de spirit geboren stervelingen die de Meester effectief aan alle mensen openbaren. Het is zinloos om te praten over een herleving van het primitieve christendom. Je moet verder gaan vanaf waar je je nu bevindt. De moderne cultuur moet spiritueel gedoopt worden met een nieuwe openbaring van het leven van Jezus en verlicht worden met een nieuw begrip van zijn evangelie van eeuwige verlossing. En wanneer Jezus aldus verheven wordt, zal Hij alle mensen tot zich trekken. De discipelen van Jezus zouden meer dan overwinnaars moeten zijn. Het zouden zelfs overvloeiende bronnen moeten zijn van inspiratie en van een verbeterd leven voor alle mensen. Religie blijft hangen op het niveau van een verheven humanisme, totdat het goddelijk wordt gemaakt door de ontdekking van de realiteit van de aanwezigheid van God in de eigen persoonlijke ervaring.
De schoonheid en verhevenheid, de menselijkheid en goddelijkheid, de eenvoud en uniekheid van het leven van Jezus op aarde vormen zo’n treffend en aantrekkelijk beeld van mens-redden en God-openbaren dat theologen en filosofen van alle tijden er effectief van weerhouden zouden moeten worden om rituele geloofsbelijdenissen te durven vormen of theologische systemen van spirituele slavernij te creëren uit een dergelijke transcendentale schenking van God in de vorm van de mens. In Jezus bracht het universum een sterfelijke mens voort in wie de spirit van liefde zegevierde over de materiële beperkingen van de tijd en in wie die liefde het feit van zijn fysieke oorsprong overwon.
Houd altijd in gedachten: God en mensen hebben elkaar nodig. Ze zijn wederzijds noodzakelijk voor de volledige en uiteindelijke verwezenlijking van de eeuwige persoonlijkheidservaring in de goddelijke bestemming van universum finaliteit.
“Het koninkrijk van God is in jou” was waarschijnlijk de belangrijkste uitspraak die Jezus ooit deed, naast de verklaring dat zijn Vader een levende en liefdevolle spirit is.
Bij het winnen van zielen voor de Meester is het niet de eerste mijl van dwang, plicht of conventie die de mens en zijn wereld zal transformeren, maar veeleer de tweede mijl van vrije dienstbaarheid en vrijheidslievende toewijding die de manier van Jezus symboliseert die zijn broeder in liefde wil grijpen en hem onder spirituele leiding meesleurt naar het hogere en goddelijke doel van het sterfelijk bestaan. Het christendom gaat zelfs nu gewillig de eerste mijl, maar de mensheid kwijnt weg en strompelt voort in morele duisternis omdat er zo weinig echte tweede-mijl-volgers zijn – zo weinig belijdende volgelingen van Jezus die werkelijk leven en liefhebben zoals hij zijn discipelen leerde leven, liefhebben en dienen.
De oproep tot het avontuur van het bouwen van een nieuwe en getransformeerde menselijke samenleving door middel van de spirituele wedergeboorte van de broederschap van het koninkrijk zoals Jezus die ons leerde, zou allen die in Hem geloven, moeten aangrijpen, zoals mensen niet meer zijn aangeraakt sinds de dagen dat zij op aarde rondliepen als zijn metgezellen in het lichaam.
Geen enkel sociaal systeem of politiek regime dat de realiteit van God ontkent, kan op een constructieve en duurzame manier bijdragen aan de vooruitgang van de menselijke beschaving. Maar het christendom, zoals het vandaag de dag is onderverdeeld en geseculariseerd, vormt het grootste obstakel voor haar verdere vooruitgang; dit geldt met name voor het Oosten.
