Wie is Elisabeth?

Elisabeth was de moeder van Johannes de Doper, een verre nicht van Maria, de moeder van Jezus, en een “dochter van Aäron“. Ze was getrouwd met een Hebreeuwse priester, Zacharias.

Gabriëls verschijning

Eind juni 8 v.Chr. verscheen Gabriël aan Elisabeth om aan te kondigen dat ze spoedig een zoon zou baren, die de naam Johannes zou krijgen. Gabriël zei ook dat Johannes de komst van een grote leraar, een spiritueel bevrijder, zou aankondigen en dat haar nicht Maria zijn moeder zou zijn.

Gabriël zei letterlijk: ‘Terwijl uw echtgenoot, Zacharias, voor het altaar in Jeruzalem staat, en terwijl het bijeengekomen volk bidt om de komst van een verlosser, ben ik, Gabriël, gekomen om u aan te kondigen dat u binnenkort een zoon zult baren die de voorloper zal zijn van deze goddelijke leraar, en u zult uw zoon Johannes noemen. Hij zal opgroeien in toewijding aan de Heer uw God, en wanneer hij volwassen zal zijn, zal hij uw hart verblijden, omdat hij vele zielen tot God zal bekeren, en ook zal hij de komst van de ziel-genezer van uw volk en de spirituele bevrijder van de hele mensheid aankondigen. Maria, uw bloedverwante, zal de moeder van dit kind van belofte worden en ik zal ook aan haar verschijnen.

De reactie van Elisabeth en Zacharias

Gabriëls aankondiging maakte Elisabeth bang en ze vertelde het vijf maanden lang aan niemand. Uiteindelijk vertelde ze het aan haar man Zacharias, maar hij bleef sceptisch totdat er geen twijfel meer bestond dat ze zwanger was. Toen had Zacharias een droom die hem ervan overtuigde dat Elisabeth de moeder zou worden van een belangrijk persoon, iemand die de weg zou bereiden voor de Messias.

Maria’s bezoek

Toen Gabriël zijn aankondiging aan Maria deed, zei hij dat Elisabeth ook een “kind van belofte” zou krijgen. Voordat hun kinderen geboren werden, ging Maria Elisabeth bezoeken en bleef drie weken. Ze spraken over Gabriëls aankondigingen en raakten ervan overtuigd dat hun zonen grote spirituele leiders zouden worden.

De geboorte van Johannes

Johannes werd geboren op 25 maart 7 v.Chr. in de stad Juda. Volgens de traditie werd hij op de achtste dag besneden en kreeg de naam Johannes. Elisabeth stuurde haar neef naar Maria om de geboorte van Johannes aan te kondigen.

“Kindermoord van Bethlehem”

Elisabeth en Zacharias hoorden dat Herodes de Grote, koning van Judea, gealarmeerd was door de geruchten dat er een Joodse koning geboren was. Herodes voelde zich bedreigd in zijn macht en wilde de baby doden, maar hij wist niet wie het was. Toen zijn agenten het kind na een jaar zoeken niet konden vinden, beval Herodes dat alle jongetjes in Bethlehem gedood moesten worden. Elisabeth en Zacharias wisten hiervan en vermeden Bethlehem. Jezus werd in veiligheid gebracht naar Egypte, waar Maria, Jozef en hun zoontje bij familie verbleven. In oktober 6 v.Chr. werden zestien jongetjes die in Bethlehem woonden, vermoord. Dankzij de contacten en het verstandige handelen van hun ouders liepen noch Johannes noch Jezus gevaar.

De opvoeding van Johannes

Elisabeth en Zacharias leerden hun zoon dat hij een groot leider en leraar zou worden. Toen hij zes jaar oud was, namen zijn ouders hem mee naar Nazareth, waar hij de jonge Jezus voor het eerst ontmoette. Daarna kreeg Johannes thuisonderwijs en volgde hij onderwijs op de synagogeschool in de stad Juda. Op veertienjarige leeftijd namen Elisabeth en Zacharias Johannes mee naar Engedi om zich bij de Nazireeërs aan te sluiten.

Omdat hij priester was, was Zacharias redelijk goed opgeleid, en Elisabeth was veel beter opgeleid dan de gemiddelde Joodse vrouw. Zij behoorde ook tot de priester-klasse, aangezien zij een afstammeling was van de dochters van Aäron. Omdat Johannes enig kind was, besteedden ze veel tijd aan zijn mentale en spirituele vorming. Zacharias had slechts korte periodes dienst in de tempel in Jeruzalem, zodat hij veel tijd besteedde aan het onderwijzen van zijn zoon. Zacharias en Elisabeth hadden een kleine boerderij waar ze schapen hielden. Ze verdienden nauwelijks hun brood met dit land, maar Zacharias ontving een regelmatige toelage uit de tempelfondsen die bestemd waren voor het priesterschap.

Bezoek aan Nazareth

Na de dood van Zacharias in 12 n.Chr. bezochten Elisabeth en Johannes Maria en Jezus. Johannes dacht dat hij klaar was om met zijn missie te beginnen, maar toen hij zag hoe Jezus voor zijn gezin zorgde, besloot hij te wachten tot Elisabeth stierf. Voordat zij stierf, verhuisden zij en Johannes naar Hebron.

De dood van Elisabeth

Elisabeth stierf toen Johannes achtentwintig jaar oud was. Haar vrienden, die wisten dat Nazireeërs -zoals Johannes- geen contact met de doden mochten hebben, regelden haar begrafenis.