Wie was Annas?

Annas was een zeer invloedrijke Joodse man – een Sadduceeër die verwant was aan Salome, de moeder van Jacobus en Johannes Zebedeüs. Annas was de voormalig hogepriester in Jeruzalem, en nog steeds de meest invloedrijke van de Sadduceeën, nadat hij slechts acht jaar eerder was afgezet.

Eerste ontmoeting tussen Jezus en Annas

We zijn in het 28e jaar van het leven van Jezus als hij in Jeruzalem is. Daar brengt hij bijna twee maanden lang het grootste deel van zijn tijd door met het luisteren naar de tempelgesprekken en af en toe met bezoeken aan de verschillende rabbijnenscholen. De meeste sabbathdagen bracht hij door in Bethanië. Jezus had een brief van Salome, de vrouw van Zebedeüs, met zich meegebracht naar Jeruzalem, waarin hij werd geintroduceerd aan de voormalige hogepriester Annas, als ‘dezelfde als mijn eigen zoon’. Annas bracht veel tijd met hem door en nam hem persoonlijk mee naar de vele academies van de godsdienstleraren in Jeruzalem. Hoewel Jezus deze scholen grondig inspecteerde en hun onderwijsmethoden zorgvuldig observeerde, stelde hij in het openbaar nooit ook maar één vraag. Hoewel Annas Jezus als een groot man beschouwde, wist hij niet goed hoe hij hem moest adviseren. Hij zag in hoe dwaas het was om hem voor te stellen student te worden aan een van de scholen van Jeruzalem. En ook wist hij heel goed dat Jezus nooit de status van een reguliere leraar zou krijgen, aangezien hij nooit in deze scholen was opgeleid. Al snel naderde de tijd van het Pascha, en samen met de menigten uit alle hoeken van de wereld kwamen ook Zebedeüs en zijn hele familie uit Capernaum in Jeruzalem aan. Ze stopten allemaal bij het ruime huis van Annas, waar ze het Pascha vierden als één gelukkig gezin.

Een nieuwe ontmoeting tussen Jezus en Annas

Vijf jaar later, in april 27 n.Chr., terwijl Jezus en de apostelen in Jeruzalem bezig waren met hun eerste openbare werk, bezocht de Meester Annas opnieuw in zijn huis in Jeruzalem.

Op de eerste dag in Jeruzalem bezocht Jezus zijn vriend van vroeger, Annas, de voormalige hogepriester en familielid van Salome, de vrouw van Zebedeüs. Annas had over Jezus en zijn leringen gehoord, en toen Jezus bij de hogepriester aanbelde, werd hij met grote terughoudendheid ontvangen. Toen Jezus de koelheid van Annas opmerkte, nam hij onmiddellijk weer afscheid en zei bij zijn vertrek: “Vrees is de voornaamste slavendrijver van de mens en trots zijn grote zwakheid; zult u zich overgeven aan slavernij aan deze twee vernietigers van vreugde en vrijheid?” Maar Annas gaf geen antwoord. De Meester zag Annas pas weer toen hij met zijn schoonzoon het oordeel over de MensenZoon moest vellen.

De rol van Annas in de laatste dagen van Jezus

De volgende ontmoeting tussen Jezus en Annas was in het paleis van Annas, waar Jezus na zijn arrestatie in april 30 n.Chr. naartoe was gebracht. Annas was inmiddels de machtigste gezagsdrager onder de Joden. Hij was de schoonvader van Caiaphas, de hogepriester, en had een groot aandeel in de inkomsten die door de gelovige Joden naar de tempel werden gebracht. Toen Jezus de tempel reinigde van de geldwisselaars en andere handelaars, werd de haat van Annas aangewakkerd.

Hoewel hij Jezus ooit had gekoesterd, zag Annas hem nu als een bedreiging voor zijn levensonderhoud, en dit verontrustte hem meer dan de leer van Jezus. Hij wilde Jezus niet per se geëxecuteerd zien en dacht dat hij wellicht zijn eerdere vriendschappelijke relatie met Jezus kon uitbuiten. Hij dacht zelfs dat hij Jezus zou kunnen overhalen om Palestina te verlaten. Maar na wat er tijdens zijn drie uur durende gesprek met Jezus werd gezegd, begreep Annas eindelijk dat dit geen optie was.

Vervolgens verschijnt Jezus voor het Sanhedrin, onder voorzitterschap van Caiaphas. Kort na het begin van de getuigenissen van de valse getuigen arriveerde Annas en nam plaats naast Caiaphas. Annas stond nu op en betoogde dat deze dreiging van Jezus om de tempel te verwoesten voldoende was om drie beschuldigingen tegen hem te rechtvaardigen:

  1. Dat hij een gevaarlijke tolk van het volk was. Dat hij hun onmogelijke dingen leerde en hen anderszins misleidde.
  2. Dat hij een fanatieke revolutionair was, omdat hij pleitte voor het gewelddadig benaderen van de heilige tempel, hoe zou hij die anders kunnen verwoesten?
  3. Dat hij magie onderwees, net zoals hij beloofde een nieuwe tempel te bouwen, en dat zonder handen.

De manier waarop Jezus door Caiaphas en andere leden van de rechtbank tijdens dit zogenaamde proces werd behandeld, schokte Annas, maar hij deed geen poging om hem te redden.