De kerkelijke leer is onmiddellijk en voor altijd onverenigbaar met dat levende geloof, die groeiende spirit en die persoonlijke ervaring van de geloofskameraden van Jezus in de broederschap onder de mensen, in de spirituele vereniging van het hemelse koninkrijk. De prijzenswaardige wens om tradities van vroegere prestaties te behouden, leidt vaak tot de verdediging van verouderde erediensten. De goedbedoelde wens om oude denksystemen te koesteren, verhindert op doeltreffende wijze de steun aan nieuwe en adequate middelen en methoden die ontworpen zijn om de spirituele verlangens van de zich uitbreidende en ontwikkelende mind van de moderne mens te bevredigen. Evenzo vormen de christelijke kerken van de twintigste eeuw grote, maar volkomen onbewuste, obstakels voor de onmiddellijke vooruitgang van het ware evangelie – de leringen van Jezus van Nazareth.
Veel oprechte mensen die graag hun loyaliteit aan de Christus van het evangelie zouden willen betuigen, vinden het zeer moeilijk om enthousiast een kerk te steunen die zo weinig van de spirit van zijn leven en leringen vertoont, en waarvan hen ten onrechte is geleerd dat Hij die heeft gesticht. Jezus heeft de zogenaamde christelijke kerk niet gesticht, maar Hij heeft haar, in alle opzichten in overeenstemming met Zijn aard, gekoesterd als de beste bestaande exponent van Zijn levenswerk op aarde.
Als de christelijke kerk het programma van de Meester maar zou durven omarmen, zouden duizenden ogenschijnlijk onverschillige jongeren zich haasten om zich aan te melden voor zo’n spirituele onderneming, en ze zouden niet aarzelen om dit grote avontuur tot het einde toe te volbrengen.
Het christendom wordt ernstig geconfronteerd met het onheil dat besloten ligt in een van zijn eigen slogans: “Een huis dat in zichzelf verdeeld is, kan niet standhouden.” De niet-christelijke wereld zal zich moeilijk overgeven aan een door sektes verdeeld christendom. De levende Jezus is de enige hoop op een mogelijke eenwording van het christendom. De ware kerk – de Jezusbroederschap – is onzichtbaar, spiritueel en wordt gekenmerkt door eenheid, niet noodzakelijkerwijs door uniformiteit. Uniformiteit is het kenmerk van de fysieke wereld van mechanistische aard. Spirituele eenheid is de vrucht van geloofsvereniging met de levende Jezus. De zichtbare kerk zou moeten weigeren de vooruitgang van de onzichtbare en spirituele broederschap van het koninkrijk Gods nog langer te belemmeren. En deze broederschap is voorbestemd om een levend organisme te worden in tegenstelling tot een geïnstitutionaliseerde sociale organisatie. Ze mag wel van dergelijke sociale organisaties gebruikmaken, maar ze mag er niet door vervangen worden.
Maar het christendom van zelfs de twintigste eeuw mag niet worden veracht. Het is het product van het gecombineerde morele genie van de God-kennende mensen van vele rassen gedurende vele eeuwen, en het is werkelijk een van de grootste krachten ten goede op aarde geweest, en daarom mag niemand het lichtvaardig beschouwen, ondanks de inherente en verworven gebreken. Het christendom slaagt er nog steeds in de mind van nadenkende mensen te beroeren met sterke morele emoties.
Maar er is geen excuus voor de betrokkenheid van de kerk bij handel en politiek; zulke onheilige allianties zijn een flagrant verraad aan de Meester. En de oprechte waarheidslievende mensen zullen niet snel vergeten dat deze machtige, geïnstitutionaliseerde kerk vaak het lef heeft gehad pasgeboren geloof te smoren en waarheidsdragers te vervolgen die toevallig in onorthodoxe gewaden verschenen.
Het is maar al te waar dat zo’n kerk niet zou hebben overleefd als er geen mensen in de wereld waren geweest die een dergelijke vorm van eredienst prefereerden. Veel spiritueel dwalende zielen hunkeren naar een oude en gezaghebbende religie met rituelen en heilige tradities. Menselijke evolutie en spirituele vooruitgang zijn nauwelijks voldoende om alle mensen in staat te stellen zich van religieus gezag te ontdoen. En de onzichtbare broederschap van het koninkrijk kan deze familiegroepen van verschillende sociale en temperamentvolle klassen best omvatten, als ze maar bereid zijn om waarlijk door de spirit geleide kinderen van God te worden. Maar in deze broederschap van Jezus is geen plaats voor sektarische rivaliteit, groepsbitterheid, en ook niet voor beweringen van morele superioriteit en spirituele onfeilbaarheid.
Deze verschillende groeperingen van christenen kunnen dienen om talloze verschillende soorten aspirant-gelovigen onder de verschillende volkeren van de westerse beschaving te huisvesten, maar een dergelijke verdeeldheid van het christendom vormt een ernstige zwakte wanneer het probeert het evangelie van Jezus aan oosterse volkeren te brengen. Deze rassen begrijpen nog niet dat er een religie van Jezus bestaat die enigszins losstaat van het christendom, dat steeds meer een religie over Jezus is geworden.
De grote hoop voor de aarde ligt in de mogelijkheid van een nieuwe openbaring van Jezus met een nieuwe en uitgebreidere presentatie van zijn reddende boodschap, die de talrijke families van zijn huidige belijdende volgelingen spiritueel zou verenigen in liefdevolle dienstbaarheid.
Zelfs seculier onderwijs zou kunnen bijdragen aan deze grote spirituele renaissance als het meer aandacht zou besteden aan het leren aan jongeren hoe zij zich kunnen bezighouden met levensplanning en karakterontwikkeling. Het doel van alle onderwijs zou moeten zijn het bevorderen van het allerhoogste doel van het leven: de ontwikkeling van een majestueuze en evenwichtige persoonlijkheid. Er is grote behoefte aan het onderwijzen van morele discipline in plaats van zoveel zelf-gratificatie. Op zo’n fundament kan religie haar spirituele drijfveer bijdragen aan de verruiming en verrijking van het sterfelijke leven, en zelfs aan de zekerheid en verbetering van het eeuwige leven.
Het christendom is een geïmproviseerde religie en moet daarom in een lage versnelling opereren. Spirituele prestaties in een hoge versnelling moeten wachten op de nieuwe openbaring en de meer algemene aanvaarding van de ware religie van Jezus. Maar het christendom is een machtige religie, aangezien de gewone discipelen van een gekruisigde timmerman die leringen in gang zetten die de Romeinse wereld in driehonderd jaar veroverden en vervolgens zegevierden over de barbaren die Rome omverwierpen. Ditzelfde christendom veroverde en absorbeerde en verheerlijkte de hele stroming van de Hebreeuwse theologie en de Griekse filosofie. En toen deze christelijke religie meer dan duizend jaar in coma raakte als gevolg van een overdosis mysteries en heidendom, herrees ze zichzelf en heroverde ze vrijwel de hele westerse wereld. Het christendom bevat genoeg van de leringen van Jezus om het te vereeuwigen.
Als het christendom de leringen van Jezus maar beter zou kunnen begrijpen, zou het zoveel meer kunnen doen om de moderne mens te helpen zijn nieuwe en steeds complexere problemen op te lossen.
Het christendom lijdt onder een grote handicap, omdat het in de gedachten van de hele wereld is geïdentificeerd als een onderdeel van het sociale systeem, het industriële leven en de morele normen van de westerse beschaving; en zo lijkt het christendom onbewust een samenleving te sponsoren die wankelt onder de schuld van het tolereren van wetenschap zonder idealisme, politiek zonder principes, rijkdom zonder werk, plezier zonder beperkingen, kennis zonder karakter, macht zonder geweten en handel&industrie zonder moraal.
De hoop voor het moderne christendom is dat het zal ophouden de sociale systemen en het industriële beleid van de westerse beschaving te sponsoren, terwijl het zich dan nederig zal buigen voor het kruis dat het zo moedig verheerlijkt, om daar opnieuw van Jezus van Nazareth de grootste waarheden te leren die de sterfelijke mens ooit kan horen: het levende evangelie van het vaderschap van God en de broederschap van de mens.
Dit hoofdstuk is een nieuwe Nederlandse vertaling gebaseerd op Paper 195 van het Urantia Boek: https://www.urantia.org
